ECLI:NL:RBGEL:2025:10837

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
ARN 24/5788
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhaal van kosten door UWV op eigenrisicodrager na ziekmelding ex-werknemer met terugwerkende kracht

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland geoordeeld over het verhaal van kosten door het UWV op eiseres, een eigenrisicodrager (ERD), naar aanleiding van een ziekmelding van een ex-werknemer. De ex-werknemer had zich op 24 juli 2023 ziekgemeld, maar meldde zich op 26 juli 2023 beter. Vervolgens heeft zij zich op 1 september 2023 opnieuw ziekgemeld met terugwerkende kracht per 24 juli 2023. Eiseres heeft deze tweede ziekmelding niet in behandeling genomen, wat leidde tot het verhaal van kosten door het UWV. De rechtbank oordeelde dat eiseres de ziekmelding had moeten behandelen, ook al was de ex-werknemer niet meer in dienst. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de kosten op eiseres heeft verhaald, omdat eiseres niet had aangetoond dat er een verontschuldigbare reden was voor het niet in behandeling nemen van de ziekmelding. De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres ongegrond en wees de verzoeken om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5788

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] U.A., uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. G.P.M. Brouns),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: L. van Straaten).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verhaal door het UWV op eiseres van de kosten van de behandeling van de ziekmelding van [persoon A] (ex-werknemer). Eiseres is het niet eens met dit verhaal. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de kosten op eiseres heeft verhaald. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 2 april 2024 heeft het UWV aan de ex-werknemer per 18 september 2023 ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.
2.1.
Met het primaire besluit van 2 april 2024 heeft het UWV de behandeling van de ziekmelding van de ex-werknemer van eiseres overgenomen. Het UWV zal daarom het ziekengeld en de uitvoeringskosten op eiseres verhalen.
3. Met het bestreden besluit van 26 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven.
3.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.2.
De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon B] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Eiseres is eigenrisicodrager (ERD) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h, van de Ziektewet (ZW). Dit betekent dat eiseres ziekmeldingen van haar (ex-)werknemers in behandeling moet nemen, het ziekengeld moet betalen en verantwoordelijk is voor de re-integratie.
4.1.
De ex-werknemer was van 30 januari 2023 tot 14 augustus 2023 bij eiseres werkzaam als hospitality coördinator voor 34 uur per week. Ex-werknemer heeft zich op 24 juli 2023 per dezelfde datum ziekgemeld. Dit is de eerste ziekmelding. Vervolgens heeft zij zich op 26 juli 2023 beter gemeld. Op 1 september 2023 heeft ex-werknemer zich bij het UWV met terugwerkende kracht (opnieuw) ziekgemeld per 24 juli 2023. Dit is de tweede ziekmelding.
4.2.
Bij brief van 1 september 2023 heeft het UWV eiseres bericht dat het van de ex-werknemer een aanvraag voor ziekengeld heeft ontvangen in verband met arbeidsongeschiktheid per 24 juli 2023. Het UWV heeft eiseres verzocht de ziekmelding in behandeling te nemen. Bij brief van 7 november 2023 heeft het UWV eiseres opnieuw verzocht de ziekmelding in behandeling te nemen.
4.3.
Met het besluit van 13 februari 2024 heeft het UWV aan de ex-werknemer vanaf 18 september 2023 een voorschot op het ziekengeld toegekend.
4.4.
Het UWV is hierna overgegaan tot de besluitvorming als vermeld onder het kopje “Procesverloop”.
Omvang van het geding
5. De rechtbank stelt voorop dat de toekenning van ziekengeld aan de ex-werknemer per 18 september 2023, in deze procedure niet voor ligt. Eiseres heeft namelijk geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van (eveneens) 2 april 2024 waarin het UWV aan de ex-werknemer per 18 september 2023 ziekengeld heeft toegekend. In deze procedure beoordeelt de rechtbank daarom alleen of het UWV met het bestreden besluit terecht heeft besloten tot de overname van de behandeling van de ziekmelding van de ex-werknemer en het verhalen van de hieruit voortkomende kosten.
