ECLI:NL:RBGEL:2025:11293

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
20 december 2025
Zaaknummer
C/05/458502 / HA ZA 25-443
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:92 lid 1 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbindingsovereenkomst en toewijzing wettelijke rente en proceskosten

In deze civiele procedure vordert eiser ontbinding van een tussen partijen gesloten overeenkomst, betaling van een hoofdsom, contractuele rente en een boete. Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat ontbinding contractueel is uitgesloten en wijst deze vordering af. De nakomingsvordering wordt wel toegewezen, waardoor het subsidiaire verzoek tot ontbinding niet meer relevant is. De gevorderde contractuele rente wordt afgewezen vanwege onduidelijke stellingen en mogelijke verdiscontering in de hoofdsom; in plaats daarvan wordt wettelijke rente toegekend vanaf de datum van het vonnis.

De gevorderde boete wordt afgewezen op grond van artikel 6:92 lid 1 BW Pro. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van €77.890,38, buitengerechtelijke incassokosten van €1.170,40 en proceskosten van €2.912,43, te vermeerderen met wettelijke rente en bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot ontbinding wordt afgewezen, wettelijke rente en proceskosten worden toegewezen en gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/458502 / HA ZA 25-443
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. E.R. Jonker te Amersfoort,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [plaats] ,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagden] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
De rechtbank zal het primair onder a van het petitum gevorderde ‘te verklaren ontbinding, althans te ontbinden, de hiervoor genoemde tussen partijen gesloten overeenkomst’ afwijzen, omdat partijen ontbinding van de overeenkomst contractueel hebben uitgesloten. De onder a van het petitum opgenomen nakomingsvordering is wel toewijsbaar. Hiermee heeft [eiser] bij toewijzing van het subsidiair onder b van het petitum gevorderde geen of onvoldoende belang meer.
2.4.
De rechtbank wijst de onder c van het petitum gevorderde contractuele rente af, omdat deze (kennelijk geheel of gedeeltelijk) reeds in de gevorderde hoofdsom is verdisconteerd. Gelet op de onduidelijke stellingen van [eiser] ter zake van de rente die [gedaagden] verschuldigd zouden zijn, zal de rechtbank de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro toewijzen met ingang van dagtekening van dit vonnis.
2.5.
Gelet op het in artikel 6:92 lid 1 BW Pro bepaalde wijst de rechtbank de onder d van het petitum gevorderde boete af.
2.6.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
1.374,00
- salaris advocaat
1.214,00
(1 punt × € 1.214,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.912,43.
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien en voor zover de één betaalt de ander zal zijn gekweten, om aan [eiser] terug te betalen het bedrag van
€ 77.890,38, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro met ingang van de dag van dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,
3.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien en voor zover de één betaalt de ander zal zijn gekweten, om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.170,40 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat indien en voor zover de één betaalt de ander zal zijn gekweten, in de proceskosten van € 2.912,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en op 3 december 2025 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen.