ECLI:NL:RBGEL:2025:10549

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
C/05/449459 / JE RK 25-335
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in het kader van de jeugdzorg

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Gelderland op 25 november 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 30 januari 2026, na een zorgvuldige afweging van de belangen van het kind en de mogelijkheden van de ouders. De kinderrechter heeft in zijn beoordeling verwezen naar de Richtlijn Uithuisplaatsing en terugplaatsing, waarin het belang van een duidelijk plan voor terugplaatsing en het behoud van contact tussen ouder en kind wordt benadrukt. De ouders hebben verweer gevoerd tegen de verlenging van de uithuisplaatsing en hebben verzocht om een plan voor terugplaatsing. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er nog onvoldoende zicht is op de opvoedvaardigheden van de ouders en dat de omgang met [minderjarige] moet worden uitgebreid om de ouders een eerlijke kans te geven. De kinderrechter heeft ook aangegeven dat er frequentere omgang tussen de ouders en [minderjarige] moet plaatsvinden, en dat er een herstelgesprek moet komen tussen de ouders en de gezinshuisouders om de samenwerking te verbeteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/449459 / JE RK 25-335
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] , en
[naam vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
hierna gezamenlijk: de ouders,
advocaat mr. F. Pool te Rotterdam.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de verdere beoordeling:
  • de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 24 juli 2025;
  • het bericht van mr. Pool van 10 november 2025;
  • de brief van de GI van 18 november 2025 met bijlagen;
  • de brief van mr. Pool van 19 november 2025 met productie 6 tot en met 9.
1.2.
De zitting met gesloten deuren is voortgezet op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de ouders met mr. M.S. Krol, advocaat te Rotterdam, waarnemend voor mr. F. Pool;
  • een vertegenwoordigster van de GI.
Mevrouw [naam] , een begeleider van de moeder van Altijd Iemand in de Buurt, heeft de zitting als toehoorder bijgewoond.

2.Nadere standpunten

2.1.
De GI heeft het verzoek gehandhaafd. De hulpverlening van Helderzorg voor de opvoedondersteuning is op dit moment twaalf weken betrokken. De GI is van mening dat deze periode nog te kort is om de pedagogische vaardigheden van de ouders volledig in kaart te brengen. Een verlenging van de machtiging uithuisplaatsing is nodig om de zorg voor [minderjarige] te kunnen continueren en haar ontwikkeling veilig te stellen totdat er meer bekend is over de pedagogische vaardigheden en de mogelijkheden van de ouders. Tijdens de zitting heeft de GI aangegeven dat het doel nog steeds is om terug te werken naar een plaatsing van [minderjarige] thuis bij de ouders. De komende periode zal met opvoedondersteuning meer zicht komen op de situatie, zodat het perspectief van [minderjarige] kan worden beoordeeld.
2.2.
De ouders voeren verweer en verzoeken primair het verzoek af te wijzen, waarbij [minderjarige] terug thuis kan worden geplaatst met 24-uurs toezicht. Subsidiair verzoeken de ouders dat er de aankomende periode een duidelijk plan voor de terugplaatsing wordt gemaakt, zodat de ouders weten wat er moet gebeuren. De ouders hebben om financiële redenen niet de kans gehad om thuis met 24-uurszorg voor [minderjarige] te zorgen, terwijl dit oorspronkelijk wel het plan was. De hechtingsproblematiek is ontstaan nadat [minderjarige] in de zomer drie weken in een ander pleeggezin heeft verbleven. Dat [minderjarige] daarna ander gedrag vertoont, is niet meer dan logisch. De ouders hebben op dit moment drie uur per week omgang met [minderjarige] . Dat is te beperkt om te kunnen laten zien dat de ouders de opvoeding aankunnen. Het is dan ook belangrijk dat de omgang wordt uitgebreid. De ouders moeten een eerlijke kans krijgen. De ouders accepteren hulp en willen heel graag. Omdat er nu geen duidelijk plan ligt, weten zij niet waar ze aan toe zijn en wanneer de situatie voor [minderjarige] goed genoeg is.

