ECLI:NL:RBGEL:2025:10080

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
454703
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige in zorgregeling geschil

In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 21 november 2025 een tussenbeschikking gegeven naar aanleiding van een verzoek van een minderjarige, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats]. De minderjarige heeft via de eigen rechtsingang, zoals bedoeld in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek, verzocht om een wijziging van de zorgregeling en de benoeming van een bijzondere curator. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minderjarige momenteel bij zijn vader woont, maar dat hij zich daar niet gelukkig voelt en meer tijd bij zijn moeder wil doorbrengen. De ouders zijn gescheiden en wonen 100 kilometer van elkaar, wat de zorgregeling bemoeilijkt. De moeder heeft zorgen over de veiligheid van de minderjarige bij de vader, terwijl de vader deze zorgen niet herkent. De Raad voor de Kinderbescherming heeft aangegeven dat er nog nooit een gesprek tussen de ouders heeft plaatsgevonden over de wensen van de minderjarige en dat het belangrijk is dat zij dit eerst zelf bespreken. De rechtbank heeft besloten om een bijzondere curator te benoemen, mevrouw [naam 2], om de belangen van de minderjarige te behartigen en te onderzoeken wat in zijn belang is. De bijzondere curator zal gesprekken voeren met de minderjarige en zijn ouders en kan ook andere betrokkenen raadplegen. De rechtbank heeft de ouders erop gewezen dat zij de instructies van de bijzondere curator moeten opvolgen. De verdere behandeling van de zaak is aangehouden tot 19 februari 2026, waarbij de ouders en de bijzondere curator worden opgeroepen om te verschijnen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/454703 / FZ RK 25-1817
Beschikking van 21 november 2025
naar aanleiding van de op 10 juli 2025 ingekomen brief, via de eigen rechtsingang minderjarige als bedoeld in artikel 1:377g Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), van:
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Op 10 juli 2025 heeft de rechtbank een brief van [de minderjarige] ontvangen;
1.2.
Op 23 oktober 2025 heeft [de minderjarige] een gesprek met de kinderrechter gehad.
1.3.
Op 31 oktober 2025 heeft de rechtbank een e-mailbericht van mw. [naam] ontvangen.
1.4.
Op 11 november 2025 is er een zitting geweest. Hierbij waren aanwezig de moeder, de vader en een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen de Raad). De rechtbank heeft ook bijzondere toegang verleend aan mevrouw [naam] , betrokken bij [de minderjarige] vanuit een eerder hulpverleningstraject.

2.Het verzoek van [de minderjarige]

2.1.
maakt gebruik van de informele eigen rechtsingang minderjarigen als bedoeld in artikel 1:377g BW. [de minderjarige] is 10 jaar oud. Hij heeft een brief aan de kinderrechter geschreven en een gesprek gehad. [de minderjarige] wil – kort samengevat – dat de zorgverdeling (en zijn hoofdverblijfplaats) wordt gewijzigd. Ook vraagt [de minderjarige] de kinderrechter om een bijzondere curator te benoemen.
2.2.
[de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vader en is twee weekenden per maand bij de moeder. Vanwege de afstand tussen de ouders (100 kilometer uit elkaar) is het niet mogelijk om doordeweeks vaker bij de moeder zou verblijven. [de minderjarige] ervaart de thuissituatie bij de vader op dit moment als druk en lastig. Er zijn nog vier halfbroers en -zussen. Ook geeft [de minderjarige] aan dat de vader snel boos wordt op hem en dat het contact met zijn stiefmoeder niet goed is. Bij de moeder thuis is het rustiger en daar voelt hij zich fijner. Hij verzoekt de kinderrechter (ook) om een bijzondere curator te benoemen, die in zijn belang een verzoek bij de kinderrechter in kan dienen.

