ECLI:NL:RBGEL:2025:10290

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
11739067
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet en verzoek tot vernietiging van het ontslag

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland op 29 september 2025 uitspraak gedaan in een geschil over een ontslag op staande voet. De verzoeker, die onder bewind staat, heeft via zijn bewindvoerder, GSBB q.q., verzocht om vernietiging van het ontslag op staande voet dat hem op 28 maart 2025 was opgelegd door zijn werkgever, [verweerder]. De werkgever heeft het ontslag gerechtvaardigd door te stellen dat de verzoeker tijdens werktijd fysiek geweld heeft gebruikt tegen een gast, wat volgens hen een dringende reden voor ontslag opleverde. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de verzoeker niet zelf procesbevoegd was, maar dat zijn bewindvoerder de procedure kon voortzetten. De rechter oordeelde dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was, omdat de verzoeker zich schuldig had gemaakt aan ernstig verwijtbaar gedrag. De kantonrechter heeft het verzoek van de bewindvoerder tot vernietiging van het ontslag afgewezen en de werkgever veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 1.710,87, omdat het ontslag rechtsgeldig was. De proceskosten zijn voor rekening van de verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 11739067 \ HA VERZ 25-89
Beschikking van 29 september 2025
in de zaak van

1.[verzoeker] ,

te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. D. Coskun,
en
2.
GELDERSE STICHITING VOOR BEHEER EN BEWINDVOERINGin de persoon van
[naam 1] in zijn hoedanigheid als bewindvoerder van [verzoeker],
te Arnhem,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: GSBB q.q.
gemachtigde: mr. D. Coskun,
tegen
[verweerder],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. S.T.W. Verhaagh.
De zaak in het kort
[verzoeker] kan in deze zaak geen procespartij zijn nu hij onder bewind staat. Echter, de bewindvoerder heeft, weliswaar op een erg laat moment, aangegeven de zaak als formele procespartij over te nemen, waardoor aan een inhoudelijke behandeling kan worden toegekomen. Daarbij is van belang het oordeel dat [verweerder] door deze gang van zaken niet in haar processuele belangen is geschaad.
[verzoeker] , althans GSBB q.q. verzoekt om vernietiging van een ontslag op staande voet. De kantonrechter wijst het verzoekt af, omdat het ontslag (rechts)geldig is gegeven. GSBB q.q. zal worden veroordeeld tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding en proceskosten.

