ECLI:NL:RBGEL:2025:10571

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
233043
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bedreigingen en vernielingen met tbs-maatregel

Op 14 november 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van meerdere bedreigingen en vernielingen. De verdachte, geboren in 1994, heeft op verschillende momenten in juni 2024 bedreigingen geuit aan vier slachtoffers, waarbij hij hen met de dood bedreigde. Daarnaast heeft hij opzettelijk en wederrechtelijk schade toegebracht aan goederen van zorginstellingen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten en heeft deze bewezen verklaard. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de psychische problematiek van de verdachte, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. De rechtbank oordeelde dat de verdachte in sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar was voor zijn daden. De officier van justitie had een gevangenisstraf van zeven maanden en een tbs-maatregel met voorwaarden geëist. De rechtbank heeft deze eis overgenomen en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden, met aftrek van voorarrest, en een tbs-maatregel met voorwaarden. De rechtbank heeft ook voorwaarden opgelegd voor het gedrag van de verdachte tijdens de tbs-maatregel, waaronder het meewerken aan reclasseringstoezicht en het vermijden van strafbare feiten. De uitspraak is gedaan in het belang van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.233043.24
Datum uitspraak : 14 november 2025
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboortedatum] ,
verblijvende op FPA [adres]
.
Raadsvrouw: mr. P.M. Breukink, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 9 juni 2024 te Apeldoorn [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen " [slachtoffer 1] , het is je gelukkige dag, ik heb vandaag geleerd dat als een moslim zijn broeder vermoord hij zijn zondes overneemt. Dus jij wordt vandaag gereinigd", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2024 tot en met 7 juni 2024 te Apeldoorn [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "En dan trap ik je dood" en/of "ik maak je dood" en/of "Ik zal het snel en pijnloos doen bij je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4.
hij in of omstreeks de periode van 06 juni 2024 tot en met 07 juni 2024 te Apeldoorn [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Na drogering en misbruik en mishandeling onder je dakloze status ga ik je afmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
5.
hij op of omstreeks 9 juni 2024 te Apeldoorn opzettelijk en wederrechtelijk een of meerder ramen en/of een of meerdere computers en/of raambekleding (luxaflex) en/of een bureaublad, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Stichting Huisversting en/of Stichting Intenszorg Twente, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield,
beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
6.
hij op of omstreeks 9 juni 2024 te Enschede [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik vermoord jullie voor mijn rechten ontnemen" en/of "Ik vermoord jullie" en/of "Ik maak jullie dood omdat ik geen leven meer zie voor jullie", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks9 juni 2024 te Apeldoorn [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen " [slachtoffer 1] , het is je gelukkige dag, ik heb vandaag geleerd dat als een moslim zijn broeder vermoordt hij zijn zondes overneemt. Dus jij wordt vandaag gereinigd"
, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij in
of omstreeksde periode van 6 juni 2024 tot en met 7 juni 2024 te Apeldoorn [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "En dan trap ik je dood" en
/of"ik maak je dood" en
/of"Ik zal het snel en pijnloos doen bij je"
, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4.
hij
in of omstreeks de periode van 6 juni 2024 tot en metop7 juni 2024 te Apeldoorn [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Na drogering en misbruik en mishandeling onder je dakloze status ga ik je afmaken"
, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
5.
hij op
of omstreeks9 juni 2024 te Apeldoorn opzettelijk en wederrechtelijk een of meerder
eramen en
/of een ofmeerdere computers en
/of raambekleding (luxaflex
)en
/ofeen bureaublad
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan Stichting Huisve
rsting en/of Stichting Intenszorg Twente,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft vernield
en/ofbeschadigd
, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
6.
hij op
of omstreeks9 juni 2024 te Enschede [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen "Ik vermoord jullie voor mijn rechten ontnemen" en
/of"Ik vermoord jullie" en
/of"Ik maak jullie dood omdat ik geen leven meer zie voor jullie"
, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

3.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feiten 1, 4 en 6 telkens:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
feit 3:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
feit 5:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen.

