De zaak betreft een geschil over de koop van een BMW 640i Gran Coupe uit 2017, waarbij eiser stelt dat de motor schade heeft door gebrekkige smering en dat de auto niet volgens BMW-onderhoudsvoorschriften is onderhouden. Eiser vordert terugbetaling van de koopsom en schadevergoeding op grond van dwaling en subsidiair ontbinding wegens non-conformiteit.
De kantonrechter beoordeelt eerst het beroep op dwaling. Eiser stelt dat de auto op 15 januari 2019 voor het eerst aan een klant is geleverd en dat de motorolie en het oliefilter toen niet tijdig zijn vervangen, wat volgens BMW-voorschriften wel had moeten gebeuren. Gedaagde betwist dit en stelt dat de auto pas op 8 oktober 2021 aan eiser is geleverd en dat het onderhoud conform voorschriften is uitgevoerd, met verversing van olie en filter op 9 juni 2021.
De rechter oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de auto op 15 januari 2019 aan een klant is geleverd; de datum van eerste toelating is niet gelijk aan levering. Het onderhoud is volgens de rapportage van een deskundige conform voorschriften uitgevoerd. Het beroep op dwaling faalt daarom.
Subsidiair beoordeelt de rechter de ontbinding wegens non-conformiteit. Eiser stelt dat de motorgebreken al bij aflevering aanwezig waren, maar kan dit niet voldoende onderbouwen. De deskundigenrapporten wijzen op een motorgebrek door gebrekkige smering, maar de oorzaak is niet eenduidig en niet aantoonbaar bij levering. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.