Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in verzet met producties;
- de conclusie van repliek in verzet met een productie.
Rechtbank Gelderland
Eiser heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met VGZ en erkent een betalingsachterstand te hebben gehad. Hij sloot een betalingsregeling waarbij hij negen termijnen van €90,99 en één termijn van €91,03 moest betalen. Uit de stukken blijkt dat eiser slechts zes termijnen volledig en één termijn gedeeltelijk heeft voldaan.
Eiser stelt dat hij een bedrag van €293,90 van VGZ heeft ontvangen en dat hij daarna geen betalingsverzoeken of aanmaningen meer ontving, waardoor hij meent dat hij niets meer verschuldigd was. De kantonrechter oordeelt dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat het gestelde bedrag niet uit de stukken blijkt.
VGZ heeft eiser meerdere malen aangemaand en vordert nog een restant van €306,76, dat volgens de kantonrechter opeisbaar is. Het verzet van eiser wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis van 28 maart 2025 blijft in stand. Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis blijft in stand; eiser moet de proceskosten betalen.