ECLI:NL:RBGEL:2025:10988

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
05/005529-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 141 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling openlijke geweldpleging in voetbalstadion met taakstraf

Op 10 september 2022 vond in het Goffertstadion te Nijmegen een vechtpartij plaats waarbij verdachte samen met zijn zoon en medeverdachten meerdere personen heeft aangevallen. Drie aangevers liepen daarbij onder meer hersenschuddingen en gebitsletsel op. Verdachte heeft onder andere aangever 3 bij de keel gepakt en aangever 2 met een trap tegen het gezicht geraakt.

De rechtbank baseerde zich op verklaringen van aangevers, getuigen en een gecertificeerde cameraspecialist die het incident nauwkeurig analyseerde. De verdediging betwistte niet dat verdachte geweld heeft gebruikt, maar stelde dat de bijdrage beperkt was en dat niet duidelijk was of aangever 2 daadwerkelijk geraakt werd.

De rechtbank oordeelde dat verdachte en zijn medeverdachten bewust en nauw samenwerkten en dat verdachte opzet had op de gezamenlijke geweldshandelingen. De strafzaak kende een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer 11 maanden, wat de rechtbank meenam in de strafmaat.

Gezien de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van voetbalgeweld en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een taakstraf van 120 uren op, met vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving. De civiele schadevorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze al in een andere procedure waren toegewezen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren wegens openlijke geweldpleging in vereniging in een voetbalstadion.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/005529-23
Datum uitspraak : 27 november 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] .
Raadsman: mr. F.E.J. Janzing, advocaat in Wijchen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 10 september 2022 te Nijmegen openlijk, te weten, in het Goffertstadion op/aan het Stadionplein 1, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , door:
- een of meermaals in/op/tegen het hoofd/gezicht van [slachtoffer 1] te slaan/stompen en/of ten
gevolge waarvan [slachtoffer 1] ten val kwam,
- een of meermaals op het lichaam en/of in de richting van [slachtoffer 1] te schoppen/trappen,
- een of meermaals tegen het hoofd en/of in de richting van [slachtoffer 2] te schoppen/trappen en/of ten gevolge waarvan [slachtoffer 2] ten val kwam,
- een of meermaals tegen het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 3] te schoppen/trappen,
- een of meermaals [slachtoffer 3] te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 3] ten val kwam,
- een of meermaals [slachtoffer 3] bij het hoofd en/of het lichaam te pakken/grijpen en/of
(vervolgens) tegen het stalen hek te slaan/duwen,
- een of meermaals in/op/tegen het hoofd/gezicht van [slachtoffer 3] te slaan/stompen en/of
- [slachtoffer 3] bij/om de keel te pakken.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 10 september 2022 zijn aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] aanwezig bij een voetbalwedstrijd in het Goffertstadion aan het Stadionplein 1 te Nijmegen. [2] Verdachte, zijn zoon [medeverdachte 1] en zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn hierbij ook aanwezig. [3] Nadat er bier wordt gegooid lopen verdachte en andere supporters de tribune op en komen zij aangevers tegen. [4] Er ontstaat een vechtpartij waarbij aangever [slachtoffer 1] een hersenschudding heeft opgelopen [5] en waarbij een stuk van zijn beide bovenste voortanden is afgebroken. [6] Aangever [slachtoffer 2] heeft bij deze vechtpartij ook een hersenschudding opgelopen. [7]
Verdachte heeft aangever [slachtoffer 3] bij zijn keel gepakt. [8] Verdachte heeft verder aangever [slachtoffer 3] geduwd waardoor hij ten val is gekomen. [9] Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft aangever [slachtoffer 1] tegen zijn hoofd geslagen waardoor [slachtoffer 1] ten val kwam. [10] [medeverdachte 1] heeft richting het lichaam van aangever [slachtoffer 1] getrapt. [11] Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft meerdere malen tegen het lichaam van aangever [slachtoffer 3] getrapt. Verder heeft hij aangever [slachtoffer 3] gepakt en hem twee keer met kracht tegen het metalen hek aan geduwd. [12]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betwist niet dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Zijn eigen bijdrage bestond echter er echter slechts uit dat hij een keer in de richting van [slachtoffer 2] heeft getrapt en dat hij [slachtoffer 3] bij de keel heeft gepakt. Niet blijkt duidelijk dat hij [slachtoffer 2] ook daadwerkelijk heeft geraakt.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat er een groep voetbalsupporters naar boven liep en hem en zijn neef – [slachtoffer 2] – omcirkelde. [13] Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat er 3 mannen voor hem stonden. Hij zag dat de mannen erg opgefokt waren. [14] Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat er 6 tot 8 mannen omhoog klommen op de tribune. De mannen waren heel erg opgefokt. [15]
