ECLI:NL:RBGEL:2025:10207

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
441432
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verduistering van fitnessapparatuur door gedaagde en schadevergoeding aan Technogym

In deze civiele zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Technogym Benelux B.V. en een gedaagde partij. Technogym, een leverancier van fitnessapparatuur, vorderde schadevergoeding van de gedaagde, die de fitnessapparatuur had verduisterd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gedaagde, ondanks dat hij niet verschenen was, onrechtmatig had gehandeld door de apparatuur niet terug te geven na ontbinding van de leaseovereenkomst door de financieringspartner. De rechtbank heeft de vordering van Technogym tot betaling van € 266.727,50 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank heeft ook de proceskosten aan de zijde van Technogym toegewezen, omdat de gedaagde in het ongelijk was gesteld. Dit vonnis volgt op een eerdere strafrechtelijke veroordeling van de gedaagde voor verduistering, waarbij Technogym niet-ontvankelijk was verklaard in haar vordering tot schadevergoeding in het strafproces. De rechtbank heeft de gedaagde veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, met de mogelijkheid van uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/441432 / HA ZA 24-482
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
TECHNOGYM BENELUX B.V.,
te Capelle aan den IJssel,
eisende partij,
hierna te noemen: Technogym,
advocaat: mr. A.A.M. Knol,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend met een toevoeging, nummer 2GW5325,
advocaat: voorheen mr. S.S. Zijderveld, die zich heeft onttrokken.

1.De procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 18 december 2024 was een datum bepaald voor de mondelinge behandeling. Op de geplande datum, 19 mei 2025, heeft de zitting geen doorgang gevonden, omdat door de advocaat van [gedaagde] om uitstel was verzocht en de rolrechter met dat verzoek akkoord is gegaan. De mondelinge behandeling is vervolgens nader bepaald op 13 oktober 2025. Zes dagen voor de zitting heeft de advocaat van [gedaagde] zich onttrokken, en er heeft zich voor [gedaagde] geen nieuwe advocaat gesteld. Gelet op artikel 5.5 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton is de mondelinge behandeling wel gehouden. [gedaagde] is niet verschenen. Van de mondelinge behandeling van 13 oktober 2025 is een verkort proces-verbaal opgemaakt, dat aan het dossier is toegevoegd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Technogym is een aanbieder van fitnessapparatuur. Zij heeft fitnessapparatuur geleverd aan sportschool ‘ [bedrijf] ’ (hierna: [bedrijf] ). Deze sportschool was van [gedaagde] .
2.2.
De levering van de fitnessapparatuur vond plaats op basis van een operationele leaseovereenkomst tussen [bedrijf] en financieringspartner De Lage Landen (hierna: DLL). Gedurende de looptijd van deze overeenkomst was de apparatuur eigendom van DLL.
2.3.
Op 17 december 2020 heeft DLL [bedrijf] een aangetekende brief gestuurd waarin staat dat zij de leaseovereenkomst met haar zal ontbinden, indien zij niet voor 20 december 2020 een achterstallig bedrag van € 113.000,00 zal voldoen. [bedrijf] heeft niet betaald.
2.4.
DLL heeft de leaseovereenkomst met [bedrijf] vervolgens ontbonden.
2.5.
Op 10 februari 2021 heeft [gedaagde] namens [bedrijf] een verklaring getekend waarin staat dat [bedrijf] de fitnessapparatuur aan DLL zal afgeven c.q. ter beschikking zal stellen. Op basis van vooraf schriftelijk gemaakte afspraken tussen DLL en Technogym zou DLL de juridische eigendom van de fitnessapparatuur daarna weer terug overgedragen aan Technogym.
2.6.
Ook in februari 2021 is de door Technogym geleverde fitnessapparatuur uit de sportschool van [gedaagde] verwijderd. Technogym heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie, waarna het OM strafvervolging tegen [gedaagde] heeft ingesteld.
2.7.
Bij vonnis van deze rechtbank van 10 maart 2023 is [gedaagde] strafrechtelijk veroordeeld voor het verduisteren van de fitnessapparatuur. Technogym had zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De rechtbank heeft Technogym niet-ontvankelijk verklaard, omdat Technogym niet behoort tot de kring van voegingsgerechtigden genoemd in artikel 51f Sv en omdat de vordering tot schadevergoeding te complex zou zijn. De strafrechter heeft overwogen dat Technogym haar vordering daarom slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
2.8.
[gedaagde] is tegen het vonnis van de strafrechter in hoger beroep gegaan, maar dat beroep heeft hij later weer ingetrokken. Het vonnis is daarmee onherroepelijk.

