ECLI:NL:RBGEL:2025:11132

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11707041
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake aansprakelijkheid van bestuurder van een vennootschap in het kader van een wederverkoopovereenkomst

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 10 december 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen Energie van Oranje B.V. (EVO) en een gedaagde partij, die als bestuurder van een andere vennootschap betrokken was bij een wederverkoopovereenkomst. EVO vorderde schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad, stellende dat de gedaagde op de hoogte was van het negatieve eigen vermogen van de vennootschap en derhalve aansprakelijk was voor de schade die EVO had geleden door het niet ontvangen van provisie. De procedure omvatte een mondelinge behandeling op 24 november 2025, waarbij beide partijen aanwezig waren en hun standpunten hebben toegelicht. De kantonrechter heeft vastgesteld dat voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder een hoge drempel geldt en dat er onvoldoende bewijs was dat de gedaagde wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen kon voldoen. De rechter oordeelde dat de gedaagde niet willens en wetens heeft gehandeld in strijd met de contractuele verplichtingen, en dat er geen ernstig persoonlijk verwijt kon worden gemaakt. De vorderingen van EVO zijn afgewezen, en EVO is veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde partij.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11707041 \ CV EXPL 25-4268
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
ENERGIE VAN ORANJE B.V.,
gevestigd te Sittard,
eisende partij,
hierna te noemen: EVO,
gemachtigde: mr. J.E. Polet en mr. N.H. Eberson
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 25 juni 2025 en de daarin genoemde processtukken.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 november 2025, waar beide partijen en de gemachtigden van EVO aanwezig waren. Mr. N.H. Eberson heeft het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
EVO is een onderneming die zich onder andere bezighoudt met de begeleiding van particulieren en MKB bedrijven in hun energievraagstukken. De heer [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) is bestuurder van EVO.
2.2.
[bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) was een energieleverancier via een softwareplatform. [bedrijf 1] beschikte over de benodigde vergunning van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM). [gedaagde] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] waren tot begin oktober 2023 de bestuurders van [bedrijf 1] . Daarna was [gedaagde] enig bestuurder.
2.3.
[bedrijf 1] heeft op 7 februari 2023 een wederverkoopovereenkomst gesloten met [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ). [betrokkene 1] was ook de bestuurder van [bedrijf 2] .
2.4.
Op 12 juli 2023 heeft [bedrijf 1] bij de ACM aangegeven dat zij een negatief eigen vermogen had en hiervoor een herstelplan zou opstellen. Op 27 juli 2023 en 16 november 2023 heeft [bedrijf 1] een (herzien) herstelplan ingediend.
2.5.
Op 12 september 2023 verzond [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] een e-mail met het verzoek het contract over te zetten van [bedrijf 2] naar EVO.
2.6.
Op 13 september 2023 om 12:16 uur reageerde [betrokkene 2] als volgt:
“Zoals inderdaad eerder besproken zal [bedrijf 1] graag de overgang van [bedrijf 3] naar Energie van Oranje faciliteren. Ik zal intern overleggen wat hiervoor administratief de meest efficiënte weg is. Wat we in ieder geval moeten doen is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst sluiten met jullie nieuwe entiteit.
Ik heb als bijlage de tekenversie van onze vorige overeenkomst bijgevoegd. Als jij de gegevens van jullie nieuwe entiteit wilt invoegen in het eerste geel gearceerde blok en het tweede geel gearceerde blok wilt controleren voor wat betreft jullie activiteiten, dan kunnen we deze overeenkomst, mits akkoord natuurlijk gezamenlijk ondertekenen.”
2.7.
Op diezelfde dag om 13:06 uur verzond [betrokkene 2] aan [betrokkene 1] een e-mail met de volgende inhoud:
“Top! Dank je wel.
Als bijlage tref je de door mij ondertekende versie. Hierin heb ik als wijziging nog doorgevoerd ons nieuwe vestigingsadres (stond nog op het oude adres). Verder geen wijzigingen op de door jou aangeleverde versie.
Als jij deze wilt tekenen en aan mij retourneren dan hebben we dit gedeelte alvast in orde. Vraag voor hoe administratief het gemakkelijkst te verwerken staat intern open.”
2.8.
Op 13 september 2023 is tussen EVO en [bedrijf 1] een wederverkoopovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand gekomen.
2.9.
Op 30 oktober 2023 is [bedrijf 2] geliquideerd.
2.10.
Op 22 november 2023 schreef [betrokkene 1] aan [gedaagde] het volgende:
“Op vrijdag 3 november 2023 schreef jij n.a.v. ons contact: “De provisies uit de huidige overeenkomst blijven gewoon doorlopen volgens het normale schema aan [bedrijf 4] . De factuur over Q3 staat bijna klaar voor verzending en mag je volgende week verwachten.”