1. De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, met een tegenverzoek
- de mondelinge behandeling van 1 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
- het bericht van de GSBB q.q. van 4 september 2025
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is sinds 1 april 2023 in dienst bij [verweerder] . De functie van [verzoeker] is horecamedewerker met een loon van € 14,06 bruto per uur.
2.2.
Op 28 maart 2025 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. Per brief van 31 maart 2025 wordt dit ontslag bevestigd. Uit deze brief wordt geciteerd:
Bij deze bevestigen wij schriftelijk dat we je op staande voet ontslagen hebben op 28 maart 2025 wegens de navolgende, in het Burgerlijk Wetboek vervatte, dringende reden:
In de nacht van vrijdag 28 maart op zaterdag 29 maart 2025 heb je op het terras van ons café, terwijl je aan het werk was, een van onze gasten meerdere malen geslagen. Het slachtoffer heeft hierdoor ernstige kneuzingen opgelopen en een gebroken neus. Nadat wij jou hebben gevraagd waarom je dit deed, was jouw antwoord 'dat heeft hij verdiend'. Jouw gedrag heeft grote gevolgen voor o.a. de naam van het café, onze (stam)gasten en personeel/leidinggevenden.
Wij hebben je eerder gewaarschuwd dat dergelijk gedrag niet getolereerd kan worden. Desondanks heb je je wederom schuldig gemaakt aan bovengenoemd gedrag. Daarom hebben wij jouw dienstverband op vrijdag 28 maart 2025 met onmiddellijke ingang beëindigd.
We hebben je dit al mondeling meegedeeld op 28 maart 2025, waarna je je sleutel hebt ingeleverd. Om zeker te stellen dat je dit schrijven ontvangt, hebben wij het zowel per mail als per aangetekende post aan je verzonden.
2.3.
Op 17 april 2025 stuurt [verweerder] nog een toelichting op het ontslag op staande voet nadat [verzoeker] bezwaar heeft gemaakt tegen het ontslag. Uit deze brief wordt geciteerd:
Beste [naam 2] , als reactie op jouw bezwaar, sturen wij jou deze brief.
Je geeft aan dat het ontslag volledig onverwacht is en je het niet eens bent met de beslissing. Je geeft aan dat je als barkeeper hebt geprobeerd de situatie onder controle te krijgen en jouw ingrijpen gericht was op het waarborgen van de veiligheid en je geen onnodig geweld hebt gebruikt. Ook geef je aan dat het slachtoffer eerder al voor onrust heeft gezorgd. Wij zijn het met alle bovenstaande argumenten niet eens.
Middels camerabeelden en meerdere getuigen is bevestigd dat de situatie door jou onnodig is
geëscaleerd. Jij sloeg het slachtoffer uit het niets, nadat hij met een van jouw vrienden een
woorden wisseling had, waarvan het slachtoffer juist weg probeerde te lopen nadat hij flink hard weggeduwd werd. Daarnaast is het in elkaar slaan van een gast nooit de juiste manier om een situatie onder controle te krijgen en heeft het juist gezorgd voor een onveilige situatie, waarbij meerdere gasten onnodig betrokken werden.
Wij zijn van mening dat de situatie inderdaad complex is, maar dat het een vreemde uiting is om te zeggen dat je je niet vrij voelt om jouw werk goed te doen, doordat de partner van [naam 3] aanwezig is en hierbij betrokken werd. Vooral omdat het jouw beste vriend betreft die gezorgd heeft voor het starten van deze onnodige situatie. Een groot deel van onze gasten zijn gerelateerd aan ons en onze medewerkers en hierover zijn nooit issues geweest.
We begrijpen dat je je wellicht niet eerlijk gehoord voelde. Misschien komt dat doordat je [naam 3] boos opbelde om te zeggen dat haar vriend het had verdiend en jullie nogal trots leken op het resultaat en de mishandeling met minstens 3 man op 1 persoon. Je uitte dit niet alleen op straat, maar ook aan de telefoon. Op de camerabeelden binnen is te zien dat jouw vriend naar binnen liep na het gevecht, met de armen juichend omhoog.
