ECLI:NL:RBGEL:2025:11188

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
224200
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 77c SrArt. 77i SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging diefstal met bedreiging met geweld in vereniging in cafetaria

Op 16 augustus 2025 hebben verdachte en twee medeverdachten gezamenlijk een poging tot diefstal gepleegd in een cafetaria te Groesbeek, waarbij zij bedreiging met geweld gebruikten. Zij droegen gezichtsbedekkende kleding en één medeverdachte toonde een ijzeren staaf. Verdachte riep herhaaldelijk om geld, terwijl een ander op uitkijk stond. De overval mislukte doordat de eigenaar geen geld had.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet deelnam aan de poging tot diefstal met bedreiging met geweld, gepleegd in vereniging. Verdachte wordt vrijgesproken van het vasthouden van een mes, omdat daarvoor onvoldoende bewijs is.

De rechtbank past het adolescentenstrafrecht toe gezien de leeftijd en ontwikkelingskenmerken van verdachte. De straf bestaat uit 193 dagen jeugddetentie waarvan 13 dagen onvoorwaardelijk (gelijk aan het voorarrest) en 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, aangevuld met een taakstraf van 200 uur. Daarnaast gelden bijzondere voorwaarden zoals toezicht door de jeugdreclassering, ambulante behandeling en een gebiedsverbod rondom de cafetaria.

De rechtbank benadrukt de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de samenleving, en het belang van een passende straf die ook rekening houdt met de kwetsbaarheid en ontwikkelingsniveau van verdachte. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven omdat verdachte deze reeds heeft uitgezeten.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 193 dagen jeugddetentie (waarvan 180 dagen voorwaardelijk) en een taakstraf van 200 uur wegens poging diefstal met bedreiging met geweld in vereniging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.224200.25
Datum uitspraak : 10 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .
Raadsman: mr. D. van der Beek, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om
een of meerdere geldbedragen naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan Cafetaria [cafetaria] en/of [slachtoffer] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] en/of diens partner, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- zwarte, althans donkere, kleding/jassen heeft/hebben aangedaan en/of
- diens gezicht(en) heeft/hebben bedekt met een (bivak)muts en/of masker en/of
doek en/of
- cafetaria [cafetaria] is/zijn ingelopen en/of
- een ijzeren buis heeft/hebben vast gehouden en/of laten zien en/of
- een mes heeft/hebben vast gehouden en/of
- tegen voornoemde [slachtoffer] en/of diens partner, werkzaam in cafetaria [cafetaria] , meermalen heeft/hebben geroepen “geld, geld, geld”,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft een juridisch verweer gevoerd. Kort samengevat: wat verdachte deed, deed hij niet met (juridisch) opzet. Verder kun je volgens de advocaat verdachte geen mededader noemen, omdat hij alleen maar deed wat de andere twee verdachten hem vroegen. Hij deed dat omdat hij – zoals de reclassering heeft opgeschreven - geen ‘nee’ kon zeggen terwijl hij het eigenlijk niet echt wilde. Volgens de raadsman had verdachte niks te maken met het mes dat bij een medeverdachte is aangetroffen door de politie. Als de rechtbank toch tot een veroordeling komt, dan moet voor verdachte vrijspraak volgen voor het deel dat ziet op het mes.
Beoordeling door de rechtbank
Voor de handelingen die bewezen worden verklaard, is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 10-11;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 november 2025 en het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 99;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] p. 126-27.
Bewijsoverweging
Eerder op de dag hadden de drie verdachten gezamenlijk het plan besproken om de cafetaria te overvallen en onder bedreiging met geweld geld te eisen om hiermee luxe goederen te kopen. Als onderdeel van het plan hebben de drie verdachten vervolgens gezichtsbedekkende kleding meegenomen van de groep en zijn zij in de avond gezamenlijk naar de cafetaria gelopen. Voordat zij bij de cafetaria waren, hebben zij hun gezichten bedekt en de onderlinge rolverdeling bepaald. Bij binnenkomst in de cafetaria liet medeverdachte [medeverdachte 2] een ijzeren staaf zien - die hij onderweg in aanwezigheid van de andere twee uit de struiken had gepakt om bij de overval te gebruiken - terwijl verdachte om geld riep en [medeverdachte 1] bij de deuropening op de uitkijk stond. De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van de drie verdachten, in onderlinge samenhang bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm (poging tot) diefstal met bedreiging met geweld in vereniging opleveren. Uit de verklaring van de verdachte blijkt daarnaast dat het de bedoeling van hem en de medeverdachten was om met elkaar de cafetaria van het slachtoffer te overvallen. Het is een feit van algemene bekendheid dat overvallen in de praktijk vaak gepaard gaan met geweld in welke vorm dan ook, de dreiging daarmee of het gebruik van een afdreigingsmiddel. Het ligt immers niet in de rede dat een slachtoffer zich vrijwillig van geld of goederen laat beroven. De kans op een gewelddadige confrontatie was daarmee aanzienlijk. De verdachte is samen met zijn medeverdachten, waarvan er één een ijzeren staaf toonde, de cafetaria binnengegaan om de overval ten uitvoer te brengen. Door zich niet van de situatie te distantiëren, maar actief deel te nemen aan de uitvoering van de overval door de cafetaria te lopen en tegen de eigenaar te roepen: ‘geld, geld, geld’, heeft de verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat daarbij geweld zou worden gebruikt of daarmee zou worden gedreigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte dan ook ten minste voorwaardelijk opzet gehad op het dreigen met geweld tijdens de poging tot overval. Hetgeen door de verdediging is aangevoerd, vindt weerlegging in de bewijsmiddelen.
