ECLI:NL:RBGEL:2025:10302
Rechtbank Gelderland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over verwijdering of ophokplicht van kraaiende haan
In deze zaak vorderen de eisers dat de rechtbank verklaart dat het kraaien van de hanen onrechtmatige hinder veroorzaakt en dat de gedaagden worden veroordeeld om de hanen te verwijderen of op te hokken. De gedaagden stellen dat de kantonrechter bevoegd is omdat de waarde van de vordering minder dan € 25.000 bedraagt, gebaseerd op de kosten van een haan.
De rechtbank overweegt dat de vordering van onbepaalde waarde is vanwege het immateriële karakter van de hinder die niet in geld kan worden uitgedrukt. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat de waarde van de vordering lager is dan € 25.000. Daarom is de handelsrechter bevoegd en wordt het beroep op de kantonrechter afgewezen.
De gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten van € 614,00. De hoofdzaak wordt aangehouden en verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling. Alle overige beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op onbevoegdheid af en verklaart de handelsrechter bevoegd.