Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[verzoeker 1] ,
2.
[verzoeker 2],
3.
[verzoeker 3],
1.De procedure
- de brief van 1 april 2025 van de Staat, waarin hij laat weten geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek,
- de brief van de rechtbank van 2 april 2025 met het bericht aan partijen dat, zoals door partijen verzocht, de reeds geplande mondelinge behandeling niet door zal gaan. In de brief is mr. Spiertz verzocht een voorstel te doen voor een te benoemen psychiater,
- de e-mail van 15 april 2025, waarin mr. Spiertz een psychiater voorstelt die is verbonden aan WPEX B.V.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
- Het reguleren van emoties;
- Cognitief functioneren, het opnemen en weergeven van informatie;
- Taalgebruik;
- Helderheid van bewustzijn;
- Gedrag?
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,