Je geeft aan dat er getuigen en camerabeelden zijn die jouw kant van het verhaal bevestigen. Wij hebben camerabeelden gezien, we waren er zelf bij en hebben meerdere getuigen gesproken, waaronder jouw eigen vrienden, die bevestigen dat jij het gevecht uit het niets bent begonnen en dat je hebt verklaard dat het voor jou om persoonlijke redenen ging; omdat je opkwam voor een vriend die is ontslagen bij het slachtoffer. Je hebt verteld aan meerdere mensen dat hij het heeft verdiend en het had niets te maken met de veiligheid van onze gasten of ons personeel.
Juist omdat wij altijd een goede werk- en privérelatie hebben gehad en omdat je verder goed
functioneerde, doet het ons ook heel veel. Vooral omdat het de partner van [naam 3] betreft,
begrijpen wij niet datje alles op het spel zette met deze actie. Een opstaande voet ontslag is een heel terechte keuze, los van jouw verdere functioneren is hetgeen dat jij hebt gedaan
onacceptabel en totaal niet gepast.
Wij zijn bereid om met jou hierover in gesprek te gaan samen met een onpartijdige derde partij, zodat je alsnog jouw kant van het verhaal kan vertellen. Maar wij zijn niet bereid om te komen tot een oplossing of een bemiddeling. Onze keuze is definitief; wij willen jou niet meer als medewerker en ook niet meer als gast zien in [bedrijf] .
2.4.
De gemachtigde van [verzoeker] meldt zich per brief van 22 mei 2025 bij [verweerder] . Uit deze brief wordt geciteerd:
Cliënt heeft zich namelijk consequent welwillend, kwetsbaar en oplossingsgericht jegens u opgesteld. In uw laatste brief geeft u daarentegen aan dat u onder geen beding het ontslag zult intrekken. Met deze brief krijgt u een laatste kans om binnen 48 uur na dagtekening van
deze brief het ontslag in te trekken.
U beschuldigt cliënt van het plegen van mishandeling van de partner van één van de vennoten van de werkgever. Die beschuldiging en daarmee ook het ontslag is ten onrechte.
Cliënt is juist het slachtoffer van het geweld van [naam 4] , de partner van [naam 3] . [naam 4] ontkent het maar cliënt geeft aan dat [naam 4] ook die nacht onder de invloed van drugs en alcohol uiterst agressief was in de kroeg, ook jegens de klanten. Cliënt is blij dat hij levend aan het geweld van [naam 4] is kunnen ontkomen toen hij in een hoek werd gedreven. Cliënt heeft een tik gegeven aan [naam 4] om te kunnen vluchten en kan van geluk spreken dat die ene tik voldoende was om te kunnen vluchten. De tik heeft cliënt in een
reflex gegeven nadat hij eerst werd aangevallen door [naam 4] . Nadat cliënt daarna binnen in het café is gevlucht is [naam 4] buiten agressief blijven handelen jegens klanten en omstanders. Ook bleek dat [naam 4] zich agressief gedroeg voordat hij naar buiten ging om cliënt aldaar aan te vallen. De politie is gebeld als gevolg van het agressief gedrag van [naam 4] . Juist om geen escalatie te veroorzaken heeft cliënt geen aangifte gedaan. Dit is slechts een samenvatting van wat er die avond is gebeurd. Aan cliënt kan geen verwijt worden gemaakt.
2.5.
Per brief van 23 mei 2025 reageert [verweerder] , hieruit wordt geciteerd:
Toelichting op ontslag op staande voetDe heer [verzoeker] is op staande voet ontslagen wegens ernstig verwijtbaar gedrag. Concreet heeft hij tijdens werktijd, op de werkvloer, fysiek geweld gebruikt jegens een van onze gasten. De heer [verzoeker] heeft erkend dat hij het initiatief heeft genomen tot deze geweldsuitbarsting. Hij gaf aan dat het slachtoffer dit volgens hem “verdiende”.
De fysieke mishandeling was dermate ernstig dat het slachtoffer letsel opliep, waaronder een
gebroken neus, gekneusde ribben en een blauwoog. Het slachtoffer zelf heeft geen fysiek
geweld gebruikt. Camerabeelden, getuigenverklaringen en foto’s ondersteunen het bovenstaande relaas.
Wij hebben de heer [verzoeker] direct op staande voet ontslagen. Hij heeft aansluitend op dezelfde
nacht zijn sleutel ingeleverd.
Onjuiste voorstelling van zaken
