De rechtbank Gelderland behandelde het verzoek van de moeder en stiefvader om het gezamenlijk gezag van de vader over het minderjarige kind te beëindigen en het gezag toe te kennen aan de moeder en stiefvader. De ouders waren gezamenlijk gezagdragers, maar het kind woont bij de moeder en stiefvader sinds hun huwelijk in 2014.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is dat het gezag van de vader wordt beëindigd, omdat het gezamenlijk gezag bemoeilijkt wordt en het kind spanning ervaart. De vader stemde in met het verzoek. Tevens werd het verzoek toegewezen om het gezag mede aan de stiefvader toe te kennen, ondanks dat niet aan de wettelijke drie jaren-eis was voldaan, omdat het kind al jarenlang een nauwe band met de stiefvader heeft en het belang van het kind dit rechtvaardigt.
Daarnaast werd het verzoek tot wijziging van de achternaam van het kind toegewezen, omdat het kind hiermee instemde en dit haar verbondenheid met het gezin versterkt. De rechtbank gaf opdracht tot aanpassing in het gezagsregister en de burgerlijke stand. De beschikking werd door kinderrechter S.S. van Nijen uitgesproken op 7 november 2025.