Verhaal
6. Volgens eiseres was er – samengevat – een verontschuldigbare reden voor het niet in behandeling nemen van de ziekmelding. Het is inderdaad de verantwoordelijkheid van de ERD om zelf met hulp van de bedrijfsarts zorgvuldig onderzoek te doen naar de ziekmelding, ook bij een ziekmelding met terugwerkende kracht. Die verantwoordelijkheid kan niet op het UWV worden afgeschoven. [1] De ex-werknemer heeft zich echter na de ziekmelding per 24 juli 2023 op 26 juli 2023 weer hersteld gemeld en daarna twee en een halve week meer dan voltijds werk verricht. Zij was toen niet ziek en ook niet toen zij op 13 augustus 2023 uit dienst trad. Ex-werknemer meldde zich pas weer op 14 september 2023 met terugwerkende kracht ziek per dezelfde datum van 24 juli 2023. Eiseres hoefde er daarom redelijkerwijs niet van uit te gaan dat er nog sprake was van een actuele ziekmelding.
Een ERD is daarnaast niet altijd gehouden om zelf onderzoek te doen naar een ziekmelding. Eiseres treedt op grond van artikel 63a, tweede lid, van de ZW voor de toepassing van artikel 28, eerste lid, van de ZW in de plaats van het UWV. Dit laatste artikel verplicht de werknemer bij ongeschiktheid tot het verrichten van diens arbeid wegens ziekte om zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek “zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld”. De ex-werknemer was twee dagen ziek, heeft zich daarna hersteld gemeld, heeft daarna twee en een halve week gewerkt en is niet ziek uit dienst getreden. In die omstandigheden kan van eiseres niet worden gevergd dat zij het nodig oordeelt om een onderzoek naar die eerdere ziekmelding te verrichten, laat staan een zorgvuldig onderzoek.
Voor het geval het ervoor moet worden gehouden - wat niet het geval is - dat de ex-werknemer inderdaad ziek uit dienst is getreden, komt uit de door het UWV overgelegde sociaal-medische beoordeling naar voren dat ex-werknemer op 24 juli 2024 tegenover de verzekeringsarts van het UWV heeft verklaard dat zij al voor haar indiensttreding leed aan de door haar gestelde gezondheidsklachten. Zowel de Centrale Raad van Beroep (CRvB) als de rechtbank Limburg hebben geoordeeld dat het ziekengeld in dat geval niet voor rekening van de eigenrisicodrager komt. [2]
6.1.
Artikel 63a, eerste lid, van de ZW bepaalt dat een werkgever die ERD is de werkzaamheden verricht ter zake van de voorbereiding van besluiten op grond van de ZW met betrekking tot de personen die laatstelijk tot haar in dienstbetrekking stonden. Indien de ERD de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid van artikel 63a van de ZW naar het oordeel van het UWV niet, niet voldoende of niet juist verricht, verricht het UWV, op grond van artikel 63a, vijfde lid, van de ZW, die werkzaamheden. Het UWV brengt de kosten daarvan, alsmede de kosten die voortvloeien uit het derde lid van artikel 63a van de ZW, in rekening bij de ERD.
6.2.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast.
Eiseres heeft de eerste ziekmelding van de ex-werknemer in behandeling genomen. De ziekmelding waar het in deze procedure om gaat, is de tweede ziekmelding. Vaststaat dat die door eiseres niet in behandeling is genomen.
