ECLI:NL:RBGEL:2025:11228

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
133886
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel door roekeloos rijgedrag

Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een 22-jarige man, die werd beschuldigd van het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. De verdachte reed op 15 november 2024 in Apeldoorn als beginnend bestuurder met een snelheid van ongeveer 145 km/u, terwijl de maximumsnelheid ter plaatse 30 km/u was. Dit gebeurde in de bebouwde kom, waar veel mensen aanwezig waren, omdat een nabijgelegen restaurant net gesloten was. De verdachte week uit naar de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer om een aanrijding met een Volkswagen te voorkomen, maar botste frontaal op een Kia, bestuurd door het slachtoffer, die hierdoor zwaar lichamelijk letsel opliep. De rechtbank oordeelde dat de verdachte roekeloos had gehandeld door de verkeersregels in ernstige mate te schenden en dat er gevaar voor anderen was te duchten. De rechtbank legde een taakstraf van 240 uur op, evenals een ontzegging van de rijbevoegdheid van 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. De rechtbank nam in haar overwegingen de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, maar vond de ernst van het feit zwaarder wegen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/133886-25
Datum uitspraak : 18 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. M.J. van den Hoonaard, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op 15 november 2024 te Apeldoorn in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de N344, gaande in de richting van de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan, daarmede rijdende over de weg de Loolaan roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en/of terwijl een ander voertuig (personenauto) de parkeerhaven de weg (de Loolaan) op reed richting de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan,
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur en/of 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 143 kilometer per uur en/of
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- met dat door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto), naar links heeft gestuurd
en/of naar links is gegaan, waarbij hij niet het verloop van die weg heeft gevolgd
en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Loolaan) kon overzien en waarover deze vrij was en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere voertuig (personenauto), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op 15 november 2024 te Apeldoorn in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de N344, gaande in de richting van de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan, daarmede rijdende over de weg de Loolaan roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en/of
terwijl een ander voertuig (personenauto) de parkeerhaven de weg (de Loolaan) op reed richting de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan,
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur en/of 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 143 kilometer per uur en/of
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- met dat door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto), naar links heeft gestuurd
en/of naar links is gegaan, waarbij hij niet het verloop van die weg heeft gevolgd
en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Loolaan) kon overzien en waarover deze vrij was en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere voertuig (personenauto), en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op 15 november 2024 te Apeldoorn in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de N344, gaande in de richting van de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan, daarmede rijdende over de weg de Loolaan roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en/of
terwijl een ander voertuig (personenauto) de parkeerhaven de weg (de Loolaan) op reed richting de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan,
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur en/of 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 143 kilometer per uur en/of
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- met dat door hem bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto), naar links heeft gestuurd
en/of naar links is gegaan, waarbij hij niet het verloop van die weg heeft gevolgd
en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Loolaan) kon overzien en waarover deze vrij was en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere voertuig (personenauto), en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen staat het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vast.
Op 15 november 2024 reed verdachte als beginnend bestuurder van een auto van het merk Mercedes-Benz, voorzien van kenteken [kenteken] , over de Loolaan in Apeldoorn komende uit de richting van de N344 en gaande in de richting van het centrum van Apeldoorn. [2] Op de Loolaan zijn aan beide kanten van de rijbaan parkeerstroken gesitueerd. Het wegdek was droog, het was donker buiten, de straatlantaarns brandden en het zicht werd niet belemmerd. [3] Een Volkswagen Up verliet de parkeerstrook om de rijstrook richting de Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan kruising te volgen. Verdachte reed met hoge snelheid in de richting van die kruising en week uit naar de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomende verkeer om een botsing met de Volkswagen te voorkomen. Hierdoor kwam de Mercedes-Benz van verdachte vervolgens frontaal in botsing met de tegemoetkomende Kia, die werd bestuurd door [slachtoffer] . De ter plaatse toegestane maximumsnelheid bedroeg normaal gesproken 50 km/uur. Ter plaatse was een tijdelijke snelheidsbeperking in verband met wegwerkzaamheden. Hierdoor was de maximumsnelheid, ten tijde van het ongeval, aangepast naar 30 km/uur. [4]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, met dien verstande dat de mate van schuld dient te worden gekwalificeerd als zeer hoge mate van schuld.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat bewijs voor het letsel van het slachtoffer ontbreekt. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken voor het bestanddeel roekeloosheid, omdat niet wordt voldaan aan de vereisten van opzet en het in ernstige mate schenden van een verkeersregel. Wat betreft de overige schuldgradaties refereert de verdediging zich bij bewezenverklaring van lichamelijk letsel, aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval met lichamelijk letsel tot gevolg, zoals omschreven in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Schuld in de zin van dit wetsartikel houdt in dat er in ieder geval sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Of dit het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Wanneer er sprake is van gedragingen met een hogere graad van verwijtbaarheid, kan dit worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig en/of onoplettend handelen en in zeer ernstige gevallen als roekeloos rijgedrag.
Snelheid
De politie heeft onderzoek gedaan naar de event data recorder (hierna: EDR-data) van de airbagmodule van de betrokken Mercedes-Benz. Uit deze EDR-data is gebleken dat verdachte zo’n 5 seconden voor de botsing reed met een snelheid van ongeveer 145 km/u met een gaspedaal stand van 92%. Deze snelheid heeft verdachte tot 1 seconde voor de botsing teruggebracht tot 140 km/u. Vanaf dat moment heeft verdachte geremd. De laatst geregistreerde snelheid betrof 88 km/u. [5] Zoals hierboven vastgesteld bedroeg de toegestane maximumsnelheid ter plaatse, vanwege werkzaamheden, 30 km/u.
Het ongeval heeft plaatsgevonden op vrijdagavond omstreeks 23:10 uur vlakbij restaurant Prins Maurits, dat net ging sluiten. Er zijn hierdoor veel mensen getuige geweest van het ongeval. Deze getuigen zijn door de politie gehoord. Zij verklaren allemaal over een voertuig dat met hoge snelheid kwam aanrijden. Zo heeft getuige [getuige 1] verklaard dat zij twee auto’s achter elkaar zag rijden. Een grijze Mercedes begon plotseling harder te rijden om de andere auto in te halen. Zij had het idee dat zij een ‘race’je’ aan het doen waren. [6] Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij bij het uitlopen van restaurant Prins Maurits een auto vol gas hoorde geven. Ze hoorde een luid motorgeluid, waardoor zij wist dat er vol gas werd gegeven. De getuige schatte de snelheid van de Mercedes op meer dan 100 km/u. [7] Getuige [getuige 3] heeft ook verklaard dat hij het geluid hoorde van een voertuig dat volle bak aan het optrekken was. Hij dacht op dat moment al: “wat is dit voor idioot”, aldus de getuige. Het ging volgens de getuige om twee voertuigen, waarbij er één sneller voorbij was. De getuige vermoedde dat het voertuig minstens 100 km/u reed, misschien nog wel harder. [8]
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij bekend was met de weg en dat hij hier ongeveer drie keer in de week reed. [9] Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de borden over de aanpassing van de maximumsnelheid naar 30 km/u die avond niet heeft gezien. Hij was bezig met zijn vrienden die in de andere auto zaten. Verdachte heeft verklaard dat ze bezig waren met optrekken, heel hard rijden en met het inhalen van elkaar. Het werd een spelletje op de weg, aldus verdachte. [10]
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte vlak voordat hij uitweek naar de andere rijbaan en daar frontaal in botsing kwam met de Kia van Wiersma met een snelheid van 145 km/u reed. Dit is een zeer aanzienlijke overschrijding van de geldende maximumsnelheid van 30 km/u.
Vermijdbaarheid
De politie heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak van het ongeval. Hieruit volgt dat de uit de parkeerstrook verlatende bestuurster van de Volkswagen in beginsel voorrang had moeten verlenen aan het overige verkeer. Indien verdachte zich had gehouden aan de geldende maximumsnelheid, had de bestuurster van de Volkswagen echter ruimte en tijd genoeg gehad om veilig de rijbaan op te rijden. [11] Uitgaande van de indicatieve snelheid van 143 km/u (
op basis van videobeeldonderzoek dat voorafging aan de analyse van de EDR-data, rb.) van de Mercedes Benz, had dit voertuig 4 seconden nodig om de 159 meter af te leggen om op de plaats van het ongeval te komen. Indien de snelheid van de Mercedes-Benz 50 km/u was geweest, dan had de Mercedes-Benz de eerder genoemde afstand van 159 meter 11,4 seconden afgelegd. Dat betekent dat de Volkswagen 7,4 seconden meer tijd had gehad om weg te rijden uit het parkeervlak en voor de Mercedes-Benz in te voegen. Volgens de politie is dat tijd genoeg. [12]
Getuige [getuige 4] , bestuurder van de Volkswagen, heeft verklaard dat toen zij wilde wegrijden uit het parkeervak, zij naar achteren kijkend door haar binnenspiegel, linker buitenspiegel en over haar schouder in de verte een auto zag aankomen. Gezien de afstand dacht zij dat zij het makkelijk zou halen om in te voegen. De lampen waren klein en deze afstand is normaal ruim genoeg om in te voegen, aldus de getuige. [13]
De rechtbank concludeert op basis van het bovenstaande dat als verdachte zich had gehouden aan de maximumsnelheid het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank is zodoende van oordeel dat er een causaal verband bestaat tussen het verkeersgedrag van verdachte, in het bijzonder zijn enorme overschrijding van de maximumsnelheid, en het verkeersongeval.
De mate van schuld
Per 1 januari 2020 is de “Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten” in werking getreden (Stb. 2019, 413). Daarbij heeft de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld en zo het toepassingsbereik daarvan willen uitbreiden. Voor dat doel is in artikel 175 WVW, dat de strafbepaling van artikel 6 WVW bevat, aan het tweede lid toegevoegd dat van roekeloosheid in elk geval sprake is als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt.
Op grond van artikel 5a, eerste lid, WVW, moet de rechtbank beoordelen of de verdachte met het uit de bewijsmiddelen blijkende rijgedrag (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij de verkeersregel opzettelijk heeft geschonden en of er sprake was van opzet om deze verkeersregel in ernstige mate te schenden en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
a. schending van de verkeersregels
In artikel 5a WVW zijn gedragingen benoemd als voorbeeld van het schenden van de verkeersregels. Overschrijding van de maximumsnelheid is in artikel 5a, eerste lid onder g, WVW uitdrukkelijk opgenomen als schending van de verkeersregels.
De rechtbank stelt vast dat verdachte de maximumsnelheid van 30 km/u zeer aanzienlijk heeft overschreden door vlak voor het ongeval met een snelheid van 145 km/u te rijden.
b. in ernstige mate
Het in artikel 5a WVW vervatte verbod is beperkt tot gedragingen in het verkeer die bestaan in het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Uit de Memorie van Toelichting op dit wetsvoorstel leidt de rechtbank af dat het gaat om een samenstel van gedragingen. Volgens de wetgever gaat het bij ernstig verkeersgevaarlijk gedrag bijvoorbeeld om het meerdere keren of gedurende langere tijd schenden van een verkeersregel, of het schenden van meerdere verkeersregels. Dat het daarbij om één (type) gedraging zou kunnen gaan is dus niet uit te sluiten, maar ook dan zullen de aard en ernst van de overtreding (bij de vaststelling waarvan de herhaling of het voortduren ervan kunnen worden betrokken) in het licht van de overige feiten en omstandigheden in het concrete geval de conclusie moeten rechtvaardigen dat sprake was van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
Het ongeluk heeft plaatsgevonden op een vrijdagavond omstreeks 23:10 uur. Een moment dat er vaak nog veel mensen aan het verkeer deelnemen. Verdachte reed in de bebouwde kom en heeft hier bijna vijf keer zo hard gereden als toegestaan. Zoals eerder al vastgesteld waren er veel personen aanwezig , omdat het restaurant net ging sluiten. Ook stonden er aan beide kanten van de weg auto’s in file geparkeerd. De rechtbank merkt hierbij nog op dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij bezig was met hard optrekken, hard rijden en met het inhalen van zijn vrienden in een andere auto. Een spelletje op de weg, in zijn eigen woorden. De rechtbank is van oordeel dat door op dat tijdstip en met die snelheid zulke capriolen uit te halen op een weg binnen de bebouwde kom die daar hoogst ongeschikt voor is, verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden.
c. opzet
Het opzet van de verdachte moet zowel zijn gericht op het overtreden van een of meer verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regel(s). Bij het antwoord op de vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels moeten de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen. Daaruit moet worden afgeleid dat de gedragingen, die elk op zichzelf een overtreding van een verkeersregel inhouden en in veel gevallen niet anders dan opzettelijk kunnen worden begaan, in samenhang bezien naar hun uiterlijke verschijningsvorm op opzettelijke ernstige overschrijding van de verkeersregels gericht zijn. In de Memorie van Toelichting bij artikel 5a WVW is opgenomen dat een aantal gedragingen – waaronder het overschrijden van de maximumsnelheid – niet anders dan opzettelijk kunnen worden gepleegd.
De rechtbank is van oordeel dat het overschrijden van de maximumsnelheid met ruim 115 km/u, niet anders dan opzettelijk kan zijn gedaan. Immers, het is verdachte geweest die willens en wetens zijn gaspedaal bijna volledig heeft ingetrapt in de bebouwde kom om (onder andere) zijn vrienden in de andere auto in te halen. Verdachte heeft daarmee zowel opzet gehad op het schenden van de verkeersregels, als op de ernstige mate van schending daarvan.
d. gevaar te duchten
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest.
De rechtbank is van oordeel dat het voorzienbaar is dat er een zeer gevaarlijke situatie kan ontstaan als op een vrijdagavond rond 23:10 uur in de bebouwde kom, wanneer in het algemeen veel mensen buiten zijn, over een weg met aan beide zijden parkeervakken met een zeer aanzienlijke overschrijding van de maximumsnelheid wordt gereden. De rechtbank acht dan ook bewezen dat er gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van andere weggebruikers te duchten was. Immers hadden, naast het invoegen van auto’s op de weg vanuit de parkeerstrook, ook tussen de auto’s door voetgangers de weg plotseling kunnen oversteken.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een in artikel 5a WVW genoemde gedraging, namelijk het overschrijden van de maximumsnelheid. Omdat ook aan de overige bestanddelen van artikel 5a WVW is voldaan, is het verkeersgedrag van verdachte naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als roekeloos rijgedrag zoals omschreven in artikel 5a WVW.
Het letsel van [slachtoffer]
heeft door het ongeval haar rechter bovenbeen en haar linker onderarm gebroken. De verwachte genezingstijd bedraagt anderhalf jaar. [14] Zowel de breuk in haar been als de breuk in haar arm moesten worden geopereerd. In haar been is een pin geplaatst die er voor altijd in moet blijven. In haar arm zit een plaat. [15]
De rechtbank is van oordeel dat dit letsel, dat door het verkeersongeval bij het slachtoffer is veroorzaakt, moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het rijgedrag van verdachte en de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994 waardoor aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht. De rechtbank kwalificeert deze schuld als roekeloosheid.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 15 november 2024 te Apeldoorn
in de gemeente Apeldoorn,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de N344, gaande in de richting van de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan, daarmede rijdende over de weg de Loolaan roekeloos,
in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaamheeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en
/ofterwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en
/ofterwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en
/ofterwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd en
/ofterwijl een ander voertuig (personenauto) de parkeerhaven de weg (de Loolaan) op reed richting de kruising Loolaan/Soerenseweg/Canadalaan,
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 30 kilometer per uur
en/of 50 kilometer per uur,
in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 143 kilometer per uur en
/of- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en
/of- met dat door hem bestuurde motorrijtuig
(bedrijfsauto), naar links heeft gestuurd
en
/ofnaar links is gegaan, waarbij hij niet het verloop van die weg heeft gevolgd
en
/ofgeheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en
/of- niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Loolaan) kon overzien en waarover deze vrij was en/
of(vervolgens) is gebotst tegen,
althans in aanrijding is gekomen metdat andere voertuig (personenauto), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel
of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht,
dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 2 jaar met een proeftijd van 3 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid niet aan de orde kan zijn. Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er goed moet worden gekeken naar de hoogte van de taakstraf en dat deze dan eventueel gematigd moet worden.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan roekeloos rijgedrag door met 145 km/u door de bebouwde kom te rijden, terwijl de geldende maximumsnelheid 30 km/u bedroeg. Verdachte is toen hij uitweek voor de invoegende Volkswagen frontaal tegen de op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer rijdende auto van slachtoffer Wiersma gebotst. Als gevolg hiervan heeft zij zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het slachtoffer heeft nog altijd fysiek en psychisch last van de nasleep van het ongeval, zo is gebleken uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Zij heeft maandenlang met een kruk moeten lopen en houdt blijvend last van een verkeerde stand van haar been. Het heeft haar veel moeite gekost om door klachten van het ongeval geen studievertraging op te lopen. Ook heeft zij nog steeds last van angst in het verkeer.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte van 20 oktober 2025 waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
De vraag is welke straf in deze situatie passend is. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank gelet op de geldende oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij sprake is van zwaar lichamelijk letsel en een zeer hoge mate van schuld, geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 4 maanden en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 2 jaar. In dit geval is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van roekeloosheid, de hoogste schuldcategorie. Daarvoor is geen oriëntatiepunt vastgesteld. Duidelijk is wel dat bij roekeloosheid van een hogere strafmaat wordt uitgegaan dan bij een zeer hoge mate van schuld.
Het handelen van verdachte heeft zeer grote gevolgen gehad. Kijkend naar de ernst van het feit zou daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn. Aan de andere kant heeft de rechtbank ter terechtzitting een jonge, schuldbewuste verdachte gezien zonder strafblad. De rechtbank houdt hier rekening mee. Alles afwegend zal de rechtbank daarom geen gevangenisstraf opleggen, maar overgaan tot het opleggen van een taakstraf. Dat is wel een taakstraf van maximale duur. Een lagere taakstraf zou geen recht doen aan de ernst van het feit en de gevolgen ervan voor het slachtoffer.
De rechtbank is van oordeel dat een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zoals geëist door de officier van justitie, hier niet passend is. De rechtbank gaat uit van de zwaarste vorm van schuld en neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij andere verkeersdeelnemers in gevaar heeft gebracht door met zijn vrienden een spel te spelen op de weg en daarbij binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid fors te overschrijden. Dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk weegt in dit geval niet op tegen de ernst van het feit.
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 240 uur passend. De rechtbank zal daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van 2 jaar opleggen, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een
taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

ontzegtverdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren;
 bepaalt dat een gedeelte van deze
ontzegging van de rijbevoegdheid, te weten 1 jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
drie jarenschuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Klaasen (voorzitter), mr. A.M.P.T. Blokhuis en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Doorn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 december 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024539582, gesloten op 29 april 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 7 en Uittreksel RDW, p. 223.
3.Het proces-verbaal FO verkeer, p. 24 en p. 27.
4.Het proces-verbaal FO verkeer, p. 48.
5.Het aanvullend proces-verbaal FO verkeer, analyse voertuigdata, p. 5.
6.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 178.
7.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 171
8.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 149.
9.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 199.
10.De verklaring van verdachte afgelegd op de terechtzitting van 4 december 2025.
11.Het proces-verbaal van FO verkeer, p. 48.
12.Het proces-verbaal van FO verkeer, p. 44 en 45.
13.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , p. 158.
14.Geneeskundige verklaring, p. 146.
15.Het proces-verbaal van bevindingen, p, 191.