Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
“Oppblazen” R.I.P. Bigi dagoe.Aangeefster schrok hier heel erg van. Het liedje Opp blazen van Bigi Dagoe heeft ze opgezocht en dit is een liedje dat gaat over mensen doodschieten. [2]
“Oppblazen” R.I.P. Bigi dagoe’ een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht opleveren. Gelet op de tekst zelf én de omstandigheden waaronder deze uitlating heeft plaatsgevonden en bezien de context waarin deze is gedaan, te weten de eerdere veroordeling voor het sturen van bedreigende en intimiderende berichten en de inhoud van het liedje, is de rechtbank van oordeel dat bij aangeefster de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen. De woorden "Je hebt ze aangifte laten doen, dat wil zeggen er gaat een dode vallen bij jou" zijn gestuurd naar het account van de politie. Omdat uit deze woorden zelf niet blijkt, maar ook niet uit de directe context waarin deze zijn gedaan, dat deze bedreiging is gericht tegen aangeefster zelf, spreekt de rechtbank verdachte hiervan partieel vrij. De rechtbank zal verdachte ook van de overige bewoordingen uit de tenlastelegging vrijspreken, omdat deze woorden naar het oordeel van de rechtbank geen bedreiging opleveren.
3.De bewezenverklaring
een of meermaals, in
of omstreeksde periode van 3 mei 2024 tot en met 1 juni
en/of met zware mishandeling, door voornoemde [slachtoffer] op Facebook
en/of Instagram en/of door het account van de politie op Instagramde woorden toe te voegen "
Ik pak je nog wel", "1-0 voor ons he",""Opp blazen" R.I.P Bigi Dagoe"
en/of "Je hebt ze aangifte laten doen, dat wil zeggen er gaat een dode vallen bij jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,terwijl dit feit werd gepleegd tegen voornoemde [slachtoffer]
of omstreeksde periode van 3 mei 2024 t/m 1 juni 2024 te Ede, althans in Nederland,
/ofvia Facebook Messenger
/of
te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
7.De beoordeling van de civiele vordering
8.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-150099-23)
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
zes (6) maandenen beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
terbeschikkingstellingde volgende
voorwaardenbetreffende het gedrag van verdachte:
- verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
- verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
- als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in De Woenselse Poort of een forensisch psychiatrisch centrum (fpc) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
- verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;
- verdachte verblijft, zolang de reclassering dit nodig acht, bij [verblijfsplek] als overbruggingsplek totdat klinische opname mogelijk is;
- verdachte laat zich opnemen in forensische psychiatrische kliniek De Woenselse Poort of een nader te bepalen forensische psychiatrische kliniek of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
- verdachte laat zich - na afloop van de klinische behandeling - behandelen door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
- verdachte verblijft - na afloop van klinische behandeling - in een nader te bepalen beschermd- of begeleidwoneninstelling, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- verdachte gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1989, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
- elektronische monitoring, indien de reclassering dit nodig acht. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring van een locatieverbod, zolang de reclassering in overleg met het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
- verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrechtop, inhoudende een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 5 jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1989 en beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 10 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrechtop;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 750,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 750,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 15 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;