4.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

6.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast vordert de officier van justitie dat aan verdachte de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd en dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar zal worden verklaard. De officier van justitie heeft verder verzocht om de schorsing van de voorlopige hechtenis, onder dezelfde voorwaarden als waaronder deze geschorst was, door te laten lopen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de gevangenisstraf en de tbs-maatregel aangesloten bij de eis van de officier van justitie.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal bedreigingen met beangstigende boodschappen die waren gericht aan professionals die werkzaam zijn op het gebied van zorg en veiligheid. Verdachte heeft hen berichten gestuurd waarin hij aangeeft hen dood te willen maken. In een enkel geval heeft hij een bedreigend voicemailbericht ingesproken en in de andere gevallen heeft hij e-mails verstuurd met de dreigende woorden. Verdachte heeft ook een vernieling gepleegd aan het bedrijfspand van de hulporganisatie waar verdachte door begeleid werd. Bij deze vernieling zijn verschillende goederen in het bedrijfspand beschadigd geraakt.
Het vernielen van goederen heeft vervelende praktische gevolgen voor de eigenaar van deze goederen. De schade aan het pand moet door de eigenaar worden hersteld en de hulporganisatie die het pand huurde, wordt belemmerd in haar werk door de vernielde goederen. De slachtoffers zijn door verdachte bang gemaakt. Het gaat om professionals waarvan de meesten verdachte hebben willen helpen. In plaats daarvan hebben zij angst gevoeld omdat zij met de dood werden bedreigd. Inmiddels hebben er op initiatief van verdachte verschillende herstelgesprekken plaatsgevonden met sommigen van de aangevers. De rechtbank neemt dit mee in haar strafoplegging.
Ad informandum gevoegde feiten
De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf rekening gehouden met het op de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegde feit van 5 juni 2024, dat door verdachte is bekend. Daarmee is dit feit afgedaan. Het ad informandum gevoegde feit van 6 juni 2024 neemt de rechtbank niet mee bij de strafoplegging, nu uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat dit kan worden bewezen.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens soortgelijke feiten.
Toerekenbaarheid
Ter beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van een rapport van 12 augustus 2025 van psychiater C.M. Gouverneur en GZ-psycholoog S.F. Boers (onder supervisie van klinisch psycholoog T.W. van de Kant), beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum (PBC). Uit het PBC-rapport blijkt dat sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis die zich onder meer kenmerkt door emotionele instabiliteit, impulsiviteit en woedeaanvallen, een zwakke identiteitsontwikkeling, gevoelens van innerlijke leegte, neiging tot zwart-wit denken en een innerlijk conflict tussen enerzijds afhankelijkheid en een existentiële angst om verlaten te worden. Daarnaast is er sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis, matig-ernstig in vroege remissie in een gereguleerde omgeving, en een complexe PTSS. Ten tijde van het tenlastegelegde waren alle stoornissen aanwezig. De stoornissen manifesteren zich in conflicten waarin afhankelijkheid en controlebehoefte met elkaar botsen. De dynamiek tussen verdachte en hulpverlening kenmerkt zich door zijn gedesorganiseerde hechting waarbij steunfiguren hem enerzijds troost en veiligheid moeten bieden, maar ook een bron van angst en bedreiging voor hem zijn. Dit maakt dat verdachte verlangt naar nabijheid en hulp van anderen, maar deze tegelijkertijd vreest. Hij heeft een diepe angst voor afwijzing. Dit leidt vervolgens tot een
selffulfilling prophecy; een fundamenteel conflict waarin verdachte ageert richting hulpverlening om de afwijzing die hij zo vreest voor te zijn. Voorafgaand aan het tenlastegelegde ontstond er op deze wijze onrust tussen verdachte en de begeleiding van Intens Zorg. Verdachte kreeg een time-out, wat leidde tot gevoelens van spanning, boosheid en mogelijk wantrouwen. Aan de oppervlakte houdt hij zich vast aan het ervaren onrecht en het devalueren van de ander om daarmee zijn onderliggende emoties weg te houden. Verdachte belde dagelijks naar de gemeente en ging elke dag langs bij Intens Zorg omdat hem in zijn ogen onrecht was aangedaan. Het gevolg was verlies van contact en toename van gevoelens van krenking omdat hij genegeerd werd. Door het ontbreken van adequate copingvaardigheden ging verdachte steeds meer blowen in een poging zichzelf rustig te houden. Zijn zwak gestructureerde persoonlijkheid kwam door de oplopende spanning, krenking en confrontatie met verwaarlozing steeds verder onder druk te staan en uiteindelijk kwam verdachte tot een kritiek punt van wanhoop, waarop hij alcohol begon te drinken en diverse drugs ging gebruiken. Verdachte raakte in een neerwaartse spiraal, onder meer gefaciliteerd door cannabis, en was uiteindelijk vier dagen aaneengesloten wakker. Dit alles resulteerde in een vergaande staat van emotionele ontregeling. Wanneer verdachte in deze fuik van de beschreven dynamiek terechtkomt, is hij onvoldoende in staat om zijn gedrag op meer adequate wijze bij te sturen en andere keuzes te maken. Omdat zijn stoornissen in ruime mate hebben doorgewerkt in het tenlastegelegde, wordt geadviseerd om verdachte de bedreigingen in sterk verminderde mate toe te rekenen. De onderzoekers adviseren verder om de vernielingen in verminderde mate toe te rekenen, nu hier sprake lijkt te zijn van iets meer controlemogelijkheden en deze agressie instrumenteler lijkt te zijn ingezet dan de bedreigingen.
De rechtbank neemt voornoemde conclusies over en maakt deze tot de hare. Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde bedreigingen in sterk verminderde mate kunnen worden toegerekend aan verdachte en de ten laste gelegde vernielingen in verminderde mate.
Tbs-maatregel met voorwaarden