3.Het geschil en de beoordeling

Vordering Technogym
3.1.
Technogym vordert dat de rechtbank [gedaagde] , voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling aan haar van een bedrag van € 266.727,50, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Aan deze vordering legt Technogym ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. De onrechtmatige handeling bestaat er volgens Technogym uit dat [gedaagde] de door haar ter beschikking gestelde fitnessapparatuur heeft verduisterd en het zo voor haar onmogelijk heeft gemaakt om (fysiek) weer de beschikking over de apparatuur te krijgen. Door het onrechtmatig handelen van [gedaagde] lijdt Technogym schade. De schade is gelijk aan de waarde van de fitnessapparatuur. Technogym heeft twee “resellers” van fitnessapparatuur verzocht om een waardebepaling van de door haar ter beschikking gestelde apparatuur. Zij hebben de waarde van die apparatuur begroot op ten minste € 254.150,00 en ten hoogste € 279.305,00. Het door Technogym gevorderde bedrag van € 266.727,50 is het gemiddelde van die bedragen.
Ontvankelijkheid Technogym
3.3.
Volgens [gedaagde] dient Technogym in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Hij stelt dat niet hij maar [bedrijf] in kwestie de debiteur is. De leaseovereenkomst waar Technogym naar verwijst is immers door [bedrijf] aangegaan en de fitnessapparatuur is ook aan [bedrijf] geleverd. De overige stukken waar Technogym naar verwijst zijn ook allemaal gericht aan [bedrijf] en namens [bedrijf] ondertekend, aldus [gedaagde] .
3.4.
Weliswaar is juist dat de leaseovereenkomst door [bedrijf] is aangegaan en dat ook de overige stukken door [bedrijf] zijn ondertekend, maar dat maakt niet dat Technogym niet in haar vordering tegen [gedaagde] kan worden ontvangen. Technogym heeft die vordering immers gebaseerd op onrechtmatige daad. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen.
Beoordeling hoofdvordering
3.5.
[gedaagde] heeft tegen de vordering van Technogym tot betaling van het bedrag van € 266.727,50 overigens geen verweer gevoerd en de (hiervoor onder 3.2. weergegeven) stellingen van Technogym kunnen de gevorderde betaling van het bedrag van € 266.727,50 dragen. Daarom wordt die vordering toegewezen.
Wettelijke rente
3.6.
Technogym maakt aanspraak op de wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag van € 266.727,50. De laatst mogelijke datum waarop de bewezenverklaarde verduistering, en dus de onrechtmatige handeling, plaatsvond is (volgens Technogym) 13 februari 2021, zodat [gedaagde] per die datum in verzuim is geraakt en ook wettelijke rente is verschuldigd (artikelen 6:83 sub b BW en 6:119 BW). Omdat Technogym wettelijke rente heeft gevorderd vanaf 13 februari 2023 (en niet vanaf 13 februari 2021) zal de wettelijke rente vanaf die datum worden toegewezen.
Buitengerechtelijke kosten
3.7.
Ook maakt Technogym aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De door Technogym gevorderde vergoeding van € 1.794,54 is lager dan het tarief in het Besluit en is daarom redelijk. Daarom zal een bedrag van € 1.794,54 worden toegewezen.
3.8.
De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen zoals gevorderd.
Proceskosten
3.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Technogym worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,54
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
5.428,00
(2 punten × € 2.714,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.336,54
3.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Technogym te betalen een bedrag van € 266.727,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 13 februari 2023, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Technogym te betalen een bedrag van € 1.794,54 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 12.336,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Rijpma en in het openbaar uitgesproken op
12 november 2025.
1844 / 1787