Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde hoofdzaak 1] ,
[gedaagde hoofdzaak 2],
3.
[gedaagde hoofdzaak 3],
1.De procedure
- de incidentele conclusie inhoudende exceptie van onbevoegdheid
Rechtbank Gelderland
In deze zaak, die zich afspeelt in het civiele recht en insolventierecht, heeft de Rechtbank Gelderland op 26 november 2025 uitspraak gedaan in een incident. De eiser, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van drie bedrijven, heeft vorderingen ingesteld tegen meerdere gedaagden. De rechtbank heeft zich deels onbevoegd verklaard op grond van artikel 93 onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat de vorderingen betrekking hebben op een arbeidsovereenkomst en de kantonrechter bevoegd is. De eiser vorderde onder andere schadevergoeding en vernietiging van onrechtmatige betalingen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vorderingen III tot en met VII, die betrekking hebben op de arbeidsovereenkomst, door de kantonrechter behandeld moeten worden. De rechtbank heeft de zaak voor deze vorderingen verwezen naar de kantonrechter in Apeldoorn. De eiser is veroordeeld in de proceskosten van het incident, omdat hij grotendeels in het ongelijk is gesteld. De zaak zal voor de overige vorderingen op de rol komen van 7 januari 2026 voor conclusie van antwoord door de gedaagde.