Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de producties 13 tot en met 15 van [eiser]
- de producties 1 tot en met 18 van K!CK
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van K!CK.
Rechtbank Gelderland
Op 1 juli 2021 sloten [eiser] en K!CK een samenwerkingsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een minimale duur van vijf jaar en een opzegtermijn van zes maanden. K!CK zegde de overeenkomst op 1 september 2025 op per 1 oktober 2025 op grond van een bepaling die onmiddellijke beëindiging toestaat indien de overeenkomst met [bedrijf 1] eindigt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de overeenkomst tussen K!CK en [bedrijf 1] niet is geëindigd en dat de enkele e-mail van 22 juli 2025 waarin [bedrijf 1] adviseert een andere leverancier te zoeken, onvoldoende is om te concluderen dat de overeenkomst zal eindigen. De belangenafweging leidt ertoe dat het belang van [eiser] bij voortzetting van de samenwerking zwaarder weegt dan het belang van K!CK bij beëindiging.
Daarom wordt K!CK veroordeeld tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst, betaling van een dwangsom bij niet-nakoming en vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: K!CK wordt veroordeeld tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst en betaling van een dwangsom bij niet-nakoming.