Uit het voornoemde PBC-rapport blijkt dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat. Dit heeft vooral te maken met het patroon van agressie richting hulpverleners en het feit dat de onderliggende dynamiek steeds hetzelfde is. Verdachte heeft behoefte aan autonomie, maar is tegelijkertijd afhankelijk van hulp en ondersteuning om zichzelf staande te houden. Verdachte zou in de toekomst opnieuw kunnen vervallen in agressieve, inadequate coping-strategieën (middelengebruik) om interne spanningen te reduceren. Hij zou daarbij ook over kunnen gaan tot acties richting hulpverleners, wanneer hij zich gekrenkt voelt of het idee heeft dat hem niet de juiste hulp geboden wordt. Er bestaat daarom een concreet risico op geweld richting bepaalde personen, namelijk hulpverleners. Er wordt geadviseerd om een tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen. Een tbs-maatregel met dwangverpleging wordt niet noodzakelijk geacht, omdat verdachte open staat voor de geboden hulp en verwacht wordt dat hij zich ook aan de voorwaarden kan houden. Daarnaast is tijdens het onderzoek ter terechtzitting duidelijk geworden dat verdachte sinds zijn detentie abstinent is van cannabis. Zijn gemotiveerde houding en abstinentie spreken voor verdachte. Een tbs-maatregel met voorwaarden is daarom een passend juridisch kader om de forensische zorg op te zetten. De verwachting is dat het hoge recidiverisico middels deze maatregel voldoende naar een meer aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht.
Uit het reclasseringsadvies van 5 september 2025 blijkt dat de reclassering voorzichtig positief adviseert over een tbs-maatregel met voorwaarden, omdat eerder toezicht steeds negatief is geëindigd. Verdachte lijkt volgens de reclassering stabieler en daarom lijkt er samenwerking met hem mogelijk te zijn. Ook lijkt verdachte minder te externaliseren en meer verantwoordelijkheid te nemen. De reclassering schat het recidiverisico, net als de PBC-rapporteurs, in als hoog. De reclassering ziet geen meerwaarde in een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. De reclassering schat in dat een tbs-maatregel voldoende tijd en mogelijkheden biedt om verdachte te behandelen, in te grijpen indien nodig en verdachte gedurende een langere tijd te monitoren.
Verdachte heeft ter terechtzitting van 14 november 2025 verklaard zich te zullen houden aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
De rechtbank stelt vast dat de onder feit 1, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2, Sr waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Verder is de rechtbank gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens bestond. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.
Gelet op de inhoud van het PBC-rapport, het maatregelenrapport en de houding van verdachte ten aanzien van een dergelijke maatregel is de rechtbank van oordeel dat op dit moment een tbs-maatregel met voorwaarden passend is. De rechtbank zal dit dan ook opleggen.
De bewezenverklaarde feiten zijn geen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht is de maatregel dan ook in duur gemaximeerd.
Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen stelt de rechtbank voorwaarden betreffende het gedrag. De rechtbank neemt de voorwaarden over die de reclassering heeft geadviseerd. De rechtbank ziet geen aanleiding de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren nu verdachte sinds 30 september 2025 op FPA De Boog verblijft in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis en het toezicht goed verloopt. Volgens de reclassering bevindt de behandeling zich nog in een opstartende fase, maar geeft verdachte openheid van zaken, staat hij open voor feedback, stelt hij zich meewerkend op en toont hij zelfreflectie.
Gevangenisstraf
De ernst van de feiten rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het feit dient echter ook te worden bezien in het licht van de psychische problematiek waarmee verdachte kampt en de daarmee samenhangende (sterk) verminderde toerekenbaarheid. Alles afwegende acht de rechtbank de straf zoals geëist door de officier van justitie, te weten een gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

7.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 38, 38a, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
7 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 gelast dat verdachte
ter beschikking wordt gestelden stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende
voorwaardenbetreffende het gedrag van verdachte:
-
verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
- verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder
andere in:
verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;
verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
verdachte werkt mee aan huisbezoeken;
verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;
  • verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;
  • verdachte laat zich opnemen bij GGNet De Boog of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt, maar maximaal 18 maanden. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
  • verdachte laat zich behandelen door een nader te bepalen forensisch ambulante zorgverlener zoals een FACT, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische opname. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
  • als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC),
-Kliniek (FPK) of -Afdeling (FPA) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
  • verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische opname. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
  • verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
  • verdachte gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.
 geeft reclassering GGZ Novadic-Kentron opdracht toezicht te houden op de naleving van de opgelegde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit verkort vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter), mr. P. Verkroost en mr. I.S. Termaat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 november 2025.