ECLI:NL:RBGEL:2025:10657

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
458210
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanbestedingsgeschil over IP-classificatie helmcommunicatiesets en heraanbesteding

VGGM organiseerde een Europese aanbesteding voor communicatiemiddelen voor vijf veiligheidsregio's, waarbij onder meer helmcommunicatiesets met een IP56-classificatie als minimumeis werden gesteld. SMELT, Abiom en Firecom schreven in met dezelfde helmcommunicatieset (HC-100 variant A) die bij inschrijving niet IP56-gecertificeerd was. Pas na inschrijving werd een aangepaste versie met IP56-certificering geïntroduceerd.

SMELT vorderde in kort geding dat de voorlopige gunningsbeslissingen aan Abiom en Firecom worden ingetrokken en dat de opdracht wordt heraangeboden, omdat naar haar oordeel de inschrijvingen niet voldeden aan de minimumeis. VGGM en Abiom stelden dat de IP56-eis een uitvoeringseis was, die pas bij aanvang van de opdracht moest gelden.

De rechtbank oordeelde dat de minimumeis duidelijk als inschrijvingseis moest worden opgevat, omdat inschrijvers zich zonder voorbehoud akkoord verklaarden met alle eisen en dat de helmcommunicatieset bij inschrijving al aan IP56 moest voldoen. Omdat dit niet het geval was, waren alle inschrijvingen ongeldig. Het leveren van een ander product na gunning is niet toegestaan. Daarom werden de gunningsbeslissingen vernietigd en werd VGGM bevolen de opdracht opnieuw aan te besteden.

De vorderingen van Abiom om als winnende inschrijver te worden erkend werden afgewezen. SMELT werd niet-ontvankelijk verklaard jegens vier van de vijf veiligheidsregio’s, omdat alleen VGGM aanbestedende dienst was. VGGM en Abiom werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verbiedt VGGM de opdracht te gunnen op basis van de huidige procedure, beveelt intrekking van gunningsbeslissingen en heraanbesteding.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/458210 / KG ZA 25-366
Vonnis in kort geding van 8 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SMELT EUROPE BV,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident tot tussenkomst, althans voeging,
advocaat: mr. S.P. Dalmolen,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSREGIO GELDERLAND MIDDEN (VGGM),
gevestigd te Arnhem, en
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
VEILIGHEIDSREGIO IJSSELLAND,
gevestigd te Zwolle, en
3. de publiekrechtelijke rechtspersoon
VEILIGHEIDSREGIO TWENTE,
gevestigd te Enschede, en
4. de publiekrechtelijke rechtspersoon
VEILIGHEIDSREGIO NOORD- EN OOST GELDERLAND,
gevestigd te Apeldoorn, en
5. de publiekrechtelijke rechtspersoon
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID,
gevestigd te Nijmegen,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
verwerende partijen in het incident tot tussenkomst, althans voeging,
advocaten: mrs. M.J. Mutsaers en M.A.J. de Groot,
waarin heeft gevorderd als tussenkomende, althans voegende partij aan de zijde van VGGM c.s. te worden toegelaten:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ABIOM COMMUNICATION SYSTEMS B.V.,
gevestigd te Wijchen,
eisende partij in het incident tot tussenkomst, althans voeging,
advocaat: mr. A.J. van Heeswijck.
Eisende partij in de hoofdzaak zal hierna SMELT worden genoemd. Gedaagde partijen in de hoofdzaak zullen hierna VGGM c.s. worden genoemd en gedaagde sub 1 afzonderlijk VGGM. Eisende partij in het incident tot tussenkomst, althans voeging zal hierna Abiom worden genoemd.

1.De procedure

In de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9
- de incidentele conclusie van tussenkomst, althans voeging met productie 1 van de zijde van Abiom
- de conclusie van antwoord met producties A tot en met H van de zijde van VGGM c.s.
- de akte aanvulling van gronden van de eis van de zijde van SMELT
- de mondelinge behandeling van 24 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van de zijde van SMELT
- de pleitnota van de zijde van VGGM c.s.
- de pleitnota van de zijde van Abiom
- de akte houdende vermeerdering van eis van de zijde van Abiom.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

In de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging
2.1.
VGGM heeft op 18 april 2025 een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de “Aanschaf tetra en object verbindingsmiddelen (OOST 5)”. Deze opdracht ziet op de aanschaf van communicatiemiddelen voor alle OOST-5 veiligheidsregio’s, te weten VGGM, Veiligheidsregio IJsselland, Veiligheidsregio Twente, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Het daartoe eveneens op 18 april 2025 uitgebrachte Beschrijvend Document vermeldt voor zover thans van belang het volgende:
‘(…)
1. Algemeen
(…)
1.3
Beschrijving van de Aanbestedende Dienst
Deze Europese Aanbesteding wordt uitgevoerd door de Aanbestedende Dienst, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden.
VGGM is penvoerder namens de veiligheidsregio’s in het samenwerkingsverband OOST-5. (…)
1.6
Doel aanbestedingsprocedure, gewenste situatie
Het doel van deze aanbesteding is dat de deelnemers aankomende jaren hun communicatieapparatuur kunnen vervangen voor nieuwe apparatuur. De communicatieapparatuur is cruciaal voor de dienstverlening van de hulpdiensten. (…)
1.7
Percelen
De Aanbestedende Dienst heeft de Opdracht onderverdeeld in de volgende percelen:
 Perceel 1: Tetra portofoon en mobilofoons met aanverwante accessoires.
 Perceel 2: Objectportofoons met aanverwante accessoires.
(…)

4.Beoordelingsprocedure & gunning

(…)
4.7
Stap 5: beoordeling minimum gunningseisen/programma van eisen
Vervolgens beoordeelt de Aanbestedende Dienst of een Inschrijving voldoet aan de minimum gunningseisen, zoals genoemd in hoofdstuk 7. Aan de minimum gunningseisen moet door de Inschrijver zonder voorbehoud of voorwaarden worden voldaan.
De minimum gunningseisen gelden als knock-out criteria. Een Inschrijving die niet voldoet aan de gestelde minimum gunningseisen wordt terzijde gelegd en komt niet voor verdere beoordeling in aanmerking. Alleen Inschrijvingen die voldoen aan de gestelde minimum gunningseisen, gaan voor verdere beoordeling door naar stap 6.
(…)

7.Minimum gunningseis

(…)
7.2.
Minimum gunningseis 2: voldoen aan lijst van eisen
De Inschrijving c.q. de daarin opgenomen aanbieding van de Inschrijver dient aan alle in dit Beschrijvend Document genoemde eisen te voldoen. De Inschrijver verklaart zich door ondertekening van de lijst van eisen zonder voorwaarden of voorbehouden akkoord met alle in de lijst van eisen genoemde eisen. Deze lijst is bindend voor de betreffende Inschrijver c.q. de Opdrachtnemer en wordt in geval van gunning als bijlage opgenomen bij de Overeenkomst.
(…)

