Betrokkene is sinds 2007 terbeschikking gesteld na een veroordeling voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De maatregel is meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2022. De huidige zaak betreft een vordering tot verlenging van twee jaar, waarbij betrokkene en zijn raadsvrouw pleitten voor een beperking tot één jaar vanwege behandelmoeheid en de wens tot rust in een longstay-voorziening (LFPZ).
De kliniek rapporteert dat betrokkene lijdt aan ADHD, een autismespectrumstoornis, hyperseksualiteit en een antisociale persoonlijkheidsstoornis, en dat deze stoornissen nog steeds aanwezig zijn. Betrokkene weigert behandeling en vertoont een verstoord dag- en nachtritme. Pogingen tot plaatsing in longcare-voorzieningen mislukten vanwege gebrek aan motivatie en slachtofferbelangen.
De rechtbank constateert een impasse in de behandeling en erkent het hoge recidiverisico bij beëindiging van de maatregel. Gezien de veiligheid van betrokkene en anderen acht de rechtbank verlenging met twee jaar noodzakelijk. Een beperking tot één jaar zou niet bijdragen aan een versnelde oplossing en leidt tot herhaling van het dilemma. De rechtbank verlengt daarom de terbeschikkingstelling met twee jaar.