Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.De bewezenverklaring
of omstreeks21 januari 2025 te [plaats], gemeente Maasdriel
) (bij
)die [slachtoffer]
(van achteren)zijn arm
(en
)
/ofdaarbij forse druk heeft
nekklem/wurggreep heeft aangelegd
en/of aangebracht
/ofin een
nekklem/wurggreep heeft vastgehouden, waardoor die [slachtoffer] geen
/ofbuiten bewustzijn is geraakt en
/of
(met kracht), in het gezicht,
althans op het hoofdheeft
getrapt en/of
of omstreeks21 januari 2025 te [plaats], gemeente Maasdriel
/nekklemvasthield,
, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen
“Ik ga je
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
- veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 385,00 aan materiële schade en € 1.500,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 1.885,00 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 28 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.