ECLI:NL:RBGEL:2025:11287

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
20 december 2025
Zaaknummer
C/05/458100 / HA ZA 25-427
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van wettelijke rente en beslagkosten in civiele vordering na verstek

In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van een hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente en beslagkosten. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De rechtbank oordeelt dat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is omdat geen handelsovereenkomst is gesteld of gebleken. In plaats daarvan wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 14 september 2025 tot volledige betaling.

De gevorderde beslagkosten worden deels toegewezen: de kosten van deurwaardersexploten, griffierecht en salaris advocaat tot het liquidatietarief. De proceskosten worden eveneens aan de eiseres toegewezen. Daarnaast verklaart de rechtbank voor recht dat de gedaagde gehouden is tot betaling van alle schulden van de vennootschap onder firma aan de belastingdienst.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling binnen veertien dagen na aanschrijving, met wettelijke rente en bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met wettelijke rente, beslagkosten en proceskosten na verstek.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/458100 / HA ZA 25-427
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. P.J. van der Putt te Haarlem,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiseres] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
[eiseres] vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro worden toegewezen, met ingang van 14 september 2025, tot de dag van volledige betaling.
2.4.
[eiseres] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar, met uitzondering van de nog niet vastgestelde kosten van de deurwaarder en het gevorderde salaris advocaat voor zover dat uitgaat boven het liquidatietarief. De beslagkosten worden vastgesteld op:
- kosten deurwaardersexploten
701,41
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
786,00
(1 punt × € 786,00)
Totaal
1.818,41.
2.5.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
1.043,00
(€ 1.374,00 - € 331,00)
- salaris advocaat
786,00
(1 punt × € 786,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.152,45.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 28.702,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 14 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, vastgesteld op € 1.818,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
verklaart voor recht dat [gedaagde] jegens [eiseres] gehouden is tot betaling van alle schulden van de v.o.f. [gedaagde] - [eiseres] aan de belastingdienst,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.152,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 26 november 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. I.W.M. Olthof.