8.Gunningscriteria en beoordeling

8.1
Algemeen
Als gunningcriterium wordt de vanuit het oogpunt van de Aanbestedende Dienst de beste prijs-kwaliteitsverhouding van de Inschrijving gehanteerd. (…)
Score matrix
De kwalitatieve criteria wegen gezamenlijk voor 80% mee in de beoordeling en de prijscriteria voor 20%. De beste prijs-kwaliteitsverhouding van de Inschrijving wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:
(…)
8.2.1
Wens 1: Gebruikersdag
Tijdens de gebruikersdag hebben gebruikers de kans om de aangeboden apparatuur te gebruiken bij vooraf gedefinieerde scenario’s.
(…)’
2.2.
Het Programma van Eisen (PvE) maakt als bijlage VI onderdeel uit van het Beschrijvend Document. Het PvE vermeldt voor zover thans van belang het volgende:
‘Door het invullen en ondertekenen van deze bijlage ‘Programma van eisen’ verklaart inschrijver (combinatie) dat hij akkoord gaat met en zijn inschrijving voldoet aan alle hieronder gestelde minimumeisen en verklaart hij dat hij gedurende de looptijd van de overeenkomst aan deze minimumeisen zal voldoen.
(…)
Perceel 1 Technische specificaties TETRA portofoons
(…)
85.Helmcommunicatie.
(…)
 De helmcommunicatie set is minimaal spatwater- en stofdicht volgens tenminste EN 60529 klasse IP56.
(…)
Perceel 2 Technische specificaties objectportofoons niet TETRA
(…)
109.Helmcommunicatie
(…)
 De helmcommunicatie set is minimaal spatwater- en stofdicht volgens tenminste EN 60529 klasse IP67;
(…)’
2.3.
Als bijlage XIII bij het Beschrijvend Document is de “Beschrijving Gebruikersbeoordeling Aanbesteding communicatiemiddelen Oost-Nederland” gevoegd. Dit document ziet op de onder 8.2.1 bedoelde gebruikersdag en vermeldt voor zover thans van belang het volgende:
‘(…)
Doelstelling gebruikersbeoordeling Communicatiemiddelen:
De gebruikersbeoordeling heeft als doel communicatiemiddelen te selecteren die optimaal presteren binnen de dagelijkse werkzaamheden van brandweer, ambulance en crisisbeheersing. Hierbij wordt gekeken naar gebruikersgemak en voornamelijk (geluid)kwaliteit. Om deze aspecten grondig te beoordelen, organiseert de projectgroep Aanbesteding communicatiemiddelen Oost-Nederland twee praktijkgerichte testdagen. Tijdens deze testdagen worden de verschillende inschrijvingen op de aanbesteding voor communicatiemiddelen beoordeeld op basis van de gunningscriteria zoals beschreven in het EU Beschrijvend Document Communicatiemiddelen. Deze praktijktoets draagt bij aan een objectieve en onderbouwde keuze voor het best passende communicatiemiddel (en eventuele accessoire) voor de regio’s in Oost-Nederland.
(…)’
2.4.
VGGM heeft gedurende de aanbestedingsprocedure twee inlichtingenrondes georganiseerd, waarin geïnteresseerde partijen vragen over de gepubliceerde documenten konden stellen. De eerste Nota van Inlichtingen (NvI) dateert van 14 mei 2025 en vermeldt onder meer het volgende:
‘(…)
Nr. 54. Betreft: Beschrijvend Document – PvE – Eis 109
Vraag: “U stelt de eis: “De helmcommunicatieset is minimaal spatwater- en stofdicht volgens ten minste EN 60529 klasse IP67.” Het is in de praktijk niet realistisch dat een helmcommunicatieset aan deze IP67-classificatie voldoet. Aangezien de set wordt ingebouwd in een helm, zou dit betekenen dat de gehele communicatieset geschikt moet zijn voor onderdompeling in water gedurende ten minste 30 minuten op een diepte van 1 meter. Dit is niet van toepassing op het beoogde gebruik.
Diverse leveranciers van helmcommunicatiesystemen verstrekken dan ook geen IP-certificering voor dergelijke geïntegreerde producten. In recente aanbestedingen zijn vergelijkbare eisen dan ook komen te vervallen. Wij verzoeken u vriendelijke deze eis te heroverwegen en te laten vervallen.”
Antwoord: Deze eis zal aangepast worden naar IP56.
(…)
Nr 79. Betreft: Eis 85 & 109
Vraag: Een van de meest gangbare headset fabrikanten heeft zijn headsets gecertificeerd naar IP56. Kan aanbestedende dienst deze eis bijstellen?
Antwoord: Deze eis zal aangepast worden naar IP56.
(…)’
2.5.
