ECLI:NL:RBGEL:2025:11240

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/05/457557 /HA ZA 25-407
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in incident betreffende provisionele vordering tot gebruiksrecht gezamenlijke woning

In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 31 december 2025 een vonnis in incident gewezen in een civiele procedure tussen [eiseres] en [gedaagde]. De procedure betreft een provisionele vordering van [eiseres] om het exclusieve gebruik van de gezamenlijke woning toe te wijzen totdat in de hoofdzaak is beslist. Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zijn sinds 2 februari 2024 gezamenlijk eigenaar van de woning. [eiseres] woont met haar zoon in de woning en heeft vorderingen ingesteld om de woning aan haar toe te delen, dan wel te verkopen aan een derde. In het incident vordert [eiseres] dat [gedaagde] de woning niet mag betreden zonder haar toestemming, onder oplegging van een dwangsom. De rechtbank heeft vastgesteld dat er tussen partijen zodanige spanningen bestaan dat zij niet samen in de woning kunnen verblijven. Gezien de aanhangige strafzaak tegen [gedaagde] en de beschermingsmaatregelen die zijn getroffen, heeft de rechtbank de vordering van [eiseres] toegewezen. [gedaagde] heeft zijn vorderingen in reconventie afgewezen gezien de omstandigheden en de spanningen tussen partijen. De rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd en de zaak naar de rol verwezen voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/457557 / HA ZA 25-407
Vonnis in incident van 31 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [plaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident in conventie,
verwerende partij in het incident in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. J. Wassink,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident in conventie,
eisende partij in het incident in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. J.A.N. Lap.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 26,
  • een incidentele vordering ex artikel 223 Rv tevens houdende akte vermeerdering van eis met producties 27 tot en met 31,
  • de conclusie van antwoord in het incident tevens houdende eis in reconventie in het incident,
  • de conclusie van antwoord in incidentele reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het feiten voor zover van belang in het incident

in conventie en in reconventie
2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn sinds 2 februari 2024 ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning, staande en gelegen aan de [adres+woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [plaats] , sectie L, nummer 3350 (hierna: de woning).
2.2.
[eiseres] woont met haar zoon in de woning.
2.3.
Partijen hebben gecorrespondeerd over de afwikkeling van de tussen hen bestaande eenvoudige gemeenschap, waaronder de verdeling van de woning. Partijen zijn er niet in geslaagd om een minnelijke regeling te treffen.
2.4.
Bij dagvaarding van 22 september 2025 heeft [eiseres] tegen [gedaagde] bij deze rechtbank een civiele procedure aanhangig gemaakt. De vorderingen van [eiseres] strekken onder meer primair tot toedeling van de woning aan haar. Subsidiair vordert [eiseres] dat te bepalen dat de woning wordt verkocht aan een derde.
2.5.
Bij brief van 2 oktober 2025 heeft het Openbaar Ministerie (hierna: het OM) aan [eiseres] bericht dat [gedaagde] als verdachte dient te verschijnen ter zitting van 12 januari 2026.
2.6.
Bij brief van 2 oktober 2025 heeft het OM aan [eiseres] bericht dat beschermingsmaatregelen zijn getroffen, inhoudende dat [gedaagde] van 1 oktober 2025 tot 29 december 2025 geen contact met haar mag opnemen, zich niet mag ophouden in/op [adres+woonplaats] niet mag betreden.

3.Het geschil in de hoofdzaak

3.1.
[eiseres] vordert primair verdeling van de eenvoudige gemeenschap van de woning, in die zin dat de woning wordt toegedeeld aan haar. Subsidiair vordert [eiseres] te bepalen dat de woning moet worden verkocht en geleverd aan een derde. Verder vordert [eiseres] betaling van verschillende verrekenposten.
3.2.
[eiseres] wil met haar vorderingen bewerkstelligen dat [gedaagde] zijn medewerking dient te verlenen aan de overdracht van zijn onverdeelde aandeel in de woning aan haar. Volgens [eiseres] hadden partijen hierover al eerder overeenstemming bereikt. De overeenstemming is echter nog niet vastgelegd in een overeenkomst en [gedaagde] wil nu tot andere afspraken komen. Verder stelt [eiseres] dat zij meer belang heeft bij de woning dan [gedaagde] , omdat [gedaagde] alleenstaand is en [eiseres] met haar studerende zoon in de woning woont. Ten slotte stelt [eiseres] dat zij financieel in staat is om de woning geheel in eigendom te kunnen verkrijgen, hetgeen ten aanzien van [gedaagde] nog maar zeer de vraag is, mede gelet op de investeringen die [eiseres] in de woning heeft gedaan.
3.3.
[gedaagde] heeft in de hoofdzaak nog niet van antwoord gediend.

