Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
om die redennaar de keuken is gegaan en daar messen heeft gepakt. Op zo’n drie meter afstand van aangever heeft hij de messen vervolgens vast gehad, zo begrijpt de rechtbank de verklaring van verdachte. Toen getuige [getuige] tussenbeide kwam, vielen de twee messen op de grond en heeft verdachte een derde mes, bovenhands, in de richting van aangever gegooid.
dat de kans aanmerkelijk wasdat aangever als gevolg van het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel zou hebben kunnen oplopen.
bewust heeft aanvaard. Verdachte was boos vanwege de klap die hij kort daarvoor van aangever had gekregen. Na die klap liep hij naar de keuken en pakte daar drie keukenmessen. Met twee messen in de hand stond hij voor aangever, maar door het ingrijpen van [getuige] vielen deze uit zijn handen. Verdachte rukte één arm los, pakte een derde keukenmes en gooide dat naar aangever. De gedragingen van verdachte waren naar hun uiterlijke verschijningsvorm van dusdanige aard dat daaruit blijkt dat hij de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel op de koop toe heeft genomen. Hij heeft die kans bewust aanvaard.
3.De bewezenverklaring
of omstreeks1 september 2025 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan een ander, te weten[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een mes
, althans een scherp voorwerp,in de richting van de borst
, althans het lichaam,van die [slachtoffer] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
of omstreeks1 september 2025 te Apeldoorn [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,door
een ofmeerdere mes
(sen
)op die [slachtoffer] te richten.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
in reactie opeen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of een dreigende aanranding door aangever met een stofzuigerstang. Het bestaan van een noodweersituatie op dat moment is niet aannemelijk geworden. Het beroep op noodweer wordt verworpen.
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
10.De toegepaste wettelijke bepalingen
11.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden;
2 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering locatie RN Advies- & Toezichtunit 9 Oost, gevestigd aan de Nieuwe Oeverstraat 65, 6811 JB, in Arnhem, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
- verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
- verdachte zich inspant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, scholing en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
- veroordeelt verdachte in verband met de feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 62,- aan materiële schade en € 750,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 812,- aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 16 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.