Het is nu woensdag 22 november 2023 bijna 3 weken na jouw schrijven en 2 weken na de verwachte factuur. We hebben (weer) niets ontvangen. Kun je dat in af (laten) handelen?
Graag verneem ik even van je wat wanneer gaat gebeuren.”
2.11.
Op 30 november 2023 schrijft [gedaagde] aan [betrokkene 1] het volgende:
“De stilte aan onze kant is niet zonder reden. [bedrijf 1] BV heeft een Wederverkoopovereenkomst met de rechtspersoon [bedrijf 2] BV (ingeschreven onder kvk nummer 68847629). Op 6 november 2023 hebben wij met jou een overleg gehad waarin je verklaarde dat deze rechtspersoon nog economisch actief was en bestond. Nu blijkt dat de rechtspersoon al sinds begin dit jaar zijn economische activiteiten is gestaakt en sinds 30 oktober 2023 is geliquideerd. Toen wij bij elkaar kwamen was dit jou bekend en heb je verzaakt hierover een juist beeld te schetsen.
Wij gaan het volgende doen:
-
Er komt geen provisiebetaling, de rechtspersoon met wie wij een overeenkomst hebben bestaat niet meer.
(…)
-
In het licht van de situatie komt het aanbod dat wij gedaan hebben voor een Wederverkoopovereenkomst aan Energie van Oranje te vervallen. Ik wens jou en [betrokkene 4] alle succes met jullie nieuwe onderneming en bedank jullie voor de samenwerking.”
2.12.
Begin 2024 heeft de ACM besloten [bedrijf 1] onder verscherpt toezicht te plaatsen. Daarna hebben [bedrijf 1] en de ACM meerdere keren contact gehad over het herstel van de financiële positie van [bedrijf 1] .
2.13.
Op 4 april 2024 heeft EVO aan [bedrijf 1] een factuur voor de geschatte provisie over het derde en vierde kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024 ten bedrage van
€ 5.445,00 gezonden. Op 26 augustus 2024 heeft EVO aan [bedrijf 1] een factuur voor de geschatte provisie over het tweede en derde kwartaal van 2024 ten bedrag van € 2.541,00 gezonden.
2.14.
Op 18 september 2024 heeft de ACM een bindende aanwijzing aan [bedrijf 1] opgelegd.
2.15.
Op 8 oktober 2024 heeft de ACM de vergunning van [bedrijf 1] ingetrokken.
2.16.
Op 22 oktober 2024 is het faillissement van [bedrijf 1] uitgesproken.

3.Het geschil

3.1.
EVO vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • te verklaren voor recht dat [gedaagde] op grond van onrechtmatige daad jegens haar aansprakelijk is voor haar schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
  • [gedaagde] te veroordelen om aan EVO te betalen:
- een bedrag van € 7.986,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over laatstgenoemd bedrag vanaf 26 december 2024, althans de datum van de dagvaarding, totdat alles is betaald,
- een bedrag van € 774,30 aan buitengerechtelijke kosten,
- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en de nakosten.
3.2.
EVO legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld in zijn hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1] , als gevolg waarvan EVO schade heeft geleden doordat zij niet de provisie heeft ontvangen waar zij conform de wederverkoopovereenkomst met [bedrijf 1] recht op heeft. De schade is veroorzaakt doordat [gedaagde] (als bestuurder van [bedrijf 1] ) deze overeenkomst met EVO is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat [bedrijf 1] haar verplichtingen niet zou kunnen voldoen omdat zij een negatief eigen vermogen had. Daarnaast heeft [gedaagde] willens en wetens nagelaten transparant te zijn over de klantverbruiksdata en, daarmee samenhangend, geen provisie aan EVO betaald.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hierop zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat voor persoonlijke
aansprakelijkheid van de (middellijk) bestuurder van een vennootschap een hoge drempel geldt. Uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit haar tekortschieten in de nakoming van een verbintenis. Onder bijzondere omstandigheden is echter, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap op grond van artikel 6:162 BW. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.
4.2.
Van een ernstig verwijt dat de bestuurder persoonlijk treft, kan sprake zijn indien
(i) de bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden (ECLI:NL:HR:2014:2627, Beklamel), behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem ter zake van de benadeling geen persoonlijk verwijt gemaakt kan worden en indien (ii) de bestuurder willens en wetens heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt met schade voor zijn wederpartij als voorzienbaar gevolg.
(i): wetenschap
4.3.