Geïnteresseerde partijen konden tot uiterlijk 16 juni 2025 om 12.00 uur op de verschillende percelen van de opdracht inschrijven. SMELT en ook Abiom hebben tijdig op perceel 1 van de opdracht ingeschreven. Daarnaast hebben SMELT en Abiom, evenals derde partij Firecom B.V. (hierna: Firecom), tijdig op perceel 2 van de opdracht ingeschreven.
2.6.
SMELT, Abiom en Firecom hebben in hun inschrijvingen alledrie de HC-100 (variant A) communicatie set aangeboden van het merk Savox. De Datasheet van dit type helmcommunicatie set van 3 april 2025 vermeldt geen IP-score. SMELT heeft daarom contact opgenomen met Savox om naar deze score te informeren. In reactie daarop is namens Savox bij e-mailbericht van 21 juli 2025 het volgende aan SMELT bericht:
‘(…)
We have now concluded that the HC-100 does
notpass the IP56 rating. However, if the end-user is still open to change this requirement:
 While water is able to get inside the headset, the electronics are protected and the water drains efficiently
 We have never gotten a reclamation request for this headset due to water
(…)’
Ook Abiom heeft dit e-mailbericht van Savox ontvangen. Geen van hen heeft de inhoud van dit bericht op dat moment met VGGM gedeeld.
2.7.
Op 18 en 19 september 2025 hebben de gebruikersdagen plaatsgevonden. De HC-100 (variant A) is op deze dagen uitvoerig getest en beoordeeld. Ook heeft in die periode de beoordeling van de inschrijvingen op de andere voorgeschreven onderdelen plaatsgevonden.
2.8.
Bij afzonderlijke brieven van 30 september 2025 heeft VGGM haar voorlopige gunningsbeslissingen ten aanzien van perceel 1 en perceel 2 aan SMELT kenbaar gemaakt. Deze beslissingen luiden dat beide percelen niet aan SMELT zullen worden gegund. VGGM heeft in de brieven het voornemen geuit perceel 1 te gunnen aan Abiom en perceel 2 aan Firecom.
2.9.
SMELT kan zich niet in dit gunningsvoornemen vinden. Op 9 oktober 2025 heeft daarom een toelichtend gesprek plaatsgevonden tussen een afvaardiging van SMELT en van VGGM. Tijdens dat gesprek, en ook na afloop bij bericht van 10 oktober 2025, heeft SMELT aan VGGM medegedeeld dat de helmcommunicatie set waarmee op de percelen is ingeschreven niet aan de minimumeisen voldoet, met als gevolg dat alle inschrijvingen ongeldig dienen te worden verklaard en de gunningsbeslissingen dienen te worden ingetrokken.
2.10.
Namens VGGM is daarop het volgende geantwoord:
‘(…)
Naar aanleiding van uw bericht van 10 oktober jl. kunnen wij u inmiddels laten weten dat wij géén aanleiding zien om in te gaan op uw verzoek om de gunningsbeslissingen van alle inschrijvers in te trekken en niet tot gunning over te gaan op basis van deze aanbestedingsprocedure.
Hoewel u uw stelling, inhoudende dat de headsets waarmee u en alle andere inschrijvers zouden hebben ingeschreven, niet zouden kunnen voldoen aan de minimumeisen van het PvE ten aanzien van de IP-waarde (56 voor perceel 1 en 67 voor perceel 2), op geen enkele wijze heeft onderbouwd, hebben wij uit een oogpunt van zorgvuldigheid voor de zekerheid aan de voorlopig gegunde inschrijvers verzocht om te (her-) bevestigen dat alle door hen in het kader van deze aanbestedingsprocedure aangeboden producten volledig en onvoorwaardelijk aan ons PvE voldoen. Die bevestiging hebben wij inmiddels van hen ontvangen en daarmee is kous wat ons betreft af. (…)’
2.11.
Savox heeft SMELT bij e-mailbericht van 30 oktober 2025 geïnformeerd dat de HC-100 vanaf dat moment IP56-gecertificeerd is. Namens SMELT is in reactie daarop aan Savox gevraagd wat ertoe heeft geleid dat de headset nu dan toch door de test is gekomen. Bij e-mailbericht van 7 november 2025 is namens Savox daarop het volgende aan SMELT geantwoord:
‘(…)
The only difference to the current headset is an internal addition of a protection to one cable connection. The product number will remain the same, the product will just be changed to revision #B (the previous model was #A). Externally there are no changes to the product and a user cannot tell the difference between the old model and the new IP56 model.
(…)’