Getuige [getuige] heeft verklaard dat er 5 tot 6 mannen naar boven kwamen gelopen en wezen naar aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . [16]
[medeverdachte 1] , de zoon van verdachte, heeft verklaard dat zijn vader en diens vriendengroep hadden afgesproken verhaal te halen wanneer er wederom bier zou worden gegooid. Nadat er tijdens de desbetreffende wedstrijd bier werd gegooid zijn zij met een stuk of 10 man naar boven gelopen en verhaal gaan halen. [17]
Verdachte heeft verklaard dat hij naar boven is gelopen om verhaal te halen bij de biergooiers. Hij wilde een grens stellen omdat NEC dat niet voor hem deed. [18]
De cameraspecialist heeft beschreven dat NN1, te weten verdachte, richting de bovenkant van de tribune liep. Er liepen een vijftiental personen om hem heen mee richting de bovenkant van de tribune. [19]
Trap
De verdediging heeft bepleit dat verdachte zelf niet meer heeft gedaan dan aangever [slachtoffer 3] bij de keel te pakken en in de richting van aangever [slachtoffer 2] heeft getrapt en dat niet blijkt dat hij aangever [slachtoffer 2] ook heeft geraakt waardoor die is gevallen. De rechtbank overweegt dat aangever [slachtoffer 2] verklaart dat hij het gevoel had dat de drie mannen op hem afkwamen en dat hij zag en voelde dat hij meerdere keren geschopt werd en vuistslagen tegen zich aankreeg, op een gegeven moment is hij toen gevallen en toen hij op de grond lag is hij ook geslagen en geschopt. [20] De camerabeelden van de gebeurtenissen zijn uitvoerig beschreven door een gecertificeerde camerabeeldspecialist. De expertise van de specialist is bevestigd door de certificaten in het dossier en niet betwist door de verdediging. In het beeldverslag staat het volgende beschreven over het trappen tegen het hoofd: “
00:01:59 uur: Ik zag dat NN 1 zijn rechterbeen hef en met zijn rechterbeen een harde schop gaf tegen het gezicht van SLO 2. (Zie still 12 en still 13 ) Ik zag in fragment 2 dat NN 1 hem raakte met zijn onderbeen of voet. ik zag dat SLO 2 achterover viel en achter de mensen uit beeld verdween,(…)”. [21]
De specialist beschrijft in detail dat SLO2 – zijnde aangever [slachtoffer 2] [22] – een harde schop tegen zijn gezicht kreeg van NN1 – zijnde verdachte [23] - waardoor hij ten val is gekomen. Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer 2] met zijn trapbeweging aangever [slachtoffer 2] heeft geraakt en dat hij zich derhalve ook schuldig heeft gemaakt aan deze geweldshandeling.
In vereniging
Tot slot staat de rechtbank voor de vraag of de geweldshandelingen door verdachte en zijn medeverdachten in vereniging zijn gepleegd. Hierbij is van belang dat zij nauw en bewust hebben samengewerkt en dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld en opzet heeft gehad op de door de groep gepleegde geweldshandelingen.
Uit de beelden blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten zich gezamenlijk als een groep naar de bovenzijde van de tribune hebben bewogen. Uit de verklaring van de zoon van verdachte volgt dat de vriendengroep van verdachte had afgesproken verhaal te halen indien er wederom bier zou worden gegooid. In de verklaringen van de aangevers en een getuige wordt eveneens gesproken van een groep mannen die gezamenlijk om aangevers heen stonden. Er zijn door verschillende leden van deze groep, zijnde verdachte, en andere personen, waaronder de medeverdachten, geweldshandelingen gepleegd richting verschillende aangevers. Dit geeft eveneens blijk van een gezamenlijke actie. Gelet op de beelden alsmede het afspreken verhaal te halen, kan het niet anders zijn dan dat verdachte zich bewust was van en opzet had op de geweldshandelingen die de groep pleegde. Daaruit volgt dus dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte en de overige geweldplegers hebben met hun geweldshandelingen allen een significante en wezenlijke bijdrage gehad aan het openlijk geweld.
De rechtbank acht het daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks10 september 2022 te Nijmegen openlijk, te weten, in het Goffertstadion
op/aan het Stadionplein 1,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging geweld heeft gepleegd tegen
personenen/of een goedte weten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 3] , door:
- een
of meermaal
sin
/op/tegenhet
hoofd/gezicht van [slachtoffer 1] te slaan
/stompen en/often
gevolge waarvan [slachtoffer 1] ten val kwam,
-
een of meermaals op het lichaam en/ofin de richting van [slachtoffer 1] te schoppen/trappen,
-
een of meermaalstegen het hoofd
en/of in de richtingvan [slachtoffer 2] te schoppen/trappen
en/often gevolge waarvan [slachtoffer 2] ten val kwam,
-
een ofmeermaals tegen het hoofd en/of het lichaam van [slachtoffer 3] te schoppen/trappen,
-
een ofmeermaals [slachtoffer 3] te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 3] ten val kwam,
-
een ofmeermaals [slachtoffer 3] bij het hoofd en/of het lichaam te pakken/grijpen en
/of
(vervolgens
)tegen het stalen hek te slaan/duwen,
-
een of meermaals in/op/tegen het hoofd/gezicht van [slachtoffer 3] te slaan/stompenen
/of
- [slachtoffer 3] bij/om de keel te pakken.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

