In deze zaak, die op 19 december 2025 door de Rechtbank Gelderland is behandeld, heeft de eiseres een kort geding aangespannen tegen de erfgenamen van een overleden persoon. De eiseres vorderde de waardeloosverklaring van een hypothecaire inschrijving op een onroerend goed, omdat de vordering tot nakoming van de geldleningsovereenkomst, ter zekerheid waarvan het hypotheekrecht is gevestigd, zou zijn verjaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat de erfgenamen niet bekend zijn en dat de erflaatster de vereiste verklaring niet meer kan afgeven omdat zij is overleden. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de eiseres als onmiddellijk belanghebbende kan worden aangemerkt en dat er een spoedeisend belang is bij de vordering. De hypothecaire inschrijving is daarom waardeloos verklaard, maar de vordering tot onmiddellijke kracht van gewijsde is afgewezen, omdat de erfgenamen nog de mogelijkheid hebben om in verzet te gaan. De rechtbank heeft de eiseres bevolen om het vonnis openbaar te betekenen, zodat eventuele erfgenamen op de hoogte kunnen worden gesteld. De beslissing is genomen zonder proceskostenveroordeling, aangezien de eiseres hier niet om had verzocht.