3.Het geschil

In de hoofdzaak
3.1.
Smelt vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I VGGM c.s. te verbieden om de opdracht voor perceel 1 en 2 te gunnen aan Abiom respectievelijk Firecom op basis van de gevolgde aanbestedingsprocedure;
II VGGM c.s. te gebieden de geuite gunningsbeslissingen in te trekken;
III voor het geval VGGM c.s. de opdracht alsnog willen vergeven: VGGM c.s. te gebieden om de opdracht voor perceel 1 en 2 opnieuw aan te besteden;
subsidiair:
IV VGGM c.s. te verbieden om de opdracht voor perceel 1 en 2 te gunnen aan Abiom respectievelijk Firecom op basis van de gevolgde aanbestedingsprocedure;
V VGGM c.s. te gebieden de geuite gunningsbeslissingen in te trekken;
VI voor het geval VGGM c.s. de opdracht alsnog willen vergeven: VGGM c.s. te gebieden om de door alle inschrijvers ingediende inschrijvingen ten aanzien van perceel 1 en 2 effectief te controleren op conformiteit aan de eisen 85 en 109 van het Programma van Eisen;
meer subsidiair:
VII VGGM c.s. te verbieden om de opdracht voor perceel 1 te gunnen aan Abiom op basis van de gevolgde aanbestedingsprocedure;
VIII VGGM c.s. te gebieden de geuite gunningsbeslissingen voor dat perceel in te trekken;
IX voor het geval VGGM c.s. de opdracht alsnog willen vergeven: VGGM c.s. te gebieden een nieuw afdoende gemotiveerde gunningsbeslissing te uiten voor perceel 1, zulks met inachtneming van dit vonnis;
meest subsidiair:
X VGGM c.s. te verbieden om de opdracht voor perceel 1 te gunnen aan Abiom op basis van de gevolgde aanbestedingsprocedure;
XI VGGM c.s. te gebieden de geuite gunningsbeslissingen voor dat perceel in te trekken;
XII voor het geval VGGM c.s. de opdracht alsnog willen vergeven: VGGM c.s. te gebieden om de door alle inschrijvers ingediende inschrijvingen ten aanzien van perceel 1 opnieuw te laten beoordelen door een nieuwe beoordelingscommissie;
in alle gevallen:
XIII VGGM c.s. te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
VGGM c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
3.4.
Abiom vordert - na vermeerdering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
in het incident
I primair Abiom toe te staan tussen te komen in het geding tussen SMELT en VGGM c.s.;
II subsidiair Abiom toe te staan zich in het geding tussen SMELT en VGGM c.s. aan de zijde van VGGM c.s. te voegen;
in de hoofdzaak
III SMELT ter zake van perceel 1 niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar vorderingen af te wijzen;
IV VGGM c.s. te verbieden perceel 1 en perceel 2 van de opdracht aan een ander dan Abiom te gunnen;
V SMELT en VGGM c.s. te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.5.
SMELT en VGGM c.s. hebben geen verweer gevoerd tegen de tussenkomst van Abiom.
3.6.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4.De beoordeling van het geschil

