Belanghebbende is eigenaar van een woning die op 1 januari 2023 is gewaardeerd op €602.000 voor de WOZ en waarop een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) is opgelegd door de gemeente Epe voor 2024. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat ongegrond werd verklaard door de heffingsambtenaar. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Gelderland.
Tijdens de zitting op 14 november 2025 werd het beroep behandeld. Belanghebbende voerde aan dat hij zijn woning als “have” aanduidde en niet als onroerende zaak, waarmee hij een ander doel nastreefde dan de belastingheffing. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende erkende dat de woning juridisch een onroerende zaak is en dat het beroep niet gericht was op het aanvechten van de WOZ-waarde of aanslag, maar op een ander onderwerp.
Daarom ontbrak het aan procesbelang en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ging niet inhoudelijk in op de beroepsgronden. De WOZ-beschikking en aanslag blijven ongewijzigd. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak werd gedaan door rechter L.Y. Gramsbergen op 1 december 2025.