4.Het geschil in het incident

in conventie
4.1.
[eiseres] vordert in conventie dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor de duur van het geding bepaalt dat de woning, tijdelijk, totdat in de bodemprocedure is beslist, alleen aan [eiseres] toekomt en [gedaagde] verbiedt de woning te betreden zonder toestemming van [eiseres] , onder oplegging van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] niet aan dit verbod voldoet, tot een maximum van € 25.000,00, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit incident.
4.2.
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat kort na het uitbrengen van de dagvaarding wederom een ernstig incident heeft voorgedaan in en rondom de woning, waarbij [gedaagde] vernielingen heeft aangericht in de woning en voornamelijk haar zoon heeft bedreigd. Als gevolg van dit incident is een strafzaak tegen [gedaagde] gestart en heeft het OM [gedaagde] een gebieds- en contactverbod opgelegd tot 29 december 2025. [eiseres] stelt dat het gezien de datum van de te nemen conclusie van antwoord in de hoofdzaak en de daaropvolgende mondelinge behandeling niet in de lijn der verwachting ligt dat vóór 29 december 2025 een vonnis in de hoofdzaak is gewezen. [eiseres] vreest ernstig voor haar veiligheid en die van haar zoon als het [gedaagde] weer is toegestaan de woning te betreden na laatstgenoemde datum. Reden waarom [eiseres] zich genoodzaakt voelt zich te wenden tot de rechtbank met de onderhavige vorderingen.
4.3.
[gedaagde] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank onder de voorwaarden zoals hij die vordert in reconventie (zie hierna onder 4.4.). [gedaagde] is het niet eens met de voorstelling van zaken waarbij [eiseres] doet voorkomen alsof zij slachtoffer is en hij dader. [gedaagde] voert aan dat hij al meer dan een jaar door [eiseres] en haar zoon wordt gepest met als doel dat hij, al dan niet gedwongen, uit de woning vertrekt. [gedaagde] realiseert zich echter ook dat partijen niet samen in dezelfde woning kunnen verblijven en hij voert aan dat hij geen enkel voornemen heeft om weer zijn intrek in de woning te nemen. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] in zoverre geen belang bij haar vorderingen.
in reconventie
4.4.
[gedaagde] vordert dat de voorzieningenrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat hij gerechtigd is om ingeschreven te blijven staan op het adres [adres+woonplaats] gedurende de procedure en dat hij gedurende 3 x 8 uur bij daglicht zijn spullen mag ophalen uit de woning.
4.5.
[gedaagde] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij er belang bij heeft dat hij voorlopig op het adres van de woning ingeschreven kan blijven staan omdat hij geen andere plaats heeft waar hij zich kan inschrijven. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat hij er belang bij heeft om zijn spullen op te halen uit de woning. Er staan volgens [gedaagde] nog diverse meubels en gereedschappen van hem net als al zijn persoonlijke bezittingen.
4.6.
[eiseres] voert verweer tegen de vorderingen in reconventie. [eiseres] voert daartoe aan dat, gezien de laatste gewelddadige pogingen aan de zijde van [gedaagde] , het voor haar ondenkbaar is dat het ophalen van de spullen ordentelijk zal verlopen. Om die reden wenst [eiseres] dat de politie of een medewerker van het Sociaal Team [plaats] aanwezig zal zijn bij het ophalen van de spullen door [gedaagde] . Verder is volgens [eiseres] 1 x 8 uur voldoende voor het ophalen van de spullen. Ten aanzien van de vordering omtrent de inschrijving van [gedaagde] op het adres van de woning voert [eiseres] aan dat [gedaagde] op grond van de Wet basisregistratie personen niet meer op het adres ingeschreven kan blijven staan. Voor zover de vordering betrekking heeft op het hebben van een briefadres voert [eiseres] aan dat van haar niet verwacht kan worden dat zij [gedaagde] op de hoogte houdt van ingekomen post. Deze zorgplicht wenst [eiseres] niet te dragen. [eiseres] concludeert dan ook tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] in zijn vorderingen, danwel tot afwijzing daarvan met veroordeling van [gedaagde] te veroordelen in de kosten voor deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis.
4.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling in het incident