De weergave van de situatie in uw schrijven komt niet overeen met de werkelijkheid. Het slachtoffer heeft geen onrust veroorzaakt op de bewuste avond. Dit blijkt uit camerabeelden en verklaringen van aanwezigen, waaronder zijn gezelschap en andere gasten. De heer [verzoeker] heeft voorafgaand aan het incident geen melding gemaakt, bij zijn leidinggevende, van enige vorm van onveiligheid of onrust veroorzaakt door het slachtoffer.
Geen aangifte door slachtoffer
Het slachtoffer heeft ervoor gekozen geen aangifte te doen tegen de heer [verzoeker] , ondanks het
ernstige letsel dat hij opliep. Dit besluit is genomen na afweging van de mogelijke consequenties voor de heer [verzoeker] , mede in het licht van diens strafrechtelijk verleden, alsook de impact op het café en de gasten.
2.6.
Partijen komen hierna niet tot onderlinge overeenstemming.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
GSBB q.q. verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en [verweerder] te veroordelen tot doorbetaling van loon en betaling van het achterstallige salaris over de maand mei 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten en [verweerder] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Volgens GSBB q.q. is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. GSBB q.q. voert aan dat [verweerder] geen dringende reden had om [verzoeker] op staande voet te ontslaan. Volgens hem is het incident anders gelopen dan door haar gesteld. Hij heeft enkel uit zelfverdediging gehandeld. Het was de partner van [naam 3] (hierna: [naam 5] ) die zich agressief gedroeg tegen, voornamelijk, zijn vriend [naam 6] . [verzoeker] heeft [naam 5] , toen hij betrokken raakte en in een hoek werd gedreven, enkel afgeweerd en in een reflex geslagen of ‘een tik’ gegeven. De verwondingen aan het gezicht heeft [naam 5] opgelopen in gevecht met andere klanten die hij die avond lastig viel. Hiermee heeft [verzoeker] niets te maken. Nu hij enkel heeft geprobeerd zichzelf te verdedigen kan hem niets verweten worden en ook geen dringende reden opleveren voor ontslag op staande voet.
3.3.
[verweerder] voert verweer en stelt dat [verzoeker] (preliminair) niet-ontvankelijk moet worden verklaard, dan wel dat de verzoeken van GSBB q.q. moet worden afgewezen, met veroordeling van GSBB q.q. in de gefixeerde schadevergoeding voor een bedrag van € 1.710,87 en de proceskosten. Daarnaast verzoekt zij voorwaardelijk, in het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd, om een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst per 1 april 2025 van rechtswege is geëindigd, dan wel om ontbinding op de e-, g-, of i-grond, zonder het recht op enige vergoeding, maar met betaling door GSBB q.q. van een vergoeding van € 1.710,87 en de proceskosten.
3.4.
[verweerder] heeft een andere lezing van wat er die avond/nacht is gebeurd. Zij stelt dat een goede vriend van [verzoeker] , [naam 6] die avond in of om het café was en voor onrust zorgde, met name in de richting van [naam 5] die ook de hele avond aanwezig was. Waarschijnlijk kwam deze onrust voort uit de beëindigde samenwerking door [naam 5] met [naam 6] , aldus [verweerder] . De situatie escaleerde buiten door [naam 6] richting [naam 5] , waarna [verzoeker] , uit het niets, [naam 5] een klap heeft gegeven en daarmee doorging, samen met [naam 6] en een andere vriend. De situatie is door omstanders gede-escaleerd. [naam 7] heeft [verzoeker] daarop namens [verweerder] direct ontslag op staande voet gegeven. [verzoeker] is na enige tijd vertrokken, maar heeft in een van de telefoongesprekken met [naam 3] van die nacht gezegd dat [naam 5] het had verdiend.
Het enkele feit dat [verzoeker] als werknemer een bezoeker van het café een klap of tik heeft gegeven is volgens [verweerder] voldoende dringende reden voor een ontslag op staande voet. Juist [verzoeker] had als medewerker van het café de situatie moeten de-escaleren en de situatie bij zijn leidinggevende moeten melden in plaats van zichzelf te mengen in de ruzie, nog daargelaten dat het geweld tegen de partner van [naam 3] was gericht.
3.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