In het incident tot tussenkomst, althans voeging
4.1.
Abiom vordert primair te worden toegelaten als tussenkomende partij in het geding tussen SMELT en VGGM c.s.. SMELT en VGGM c.s. hebben daartegen geen verweer gevoerd en bovendien heeft Abiom een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat Abiom de inschrijver is aan wie de aanbestedende dienst voornemens is perceel 1 van de opdracht te gunnen. Dit leidt ertoe dat Abiom zal worden toegelaten als tussenkomende partij in de onderhavige procedure.
4.2.
SMELT en VGGM c.s. zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
In de hoofdzaak
De (niet-)ontvankelijkheid
4.3.
VGGM c.s. hebben in de eerste plaats een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van SMELT voor zover het de gedaagden sub 2 tot en met 5 betreft. VGGM c.s. voeren aan dat enkel VGGM, gedaagde sub 1, de aanbestedende dienst is en niet ook de overige vier partijen met wie VGGM Veiligheidsregio OOST-5 vormt. Dit volgt volgens VGGM c.s. ook nadrukkelijk uit het Beschrijvend Document en had voor SMELT zonder meer duidelijk moeten zijn. SMELT stelt zich evenwel op het standpunt dat zij alle veiligheidsregio’s terecht in deze procedure heeft gedagvaard, omdat met iedere deelnemer uit het samenwerkingsverband per perceel één raamovereenkomst zal worden gesloten en het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing die volgt uit dit vonnis ten aanzien van alle betrokkenen in dezelfde zin geldt.
4.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Beschrijvend Document geen twijfel laat bestaan op dit punt, waar in paragraaf 1.3 met zoveel woorden is bepaald dat de aanbestedende dienst VGGM is. Het is VGGM die als penvoerder namens de veiligheidsregio’s in het samenwerkingsverband OOST-5 optreedt en er is dus bewust voor gekozen de overige vier veiligheidsregio’s geen rechtstreekse partij te laten zijn in de georganiseerde aanbestedingsprocedure. Dat met de overige vier veiligheidsregio’s wel raamovereenkomsten zullen worden gesloten, maakt dat niet anders. Nu de vorderingen van SMELT zich richten tegen de aanbestedende dienst en dus enkel tegen VGGM, had zij ook enkel VGGM in rechte moeten betrekken. Dit leidt ertoe dat SMELT niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vorderingen jegens de overige vier veiligheidsregio’s die zijn gedagvaard als gedaagden 2 tot en met 5. Enkel de door SMELT ingestelde vorderingen jegens VGGM zullen hierna inhoudelijk worden beoordeeld.
De verdere beoordeling
4.5.
De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende voort uit de aard daarvan.
4.6.
SMELT vordert primair (i) een verbod voor VGGM om de percelen 1 en 2 van de opdracht aan Abiom respectievelijk Firecom te gunnen, (ii) een gebod om de geuite gunningsbeslissingen in te trekken en (iii) voor het geval VGGM de opdracht alsnog wil vergeven, een gebod tot heraanbesteding. SMELT legt aan deze vorderingen ten grondslag dat VGGM bepaalde minimumeisen aan de inschrijvingen heeft gesteld waaraan geen enkele inschrijving blijkt te voldoen. Eén van die minimumeisen vergt volgens SMELT namelijk dat de helmcommunicatie set waarmee op (de percelen van) de opdracht wordt ingeschreven reeds ten tijde van die inschrijving IP56 geclassificeerd is. Nu SMELT is gebleken dat alle inschrijvers in hun inschrijving dezelfde helmcommunicatie set hebben aangeboden - te weten de HC-100 (variant A) van het merk Savox - en na inschrijving door Savox is medegedeeld dat deze set niet IP56 geclassificeerd is, voldoet geen van de inschrijvingen aan deze minimumeis. Als gevolg hiervan dienen alle inschrijvingen ongeldig te worden verklaard en terzijde te worden gelegd en kunnen beide percelen van de opdracht niet op basis van de huidige aanbestedingsprocedure worden gegund.
4.7.
VGGM voert verweer en voert aan dat één van de minimumeisen inderdaad voorschrijft dat de helmcommunicatie set IP56 geclassificeerd moet zijn, maar dat geen sprake is van een inschrijvingseis waaraan op het moment van inschrijven al moest zijn voldaan maar van een uitvoeringseis. Dit betekent volgens VGGM dat de helmcommunicatie set van de winnende inschrijver(s) en uiteindelijk opdrachtnemer(s) eerst bij aanvang van de uitvoering van die opdracht een IP56 classificatie moet hebben. VGGM voert aan dat zowel Abiom als Firecom desgevraagd hebben bevestigd dat daarvan sprake zal zijn, zodat op dat punt aan de gestelde minimumeisen is voldaan en op dit moment dan ook geen aanleiding bestaat hun inschrijvingen ongeldig te verklaren.
4.8.
Ook Abiom betoogt dat de minimumeis die ziet op de IP56 classificatie moet worden uitgelegd als een uitvoeringseis, waaraan eerst bij aanvang van de uitvoering van de opdracht moet zijn voldaan. Abiom voert aan dat Savox haar bij e-mailbericht van
30 november 2025 heeft geïnformeerd dat de HC-100 inmiddels IP56 gecertificeerd is, zodat tijdig aan de minimumeis is voldaan en de opdracht aan haar als voorlopig winnende inschrijver van perceel 1 dient te worden gegund.
4.9.
Voornoemde standpunt van partijen doen de vraag rijzen op welke wijze de minimumeis aangaande de IP56 classificatie dient te worden uitgelegd. Of een eis een geschiktheidseis of een uitvoeringseis betreft, is een vraag van uitleg die aan de hand van de zogenaamde CAO-norm dient te worden beantwoord. Deze norm houdt in dat een bepaling naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst, van doorslaggevende betekenis zijn. Het komt daarbij aan op wat de normaal oplettende en goed geïnformeerde inschrijver in deze aanbestedingsprocedure daaruit heeft mogen begrijpen. Indien deze toets uitwijst dat ieder van deze inschrijvers de eis hetzelfde heeft moeten begrijpen, is de conclusie dat de eis niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is en van die uitleg moet worden uitgegaan.
