ECLI:NL:RBGEL:2025:11144

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11746596
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van zorgkosten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing

In deze zaak vordert de Stichting Medinello Revalidatie Zorg, gevestigd te Amersfoort, betaling van € 917,00 van een gedaagde partij, die in persoon procedeert. De vordering is gebaseerd op een geneeskundige behandelingsovereenkomst die tot stand is gekomen na benadering door de gedaagde. Medinello heeft een factuur gestuurd van € 757,85, maar de gedaagde heeft dit bedrag niet volledig betaald. Medinello vordert naast de hoofdsom ook wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De gedaagde voert verweer en stelt dat er nooit sprake is geweest van echte behandelingen, maar slechts van intakegesprekken. De kantonrechter oordeelt dat Medinello onvoldoende heeft onderbouwd hoe de vordering van € 757,85 is opgebouwd en op welke behandelingen deze betrekking heeft. De kantonrechter wijst de vorderingen van Medinello af en veroordeelt haar in de proceskosten van de gedaagde, die begroot worden op € 50,00. Het vonnis is uitgesproken op 5 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11746596 \ CV EXPL 25-1797
Vonnis van 5 december 2025
in de zaak van
STICHTING MEDINELLO REVALIDATIE ZORG,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: Medinello,
gemachtigde: LikiFin,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Medinello vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 917,00 (€ 757,85 aan hoofdsom, € 137,55 aan buitengerechtelijke kosten en € 56,60 aan reeds verschenen rente berekend tot en met 20 mei 2025 waarvan reeds € 35,00 is betaald), vermeerderd met de nog lopende rente over de hoofdsom en de veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
Medinello legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar heeft benaderd in verband met een gewenste behandeling, waardoor vervolgens tussen partijen een geneeskundige behandelingsovereenkomst tot stand is gekomen. Voor de afspraken/behandelingen heeft Medinello een factuur gestuurd van in totaal € 757,85, maar [gedaagde] heeft het in rekening gebrachte bedrag niet (volledig) betaald. Omdat [gedaagde] niet (op tijd) betaalde, vordert Medinello ook betaling van de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering van Medinello. Omdat zij was gevallen in haar huis, heeft zij Medinello benaderd om te kijken of zij iets voor haar konden betekenen. Zij erkent dat zij meerdere keren bij Medinello op gesprek is geweest. Bij het eerste gesprek heeft zij direct gevraagd of de kosten voor een intakegesprek vergoed zouden worden dan wel dat er niet meer kosten in rekening zouden worden gebracht dan haar eigen risico. Aan haar werd vervolgens meegedeeld dat dat het geval was. Op 7 januari 2024 kreeg [gedaagde] een ongeluk waardoor de echte behandeling nooit van start is gegaan. Er is volgens [gedaagde] dan ook nooit sprake geweest van echte behandelingen, maar slechts van intakegesprekken. Ook werd zij na de intakegesprekken door Medinello afgewezen omdat haar aanvullende zorgverzekering alle kosten niet zou dekken, aldus [gedaagde] .
3.2.
Medinello heeft daarop gesteld dat de kosten voor de zorg/intakegesprekken bij haar inderdaad niet meer bedragen dan het (vrijwillig) eigen risico, zoals [gedaagde] ook aanvoert. Omdat Medinello echter geen contract heeft met de zorgverzekeraar van [gedaagde] , kon zij de factuur niet rechtstreeks bij de zorgverzekeraar indienen. Om die reden heeft Medinello een factuur aan [gedaagde] verstuurd. Het in rekening gebrachte bedrag moet [gedaagde] vervolgens zelf declareren bij haar zorgverzekeraar. Als het wettelijk eigen risico nog niet (volledig) is gebruikt, wordt dit op de vergoeding ingehouden. Verder kan het zijn dat [gedaagde] een eigen bijdrage moet betalen. Indien dat het geval is, neemt Medinello de kosten van de eigen bijdrage voor haar rekening, aldus Medinello.
3.3.
De kantonrechter overweegt als volgt. Hij is van oordeel dat Medinello onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld hoe haar vordering van € 757,85 is opgebouwd en op welke behandelingen/intakegesprekken de vordering ziet. Op de factuur die zij heeft overgelegd staat namelijk een bedrag van € 1.047,63, terwijl het gevorderde bedrag € 757,85 bedraagt. Nergens blijkt uit voor wiens rekening het bedrag van € 289,78 is gekomen. Ook vermeldt Medinello in het lichaam van de dagvaarding achter het bedrag van € 757,85 ‘eigen risico’. Hiermee lijkt Medinello te stellen dat het bedrag van € 757,85 geheel voor rekening van het eigen risico van [gedaagde] komt. Daarentegen stelt Medinello echter ook dat [gedaagde] de factuur zelf moet indienen bij haar zorgverzekeraar, dat de zorgverzekeraar de zorg vanuit de basisverzekering vergoedt, maar dat het (nog niet verbruikte) eigen risico op de uit te keren vergoeding wordt ingehouden. Uit deze stelling maakt de kantonrechter op dat Medinello niet kan weten welk deel van het in rekening gebrachte bedrag voor het eigen risico van [gedaagde] komt, omdat zij geen contract heeft met de zorgverzekeraar van [gedaagde] . Daarnaast blijkt uit de bijlage bij de factuur dat er volgens Medinello gesprekken hebben plaatsgevonden op 9 en 12 december 2023 en 3 en 5 januari 2024, terwijl uit (productie 6 van) de conclusie van repliek niet volgt dat er een gesprek heeft plaatsgevonden op 3 januari 2024.
3.4.
Gezien deze onduidelijkheden en tegenstrijdigheden, is de kantonrechter van oordeel dat Medinello met betrekking tot haar vordering onvoldoende (onderbouwd) heeft gesteld, reden waarom deze wordt afgewezen. Voor nadere bewijslevering ziet de kantonrechter geen aanleiding. Voor bewijslevering is namelijk pas plaats als is voldaan aan de stelplicht en daarvan is, zoals hiervoor geoordeeld, geen sprake. Omdat de hoofdvordering wordt afgewezen, worden de nevenvorderingen ook afgewezen.
3.5.
Medinello wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- verletkosten
50,00
Totaal
50,00

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van Medinello af,
4.2.
veroordeelt Medinello in de proceskosten van € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
62956/560