5.De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uur te vervangen door een hechtenis van 75 dagen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de behandeling van de strafzaak lang op zich heeft laten wachten en dat de redelijke termijn met 11 maanden is overschreden. Verder is verdachte een first offender en is er sprake van medeschuld bij [slachtoffer 1] . Tot slot heeft verdachte reeds de schade van de benadeelde partijen vergoed. De raadsman verzoekt, met verwijzing naar ECLI:NL:GHARL:2021:8947, de zaak af te doen met een (deels) voorwaardelijke geldboete.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft openlijk geweld gepleegd in een voetbalstadion. Verdachte is gezamenlijk met een groep supporters verhaal gaan halen nadat er bier werd gegooid. Hierbij heeft verdachte het recht in eigen handen genomen. Bij dit geweld zijn drie personen gewond geraakt van wie uit niets is gebleken dat zij te maken hadden met het gooien van bier. Op de beelden is te zien dat er ook kinderen zich tussen het publiek bevonden. Een voetbalstadion is bij uitstek een plek waar mensen voor hun plezier en ontspanning heen gaan. Het is een ruimte waar men niet zomaar weg kan. Dit draagt bij aan een onveilig gevoel.
Rellen, geweld en vandalisme bij voetbalwedstrijden komen geregeld voor en dit is een
groot en ernstig maatschappelijk probleem. Het raakt direct de openbare orde en de veiligheid van de bezoekers en omwonenden. In verband met dreigend voetbalvandalisme en geweld in stadions zijn omvangrijke veiligheidsmaatregelen noodzakelijk, die een enorme kostenpost opleveren voor de maatschappij. Het creëert niet alleen een groot gevoel van onveiligheid, onrust en angst in de maatschappij maar ook gevoelens van woede en verontwaardiging. Verdachte heeft hier een bijdrage aan geleverd. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.
Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. De redelijke termijn is aangevangen bij het eerste verhoor van verdachte, te weten 16 december 2022. De zaak had aldus voor 16 december 2024 behandeld moeten worden. Omdat dit niet is gebeurd, is daarmee de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met ongeveer 11 maanden, overschreden.
De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
De straf
De rechtbank acht alles afwegende in beginsel een taakstraf voor de duur van 180 uren, passend en geboden, maar gelet op het tijdsverloop sinds de gebeurtenissen, waarbinnen verdachte onder meer een tijdelijk een stadionverbod heeft ondergaan en waarin geen nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden, gaat de rechtbank uit van een taakstraf voor de duur van 140 uren. Daarnaast zal de rechtbank de straf, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, met dien verstande dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 28,00 aan materiële schade en € 750,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 377,08 aan materiële schade en € 1.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard omdat een deel van de vorderingen reeds is toegewezen door de kinderrechter in de zaak tegen een medeverdachte. Voor het overige deel van de vorderingen kunnen de benadeelden naar de burgerlijke rechter stappen.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen dienen te worden afgewezen omdat de vorderingen al zijn toegewezen en betaald.
Overweging van de rechtbank
De vorderingen van benadeelde partijen zijn in een andere strafzaak reeds (gedeeltelijk) toegekend. Ter terechtzitting is door de verdediging onderbouwd met stukken aangevoerd dat deze vorderingen al zijn voldaan en dat er verder geen schade meer resteert. De beoordeling van dit verweer levert een onevenredige belasting van het onderhavige strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering verklaren. De benadeelde partijen kunnen de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op
een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022448544, gesloten op 3 januari 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 151
3.Proces-verbaal van bevindingen p. 134-136.
4.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2025; beeldverslag cameraspecialist, p. 29-30; proces-verbaal van bevindingen p. 142 -144 en proces-verbaal van bevindingen p. 150.
5.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 19.
6.Tandheelkundige verklaring na ongeval, p. 22.
7.Medisch overzicht huisarts [slachtoffer 2] , p. 157.
8.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2025.
9.Beeldverslag cameraspecialist, p. 32; proces-verbaal van bevindingen p. 142 -144 en proces-verbaal van bevindingen p. 150.
10.Beeldverslag cameraspecialist, p. 51; proces-verbaal van bevindingen p. 142 -144 en proces-verbaal van bevindingen p. 150.
11.Beeldverslag cameraspecialist, p. 97; proces-verbaal van bevindingen p. 142 -144 en proces-verbaal van bevindingen p. 150.
12.Beeldverslag cameraspecialist, p. 71; proces-verbaal van bevindingen p. 142 -144 en proces-verbaal van bevindingen p. 150.
13.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 18.
14.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 151.
15.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 160.
16.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 171.
17.Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte, p. 240.
18.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2025.
19.Beeldverslag cameraspecialist, p. 30.
20.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 151.
21.Beeldverslag cameraspecialist, p. 30.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 150.
23.Proces-verbaal van bevindingen, p. 142.