4.10.
Hoofdstuk 7 van het Beschrijvend Document vermeldt de minimum gunningseisen die in de onderhavige aanbestedingsprocedure gelden. Paragraaf 7.2 bevat als tweede minimum gunningseis het ‘voldoen aan lijst van eisen’. In deze paragraaf is bepaald dat de inschrijving c.q. de daarin opgenomen aanbieding van de inschrijver aan alle in het Beschrijvend Document genoemde eisen dient te voldoen. De inschrijver verklaart zich door ondertekening van de lijst van eisen zonder voorwaarden of voorbehouden akkoord met alle in de lijst van eisen genoemde eisen. Die lijst is bindend voor de betreffende inschrijver c.q. de opdrachtnemer en wordt in geval van gunning als bijlage opgenomen bij de overeenkomst. Het Programma van Eisen vormt Bijlage VI van het Beschrijvend Document en vermeldt in de aanhef dat de inschrijver (combinatie) zich door het invullen en ondertekenen van deze bijlage akkoord verklaart met, en dat zijn inschrijving voldoet aan, alle gestelde minimumeisen. Daarnaast verklaart de inschrijver daarmee dat hij gedurende de looptijd van de overeenkomst aan deze minimumeisen zal voldoen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het op basis van deze bewoordingen gelezen in de gehele context van de bepaling voor iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver duidelijk was, althans had moeten zijn, dat reeds bij de inschrijving aan de gestelde minimumeisen moest worden voldaan en dat daarvan niet eerst bij aanvang van de uitvoering van de opdracht sprake kon zijn. Niet voor niets wordt een onderscheid gemaakt tussen de inschrijving die moet voldoen aan alle gestelde minimumeisen en dat daarvan daarnaast gedurende de looptijd van de overeenkomst ook sprake moet zijn. Dat de lijst in geval van gunning als bijlage zal worden opgenomen bij de te sluiten raamovereenkomsten, maakt niet ineens dat aan die eisen dan ook op dat moment pas hoeft te worden voldaan.
4.11.
Dat dit ook de enige redelijke uitleg van de gestelde minimumeisen kan zijn, volgt uit de omstandigheid dat VGGM in het Beschrijvend Document een aantal test-/gebruikersdagen heeft aangekondigd. In Bijlage XIII bij het Beschrijvend Document is daarover onder meer bepaald dat de gebruikersbeoordeling als doel heeft communicatiemiddelen te selecteren die optimaal presteren binnen de dagelijkse werkzaamheden van brandweer, ambulance en crisisbeheersing. Daarbij wordt gekeken naar
gebruikersgemak en voornamelijk (geluid)kwaliteit en om die aspecten grondig te beoordelen heeft VGGM twee praktijkgerichte testdagen georganiseerd. Uit hoofdstuk 8 van het Beschrijvend Document volgt dat de kwalitatieve criteria voor 80% meewegen in de eindbeoordeling, waarbij aan de uitkomst van de gebruikersdagen 60% van de totaalscore wordt toegekend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daaruit volgt dat de testdagen en daaruit volgende gebruikersbeoordelingen voor VGGM van groot belang zijn. Niet valt in te zien hoe deze gebruikersbeoordelingen aan het totaaloordeel over de helmcommunicatie sets kunnen bijdragen, indien op de daartoe georganiseerde testdagen niet de sets worden getest die door de uiteindelijk winnende inschrijver zullen worden aangeboden en tijdens de uitvoering van de opdracht zullen worden gebruikt.
4.12.
Dit alles leidt tot het voorshands oordeel dat sprake is van een heldere bepaling die niet voor meerdere uitleg vatbaar is, met als gevolg dat de minimumeisen hebben te gelden als inschrijvingseisen. Daarmee ligt thans de vraag voor of de verschillende inschrijvingen al dan niet aan die inschrijvingseisen voldoen.
4.13.
Ten aanzien van perceel 1 is in eis nummer 85 bepaalt dat de helmcommunicatie set minimaal spatwater- en stofdicht moet zijn volgens tenminste EN 60529 klasse IP56. Ditzelfde staat in eis nummer 109 wat betreft de helmcommunicatie set die wordt uitgevraagd in het kader van perceel 2. Ter zitting is immers gebleken dat partijen het erover eens zijn dat de eerdere IP67 classificatie die onder eis nummer 109 werd gesteld in de eerste NvI is aangepast naar IP56, zodat daarvan dient te worden uitgegaan. Dit betekent dat alle helmcommunicatie sets op het moment van inschrijving IP56 geclassificeerd moesten zijn.
4.14.
Vaststaat dat zowel SMELT als Abiom en Firecom hebben ingeschreven met de HC-100 (variant A) helmcommunicatie set van Savox. Vaststaat (inmiddels) ook dat deze set op het moment van inschrijving niet IP56 geclassificeerd was. Dit is namens Savox bij e-mailbericht van 21 juli 2025 met zoveel woorden aan (in ieder geval) SMELT en Abiom medegedeeld. SMELT en Abiom hebben ervoor gekozen om het e-mailbericht van Savox op dat moment niet te delen met VGGM. Vervolgens hebben op 18 en 19 september 2025 twee testdagen plaatsgevonden, waarbij de HC-100 (variant A) is getest. De uitkomst van de gebruikersbeoordeling heeft vervolgens, zoals in het Beschrijvend Document ook was aangekondigd, voor 60% meegewogen in de totale beoordeling van de inschrijvingen. Dit heeft erin geresulteerd dat ten aanzien van perceel 1 Abiom als (voorlopig) winnende inschrijver is geëindigd en ten aanzien van perceel 2 Firecom. Deze voorlopige gunningsbeslissingen heeft VGGM bij afzonderlijke brieven van 30 september 2025 aan SMELT bekend gemaakt. Eerst op 9 oktober 2025 heeft SMELT VGGM tijdens een toelichtend gesprek geïnformeerd dat de HC-100 ten tijde van de inschrijving niet aan de gestelde minimumeis ten aanzien van de IP56 classificatie voldeed en dat daarvan overigens ook op dat moment nog altijd geen sprake was.