3.De beoordeling

3.1.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 24 juli 2025 de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot
8 december 2025. De kinderrechter heeft het overige deel van het verzoek aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
3.2.
De kinderrechter moet nu een beslissing nemen op het resterende deel van het verzoek van de GI, dat ziet op een machtiging uithuisplaatsing van 8 december 2025 tot 30 januari 2026 (afloop van de ondertoezichtstelling). Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. [1] Sinds de vorige zitting is er opvoedondersteuning door Helderzorg ingezet om meer duidelijkheid te krijgen over de opvoedvaardigheden en de mogelijkheden van de ouders. De omgang is in deze periode uitgebreid naar een wekelijks omgangsmoment van drie uur. Uit de omgangsverslagen is gebleken dat de ouders erg hun best doen en de adviezen van de hulpverleners oppakken. De afgelopen periode was de omgang - vanwege het werk van de moeder - van 13.00 uur tot 16.00 uur, waardoor [minderjarige] een deel van haar middagslaapje miste. Gebleken is dat deze omgang daardoor te veel van [minderjarige] vroeg. Na terugkomst in het gezinshuis was [minderjarige] vanwege oververmoeidheid regelmatig overstuur en sliep zij slecht. Om die reden is het tijdstip van de omgang weer verplaatst naar de ochtend van 9.00 uur tot 12.00 uur, zodat zij tijdig in het gezinshuis is voor haar middagslaapje. De omgangsregeling zal geëvalueerd worden op 3 december 2025.
3.3.
De kinderrechter is van oordeel dat er op dit moment nog onvoldoende zicht is op de opvoedsituatie en mogelijkheden van de ouders. De kinderrechter ziet dat de ouders heel erg hun best doen en dat zij de hulpverlening aanvaarden. Voor [minderjarige] is het echter van belang dat heel zorgvuldig gekeken wordt of de ouders haar kunnen bieden wat zij nodig heeft en of, en zo ja onder welke voorwaarden, zij terug geplaatst kan worden naar huis. [minderjarige] heeft immers in haar korte leven al veel meegemaakt, zo heeft zij bijvoorbeeld al op verschillende plekken verbleven. Hierdoor is zij extra kwetsbaar. Op zitting is duidelijk geworden dat het doel nog altijd is om [minderjarige] terug te plaatsen bij de ouders. De kinderrechter vindt het evenals (de advocaat van) ouders van belang dat de aankomende periode een duidelijk plan wordt gemaakt wat en welke hulpverlening er nodig is om toe te kunnen werken aan een thuisplaatsing en wat de ouders concreet moeten doen. Het is van belang dat dit plan schriftelijk wordt vastgelegd, zodat de ouders dit, eventueel samen met hun hulpverleners, kunnen teruglezen. De kinderrechter verwijst hierbij naar de Richtlijn Uithuisplaatsing en terugplaatsing waarin staat dat een plan opgesteld moet worden waarin staat wat ervoor nodig is om een kind terug te plaatsen en op welke termijn. In die richtlijn staat ook beschreven dat ingezet moet worden op het behoud en herstel van het contact tussen ouder en kind en dat het goed is als het kind en de ouders nauw contact met elkaar onderhouden om een terugplaatsing te bevorderen. Nu de omgang van het tijdstip is verplaatst, kan ook gekeken worden hoe [minderjarige] op de omgangsmomenten reageert en kan dit in het plan worden meegenomen. Mocht dit niet goed verlopen, dan is het van belang dat aan de ouders (eventueel via hun advocaat) schriftelijk wordt teruggekoppeld wat er niet goed verloopt en waar de ouders concreet aan kunnen werken om de omgang voor [minderjarige] beter te kunnen laten verlopen. De GI heeft tijdens de zitting ook aangegeven dat zij een duidelijke planning wil maken waarbij zij eenmaal per maand samen met de ouders in gesprek gaat.
3.4.
Om goed zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden en mogelijkheden van de ouders is het van belang dat er op frequente basis omgang zal zijn tussen de ouders en [minderjarige] . De kinderrechter geeft de GI dan ook mee, zoals in de vorige beschikking ook is overwogen, dat gekeken kan worden of de omgang frequenter kan plaatsvinden, zoals twee keer per week. Hierbij is het belang van [minderjarige] en wat zij aankan leidend. Bij de tijdstippen is het belangrijk dat wordt aangesloten bij het dagelijks ritme van [minderjarige] , zodat zij geen slaap mist aangezien dat van invloed is op haar gedrag/welzijn en hele dagritme na de omgangsmomenten.
3.5.
Daarnaast acht de kinderrechter het van belang dat in de aankomende periode het herstelgesprek plaatsvindt tussen de ouders en de gezinshuisouders. Op dit moment is er veel wantrouwen wat een goede samenwerking in de weg staat. De ouders hebben tijdens de zitting bepaalde zorgen geuit en de kinderrechter acht het van belang dat zij dit in een gesprek met de gezinshuisouders kunnen delen. Op die manier kan er een betere samenwerking ontstaan wat in het belang van [minderjarige] is. De ouders hebben aangegeven open te staan voor zo’n gesprek.
3.6.
De kinderrechter wijst gelet op het voorgaande het resterende deel van het verzoek toe. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 januari 2026;
4.2.
verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.S.M. Bak, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van
mr. E.M. Beumer als griffier en in het openbaar mondeling uitgesproken op 25 november 2025 en op schrift gesteld op 9 december 2025.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.