Partijen, die een affectieve relatie hadden en gezamenlijk eigenaar zijn van een woning, zijn in geschil over het gebruik en de verdeling van deze woning. De vrouw woont met haar studerende zoon in de woning en vordert in de hoofdzaak de toedeling van de woning aan haar of subsidiair verkoop aan een derde.
Vanwege een ernstig incident waarbij de man vernielingen pleegde en de zoon bedreigde, is een strafzaak tegen hem gestart en heeft het Openbaar Ministerie een contact- en gebiedsverbod opgelegd. De vrouw vordert in een incident dat zij het exclusieve gebruik van de woning krijgt toegewezen totdat in de hoofdzaak is beslist, met een verbod voor de man om de woning te betreden.
De man vordert in reconventie dat hij ingeschreven mag blijven op het adres en zijn spullen mag ophalen, maar deze vorderingen worden afgewezen vanwege de spanningen en het contactverbod. De rechtbank oordeelt dat de vrouw voldoende belang heeft bij haar vordering en wijst deze toe, met een dwangsom bij overtreding. De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling in de hoofdzaak.