4.15.
Wat volgt is de vraag van VGGM aan Abiom en Firecom of de inschrijvingen die zij hebben ingediend voldoen aan alle gestelde minimumeisen, waarop door hen bevestigend is geantwoord. Dat antwoord acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk. Namens Savox is zowel aan (in ieder geval) SMELT als aan Abiom bij e-mailbericht van 30 oktober 2025 medegedeeld dat de HC-100 eerst vanaf dat moment IP56-gecertificeerd was. Het moet er
dan ook voor worden gehouden dat dit niet reeds bij inschrijving zo was. Desgevraagd heeft Savox ter toelichting op de dan toch verkregen certificering bij e-mailbericht van
7 november 2025 verder nog laten weten dat
“The only difference to the current headset is an internal addition of a protection to one cable connection.”Hieruit volgt dat de bestaande HC-100 communicatie set is aangepast om de IP56 certificering te verkrijgen. Savox heeft er weliswaar voor gekozen het productnummer van de set ongewijzigd te laten en enkel ‘#A’ (variant A) te vervangen door ‘#B’ (variant B), maar hoewel zij die keuze onderbouwt met de uitleg dat de gebruiker geen verschil zal merken tussen het oude en het nieuwe model helmcommunicatie set, blijkt dat (vooralsnog) nergens uit. Savox deelt enkel mee dat een interne toevoeging van een bescherming aan één kabelverbinding is aangebracht, maar zonder nadere onderbouwing - die ontbreekt - kan op dit moment niet worden vastgesteld wat de omvang van die aanpassing is en of, en zo ja, welk effect die aanpassing heeft op (het gebruik van) de helmcommunicatie set. Wat wel vaststaat is dat sprake is van een vernieuwde helmcommunicatie set en dat deze vernieuwde set in ieder geval niet (op (audio)kwaliteit en gebruikersgemak) is getest en beoordeeld tijdens de testdagen die VGGM medio september heeft georganiseerd. Die set bestond op dat moment gewoonweg nog niet.
4.16.
Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de inschrijvingen van Abiom en Firecom, maar ook die van SMELT zelf, niet aan de gestelde minimumeisen voldoen, maar ook dat zowel Abiom als Firecom hebben ingeschreven met een andere helmcommunicatie set dan die zij in geval van definitieve gunning van de percelen ten behoeve van de uitvoering van de opdracht aan VGGM en de overige vier veiligheidsregio’s zouden gaan leveren. Dit laatste is gelet op het karakter van een aanbesteding in geen geval toegestaan.
Nu de gestelde minimumeisen op de voet van paragraaf 4.7 van het Beschrijvend Document gelden als knock-out criteria, dienen alle inschrijvingen terzijde te worden gelegd en ongeldig te worden verklaard. Dit heeft tot gevolg dat voor zowel perceel 1 als perceel 2 van de opdracht geen geldige inschrijvingen zijn ingediend, zodat de opdracht op basis van de huidige aanbestedingsprocedure reeds om deze reden niet kan worden gegund. De vordering van SMELT strekkende tot een verbod voor VGGM om perceel 1 en perceel 2 van de opdracht aan Abiom respectievelijk Firecom te gunnen, zal daarom worden toegewezen. VGGM wordt geboden de voorlopige gunningsbeslissingen in te trekken en, voor het geval zij de opdracht nog wenst te vergeven, perceel 1 en perceel 2 van de opdracht opnieuw aan te besteden. Gelet daarop kunnen de overige door partijen aangevoerde grondslagen, stellingen en verweren die zien op de gang van zaken tijdens de gebruikersdagen, de maximale looptijd van de raamovereenkomsten, of al dan niet sprake is van rechtsverwerking op dat punt, de (on)geldigheid van de referentieopdracht van Firecom, de motivering van de voorlopige gunningsbeslissingen en de (on)deugdelijkheid van de beoordeling van de inschrijvingen in zijn algemeenheid verder in het midden blijven en behoeven deze aldus thans geen bespreking meer.
4.17.
Toewijzing van de primaire vorderingen van SMELT heeft tot gevolg dat de door Abiom ingestelde vorderingen strekkende tot veroordeling van VGGM om zowel perceel 1 als perceel 2 van de opdracht in het kader van de lopende aanbestedingsprocedure aan haar te gunnen, zullen worden afgewezen.
4.18.
VGGM en Abiom zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SMELT worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.118,40
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.20.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
In het incident tot tussenkomst, althans voeging
5.1.
laat Abiom toe als tussenkomende partij in het geschil tussen SMELT en VGGM,
5.2.
veroordeelt SMELT en VGGM tot betaling van de proceskosten in het incident, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil,
In de hoofdzaak
5.3.
verklaart SMELT niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens veiligheidsregio IJsselland, veiligheidsregio Twente, veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland en veiligheidsregio Gelderland-Zuid,
5.4.
verbiedt VGGM om de opdracht voor perceel 1 en perceel 2 te gunnen aan Abiom respectievelijk Firecom op basis van de gevolgde aanbestedingsprocedure,
5.5.
gebiedt VGGM de geuite gunningsbeslissingen in te trekken,
5.6.
gebiedt VGGM, voor het geval zij de opdracht alsnog wil vergeven, de opdracht voor perceel I en perceel II opnieuw aan te besteden,
5.7.
verstaat het bepaalde onder 5.4. tot en met 5.6. als afwijzing van de vorderingen van Abiom in de hoofdzaak,
5.8.
veroordeelt VGGM en Abiom hoofdelijk in de proceskosten van € 2.099,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als VGGM en Abiom niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.9.
veroordeelt VGGM en Abiom hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.11.
wijst het meer of anders door SMELT gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 8 december 2025.