ECLI:NL:RBGEL:2025:11047
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.L.A. van der Veeken
- C.H. van Breevoort-de Bruin
- W.H.S. Duinkerke
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksuele intimidatie in sauna
De rechtbank Gelderland behandelde op 9 december 2025 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksuele intimidatie en het schenden van de eerbaarheid in een sauna op 23 februari 2024. De tenlastelegging betrof meerdere seksuele handelingen en gedragingen richting twee aangeefsters.
De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank stelde vast dat verdachte op de dag van het incident aanwezig was in de sauna en contact had met de aangeefsters, maar twijfelde aan de juistheid van hun verklaringen vanwege het ontbreken van bevestiging door een onafhankelijke getuige.
De verklaring van deze getuige schetste een andere, onschuldige interactie tussen verdachte en de aangeefsters, zonder aanwijzingen voor seksuele intimidatie. De rechtbank kon daarom niet met overtuiging vaststellen dat verdachte de ten laste gelegde feiten had gepleegd en sprak hem vrij.
De civiele schadevorderingen van de benadeelde partijen werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, aangezien de strafrechtelijke bewezenverklaring ontbrak. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van seksuele intimidatie in sauna.