De militaire kamer van de Rechtbank Gelderland heeft verdachte, een 28-jarige militair, vrijgesproken van betrokkenheid bij de poging om circa 1.712 gram cocaïne vanuit Curaçao via de militaire postlijn naar Nederland te brengen. Ondanks aanwijzingen en communicatie tussen verdachte en een medeverdachte, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte kennis had van de inhoud van de postpakketten.
Wel werd verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid lachgas in zijn woning. Tijdens een doorzoeking werden zeven cilinders aangetroffen, waarvan zes in ongebruikte staat en één met gebruikssporen. Verdachte verklaarde dat de cilinders door vrienden waren meegenomen voor feestelijk gebruik en niet bewust van de strafbaarheid van bezit.
De militaire kamer achtte het bewijs voldoende om het bezit van lachgas wettig en overtuigend bewezen te verklaren, ondanks het ontbreken van een exact gewichtsonderzoek. De officier van justitie had een gevangenisstraf geëist, maar de kamer legde een geldboete van €750 op, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het reclasseringsadvies.