ECLI:NL:RBGEL:2025:10308

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
AWB 24/6697
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27c Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 231, eerste lid, Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep WOZ/aanslag OZB wegens ontbreken procesbelang

Belanghebbende is eigenaar van een woning die op 1 januari 2023 is gewaardeerd op €602.000 voor de WOZ en waarop een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) is opgelegd door de gemeente Epe voor 2024. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat ongegrond werd verklaard door de heffingsambtenaar. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Gelderland.

Tijdens de zitting op 14 november 2025 werd het beroep behandeld. Belanghebbende voerde aan dat hij zijn woning als “have” aanduidde en niet als onroerende zaak, waarmee hij een ander doel nastreefde dan de belastingheffing. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende erkende dat de woning juridisch een onroerende zaak is en dat het beroep niet gericht was op het aanvechten van de WOZ-waarde of aanslag, maar op een ander onderwerp.

Daarom ontbrak het aan procesbelang en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ging niet inhoudelijk in op de beroepsgronden. De WOZ-beschikking en aanslag blijven ongewijzigd. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak werd gedaan door rechter L.Y. Gramsbergen op 1 december 2025.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/6697

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025

in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van Tribuut, de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 april 2024.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning plaatselijk bekend als [locatie] te [plaats] de op 1 januari 2023 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 602.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag onroerendezaakbelastingen van de gemeente Epe voor het jaar 2024 opgelegd (de aanslag).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, vergezeld door zijn partner, en namens de heffingsambtenaar [persoon A] en [persoon B].
Een zitting in belastingzaken vindt in beginsel achter gesloten deuren plaats. [1] Belanghebbende heeft verzocht om aanwezigheid van een journalist van [naam krant] op de zitting. De heffingsambtenaar en de rechtbank hebben belanghebbende gewezen op zijn belangen bij een gesloten behandeling. Omdat de heffingsambtenaar geen andere belangen naar voren heeft gebracht en belanghebbende heeft vastgehouden aan zijn verzoek, is de journalist toegelaten tot de zitting.

Feiten

1. Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is op 25 juli 2005 aan belanghebbende geleverd. De woning is in de akte van levering omschreven als een vrijstaand woonhuis met aangebouwde stenen garage, ondergrond, tuin en erf.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt allereerst of belanghebbende een belang heeft bij deze procedure. Uitsluitend als belanghebbende ontvankelijk is in zijn beroep komt de rechtbank toe aan de vragen of de heffingsambtenaar de aanslag terecht heeft opgelegd en of de uitspraak op bezwaar voldoende is gemotiveerd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
3. Belanghebbende stelt dat de aanslag moet worden vernietigd, omdat hij de woning aanduidt als “een have” en niet als een onroerende zaak. De vastgestelde WOZ-waarde van de woning is niet in geschil. Ook de Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen van de gemeente Epe voor belastingjaar 2024 is niet in geschil.
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is
.Zij komt daarmee niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
6. Belanghebbende heeft desgevraagd erkend dat de woning in juridische zin een onroerende zaak betreft. Belanghebbende heeft gesteld ‘gebruik te maken van zijn dichterlijke vrijheid’ om de woning als ‘have’ aan te duiden, omdat - kort samengevat - de gemeente volgens belanghebbende raadsvergaderingen in gelijke zin aanduidt als raadsbijeenkomsten met als doel de vergaderingen niet in de openbaarheid te laten plaatsvinden. Wat hier verder ook van zij, het is belanghebbende duidelijk niet te doen om de in beroep betrokken WOZ-beschikking en/of aanslag. Het beroep is daarmee aangewend voor een ander doel dan waartoe deze gegeven is. Het gaat hem immers niet om de belastingheffing te zijnen aanzien. Met zijn betoog kan hij ook niet in een betere belastingpositie komen te verkeren. Hij is daarom niet-ontvankelijk in zijn beroep wegens het ontbreken van procesbelang. Zoals ter zitting ook besproken, staan er belanghebbende andere mogelijkheden ter beschikking om de openbaarheid van raadsvergaderingen en/of de beslotenheid van raadsbijeenkomsten en/of het daar besprokene aan de orde te stellen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de zaak niet inhoudelijk zal behandelen. De WOZ-beschikking en de aanslag blijven in stand. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Y. Gramsbergen, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Roosma, griffier.
Uitgesproken op 1 december 2025
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 27c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet.