Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.De procedure
- de akte van Incare van 19 maart 2025 met bijlage,
- de antwoordakte van Incare van 28 mei 2025 met producties,
Rechtbank Gelderland
In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 17 december 2025 een eindvonnis gewezen in een civiele procedure tussen DKL B.V. en Incare B.V. en Codi Group B.V. DKL vorderde schadevergoeding van Incare wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat Incare vanaf augustus 2023 is gestopt met het afnemen van de logistieke dienstverlening van DKL, wat leidde tot een gemiste omzet voor DKL. De rechtbank heeft de schade begroot op € 153.284,00, gebaseerd op de omzet die DKL in 2023 had gerealiseerd voor niet-medische producten. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat DKL onvoldoende onderbouwd heeft dat de gegevens van Incare over de gemiste omzet onbetrouwbaar zijn. De vordering van DKL tot het verkrijgen van verklaringen voor recht werd afgewezen, omdat de rechtbank al had geoordeeld dat Incare schadeplichtig was. De proceskosten werden toegewezen aan Incare, die grotendeels in het ongelijk was gesteld, terwijl DKL de proceskosten van Codi moest betalen, omdat zij in dat geschil in het ongelijk was gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.