ECLI:NL:RBGEL:2025:11248

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
AWB 24-3502
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Besluit van het CBR om een cursus over verantwoord rijgedrag op te leggen aan eiser

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, enkelvoudige kamer, wordt het beroep van eiser tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) behandeld. Eiser is het niet eens met de oplegging van een cursus over verantwoord rijgedrag, die het CBR heeft opgelegd naar aanleiding van een mutatierapport van de politie. De rechtbank beoordeelt of het CBR terecht deze maatregel heeft genomen. Eiser heeft op 26 november 2023 verkeersgedragingen vertoond die als gevaarzettend zijn aangemerkt, waaronder hoge snelheid en bumperkleven. De rechtbank concludeert dat het CBR zich op basis van het mutatierapport mocht baseren en dat het beroep van eiser ongegrond is. De rechtbank legt uit dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is, omdat de politie geen toezegging heeft gedaan die het CBR zou binden. De rechtbank bevestigt dat de verkeersveiligheid zwaarder weegt dan de belangen van eiser. De uitspraak is gedaan op 25 september 2025 en het beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/3502

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

(gemachtigde: mr. J.A. Launspach).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het CBR om aan eiser een cursus over verantwoord rijgedrag op te leggen. Eiser is het niet eens met dit besluit en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het CBR terecht een cursus over verantwoord rijgedrag heeft opgelegd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CBR terecht een cursus over verantwoord rijgedrag heeft opgelegd aan eiser. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 11 januari 2024 heeft het CBR aan eiser een cursus over verantwoord rijgedrag opgelegd. Met het bestreden besluit van 18 april 2024 op het bezwaar van eiser is het CBR bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CBR heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het CBR deelgenomen. Eiser is zonder voorafgaande kennisgeving niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Op 29 december 2023 heeft het CBR van de politie [1] een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) ontvangen. In het bij deze mededeling gevoegde mutatierapport van 27 november 2023 staat dat de verbalisanten hebben geconstateerd dat eiser op 26 november 2023 rond 15:45 uur als bestuurder van een voertuig met hoge snelheid reed op de A12 in Arnhem in de richting van Zevenaar. Vervolgens reed eiser kort op het voertuig voor hem totdat dit voertuig naar rechts ging. Even later nam eiser de afslag bij knooppunt Velperbroek waarvoor twee uitvoegstroken waren. Tussen de uitvoegstroken ligt een doorgetrokken streep waarover eiser reed om de tweede uitvoegstrook te volgen. Een ander voertuig wilde ook wisselen tussen de rijstroken, maar eiser gaf direct lichtsignalen zodat het andere voertuig weer terug ging naar de andere rijstrook. Daarna reed eiser over het knooppunt Velperbroek en nam hij de afslag richting Westervoort. Voor de afslag waren er twee rijstroken maar de linkerrijstrook hield op. Het voertuig dat op de linkerrijstrook reed moest daarom invoegen op de rijstrook waar eiser reed, maar hij gaf hiervoor geen ruimte waardoor het andere voertuig nog een ander voertuig moest inhalen en over het verdrijvingsvlak reed. Eiser nam vervolgens de afslag richting Westervoort en is staande gehouden. De verbalisanten hebben aan eiser een boete opgelegd voor het bumperkleven. Aan eiser is medegedeeld dat bij een volgende staande houding een melding over zijn rijgedrag gemaakt kan worden bij het CBR.
3.1.
Het CBR heeft naar aanleiding van de mededeling van de politie met het besluit van 11 januari 2024 aan eiser een cursus opgelegd over verantwoord rijgedrag. Dit is een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) in de zin van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling). Met het bestreden besluit van 18 april 2024 op het bezwaar van eiser is het CBR bij dat besluit gebleven.
Doet eiser een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel?