in conventie
5.1.
[eiseres] heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering in conventie. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Beoordeeld moet worden of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.
5.2.
De rechtbank begrijpt de vordering in conventie van [eiseres] in die zin dat zij het exclusief gebruik van de woning vordert totdat in de hoofdzaak is beslist. De woning is gemeenschappelijk eigendom, zodat partijen in beginsel evenveel recht hebben op het gebruik daarvan. Het komt daarom aan op een belangenafweging. Hieromtrent wordt overwogen dat niet in geschil is dat [eiseres] thans met haar zoon, die studerend is, in de woning verblijft en dat zij de woning aan haar toegedeeld wenst te krijgen door middel van een daartoe strekkende vordering in de hoofdzaak. Hoewel partijen van mening verschillen over wat zich tussen hen heeft voorgedaan en wat daarvoor de aanleiding is geweest, zijn zij het er wel over eens dat er tussen hen sprake is van zodanige spanningen dat zij niet samen in de woning kunnen verblijven. [gedaagde] is in zoverre bereid zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de provisionele voorziening, mits hij op het adres van de woning ingeschreven kan blijven staan en de tijd krijgt om zijn spullen op te halen. Eén en ander conform zijn vorderingen in reconventie.
5.3.
Gelet op het feit dat beide partijen erkennen dat zij niet samen in de woning kunnen verblijven vanwege de tussen hen bestaande spanningen, de aanhangige strafzaak tegen [gedaagde] en het feit dat het OM aanleiding heeft gezien om beschermingsmaatregelen te treffen, bestaat er naar het voorlopig oordeel van de rechtbank voldoende grond voor toewijzing van de vorderingen van [eiseres] . [gedaagde] heeft bovendien niet gesteld welk(e) rechtens te respecteren belang(en) hij heeft om in de woning te verblijven gedurende de looptijd van de hoofdzaak. In het licht van het voorgaande wordt de vordering van [eiseres] toegewezen zonder daaraan de voorwaarden te verbinden zoals [gedaagde] dat voorstaat. De door hem gestelde voorwaarden, in de vorm van een tweetal vorderingen in reconventie, worden hierna beoordeeld.
5.4.
De door [eiseres] gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd.
in reconventie
5.5.
[gedaagde] vordert om ingeschreven te mogen blijven staan op het adres van de woning. Voor het treffen van een dergelijke voorziening is nodig dat partijen op goede voet staan met elkaar. Daarvan is in de situatie van partijen geen sprake. Tussen partijen heeft zich een incident voorgedaan als gevolg waarvan een strafzaak aanhangig is tegen [gedaagde] en het OM aanleiding heeft gezien om [gedaagde] een contactverbod op te leggen. Al deze omstandigheden vormen grond voor afwijzing van de vordering. Dat het contactverbod op korte termijn afloopt, maakt de situatie tussen partijen niet anders. In de gegeven omstandigheden kan niet van [eiseres] worden verlangd en is het bovendien ook niet wenselijk gelet op de tussen partijen bestaande spanningen, dat zij [gedaagde] op de hoogte dient te houden van ingekomen post en afspraken met [gedaagde] maakt over het ophalen daarvan. De conclusie is dat de vordering niet toewijsbaar is.
5.6.
[gedaagde] vordert verder dat hij 3 x 8 uur de tijd krijgt om zijn spullen en persoonlijke bezittingen op te halen. [gedaagde] heeft echter nagelaten om concreet te maken om welke spullen en bezittingen het gaat. In het bestek van dit incident kan niet worden vastgesteld of partijen hierover overeenstemming hebben. Gelet hierop wordt de vordering afgewezen. Daarbij wordt opgemerkt dat, nu [eiseres] er kennelijk niet onwelwillend tegenover staat dat [gedaagde] 1 x 8 uur de tijd krijgt om zijn spullen en persoonlijke bezittingen op te halen mits daarbij politie of een medewerker van Sociaal Team [plaats] aanwezig is, [gedaagde] zelf met behulp van zijn advocaat een afspraak kan initiëren.
5.7.
De slotsom is dat de vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen.
in conventie en in reconventie
5.8.
Aangezien het onderhavige geschil voortvloeit uit de relatie die partijen hebben gehad, zullen zoals gebruikelijk de kosten van de procedure, in conventie en in reconventie, tussen hen worden gecompenseerd. Er zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld of gebleken, die aanleiding geven om daar in het onderhavige geval van af te wijken.

6.De beoordeling in de hoofdzaak

6.1.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een conclusie van antwoord door [gedaagde] . Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

7.De beslissing

De rechtbank
in het incident
in conventie
7.1.
bepaalt dat [eiseres] met ingang van heden bij uitsluiting is gerechtigd tot het gebruik van de woning, staande en gelegen aan de [adres+woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [plaats] , sectie L, nummer 3350, met bevel dat [gedaagde] de woning dient te verlaten en deze zonder toestemming van [eiseres] verder niet mag betreden, totdat in de hoofdzaak vonnis is gewezen,
7.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de onder 7.1. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 20.000,00 is bereikt,
7.3.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
7.4.
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
in conventie en in reconventie
7.5.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
7.6.
verwijst de zaak naar de rol van 28 januari 2026 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde] ,
7.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.