ECLI:NL:RBGEL:2025:10235
Rechtbank Gelderland
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrond hoger beroep tegen klinische observatie in Pieter Baan Centrum
Verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats en gedetineerd in een penitentiaire inrichting, werd door de rechter-commissaris bevolen tot klinische observatie in het Pieter Baan Centrum (PBC) op grond van artikel 196 Sv Pro, vanwege vermoedens van een psychotisch toestandsbeeld en de noodzaak tot onderzoek van haar geestvermogens.
De verdediging stelde dat geen noodzaak bestond voor klinische opname en dat verdachte bereid was mee te werken aan een ambulant onderzoek. De officier van justitie vond klinische observatie noodzakelijk vanwege vermoedelijke waanstoornis en de wens om het interpersoonlijk functioneren in groepsverband te onderzoeken.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke argument voor klinische observatie, namelijk interactie met een medeverdachte, achterhaald was omdat die strafzaak was geseponeerd. Daarnaast bleek uit de stukken onvoldoende waarom klinische observatie noodzakelijk was boven een ambulant onderzoek.
De rechtbank vernietigde het bevel van de rechter-commissaris en wees de vordering van de officier van justitie af, met de verwachting dat een ambulant triple-onderzoek alsnog zal worden uitgevoerd.
Uitkomst: Het bevel tot klinische observatie in het Pieter Baan Centrum wordt vernietigd en de vordering afgewezen.