AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing aanvraag eenmalig bedrag ouderen Surinaamse herkomst door nabestaande
Eiseres, als nabestaande en enig erfgenaam van haar overleden echtgenoot, diende een aanvraag in voor het eenmalige bedrag op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst. De SVB wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de SVB ten onrechte inhoudelijk op het bezwaar is ingegaan, omdat eiseres geen belanghebbende is en de aanvraag niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
De rechtbank analyseert de systematiek, het doel en de parlementaire geschiedenis van het Tijdelijk besluit en concludeert dat het eenmalige bedrag een persoonlijk recht is dat alleen door de oudere zelf kan worden uitgeoefend, mits deze op 1 juni 2024, de datum van inwerkingtreding, in leven was. Omdat de echtgenoot van eiseres vóór die datum was overleden, kon hij geen aanspraak maken en kan eiseres als nabestaande dat ook niet.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. De SVB wordt verplicht het griffierecht aan eiseres te vergoeden. Er wordt geen inhoudelijk oordeel gegeven over de vraag of aan de voorwaarden van het Tijdelijk besluit zou zijn voldaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Voetnoten
1.Staatsblad 2023, 386.
2.Zie de Nota van Toelichting, p. 5.
3.Voor een meer uitgebreid schets van de voorgeschiedenis, inclusief verwijzing naar onder meer het rapport Adviescommissie Onverplichte tegemoetkoming ouderen van Surinaamse herkomst (Commissie Sylvester) van 1 juli 2021, Kamerstukken II 2020/21, 20361, nr. 197, bijlage 989935 en de voorlichting van de Raad van State van 20 oktober 2021, Kamerstukken II 2021/22, 20361, nr. 201, bijlage 1003066, verwijst de rechtbank naar de Nota van Toelichting, p. 5 en p. 6.
4.Nota van Toelichting, p. 7.
5.Zie ook Nota van Toelichting p. 8 en p. 9 onder “Doelgroep van het gebaar en voorwaarden”.
6.Zie Nota van Toelichting p. 10 en 11 onder “Toekenningsproces”.
7.Nota van Toelichting. p. 14.
8.Kamerstukken II, 2022/23, 20 361, nr. 220, p. 33.
9.Daargelaten of aan de inhoudelijke voorwaarden zou zijn voldaan.
10.Zie 7.5.1. en zie Nota van Toelichting, Staatsblad 2023, 386, p. 10 en p. 11 ‘Toekenningsproces’ en p. 13 en p. 14 ‘Uitvoeringstoets SVB’.
11.Overigens heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting bevestigd dat eiseres voor haarzelf een tegemoetkoming op grond van het Tijdelijk besluit heeft ontvangen.