ECLI:NL:RBGEL:2025:11253

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
121603-20
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de PIJ-maatregel voor een jeugdige met psychiatrische problematiek

Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak van de verlenging van de PIJ-maatregel voor een jeugdige, geboren in 2001, die momenteel verblijft in een Forensisch Psychiatrische Kliniek. De rechtbank heeft de PIJ-maatregel met 24 maanden verlengd op basis van de vordering van de officier van justitie en de adviezen van deskundigen. Betrokkene heeft zich niet verzet tegen de verlenging. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een schizoaffectieve stoornis en dat er sprake is van een chronisch psychiatrisch beeld. De deskundigen hebben aangegeven dat betrokkene intensieve zorg en begeleiding nodig heeft, en dat de huidige behandeling in de kliniek noodzakelijk is voor zijn verdere ontwikkeling.

De rechtbank heeft de procedure en de relevante documenten, waaronder het verlengingsadvies en het PJ-rapport, in overweging genomen. Tijdens de zitting op 2 december 2025 zijn zowel de officier van justitie als betrokkene en zijn raadsvrouw gehoord. Betrokkene heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de verlenging van de maatregel, en de deskundigen hebben de noodzaak van verlenging onderbouwd. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de verlenging van de maatregel in het belang is van de verdere ontwikkeling van betrokkene en dat de veiligheid van anderen in het geding is.

De rechtbank heeft de beslissing genomen in overeenstemming met de relevante wetsartikelen en heeft de termijn van de maatregel vastgesteld. De PIJ-maatregel is oorspronkelijk opgelegd ter zake van misdrijven die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. De rechtbank heeft de verlenging van de maatregel met 24 maanden goedgekeurd, zodat betrokkene de kans krijgt om positieve stappen te zetten in zijn behandeling en resocialisatie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer : 05/121603-20
Datum uitspraak: 16 december 2025
Beslissing op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken (ex artikel 6:2:22 jo 6:6:31 Wetboek van Strafvordering)
in de zaak van

de officier van justitie

tegen
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [verblijfplaats] in [plaats] .
Raadsvrouw mr. L.M.F. Aarts, advocaat te Amsterdam.

De procedure

De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij vonnis van 24 november 2020 aan betrokkene de voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) opgelegd. Betrokkene is bij dit vonnis veroordeeld voor twee pogingen tot afpersing en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.
Bij beslissing van 11 januari 2022 is de voorwaardelijke PIJ-maatregel omgezet naar een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel wegens het schenden van de voorwaarden.
De termijn van de maatregel is ingegaan op 11 januari 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 22 december 2023 is de PIJ-maatregel verlengd voor de duur van 24 maanden.
De officier van justitie heeft op 17 oktober 2025 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met 24 maanden.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:
- het verlengingsadvies van [verblijfplaats] van 16 september 2025;
- het PJ-rapport van het geïntegreerd psychologisch en psychiatrisch onderzoek inzake verlenging maatregel PIJ van 14 oktober 2025;
- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene.
Tijdens de zitting van 2 december 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsvrouw;
- de deskundige J. van Beek, klinisch psycholoog;
- de deskundige M. Hoogstad ( [verblijfplaats] );
- de officier van justitie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd.

Het standpunt van betrokkene

Betrokkene heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de verlenging van de PIJ-maatregel. [verblijfplaats] is voor hem een fijne plek om te verblijven en hij kijkt ernaar uit om te starten met het (begeleid) verlof.
De raadsvrouw verzet zich niet tegen verlenging van de PIJ-maatregel.

Het verlengingsadvies van [verblijfplaats] van 16 september 2025

Uit het verlengingsadvies komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Bij betrokkene is sprake van een chronisch psychiatrisch beeld in de vorm van een schizoaffectieve stoornis, bipolaire type, met onafgebroken psychotische symptomen. Betrokkene heeft medicatie nodig om tot enige stabilisatie te komen. Betrokkene is wisselend en ambivalent met betrekking tot medicamenteuze behandeling. Het (meerdere malen) staken van zijn medicamenteuze behandeling heeft forse ontregeling tot gevolg gehad. In de periodes van ontregeling is sprake van fysieke agressie. Er is tot op heden geen sprake van ziekte-inzicht en probleembesef. Betrokkene heeft vanuit zijn chronische psychiatrische problematiek intensieve zorg en hand in hand begeleiding in de basisvaardigheden nodig. Classificerend volgens de DSM-5 is bij betrokkene verder sprake van een stoornis in het gebruik van een ander of ongespecificeerd stimulantium (matig). Betrokkene is abstinent, maar er is tot op heden een zucht naar middelen. Tot slot is sprake van een ouder-kindrelatieprobleem (ernstig).
In januari 2024 is betrokkene geplaatst bij [verblijfplaats] , omdat de behandeling in de JJI [locatie] was gestagneerd. Hij verblijft bij [verblijfplaats] op een behandelgroep met negen medepatiënten in een gesloten kliniek met beveiligingsniveau 3. Bij aanvang van het verblijf bij [verblijfplaats] werd een manisch-psychotisch toestandsbeeld waargenomen (wanen, hallucinaties en grootheid). Betrokkene is toen overgestapt naar een ander antipsychoticum (Clozapine). Betrokkene is wisselend in contact met begeleiding en medepatiënten op de afdeling. Sommige periodes tekenen zich door teruggetrokken gedrag van betrokkene; andere periodes door levendig, haast maniform gedrag. Een soortgelijk patroon is te zien in de persoonlijke en ruimtelijke verzorging van betrokkene. Op dit moment is het psychische toestandsbeeld niet stabiel genoeg om betrokkene op andere vlakken te behandelen.
Het risico op risicovol gedrag wordt zowel in zorg als uit zorg als hoog ingeschat.
Als de behandeling met Clozapine aanslaat en het klinische toestandsbeeld verbetert is het doel om te starten met begeleide verloven en uitbreiding van dagbesteding. Gezien de complexiteit van het psychiatrisch beeld is het moeilijk om een grove tijdsinschatting te maken. Het is te vroeg in het behandeltraject om te beoordelen of betrokkene beter kan uitstromen naar beschermd wonen of naar begeleid wonen. Mogelijk is in de toekomst een dwangtraject nodig waarbij betrokkene met medicatie (Clozapine) moet worden geïnjecteerd. Hiervoor is een hoog beveiligingsniveau noodzakelijk omdat betrokkene zich fysiek kan verzetten. De verwachting is dat betrokkene, vanwege het stabiel instellen van psychofarmaca en de nog te nemen stappen met verloven, een langer traject nodig heeft. Hieruit volgt het advies om de PIJ-maatregel te verlengen met twee jaar.

Het PJ-rapport van 14 oktober 2025

Uit het rapport komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Diagnostisch staat primair de psychotische stoornis op de voorgrond met een bipolaire stemmingscomponent, zodat gesproken kan worden van een schizo-affectieve stoornis. De behandeling wordt enigszins bemoeilijkt door het gebrek aan ziekte-inzicht bij betrokkene. Toch werkt betrokkene goed mee aan zijn medicamenteuze behandeling. In het verleden had het gebruik van soft- en harddrugs op hem een psychotisch ontregelende uitwerking en inmiddels is betrokkene zich bewust van de risico’s van drugsgebruik door hem. Duidelijkheid, structuur en rust zijn voor betrokkene van groot belang om de kans op ontregeling, onbegrip en uiteindelijk agressie te voorkomen. Ook is het van belang dat betrokkene perspectief krijgt wat betreft (begeleide) verloven. Betrokkene lijkt vertrouwen te hebben in de behandelaren van zijn huidige kliniek.
Het risico op gewelddadig interpersoonlijk handelen wordt als matig tot hoog ingeschat. Zonder (medicamenteuze) behandeling is het risico op recidive hoog. Het gebruik van antipsychotische medicatie kan het recidiverisico terugdringen in termen van behoud van zijn realiteitstoetsing en hierdoor het maken van ‘gezonde’ gedragskeuzen. Betrokkene is voor het voorkomen van recidive geheel afhankelijk van externe regulatie (behandelaren, juridische kader, medicatie). De huidige beveiliging van de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [verblijfplaats] voldoet en [verblijfplaats] is een passende omgeving om met medicatie de schizo-affectieve stoornis zo optimaal mogelijk te stabiliseren.
De behandeldoelen op korte termijn zijn het stabiliseren van het psychische toestandsbeeld, het opbouwen/vasthouden van dagstructuur en dagbesteding en adequate zelfzorg. Er kan een start gemaakt worden met kleine begeleide verlofstappen. Het advies is om de PIJ-maatregel met 24 maanden te verlengen. De voorgeschiedenis om betrokkene stabiel in te stellen op psychofarmaca, zijn huidige fragiele psychische toestand en de nog te nemen stappen met verloven spelen hierbij een rol. Verder wordt geadviseerd de regie van de PIJ-behandeling van JJI [locatie] geheel over te dragen aan FPK [verblijfplaats] .

De toelichting van de deskundigen tijdens de zitting

Mevrouw van Beek heeft ter terechtzitting toegelicht dat de behandelaars bij [verblijfplaats] , ondanks een lastige start, erg tevreden zijn over betrokkene. Een verlenging van de PIJ-maatregel met 24 maanden is nodig, onder andere om te kijken welke woonvorm en welke dagbesteding passend zijn. Ook kan in die tijd gewerkt worden aan het opbouwen van een prosociaal netwerk. Het zal moeilijk zijn voor betrokkene om weer mensen te ontmoeten en activiteiten te ondernemen. Betrokkene gaat met kleine stappen vooruit en elke nieuwe stap kent weer nieuwe risico’s. De (onbegeleide) verloven zullen goed getoetst moeten worden om te zien of betrokkene om kan gaan met vrijheden, verleidingen kan weerstaan en van misstappen kan herstellen. Mogelijk heeft betrokkene na de periode van 24 maanden nog zorg of beveiliging nodig. Als het niet lukt om de doelen binnen de tijd van de PIJ-maatregel te halen, is een zorgmachtiging in de toekomst een mogelijkheid.
De heer Hoogstad heeft toegelicht dat de psychiatrische problematiek van betrokkene van invloed is geweest op zijn motivatie. Het vinden van de juiste dosering van de medicatie is een lastig punt. Het gaat om zware medicatie en de bijwerkingen zijn een factor om rekening mee te houden. Betrokkene is medicatietrouw. De medicamenteuze behandeling verloopt goed, zodat er mogelijk ruimte ontstaat voor een meer psychiatrische behandeling. De samenwerking tussen betrokkene en de begeleiding verloopt goed. Betrokkene zal starten met intensief dubbel begeleid verlof. De eerste fase zal zich richten op resocialisatie en het verwerken van prikkels. Het verlof zal beginnen met (bijvoorbeeld) sport en/of het bezoeken van een winkelcentrum. De dagbesteding zal in eerste instantie vorm krijgen binnen de kliniek en later, met onbegeleid verlof, ook buiten de kliniek.

De beoordeling door de rechtbank

Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat:
- de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;
- de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.
Op basis van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundigen ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan de vereisten is voldaan en dat verlenging van de PIJ-maatregel is geïndiceerd.
Betrokkene is veroordeeld voor een delict dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Zonder kaders zoals die geboden worden in de maatregel, is herhalingsgevaar van delictgedrag hoog. Aan deze twee voorwaarden voor verlenging is dus voldaan. Betrokkene heeft daarnaast een forensisch psychiatrische setting nodig waar intensieve begeleiding, zorg en veiligheidskaders geboden kunnen worden om de aanwezige risico’s te hanteren en de behandeling vorm te geven. Betrokkene heeft een gebrekkig ziekteinzicht en -besef en een wisselende ambivalente houding ten opzichte van medicamenteuze behandeling. De medicamenteuze behandeling lijkt op dit moment stabiel te zijn en een gunstig effect te hebben op betrokkene, waardoor mogelijk ruimte ontstaat voor (verdere) behandeling. Betrokkene heeft vertrouwen in zijn behandelaars bij [verblijfplaats] en de rust en structuur bij [verblijfplaats] doen betrokkene goed. De inschatting van de deskundigen is dat betrokkene een voorzichtige start kan maken met het opbouwen van (dubbel begeleide) verloven, wat betrokkene perspectief biedt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verlenging van de PIJ-maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. De rechtbank zal de maatregel conform het advies verlengen met een termijn van 24 maanden, zodat er voldoende tijd is voor betrokkene om positieve stappen te zetten, om hem te begeleiden bij verloven en om de juiste woonvorm en dagbesteding voor betrokkene te vinden.
Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 11 januari 2022 en eindigt, na een eerdere verlenging bij beschikking van 22 december 2023 met 24 maanden, zonder verlenging voorwaardelijk op 17 november 2025. De rechtbank verlengt de maatregel nu met 24 maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd en zich geen situaties voordoen waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet (bijvoorbeeld weglopen), eindigt de maatregel voorwaardelijk op 7 november 2027 en onvoorwaardelijk op
7 november 2028.
De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.
De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van
[betrokkene], voornoemd, voor een periode van
24 maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. R. Raat, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. I.D. Jacobs en mr. D.S.M. Bak, als kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 december 2025.
mr. Jacobs is buiten staat om deze beslissing te ondertekenen.