Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 26 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Gelderland
KleurrijkWonen vorderde dat gedaagde de aanbouw aan de achtergevel van de gehuurde woning zou verwijderen, stellende dat deze zonder schriftelijke toestemming was geplaatst in strijd met artikel 7:215 lid 1 BW Pro.
Gedaagde voerde verweer en stelde dat de aanbouw zonder noemenswaardige kosten verwijderd kan worden, zodat volgens de hoofdregel van artikel 7:215 lid 1 BW Pro geen toestemming vereist is. KleurrijkWonen kon geen schriftelijk afwijkingsbeding overleggen zoals bedoeld in artikel 7:215 lid 6 BW Pro, waardoor dit niet van toepassing was.
De kantonrechter oordeelde dat de aanbouw eenvoudig te verwijderen is zonder noemenswaardige kosten, en dat KleurrijkWonen deze stelling onvoldoende had betwist. Daarom was gedaagde bevoegd de aanbouw te plaatsen zonder toestemming.
De vordering tot verwijdering en dwangsom werd afgewezen en KleurrijkWonen werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.
Het vonnis werd gewezen door mr. W. van der Boon en op 22 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering aanbouw wordt afgewezen wegens ontbreken afwijkingsbeding en eenvoudige verwijderbaarheid.