EVO stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] bij het aangaan van de wederverkoopovereenkomst op 13 september 2023 wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat [bedrijf 1] niet tijdig aan haar betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen doordat [bedrijf 1] sinds juli 2023 een negatief eigen vermogen had. Dit heeft [gedaagde] betwist en hij heeft daartoe aangevoerd dat niet hij, maar [betrokkene 2] de overeenkomst is aangegaan. Ook was het tot kort voor het aangaan van de overeenkomst in de branche niet ongebruikelijk dat een energieleverancier een negatief eigen vermogen had, aldus [gedaagde] .
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat het enkele feit dat sprake was van een negatief eigen vermogen, niet maakt dat [gedaagde] ten tijde van het aangaan van de overeenkomst wist of behoorde te begrijpen dat [bedrijf 1] niet aan haar betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen. Bovendien volgt uit het
“besluit tot bindende aanwijzing”van 18 september 2024 van de ACM dat [gedaagde] zelf melding heeft gemaakt van een negatief eigen vermogen bij de ACM en dat [bedrijf 1] werkte aan een herstelplan. Over dit herstelplan heeft zij diverse keren contact gehad met de ACM. De ACM heeft pas ruim één jaar na de melding op 12 juli 2023 de vergunning van [bedrijf 1] ingetrokken. Nu EVO verder geen feiten en omstandigheden heeft aangedragen waaruit blijkt dat deze wetenschap bij [gedaagde] bestond ten tijde van het aangaan van de overeenkomst, komt deze wetenschap in rechte niet vast te staan. [gedaagde] kan dan ook op deze grond geen persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt.
(ii): willens en wetens niet nakomen van contractuele verplichtingen
4.5.
EVO stelt voorts dat [gedaagde] in strijd met de contractuele verplichtingen van [bedrijf 1] willens en wetens heeft nagelaten transparant te zijn over de klantverbruiksdata en de contractuele rechten op provisie van EVO heeft genegeerd. EVO stelt dat zij recht heeft op deze provisie omdat zij de rechten en verplichtingen van [bedrijf 2] uit hoofde van de overeenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] heeft overgenomen.
Dit wordt door [gedaagde] betwist en [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een contractsovername. [gedaagde] heeft aangevoerd dat partijen in de algemene bepalingen behorende bij de overeenkomst zijn overeengekomen dat een overgang van de rechten en verplichtingen van [bedrijf 2] op EVO slechts schriftelijk kan worden overeengekomen. Nu dit niet (nader) schriftelijk is gebeurd, was er geen sprake van een contractsovername van [bedrijf 2] en was [bedrijf 1] niet gehouden provisie aan EVO te betalen, aldus [gedaagde] .
4.6.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de e-mails van 12 en 13 september 2023 (zie r.o. 2.5. tot en met 2.7.) blijkt dat partijen hebben gesproken over een overname van de rechten en verplichtingen van [bedrijf 2] door EVO. Om een overname te bewerkstelligen was blijkens die berichten in elk geval het sluiten van een nieuwe overeenkomst tussen [bedrijf 1] en EVO noodzakelijk. Op 13 september 2023 is in verband hiermee een nieuwe wederverkoopovereenkomst tussen EVO en [bedrijf 1] gesloten. Uit de e-mails van 22 en 30 november 2023 (zie r.o. 2.10 en 2.11.) en hetgeen ter zitting door partijen is aangevoerd, blijkt dat vervolgens tussen partijen een discussie is ontstaan over het antwoord op de vraag of (met het sluiten van de nieuwe wederverkoopovereenkomst) de contractsovername al dan niet heeft plaatsgevonden. Dat daartoe krachtens de algemene voorwaarden een nadere schriftelijke overeenkomst noodzakelijk was, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, is door EVO niet betwist. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat [gedaagde] willens en wetens heeft bewerkstelligd of toegelaten dat [bedrijf 1] haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt met schade voor EVO als voorzienbaar gevolg. Voor zover EVO ter zitting heeft willen betogen dat ook het enkele aangaan van de nieuwe overeenkomst tussen EVO en [bedrijf 1] recht gaf op uitbetaling van provisie omdat er onder die overeenkomst door EVO nieuwe klanten zijn aangebracht, leidt dat niet tot een ander oordeel. Nog daargelaten dat dit door [gedaagde] is bestreden, heeft EVO namelijk geen feiten of omstandigheden gesteld die maken dat [gedaagde] als bestuurder dienaangaande een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Daarbij wordt opgemerkt dat het in de overgelegde correspondentie uitsluitend lijkt te gaan om de hiervoor besproken overname van [bedrijf 2] en niet blijkt dat [gedaagde] ook is aangesproken op nakoming door [bedrijf 1] van de nu gestelde nieuwe verplichtingen.
4.7.
Gelet op het voorgaande wijst de kantonrechter de vorderingen van EVO af.
4.8.
EVO is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- verletkosten
100,00
Totaal
100,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van EVO af,
5.2.
veroordeelt EVO in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als EVO niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.