De zaak betreft een huurkoopovereenkomst gesloten op 31 mei 2022 voor een BMW 2-Serie Gran Tourer met een looptijd van 72 maanden en een totale leaseprijs van €30.310,32. De gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming door het niet tijdig betalen van leasetermijnen, ondanks sommatie op 14 en 29 januari 2025.
De eiseres heeft de overeenkomst ontbonden op 7 maart 2025 en vordert onder meer de afgifte van de auto, betaling van de openstaande hoofdsom van €19.888,95, rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De gedaagde erkent de betalingsachterstand en geeft aan financiële problemen te hebben door extra kosten, maar wenst de auto te behouden.
De kantonrechter oordeelt dat de ontbinding terecht is omdat de tekortkoming toerekenbaar is en niet onredelijk. De vordering tot afgifte van de auto wordt toegewezen met een dwangsom bij niet-naleving. De hoofdsom en contractuele rente worden toegewezen, evenals buitengerechtelijke incassokosten, maar deze worden gematigd tot het wettelijke tarief. Betalingen van de gedaagde worden in mindering gebracht op de vordering.
De kosten voor inname van de auto en aangifte bij de politie worden afgewezen omdat deze nog niet zijn gemaakt en de dwangsom voldoende waarborg biedt. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.