Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in verzet met producties;
- de conclusie van repliek in verzet met een productie.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak gaat het om een verzetprocedure van [eiser 1] tegen een verstekvonnis dat op 28 maart 2025 is gewezen. [eiser 1] had een zorgverzekeringsovereenkomst met VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V. en werd door VGZ gedagvaard wegens het niet betalen van de premie. Na het verstekvonnis heeft [eiser 1] verzet aangetekend, waarin hij vernietiging van het verstekvonnis vorderde en de afwijzing van de vorderingen van VGZ. De kantonrechter heeft de argumenten van [eiser 1] beoordeeld en geconcludeerd dat het verzet niet slaagt. De kantonrechter oordeelt dat [eiser 1] tijdig in verzet is gekomen, maar dat hij de betalingsregeling ten onrechte niet is nagekomen. De kantonrechter stelt vast dat [eiser 1] zijn stellingen niet voldoende heeft onderbouwd en dat VGZ nog een bedrag van € 306,76 te vorderen heeft. Het verzet van [eiser 1] wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis blijft in stand. Tevens wordt [eiser 1] veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure, die zijn begroot op € 82,00.