3.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank, een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
3.2.
De moeder heeft aangegeven dat de wens van [de minderjarige] om (meer) bij haar te wonen al lange tijd aanwezig is, maar in de loop van de jaren steeds duidelijker is geworden. Er zijn bij haar zorgen over de veiligheid van [de minderjarige] bij de vader thuis en de moeder wil graag dat [de minderjarige] bij haar komt wonen. Ze heeft hier zelf geen verzoek voor ingediend omdat ze de strijd met vader niet aan wil. De moeder heeft ook weinig vertrouwen in een gesprek met de vader, omdat het eerder ook niet gelukt om te overleggen.
3.3.
De vader herkent zich niet in de zorgen. Hij wordt niet (te) snel boos en heeft [de minderjarige] niet geslagen. [de minderjarige] heeft bij hem weleens aangegeven dat hij bij zijn moeder wil wonen, maar hij zegt soms ook dat hij dat juist niet wil. De vader zou graag met de moeder in gesprek willen over het vormgeven van de zorgregeling. Het zou kunnen dat het goed is voor [de minderjarige] om bij zijn moeder te gaan wonen, maar daar zou de vader eerst over willen overleggen.
3.4.
De Raad merkt op dat de ouders nog nooit met elkaar in gesprek zijn gegaan over de wens van [de minderjarige] en over de mogelijkheden die er zijn voor wijziging van de zorgverdeling (en mogelijk de hoofdverblijfplaats). De zorgen over de veiligheid zijn ook nooit besproken en ook niet gemeld bij bijvoorbeeld Veilig Thuis. Het is belangrijk dat de ouders eerst zelf in gesprek gaan, voordat er een onderzoek door de Raad wordt ingezet. De Raad ziet wel het belang in van een bijzondere curator. [de minderjarige] lijkt klem te zitten tussen de ouders en het is belangrijk dat er iemand is die hem helpt.
3.5.
De rechtbank overweegt als volgt. Het lukt de ouders van [de minderjarige] tot nu toe niet om te overleggen en samen tot overeenstemming te komen. De rechtbank kan ook geen (ambtshalve) beslissing nemen omdat niet duidelijk is wat nu in het belang is van [de minderjarige] en wat hij echt wil. Daarom wordt de benoeming van een bijzondere curator van belang geacht. Net zoals de Raad vindt de kinderrechter het een goed idee dat de ouders zich wenden tot de gemeente voor hulpverlening. Het is voor [de minderjarige] belangrijk dat de ouders met elkaar in gesprek gaan. Verder is het belangrijk dat [de minderjarige] de ruimte krijgt om te vertellen waarom hij zich niet gelukkig voelt en hoe dat kan veranderen. In het verlengde hiervan kan er gekeken worden of een wijziging van de zorgregeling in zijn belang is. De kinderrechter zal daarom een bijzondere curator benoemen.
3.6.
De bijzondere curator kan via gesprekken met [de minderjarige] en de ouders zicht krijgen op wat voor hem het beste is. Ook kan de bijzondere curator [de minderjarige] ondersteunen bij het voeren van gesprekken met zijn ouders over wat hij graag anders zou willen. Dat kan ook zien verbetering van de situatie bij de vader. Als het niet lukt om samen met [de minderjarige] en de ouders een zorgregeling af te spreken die goed is voor [de minderjarige] , dan kan de bijzondere curator [de minderjarige] helpen bij het formuleren van een verzoek in de informele rechtsingang (artikel 1:253a, tweede en vierde lid BW 1:377g BW).
3.7.
De rechtbank zal mevrouw [naam 2] , mediator en pedagoog, benoemen als bijzondere curator met als opdracht de belangen van [de minderjarige] ter zake te behartigen en te bezien in hoeverre een wijziging van de zorgregeling in het belang van [de minderjarige] moet worden geacht en verder:
  • te onderzoeken wat de werkelijke wensen en behoeften zijn van [de minderjarige] ten aanzien van de situatie bij de vader thuis (en als nodig ook bij de moeder);
  • te onderzoeken of het belang van [de minderjarige] gediend is bij wijziging van de zorgverdeling (en hoofdverblijfplaats) en ook per wanneer dit zou moeten;
  • verder kan de bijzondere curator in kaart brengen wat [de minderjarige] nodig heeft aan hulpverlening om met de huidige situatie om te gaan;
  • tot slot kan de bijzondere curator onderzoeken of een minnelijke regeling tot de mogelijkheden behoort.
3.8.
De bijzondere curator wordt daarbij in overweging gegeven gesprekken te voeren met [de minderjarige] en met de moeder en de vader individueel en met de ouders gezamenlijk of met [de minderjarige] en de vader gezamenlijk. Het staat de bijzondere curator vrij gesprekken te voeren met anderen die informatie over [de minderjarige] kunnen verschaffen.
3.9.
Voorts verzoekt de rechtbank de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 BW, zoals gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, in acht te nemen.
3.10.
De rechtbank wijst de ouders er op dat zij de verplichting hebben aan de door de bijzondere curator te geven instructies gevolg te geven.
3.11.
De rechtbank verzoekt mevrouw [naam 2] uiterlijk op
12 februari 2026schriftelijk verslag te doen. Zij dient aan de ouders
uiterlijk een week voor die datumde rapportage te verstrekken, zodat de ouders zonodig op voormelde datum tevens schriftelijk hun reactie aan de rechtbank kunnen doorgeven. Verdere behandeling van de zaak vindt plaats op
19 februari 2025, waarvoor de kinderrechter de moeder, de vader, de Raad en de bijzondere curator oproept te verschijnen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
benoemt tot bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen:
mevrouw [naam 2] , kantoorhoudende te [adres] ;
4.2.
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk op
12 februari 2026schriftelijk verslag doet van haar bevindingen en daarbij een standpunt inneemt over het verzoek en verzoekt de ouders ook uiterlijk op voornoemde datum te reageren op het verslag, zoals hiervoor onder punt 3.12. is overwogen;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan tot
19 februari 2026en roept de moeder, de vader, de Raad en de bijzondere curator op dan om 12:00 uur te verschijnen op de zitting in het gerechtsgebouw te Zutphen aan de Martinetsingel 2.
Deze beschikking is gegeven door mr. B Krijnen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025, in aanwezigheid van mr. T.A. Rutgers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.