3.1.[eisers in conv] vordert samengevat, na wijziging van eis, dat de kantonrechter bij vonnis:
primair
1. voor recht zal verklaren dat tussen partijen op 31 mei 2025 een beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen waarbij namens Huis & Tuin door [naam 2] is aangeboden dat de veranda zou worden teruggenomen en de reeds betaalde aanbetaling zou worden terugbetaald aan [eisers in conv] , welk aanbod [eisers in conv] heeft geaccepteerd, zodat de overeenkomst van aanneming van werk per die datum is geëindigd,
subsidiair:
2. voor recht zal verklaren dat de tussen partijen op 1 april 2025 gesloten overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden per 5 juni 2025,
meer subsidiair:
3. de tussen partijen op 1 april 2025 gesloten overeenkomst zal ontbinden,
4. Huis & Tuin zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.500,00 aan G.S. [eisers in conv] aan immateriële schadevergoeding, althans tot betaling van een bedrag van een door de kantonrechter in goede justitie vast te stellen bedrag,
zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:
5. Huis & Tuin zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.357,50, vermeerderd met wettelijke rente,
6. Huis & Tuin zal veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op eigen kosten de veranda te demonteren en af te voeren, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00 en zal bepalen dat, indien Huis & Tuin hieraan geen gehoor geeft, [eisers in conv] gerechtigd is de demontage en afvoer zelf of door een derde uit te laten voeren, waarbij de kosten voor rekening van Huis & Tuin komen, althans dat de veranda in dat geval voor rekening en risico van Huis & Tuin bij [eisers in conv] zal achterblijven,
alsmede Huis & Tuin zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van dis vonnis tot aan de dag van volledige betaling.