ECLI:NL:RBGEL:2025:11299

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
92922
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de PIJ-maatregel met negen maanden voor een jeugdige dader

Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in Arnhem uitspraak gedaan in de zaak van een jeugdige dader, hierna aangeduid als betrokkene, die eerder was veroordeeld tot de PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) voor verschillende misdrijven, waaronder diefstal met geweld. De PIJ-maatregel was eerder al meerdere keren verlengd, en de officier van justitie had opnieuw een vordering ingediend tot verlenging van de maatregel met dertien maanden. Tijdens de zitting op 2 december 2025 zijn verschillende deskundigen gehoord, waaronder behandelcoördinatoren en psychologen, die de huidige situatie van betrokkene hebben toegelicht. Betrokkene heeft in het verleden problemen gehad met middelengebruik en heeft een intensieve verslavingsbehandeling ondergaan. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verlenging van de PIJ-maatregel noodzakelijk is voor de veiligheid van anderen en voor de verdere ontwikkeling van betrokkene. De rechtbank oordeelde echter dat de gevraagde verlenging van dertien maanden te lang was en heeft besloten de maatregel met negen maanden te verlengen. Dit biedt betrokkene de kans om sneller verlof op te bouwen en een pro-sociaal bestaan op te bouwen. De rechtbank heeft de voorwaarden voor de verlenging uiteengezet en aangegeven dat de maatregel onder bepaalde voorwaarden kan eindigen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
parketnummer : 05/092922-19
Datum uitspraak: 16 december 2025
Beslissing op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken (ex artikel 6:2:22 jo 6:6:31 Wetboek van Strafvordering)
in de zaak van

de officier van justitie

tegen
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] [geboorteplaats] (Ethiopië),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
op dit moment gedetineerd in de JJI [plaats 1] .
Raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat in Ede.

De procedure

De meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij
arrest van 12 januari 2021 aan betrokkene de maatregel van plaatsing in een inrichting voor
jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) opgelegd. Betrokkene is bij dit arrest veroordeeld voor
een diefstal met geweld en bedreiging met geweld, een diefstal in vereniging, een diefstal in
vereniging met valse sleutels en een vernieling.
De termijn van de maatregel is ingegaan op 27 januari 2021.
Bij beschikking van deze rechtbank van 24 januari 2023 is de PIJ-maatregel verlengd voor
de duur van 18 maanden. Bij beschikking van deze rechtbank van 23 juli 2024 is de PIJ-
maatregel opnieuw verlengd, ditmaal voor de duur van 8 maanden. Bij beschikking van deze rechtbank van 1 april 2025 is de PIJ-maatregel voor de derde keer verlengd, ditmaal voor de duur van 9 maanden.
De officier van justitie heeft op 16 oktober 2025 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met 13 maanden.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:
- het PIJ-verlengingsadvies van 14 oktober 2025;
- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene.
Tijdens de zitting van 2 december 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsvrouw;
- de deskundige L.I.J. Daatzelaar (behandelcoördinator Pluryn JJI [plaats 1] );
- de deskundige C.L.P.J.N. Van Eck (GZ-psycholoog JJI [plaats 2] );
- de officier van justitie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd.

Het standpunt van betrokkene

Betrokkene is van mening dat de verlenging van de PIJ-maatregel met dertien maanden te lang is. Er was eerst sprake van zes maanden verlenging, daarna van negen maanden en daarna van dertien maanden ten behoeve van het Scholing en Trainingsprogramma (STP). Het huidige plan om eerst zes maanden verlof op te bouwen en dan pas met het STP te beginnen is nieuw voor hem. Er is voor hem geen behandeling (meer) mogelijk in de JJI [plaats 1] . Er is daar niets nuttigs te doen en niets meer te leren.
De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat er bezwaar is ingediend tegen de overplaatsing vanuit [plaats 2] naar Pluryn JJI [plaats 1] . Betrokkene wil graag uitstromen in de regio Arnhem. Betrokkene moet de kans krijgen om te laten zien dat hij kan functioneren in de maatschappij (al dan niet met het gebruik van hasj). Het gebruik van hasj is niet van invloed op het recidivegevaar. De verlenging met dertien maanden is funest voor de motivatie van betrokkene. Het is niet in het belang van de meest gunstige ontwikkeling voor hem om nog dertien maanden in dezelfde setting te blijven. De raadsvrouw zou heil zien in de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, maar de plannen daarvoor ontbreken. Als een verlenging noodzakelijk wordt gevonden dan pleit de raadsvrouw voor een kortere verlengingsduur van bijvoorbeeld zes maanden.