Net als de officier van justitie en de raadsman, ziet de rechtbank geen bewijs voor het gedachtestreepje dat ziet op het vasthouden van een mes. Verdachte wordt hiervan daarom vrijgesproken.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks16 augustus 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)voorgenomen misdrijf
om een
of meerderegeldbedrag
ennaar
zijn/hun gading,
in elk geval enig goed,dat
/die
geheel of ten deleaan Cafetaria [cafetaria] en/of [slachtoffer] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en deze poging tot diefstal
te doen voorafgaan,te doen vergezellen
en/of te doen volgenvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer]
en/of diens partner,
te plegenmet het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
-
zwarte, althansdonkere, kleding/jassen heeft/
hebbenaangedaan en
/of
- diens gezicht
(en)heeft
/hebbenbedekt met een
(bivak)muts
en/of masker en/of
doeken/
of
- cafetaria [cafetaria] is/
zijningelopen en
/of
- een ijzeren buis heeft
/hebben vast gehouden en/oflaten zien en/
of
- een mes heeft/hebben vast gehouden en/of
- tegen voornoemde [slachtoffer]
en/of diens partner,werkzaam in cafetaria [cafetaria] ,
meermalen heeft
/hebbengeroepen “geld, geld, geld”,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Poging tot diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5.De strafbaarheid van feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte met toepassing van het adolescentenstrafrecht wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 192 dagen met aftrek, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daarnaast een taakstraf van 180 uur. De officier van justitie vindt het belangrijk dat daarbij de bijzondere voorwaarden gaan gelden zoals de reclassering heeft geadviseerd. De geschorste voorlopige hechtenis moet volgens de officier van justitie worden opgeheven.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman vindt net als de officier van justitie dat het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Ook hij is er voor dat een taakstraf wordt opgelegd, maar die zou dan het liefst helemaal voorwaardelijk moeten zijn. De rechtbank zou ook een kleine onvoorwaardelijke taakstraf kunnen opleggen, als helemaal voorwaardelijk niet zwaar genoeg is. Het was volgens de raadsman voor verdachte heel zwaar om in voorarrest vast te zitten en dat heeft veel indruk op hem gemaakt. Verdachte zal er alles aan doen om te zorgen dat waar hij voor vast zat, niet meer gebeurt.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft samen met twee medeverdachten een overval gepleegd op een cafetaria in Groesbeek. De verdachten hadden hun gezicht bedekt om niet herkend te worden. Om extra angst aan te jagen, had een medeverdachte een ijzeren staaf bij zich die hij liet zien, terwijl een verdachte geld eiste en een andere medeverdachte bij de deur op de uitkijk stond. De overval mislukte doordat de eigenaar van de cafetaria zei dat hij geen geld had, waarna de verdachte en zijn medeverdachten vertrokken. Ze probeerden daarna nog te zorgen dat ze ook achteraf niet konden worden herkend door de kleding die zij tijdens de mislukte overval droegen weg te gooien. Kortom, verdachte en zijn medeverdachten hadden een plan gemaakt en dachten daarbij alleen maar aan zichzelf. Ze wilden namelijk makkelijk geld krijgen om hasj te kopen. Ze dachten niet na over de gevolgen voor anderen. Ze hebben niet alleen de eigenaar en zijn vrouw heel erg bang gemaakt, maar ook de getuige die zich bij de politie heeft gemeld en andere mensen die hierover lezen of horen, kunnen er heel bang van worden en zich onveilig gaan voelen. Daarom verdient dit feit een zware straf.
Verdachte was tijdens het plegen van het feit 18 jaar. Zoals de reclassering heeft geadviseerd zal de rechtbank verdachte berechten volgens het jeugdstrafrecht.
