In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, enkelvoudige kamer, wordt de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2010 tot en met 2012 behandeld. Eiser, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. Y. Eryilmaz, is het niet eens met de uitkomst van de herbeoordeling en heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen, dat geen compensatie heeft toegekend. De rechtbank heeft op 12 augustus 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank concludeert dat de Dienst zich terecht op het standpunt stelt dat eiser geen recht heeft op compensatie op grond van vooringenomen handelen of de hardheid van het wettelijk systeem.
De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiser, die zich richten op de kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 en 2012. Voor het toeslagjaar 2011 stelt eiser dat de Dienst ten onrechte geen compensatie heeft toegekend, maar de rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van vooringenomenheid. De terugvordering betreft een bedrag van minder dan € 1.500, waardoor er geen aanleiding is voor compensatie. Voor het toeslagjaar 2012 stelt eiser dat de Dienst de kinderopvangtoeslag ten onrechte heeft stopgezet, maar ook hier oordeelt de rechtbank dat er geen vooringenomenheid is en dat de terugvordering eveneens onder de € 1.500 ligt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, en is openbaar uitgesproken op 24 december 2025.