Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[verweerder inc 1] ,
2.
[verweerder inc 2],
1.De procedure
- de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak vordert eiser in het incident dat verweerders niet-ontvankelijk worden verklaard omdat zij hun vorderingen niet tegen alle deelgenoten van een gemeenschappelijk goed hebben ingesteld. Volgens eiser dienen alle deelgenoten gezamenlijk op te treden bij beschikkingshandelingen over het onverdeelde perceel op grond van artikel 3:170 BW Pro.
Verweerders verzetten zich tegen deze vordering en betwisten onder meer het bestaan van een huwelijksgemeenschap tussen eiser en zijn echtgenote, die mede-eigenaar is. De rechtbank oordeelt dat de vorderingen deels beschikkingshandelingen betreffen waarvoor gezamenlijke bevoegdheid geldt en dat eiser voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een huwelijksgemeenschap.
De rechtbank wijst de vordering tot niet-ontvankelijkheid af, maar staat toe dat de ontbrekende deelgenoot alsnog als partij wordt opgeroepen binnen een termijn van vier weken. Verweerders worden veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden met een nieuwe rolzitting gepland voor 31 december 2025.
Uitkomst: De vordering tot niet-ontvankelijkverklaring wordt afgewezen en de ontbrekende deelgenoot mag worden opgeroepen.