4. Eiser stelt dat het CBR ten onrechte een cursus over verantwoord rijgedrag aan hem heeft opgelegd. Eiser is eind 2023 staande gehouden door de politie. Er is hem toen verteld dat hij een aantal bekeuringen zou krijgen. Als hij nogmaals staande zou worden gehouden, zou hem een rijvaardigheidscursus worden opgelegd. Kort daarna kreeg eiser een brief waarin stond dat hij nu al een rijvaardigheidscursus moet volgen. Dit klopt niet met wat er is gezegd en opgeschreven door de politie.
4.1.
De rechtbank vat de grond van eiser zo op dat hij een beroep doet op het vertrouwensbeginsel. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen moeten worden doorlopen. Er moet sprake zijn van een uiting of gedraging die kan worden aangemerkt als een toezegging (stap 1) en die toezegging moet aan het bevoegde bestuursorgaan kunnen worden toegerekend (stap 2). Indien gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt moet het bestuursorgaan beoordelen of het gewekte vertrouwen moet worden gehonoreerd en in dat verband de betrokken belangen afwegen (stap 3). [2]
4.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In het mutatierapport is opgenomen dat bij een volgende staande houding een melding over eisers rijgedrag gemaakt kan worden bij het CBR. De politieagent heeft met deze mededeling het vertrouwen gewekt dat nu geen mededeling zou worden gedaan bij het CBR. Het is echter niet aan de politie om te beoordelen of wel of geen rijvaardigheidscursus wordt opgelegd. Met het CBR is de rechtbank van oordeel dat het opgewekte vertrouwen in dit geval niet kan worden gehonoreerd. Het CBR dient namelijk een eigen afweging te maken en heeft een groter gewicht mogen toekennen aan het algemene belang van verkeersveiligheid dan het belang van eiser. Het moeten volgen van een cursus over verantwoord rijgedrag is namelijk in het belang van de verkeersveiligheid.
Mocht het CBR zich baseren op het mutatierapport?
5. Eiser stelt dat het CBR zich niet mocht baseren op het mutatierapport. Er klopt namelijk een aantal dingen niet in de verklaring van de agenten.
5.1.
Een mutatierapport is naast een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal een aanvaarde vorm waarin door verbalisanten waargenomen feiten en omstandigheden worden vastgelegd. Een mutatierapport is met minder waarborgen omgeven, waardoor er minder bewijskracht aan toekomt dan aan een proces-verbaal. Dat betekent niet dat een mutatierapport zonder betekenis is. Een mutatierapport bevat een gedetailleerd verslag van de verbalisant waarvan niet is gebleken dat hij een belang heeft bij het onjuist vermelden van wat hij heeft waargenomen. [3] Betwisting van dit rapport is op zichzelf dus onvoldoende om aan de juistheid van het mutatierapport te twijfelen.
5.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Op grond van artikel 14 van de Regeling legt het CBR een EMG op indien een betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag. Het mutatierapport bevat een feitelijke beschrijving van eisers gedragingen. Zo blijkt uit het mutatierapport dat eiser met hoge snelheid, op korte afstand van zijn voorligger en over een doorgetrokken streep heeft gereden. Deze gedragingen zijn aangemerkt als gevaarzettend rijgedrag in bijlage 1 van de Regeling, onder A, onderdeel III, onder 3 sub a, 3 sub d en 4 sub a. Ook blijkt uit het mutatierapport dat eiser geen ruimte heeft verleend aan een medeweggebruiker die wilde invoegen en dat hij meerdere keren lichtsignalen heeft gegeven zonder noodzaak daartoe. Ook deze gedragingen zijn aangemerkt als gevaarzettend rijgedrag in bijlage 1 van de Regeling, onder A, onderdeel III, onder 2 sub a en 4 sub e. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de inhoud van het mutatierapport te twijfelen. Eiser heeft verder ook niet toegelicht en onderbouwd welke onjuistheden in het mutatierapport zijn opgenomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het mutatierapport voldoende grondslag biedt om eiser een EMG op te leggen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het CBR terecht aan eiser een cursus over verantwoord rijgedrag heeft opgelegd. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van
mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Eenheid Oost-Nederland.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694.
3.Zie bijvoorbeeld ABRvS 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2306.