4.De beoordeling van het verzoek

[verzoeker] staat onder bewind
4.1.
[verweerder] heeft zich preliminair op het standpunt gesteld dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is nu hij zelf deze procedure is gestart, terwijl hij onder bewind staat en daarom niet zelf partij kan zijn in deze procedure. Ter zitting is mr. Coskun, de gemachtigde van [verzoeker] , naar deze situatie gevraagd. Hij heeft verklaard dat de bewindvoerder van [verzoeker] achter deze procedure staat en daarvan een verklaring/machtiging zal overleggen.
4.2.
Per brief van 4 september 2025 heeft de bewindvoerder [naam 1] van GSBB gemeld dat hij alle volmacht(en) verleend om deze procedure namens [verzoeker] te voeren.
4.3.
Het verzoekschrift is ingediend op naam van [verzoeker] en vast staat dat reeds toen het vermogen van [verzoeker] onder bewind was gesteld. Bewind heeft tot gevolg dat [verzoeker] met betrekking tot zijn vermogen niet zelf als verzoekende of verwerende partij in rechte kan optreden.
4.4.
Door de Hoge Raad is in zijn uitspraak van 7 maart 2014 [1] in een huurzaak bepaald dat het de bewindvoerder is die in een eventueel geding over een onder bewind gesteld goed dient op te treden als formele procespartij ten behoeve van de rechthebbende. Het Gerechtshof te Den Haag heeft in zijn uitspraak van 20 maart 2018 [2] bepaald dat dit ook geldt in een arbeidszaak, omdat de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende rechten van de werknemer (loon etc.) zijn aan te merken als goederen in de zin van artikel 1:431 lid 1 BW. Volgens het hof dient daarom de bewindvoerder op te treden ten behoeve van de rechthebbende als formele procespartij in een arbeidszaak.
4.5.
De kantonrechter verstaat het schrijven van de bewindvoerder van 4 september 2025 als het aanbod om alsnog de procedure als verzoekende partij in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [verzoeker] over te nemen. Ondanks dat de bewindvoerder zich zo laat pas in de procedure heeft gemeld, is niet gebleken dat [verweerder] hierdoor op enige wijze in haar processuele belangen wordt geschaad. Om die reden beslist de kantonrechter dat GSBB q.q. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [verzoeker] als verzoekende (formele) procespartij zal worden aangemerkt. Daarnaast zal [verzoeker] niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat hij niet procesbevoegd is.
Geldig ontslag op staande voet – dringende reden
4.6.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of [verweerder] moet worden veroordeeld tot betaling van loon.
4.7.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
4.8.
Op grond van het bepaalde in artikel 7:677 lid 1 BW is iedere partij bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Het ontslag moet dus ‘onverwijld’ zijn gegeven, er moet sprake zijn van een dringende reden voor het ontslag en die reden moet ook ‘onverwijld’ zijn meegedeeld.
4.9.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of hier sprake was voor een dringende reden voor ontslag. Overwogen wordt dat een ontslag op staande voet een ultimum remedium is dat, gelet op de verstrekkende gevolgen ervan, slechts bij uitzondering mag worden gegeven. Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Op [verweerder] rust de stelplicht en bewijslast van het bestaan en de dringendheid van de ontslagreden, nu zij [verzoeker] op staande voet heeft ontslagen.
4.10.
Uit de processtukken en de verklaringen van partijen kan in elk geval worden vastgesteld dat [verzoeker] in de nacht van 28 op 29 maart 2025 aan [naam 5] een klap of tik heeft gegeven, althans enige mate van fysiek geweld richting [naam 5] heeft gebruikt.
Die gedraging, tijdens werk in de richting van een bezoeker van het café waar hij werkt, is op zichzelf een dringende reden voor ontslag.
GSBB q.q. voert vervolgens aan dat [verzoeker] uit zelfverdediging heeft gehandeld omdat hij werd aangevallen door [naam 5] , dan wel door hem in een hoek werd gedreven waardoor hij uit reflex heeft geslagen en niet anders kon om zichzelf in veiligheid te brengen. Voor deze verklaring van [verzoeker] is echter geen enkele nadere onderbouwing gegeven en deze verklaring staat haaks op de verklaringen van [naam 3] en de heer [naam 5] en ook haaks op de door [verweerder] gegeven (en door GSBB q.q. niet betwiste) beschrijving van de feitelijke situatie ter plaatse waarin het - kort gezegd - niet mogelijk is om in een hoek gedreven te worden. GSBB q.q. biedt ter zitting bewijs aan door het horen van getuigen, maar hieraan wordt voorbij gegaan. De door [verweerder] aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zijn met de voornoemde verklaringen van [naam 3] en [naam 5] voldoende onderbouwd. De verklaringen zijn bovendien aannemelijk nu deze gedetailleerd en eenduidig vertellen hoe de avond is gelopen en de situatie is ontstaan. Het lag op de weg van GSBB q.q. zijn betwisting voldoende te onderbouwen. GSBB q.q. heeft daarvoor bij dagvaarding en in aanloop naar de mondelinge behandeling voldoende gelegenheid gehad, bijvoorbeeld door verklaringen van de personen die hij in dit verband heeft genoemd op te vragen en over te leggen. GSBB q.q. heeft dit nagelaten en de gestelde gang van zaken daarmee onvoldoende gemotiveerd betwist, terwijl hij hiervoor wel gelegenheid heeft gehad. Om die reden wordt aan het bewijsaanbod voorbij gegaan.
4.11.
Voor zover mede is beoogd de onverwijldheid van het ontslag te bestrijden, wordt dit gepasseerd. Het voorval heeft zich voorgedaan op 28 maart 2025 en het ontslag is [verzoeker] direct daarna gegeven en meegedeeld.
4.12.
Aan alle overige stellingen van GSBB q.q. wordt voorbij gegaan nu deze het oordeel dat sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet niet anders kunnen maken. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek van GSBB q.q. tot vernietiging van het ontslag op staande voet afgewezen.
Gefixeerde schadevergoeding
4.13.
Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven heeft [verweerder] recht op de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 en 3 BW, deze heeft zij berekend op een bedrag van € 1.710,87 en dat is door [verzoeker] niet inhoudelijk betwist, reden waarom deze wordt toegewezen.
Voorwaardelijke tegenverzoeken
4.14.
Op de voorwaardelijke tegenverzoek van [verweerder] hoeft niet te worden beslist, omdat de voorwaarde waaronder [verweerder] dat verzoek heeft gedaan, niet is vervuld.
Proceskosten
4.15.
De proceskosten komen voor rekening van GSBB q.q., omdat hij ongelijk. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoeken,
5.2.
wijst het verzoek van GSBB q.q. af,
5.3.
veroordeelt GSBB q.q. tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding van € 1.710,87, te betalen binnen acht dagen na de betekening van deze beschikking,
5.4.
veroordeelt GSBB q.q. in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als GSBB q.q. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [3] .
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af,
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2025.
32548 / 53331

Voetnoten

3.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.