ECLI:NL:RBGEL:2025:11294

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
20 december 2025
Zaaknummer
C/05/458543 / HA ZA 25-446
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst en veroordeling tot schadevergoeding wegens tekortkoming

De rechtbank Gelderland heeft op 3 december 2025 uitspraak gedaan in een civiele zaak waarin eiser een koopovereenkomst met betrekking tot een onroerende zaak ontbonden wil zien wegens tekortkoming door gedaagden.

Eiser vorderde onder meer betaling van een contractuele boete, schadevergoeding voor verminderde verkoopopbrengst, eigenaarslasten en rentederving, alsmede wettelijke rente en kosten. Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank oordeelde dat de vorderingen grotendeels toewijsbaar zijn, met uitzondering van de wettelijke rente over de schadeposten die pas vanaf 1 januari 2026 verschuldigd is vanwege onvoldoende specificatie van het schadeverloop in 2025. Tevens werden beslagkosten en proceskosten toegewezen.

De koopovereenkomst van 5 november 2024 werd ontbonden wegens tekortkoming door gedaagden, die hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld voor de schade. De notaris werd gemachtigd de waarborgsom aan eiser over te maken, welke in mindering wordt gebracht op de toegewezen bedragen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de koopovereenkomst en veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding, wettelijke rente, beslag- en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/458543 / HA ZA 25-446
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. G.J.G. Olijslager te Nijmegen,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [plaats] ,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagden] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
[eiser] vordert wettelijke rente over het bedrag van € 100.000,00 aan contractuele boete vanaf 29 januari 2025, subsidiair 12 februari 2025. [gedaagden] zijn op 12 februari 2025 in verzuim komen te verkeren ten aanzien van de betaling van de boete. Vanaf 12 februari 2025 zijn zij daarom wettelijke rente verschuldigd aan [eiser] .
2.4.
Verder vordert [eiser] wettelijke rente over het bedrag van € 89.342,90
(€ 30.000,00 aan verminderde verkoopopbrengst voor zover deze de contractuele boete overstijgt, € 2.630,57 aan eigenaarslasten en € 56.712,33 aan rentederving). Alleen al vanwege de omstandigheid dat deze schade in de loop van geheel 2025 is of wordt geleden en [eiser] niet of onvoldoende heeft gespecificeerd welk deel daarvan vanaf welke datum in 2025 is of wordt geleden, zal de rechtbank wettelijke rente toekennen met ingang van 1 januari 2026.
2.5.
[eiser] vordert [gedaagden] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op:
- kosten deurwaardersexploten
448,06
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.929,00
(1 punt × € 1.929,00)
Totaal
2.708,06.
2.6.
[gedaagden] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
2.392,00
(€ 2.723,00 - € 331,00)
- salaris advocaat
1.929,00
(1 punt × € 1.929,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.645,43.
2.7.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de op 5 november 2024 tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak aan [adres] is ontbonden wegens de tekortkoming in de nakoming daarvan door [gedaagden] ,
3.2.
verklaart voor recht dat [gedaagden] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schade die [eiser] heeft geleden en lijdt als gevolg van het door [gedaagden] niet nakomen van de koopovereenkomst,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 189.342,90, zoals in het lichaam der dagvaarding omschreven,
3.4.
bepaalt dat de notaris, mr. Edwin Jurian Lotz of één van de andere notarissen van Ten Berge notarissen, bevoegd is om (het na verrekening van de kosten van de notaris resterende deel van) de onder hem gestorte waarborgsom aan [eiser] over te maken, welke betaling vervolgens in mindering strekt op hetgeen onder 3.3. is toegewezen,
3.5.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het bedrag van € 100.000,00, met ingang van 12 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 89.342,90 met ingang van 1 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,
3.7.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 2.708,06,
3.8.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 4.645,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.