Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
In deze civiele procedure vordert eiser ontbinding van een tussen partijen gesloten overeenkomst, betaling van een hoofdsom, contractuele rente en een boete. Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend.
De rechtbank oordeelt dat ontbinding contractueel is uitgesloten en wijst deze vordering af. De nakomingsvordering wordt wel toegewezen, waardoor het subsidiaire verzoek tot ontbinding niet meer relevant is. De gevorderde contractuele rente wordt afgewezen vanwege onduidelijke stellingen en mogelijke verdiscontering in de hoofdsom; in plaats daarvan wordt wettelijke rente toegekend vanaf de datum van het vonnis.
De gevorderde boete wordt afgewezen op grond van artikel 6:92 lid 1 BW Pro. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van €77.890,38, buitengerechtelijke incassokosten van €1.170,40 en proceskosten van €2.912,43, te vermeerderen met wettelijke rente en bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding wordt afgewezen, wettelijke rente en proceskosten worden toegewezen en gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en bijkomende kosten.