De reclassering heeft beschreven dat, door de rechtbank samengevat, verdachte dingen soms minder goed of minder snel begrijpt dan anderen en dat hij soms nog denkt en dingen doet als iemand die jonger is dan hij. Anderen kunnen hem makkelijk laten doen wat zij willen, hij overziet vaak niet wat de gevolgen zijn van wat hij doet en hij vindt het moeilijk om nee te zeggen als hij iets niet wil of niet fijn vindt.
De reclassering is heel tevreden over hoe verdachte het tijdens de schorsing heeft gedaan. Hij houdt zich heel precies aan de voorwaarden, wil graag meewerken en doet zijn best om overdag goede en nuttige dingen te doen. Hij laat zich goed helpen en steunen en luistert goed naar de hulpverleners. De reclassering denkt dat de kans klein is dat hij opnieuw in de fout gaat. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een misdrijf.
Hiervoor heeft de rechtbank uitgelegd waarom de overval zo ernstig is. Daarbij past een gevangenisstraf, in dit geval in de vorm van jeugddetentie, vooral omdat verdachte denkt en handelt als een minderjarige. Verdachte heeft 13 dagen in voorarrest vastgezeten. De rechtbank zal hem niet terugsturen naar de jeugdgevangenis. Omdat verdachte nog jong is en kwetsbaar, zal de rechtbank het onvoorwaardelijk deel van de jeugddetentie gelijk stellen aan de duur van voorarrest, te weten 13 dagen.
Als waarschuwing zoiets niet nog een keer te doen, zal de rechtbank daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 180 dagen. Daarbij geldt een proeftijd van twee jaar. Als verdachte binnen die tijd geen nieuw strafbaar feit pleegt en zich aan de voorwaarden houdt, hoeft hij niet terug naar de jeugdgevangenis. Die bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht bij de jeugdreclassering, meewerken aan begeleiding door de jeugdreclassering en ambulante behandeling door Kairos. Daarnaast mag de reclassering maximaal drie keer per jaar zijn telefoon controleren om te zien wat hij daarmee doet. De reclassering moet wel voorzichtig zijn met zijn privacy en niet meer controleren dan nodig om te zien of hij geen dingen doet op zijn telefoon die gevaarlijk of niet goed voor hem zijn. Verder mag hij niet komen in cafetaria [cafetaria] en ook niet binnen een straal van 50 meter daaromheen.
De grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf is hier, omdat het feit zo ernstig is, niet voldoende als straf. Daarom zal de rechtbank daarnaast ook een taakstraf opleggen. Omdat alle verdachten van deze overval volgens de rechtbank allemaal in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor wat er is gebeurd, past daarbij dat ze ook alle drie dezelfde straf krijgen. Verdachte heeft korter dan de medeverdachten vastgezeten in voorarrest verbleven. Om te zorgen dat de totale straf wel ongeveer hetzelfde is voor alle drie, legt de rechtbank aan verdachte een iets hogere taakstraf op dan zij aan de medeverdachten oplegt (180 uur) en (dus) ook iets hoger dan door de officier van justitie geëist. De rechtbank legt aan verdachte daarom een taakstraf op van 200 uur. Als verdachte de taakstraf niet goed uitvoert, moet hij 100 dagen vastzitten.
De geschorste voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, omdat verdachte zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraf al heeft uitgezeten, zoals de rechtbank hiervoor heeft uitgelegd.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 45, 77c, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van
193 dagen;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- meewerkt aan toezicht door de jeugdreclassering en zich meldt op afspraken met de
jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dat nodig vindt;
- meewerkt aan een ambulante behandeling bij forensisch polikliniek Kairos of een
soortgelijke instelling, te bepalen door de jeugdreclassering. Onderdeel van de behandeling kunnen onder andere zijn: emotie-regulatietraining, traumaverwerking, gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden. De behandeling duurt zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
- gedurende de proeftijd verblijft bij Pluryn ( [adres 3] ) of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de jeugdreclassering. Het verblijf duurt zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de jeugdreclassering voor hem heeft opgesteld;
- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of
vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
  • zich niet bevindt in een straal van 50 meter van Cafetaria [cafetaria] , adres [adres 2] te Groesbeek, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
  • de jeugdreclassering inzicht geeft in zijn telefoongebruik, indien en zolang de
jeugdreclassering dat nodig acht. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot zijn telefoon(s). Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. De controles worden uitgevoerd door de jeugdreclassering, maximaal drie keer per jaar, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte.
 geeft opdracht aan de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering om toezicht te houden op de naleving van bovenstaande voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
 legt op een taakstraf van 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen;
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bonder, voorzitter, mr. A. Tegelaar en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2025.
Mr. Bonder, mr. Arts en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025395466, gesloten op 19 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.