De ex-werknemer heeft zich bij het UWV ziek gemeld, waarna het UWV bij brief van 1 september 2023 de melding aan eiseres heeft doorgezonden en verzocht deze in behandeling te nemen. Omdat eiseres de melding niet in behandeling nam, heeft het UWV bij brief van 7 november 2023 eiseres opnieuw verzocht om de ziekmelding binnen één week na dagtekening van deze brief in behandeling te nemen. Tevens heeft het UWV in deze brief eiseres bericht dat het wettelijk verplicht zou zijn de gevalsbehandeling over te nemen indien eiseres hier geen gehoor aan zou geven. Het eventueel door het UWV betaalde ziekengeld plus de uitvoeringskosten zou het UWV dan bij eiseres in rekening moeten brengen. Hiernaast heeft de advocaat van ex-werknemer bij brief van 7 november 2023 eiseres er op gewezen dat zij op 1 september 2023 een brief van het UWV heeft ontvangen betreffende de ziekte van ex-werknemer, dat het de keuze van eiseres was om daar verder geen actie op te ondernemen en dat die keuze maakt dat de gevolgen daarvan voor haar rekening komen. Met de brief van 17 januari 2024 heeft de advocaat van de ex-werknemer eiseres opnieuw gewezen op haar verplichting om de ziekmelding in behandeling te nemen, en indien eiseres hier niet toe over zou gaan, hij het UWV zou verzoeken om de behandeling van de ziekmelding van de ex-werknemer over te nemen. Dus zelfs als eiseres in eerste instantie in de veronderstelling verkeerde dat de tweede ziekmelding dezelfde betrof als de eerste ziekmelding, dan had zij uit de aanmaning van het UWV en de brieven van de advocaat moeten begrijpen dat er sprake was van een nieuwe ziekmelding op 1 september 2023 maar met terugwerkende kracht per 24 juli 2023. En bij twijfel, had eiseres daarover navraag kunnen doen bij het UWV. De rechtbank volgt dan ook niet de stelling van eiseres dat zij er redelijkerwijs niet van uit hoefde te gaan dat er nog sprake was van een openstaande, actuele ziekmelding. Om die reden slaagt deze grond niet.
6.3.
Ook de grond van eiseres dat een ERD niet altijd gehouden is om zelf onderzoek te doen naar een ziekmelding, slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat artikel 28, eerste lid, van de ZW - waar eiseres naar verwijst - de verplichting van de verzekerde betreft zich bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek door een door het UWV aangewezen arts, zich op last van de arts tot het ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen inrichting, en in het algemeen de voorschriften van de arts die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te maken, op te volgen. Artikel 28, eerste lid gaat dus niet over de onderzoeksplicht van de werkgever of eventuele uitzonderingen daarop, maar over de verplichting van de werknemer om zich aan een onderzoek te onderwerpen. Dit artikel rechtvaardigt daarom niet het niet in behandeling nemen van de (tweede) ziekmelding op 1 september 2023.
Ook kan eiseres niet worden gevolgd in de stelling dat zij de ziekmelding niet in behandeling hoefde te nemen omdat de ex-werknemer niet meer in dienst was en zij beter was toen zij uit dienst trad. De ziekmelding vond immers met terugwerkende kracht per 24 juli 2023 plaats, een datum waarop ex-werknemer nog steeds in dienst was bij eiseres. Als eiseres meende dat de tweede ziekmelding onterecht was, had zij de ziekmelding juist in behandeling moeten nemen en moeten laten onderzoeken.
6.4.
Ten overvloede wil de rechtbank opmerken dat de vraag of de ex-werknemer ziek in dienst is getreden of niet in deze zaak niet voorligt. Dit is iets dat eiseres als ERD zelf had moeten onderzoeken en waartegen desnoods bezwaar had kunnen worden gemaakt. Eiseres heeft echter, zoals hierboven overwogen, geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 april 2024 waarin het UWV aan ex-werknemer per 18 september 2023 ziekengeld heeft toegekend. De rechtbank gaat daarom in deze procedure uit van de rechtmatigheid van dit besluit.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht de kosten van de behandeling van de ziekmelding van de ex-werknemer op eiseres verhaalt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S.W. Kroon, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.P. Hoenderboom, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 27 oktober 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:5648.
2.Zie de uitspraken van de CRvB van 12 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1128 en de rechtbank Limburg van 2 februari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:772.