Uitspraak
[bedrijf 1] ,IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE (TOEKOMSTIGE) GOEDEREN VAN
[rechthebbende],
1.De procedure
2.De feiten
13 september 2024 ontbonden is en de ontruiming van de woning heeft gevorderd.
“De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals Woonzorg Nederland vordert. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen er hoger beroep tegen instelt. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere neemt.”
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
11 juni 2025 hoger beroep heeft ingesteld. Uitgangspunt is dat een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard direct ten uitvoer kan worden gelegd zonder dat de uitkomst van het hoger beroep hoeft te worden afgewacht. De kantonrechter heeft het vonnis van 11 juni 2025 uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Omdat deze beslissing niet (expliciet) is gemotiveerd, zoals door de bewindvoerder terecht is gesteld, kan afwijking van het hiervoor genoemde uitgangspunt worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de bewindvoerder bij behoud van de bestaande toestand, zolang niet op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling heeft verkregen (HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). De gedachte hierachter is onder meer dat moet worden aangenomen dat nog geen belangenafweging heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter in het executiegeschil dient deze afweging daarom alsnog te maken. Hierbij moet worden uitgegaan van de inhoud van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende hoger beroep moet buiten beschouwing worden gelaten. Wel kan de voorzieningenrechter in zijn oordeelsvorming betrekken of het ten uitvoer te leggen vonnis berust op een kennelijke (feitelijke of juridische) misslag.