Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:10548

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
C/05/455957 / HZ ZA 25-241
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:170 BWArt. 3:171 BWArt. 237 RvArt. 238 lid 2 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking vordering inzake erfdienstbaarheid kleuren woning

Eiser vorderde dat Stichting Woonbelangen 't Isselt een bindend adviseur zou aanwijzen in een geschil over het kleurenschema van de woningen van buren, gebaseerd op een erfdienstbaarheid. Deze vordering heeft eiser ingetrokken, maar handhaafde zijn eis tot veroordeling van 't Isselt in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was in zijn proceskostenvordering, ondanks het verweer van 't Isselt dat sprake zou zijn van een gemeenschap waarvoor alle deelgenoten gezamenlijk hadden moeten procederen. De rechtbank stelde vast dat het hier om een beheersdaad ging die elke deelgenoot zelfstandig kan verrichten.

De rechtbank overwoog dat eiser in beginsel in de proceskosten zou moeten worden veroordeeld omdat hij zijn vordering had ingetrokken. Echter, omdat 't Isselt aan de gevorderde prestatie had voldaan, werd onderzocht of hiervan kon worden afgeweken. De rechtbank concludeerde dat eiser in het ongelijk was gesteld en veroordeelde hem in de proceskosten van 't Isselt.

Er werd geen aanleiding gezien om af te wijken van het liquidatietarief omdat geen sprake was van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. De proceskosten werden begroot op €1.506,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van betekening indien niet tijdig betaald.

Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Stichting Woonbelangen 't Isselt ten bedrage van €1.506,00 met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/455957 / HZ ZA 25-241
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J.A.B.H.M. Willemse,
tegen
STICHTING WOONBELANGEN 'T ISSELT,
te Ulft,
gedaagde partij,
hierna te noemen: 't Isselt,
advocaat: mr. S. Visser.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de akte (gedeeltelijke) intrekking vordering
- de conclusie van antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De omvang van het geschil

2.1.
[eiser] vorderde – samengevat – dat 't Isselt op grond van de geldende erfdienstbaarheid instandhouding kleuren ten aanzien van percelen in Ulft wordt veroordeeld om een bindend adviseur aan te wijzen in een geschil omtrent de geschilderde woning van de buren van [eiser] . Deze vordering heeft [eiser] ingetrokken. [eiser] handhaaft zijn vordering tot veroordeling van 't Isselt in de proceskosten. In deze procedure rest daarom alleen nog de vraag welke partij in de proceskosten dient te worden veroordeeld.
2.2.
[eiser] voert aan dat 't Isselt in de proceskosten moet worden veroordeeld omdat
't Isselt na diverse sommaties en dagvaarding pas op 25 september 2025 een bindend adviseur heeft aangewezen.
2.3. '
t Isselt concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De verdere beoordeling

[eiser] is ontvankelijk
3.1.
Het meest verstrekkende verweer van 't Isselt is dat [eiser] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering. 't Isselt voert daartoe aan dat sprake is van een gemeenschap in de zin van artikel 3:170 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) ten aanzien van de woning van [eiser] . De vorderingen hadden door beide deelgenoten samen in moeten worden gesteld. Nu niet is gebleken dat [eiser] optreedt ten behoeve van de gemeenschap, dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard, aldus 't Isselt.
3.2.
Bij het beheer van een gemeenschap is, zoals volgt uit artikel 3:170 BW Pro en de parlementaire behandeling van dat artikel, uitgangspunt dat dit geschiedt door alle deelgenoten gemeenschappelijk. Verder geldt dat een procederende deelgenoot op grond van artikel 3:171 BW Pro bevoegd is om een rechtsvordering in te stellen ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. De procederende deelgenoot dient in beginsel op straffe van niet-ontvankelijkheid een veroordeling te vragen voor de gezamenlijke deelgenoten, maar in dit geval is sprake van een beheersdaad die elke deelgenoot zelfstandig kan verrichten. [eiser] is dus ontvankelijk.
[eiser] zal worden veroordeeld in de proceskosten
3.3.
Op grond van artikel 237 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten veroordeeld. In beginsel moet [eiser] , als de partij die de vordering heeft ingetrokken, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van 't Isselt. [eiser] heeft zijn vordering ingetrokken omdat
't Isselt heeft voldaan aan hetgeen [eiser] heeft gevorderd. In die omstandigheid ziet de rechtbank aanleiding om te onderzoeken of in dit geval van het voornoemde beginsel dient te worden afgeweken.
3.4.
De rechtbank acht bij haar beoordeling over wie in dit geval heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij, het volgende van belang. De buren van [eiser] hebben hun woning in andere kleuren geschilderd dan het oorspronkelijke kleurenschema. Op grond van een op de percelen van [eiser] en zijn buren gevestigde erfdienstbaarheid is het verboden om de gevel van de woning in een ander kleurenschema te schilderen, tenzij de eigenaren van de heersende en dienende erven tezamen een nieuw kleurenschema vaststellen. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, kan de meest gerede partij zich wenden tot de voorzitter van 't Isselt met het verzoek een bindend adviseur aan te wijzen die een nieuw kleurenschema vaststelt of het oude kleurenschema handhaaft. 't Isselt heeft gemotiveerd aangevoerd dat er op grond van de erfdienstbaarheid geen rechtsplicht voor haar bestaat om een bindend adviseur aan te wijzen, zodat de vordering van [eiser] voor afwijzing gereed lag. [eiser] zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van 't Isselt.
Geen afwijking van het liquidatietarief
3.5. '
t Isselt verzoekt de rechtbank om bij de vaststelling van de proceskosten er rekening mee te houden dat [eiser] 't Isselt onnodig op hoge kosten heeft gejaagd. Ingevolge
artikel 238 lid 2 Rv Pro worden onder de proceskosten verstaan de verschotten en het salaris van de gemachtigde van de wederpartij. Het salaris wordt bepaald aan de hand van vastgestelde tarieven. De rechtbank is niet aan die tarieven gebonden, maar zal daar slechts in uitzonderlijke gevallen van afwijken, bijvoorbeeld wanneer sprake is van misbruik van procesbevoegdheid dan wel onrechtmatig handelen door het instellen van de vorderingen.
3.6.
De rechtbank stelt voorop dat van misbruik van procesbevoegdheid dan wel onrechtmatig handelen sprake is als [eiser] het instellen van zijn vorderingen, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van 't Isselt achterwege had moeten laten. Daarvan kan pas sprake zijn als [eiser] zijn vordering heeft gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. De rechtbank moet terughoudend zijn met het aannemen van misbruik van procesrecht, gelet op de door artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gewaarborgde toegang tot de rechter (ECLI:NL:HR:2012:BV7828). De rechtbank is van oordeel dat de hoge drempel van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen in dit geval niet is gehaald, zodat zij niet zal afwijken van de geldende liquidatietarieven.
3.7.
De slotsom luidt dat [eiser] in het ongelijk is gesteld en daarom de proceskosten (inclusief nakosten) moet betalen. De proceskosten van 't Isselt worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
614,00
(1 punt × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.506,00

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van 't Isselt ten bedrage van € 1.506,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op
3 december 2025.
JV/KH