Het PIJ-verlengingsadvies

Uit het PIJ-verlengingsadvies van Pluryn [plaats 1] komt, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren.
Sinds de vorige verlenging van de PIJ-maatregel is het verlof van betrokkene in april 2025 stilgelegd vanwege verdachte transacties op de rekeningen van betrokkene en andere jongeren, waaruit het vermoeden is ontstaan van voortgezet crimineel handelen. In juni 2025 is de verlofgang van betrokkene hervat. Tijdens de verloven is sprake geweest van middelengebruik. Vanwege het middelengebruik werd het STP en het geplande verblijf bij Transfore in Deventer niet haalbaar geacht. Betrokkene heeft aangegeven dat hij minder controle ervaarde over zijn middelengebruik en open stond voor hulp. Hij heeft ingestemd met een aanmelding bij de problematisch middelengebruik afdeling binnen de RJJI [plaats 2] , waar hij op 25 augustus 2025 is geplaatst.
Betrokkene is gediagnosticeerd met een andere gespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis (sterk disharmonisch intelligentieprofiel ten nadele van perceptuele taken), een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en een stoornis in het gebruik van cannabis, in een gereguleerde omgeving gedeeltelijk in remissie. Gedurende de PIJ-maatregel is de problematiek herkend. Betrokkene kan zich presenteren als een zelfstandige jongen met een goed reflecterend vermogen. Tegelijkertijd is sprake van overschatting en het niet goed kunnen inschatten van de negatieve gevolgen van zijn keuzes op lange termijn. Het reflectief vermogen komt dan ook pas naar voren wanneer de kaders van de PIJ-maatregel en de korte- en lange termijn gevolgen met betrokkene besproken worden. Ten aanzien van het drugsgebruik wordt voorzichtig gesproken van verslavingsproblematiek. Hierbij is regelmatig sprake van impulsiviteit en gebrekkige copingvaardigheden om op een andere manier om te gaan met negatieve gevoelens. Onder invloed van middelen komt een meer antisociale kant naar boven, waarbij betrokkene geneigd is regels en afspraken te bediscussiëren en te overtreden. De kaders van de PIJ-maatregel zijn ook de komende periode nog nodig voor het verder verminderen van het aanwezige (matig-hoge) recidiverisico. Om de kans op een succesvol STP te vergroten is het van belang dat eerst een behandeling voor het middelengebruik zal worden ingezet. Het doel van deze behandeling is dat betrokkene volledig kan stoppen met middelengebruik. Het is belangrijk om betrokkene perspectief te bieden om naar toe te werken. Middels kleine stappen (om overvraging te voorkomen) dient toegewerkt te worden naar het opbouwen van een pro sociaal bestaan met een gestructureerde dagbesteding en een passende woonplek. Bij het verkrijgen van meer vrijheden en verantwoordelijkheden wordt er ook een groter beroep gedaan op de copingvaardigheden van betrokkene, waarbij het risico op een terugval in middelengebruik niet uitgesloten kan worden. Betrokkene moet nog een volledige onbegeleide verlofgang doorlopen waarbij hij werkervaring opdoet bij een werkgever. Hier wordt minimaal zes maanden voor nodig geacht. Er wordt belang gezien in een STP van minimaal zes maanden zodat er ruimte is voor terugval. Geadviseerd wordt om de PIJ-maatregel met dertien maanden te verlengen.

De toelichting van de deskundigen tijdens de zitting

Mevrouw Daatzelaar heeft toegelicht dat betrokkene anderhalve week geleden is teruggeplaatst in [plaats 1] . Het traject in [plaats 2] is voortijdig afgebroken omdat betrokkene een rode kaart heeft gekregen vanwege incidenten en intimiderend gedrag. Het is nog onduidelijk op welke plek de uitstroom zal plaatsvinden. Betrokkene is nu abstinent, maar het is nog onzeker hoe hij zich ontwikkelt als hij op verlof mag. De voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel is niet aan de orde. De PIJ-kaders zijn nodig om stapsgewijs te kunnen werken en te wennen aan een leven zonder drugs. Het verlof moet eerst gedurende zes maanden opgebouwd worden (concrete dagbesteding) en daarna moeten zes maanden STP volgen. Er wordt bij het verlengingsadvies rekening houden met vertraging van een maand vanwege eventuele uitglijders. Wat betreft behandeling kan Pluryn [plaats 1] betrokkene niet veel meer bieden.
Mevrouw Van Eck heeft toegelicht dat betrokkene gemotiveerd aan het traject in [plaats 2] is begonnen. Het is betrokkene gelukt om abstinent te raken, maar vanwege de abstinentie is de spanning opgelopen en heeft betrokkene negatief gedrag laten zien. Er hebben zich drugsgerelateerde incidenten voorgedaan. Betrokkene heeft geen openheid gegeven, althans niet direct, over drugsgebruik. Als er te weinig kaders zijn en als betrokkene zich in het netwerk begeeft waarin sprake is van gebruik, dan is er risico op terugval.

De beoordeling door de rechtbank

Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat:
- de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;
- de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene.
Op basis van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundigen ter zitting is de rechtbank van oordeel dat aan de vereisten is voldaan en dat verlenging van de PIJ-maatregel is geïndiceerd.
Betrokkene is veroordeeld voor een delict dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Zonder kaders zoals die geboden worden met de maatregel is het gevaar op herhaling van delictgedrag matig tot hoog. Aan de eerste twee voorwaarden voor verlenging is dus voldaan.
Betrokkene heeft de afgelopen tijd een intensieve verslavingsbehandeling in de RJJI [plaats 2] gevolgd, maar deze is voortijdig gestopt. Voor betrokkene is het van belang om een gestructureerde dagbesteding te vinden en een pro sociaal netwerk op te bouwen. Ook moet voor betrokkene een passende woonplek worden gevonden. Bij het opbouwen van vrijheden en verantwoordelijkheden bestaat het risico op een terugval in middelengebruik.
De kaders van de PIJ-maatregel zijn de komende periode nog noodzakelijk voor het verminderen van het recidiverisico en het versterken van beschermende factoren.
Een verlenging is daarom ook in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. De rechtbank is echter van oordeel dat de gevraagde verlenging met dertien maanden te weinig perspectief biedt aan betrokkene. De mogelijkheden voor behandeling zijn in de JJI [plaats 1] uitgeput. Een snellere opbouw van het verlof biedt aan betrokkene het gewenste perspectief. De rechtbank zal de PIJ-maatregel verlengen met negen maanden. De rechtbank gaat ervan uit dat de JJI [plaats 1] de verlofopbouw sneller (dan de in het advies aangeven periode van zes maanden) zal laten verlopen, zodat het STP van zes maanden binnen de verlengingsperiode van negen maanden zal vallen. Het is daarbij aan betrokkene om abstinent te blijven van drugs en zich dusdanig te gedragen dat hij het STP binnen negen maanden succesvol kan afronden. Als betrokkene daar om wat voor reden dan ook niet in slaagt, dan moet hij er rekening mee houden dat de maatregel aansluitend met de resterende vier maanden wordt verlengd voordat tot voorwaardelijke beëindiging zal worden overgegaan.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de PIJ-maatregel moet worden verlengd met een termijn van negen maanden.
Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 27 januari 2021 en eindigt na eerdere verlengingen bij beschikking van 24 januari 2023 met achttien maanden, bij beschikking van 23 juli 2024 met acht maanden en bij beschikking van 1 april 2025 met negen maanden zonder verlenging voorwaardelijk op 2 december 2025. De rechtbank verlengt de maatregel nu met negen maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd en zich geen situaties voordoen waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet (bijvoorbeeld weglopen), eindigt de maatregel voorwaardelijk op 29 augustus 2026 en onvoorwaardelijk op 29 augustus 2027.
De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.
De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissing

De rechtbank:
verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van
[betrokkene]voornoemd, voor een periode van
negen (9) maanden.
Deze beslissing is gegeven door mr. R. Raat, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. I.D. Jacobs en mr. D.S.M. Bak als kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 december 2025.