ECLI:NL:RBGEL:2025:11350

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
142151-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor productie en handel in valse bankbiljetten

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het namaken, in voorraad hebben en verkopen van valse bankbiljetten in de periode van januari 2020 tot juli 2020. Het bewijs bestond uit uitgebreid forensisch onderzoek, chatberichten, doorzoekingen en financiële transacties.

Verdachte had een ondersteunende rol in een criminele organisatie die op grote schaal valse euro- en dollarbiljetten produceerde met behulp van inkjetprinters, speciaal papier en hologramstickers. Hij controleerde biljetten op kwaliteit, verspreidde ze en was betrokken bij de aanschaf van benodigdheden. De rechtbank achtte medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 9 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werden diverse goederen verbeurd verklaard en andere teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wegens medeplegen van productie en handel in valse bankbiljetten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/142151-24
Datum uitspraak : 9 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres] in ([postcode]) [woonplaats].
Raadsman: mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat in Zeist.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
Inhoud
1 De inhoud van de tenlastelegging4
2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs4
2.1 Ten aanzien van de identificaties4
2.1.1 [medeverdachte 1]5
2.1.2 [verdachte]6
2.1.3 [medeverdachte 2]7
2.1.4 [medeverdachte 3]7
2.1.5 [medeverdachte 4]7
2.2 De standpunten ten aanzien van de feiten 1 tot en met 38
2.2.1 Het standpunt van de officier van justitie8
2.2.2 Het standpunt van de verdediging8
2.3 De beoordeling door de rechtbank8
2.3.1 Inleidende overwegingen8
2.3.2 Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten9
2.3.3 Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten12
2.3.4 Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek12
2.3.5 Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia14
2.3.6 Ten aanzien van het namaken van bankbiljetten14
2.3.7 Tussenconclusie met betrekking tot het namaken van bankbiljetten23
2.3.8 Ten aanzien van de aankoop van benodigdheden24
2.3.9 Tussenconclusie met betrekking tot de aankoop van benodigdheden27
2.3.10 Ten aanzien van de verkoop van valse bankbiljetten28
2.3.11 Tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten37
2.3.12 Conclusie38
3 De bewezenverklaring40
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde40
5 De strafbaarheid van de feiten41
6 De strafbaarheid van de verdachte41
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel41
7.1 Het standpunt van de officier van justitie41
7.2 Het standpunt van de verdediging41
7.3 De beoordeling door de rechtbank41
8 De beoordeling van het beslag45
8.1 Het standpunt van de officier van justitie46
8.2 Het standpunt van de verdediging46
8.3 De beoordeling door de rechtbank46
9 De toegepaste wettelijke bepalingen47
10 De beslissing47

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [plaats] en/of te [plaats] en/of elders in Nederland en/of te [plaats], althans in België, samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) bankbiljetten van 500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, heeft nagemaakt / vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 30 juli 2020 te [plaats]
en/of te [plaats] en/of elders in Nederland en/of te [plaats], althans in België samen met een ander of anderen en/of alleen, opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) bankbiljetten van 500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, die verdachte en/of zijn mededaders zelf hebben nagemaakt / vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven, zich heeft verschaft en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd, ingevoerd, doorgevoerd en/of uitgevoerd;
3.
hij op of omstreeks 02 februari 2021 te [plaats] (in een woning aan de [adres]), althans in Nederland, samen met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (onder meer) een of meer printer(s) en/of een (grote) hoeveelheid inktcartridges en/of een of meer rollen zwarte folie en/of een hoeveelheid (speciaal) printpapier, heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd was / waren tot het namaken/ vervalsen van bankbiljetten.
2
Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
2.1
Ten aanzien van de identificaties
[verdachte] is in beeld gekomen in onderzoek Palestina (waarover hierna meer). Dit onderzoek is een deelonderzoek van onderzoek Parra. De rechtbank zal hierna allereerst ingaan op de vraag welke personen kunnen worden aangemerkt als de gebruikers van de in onderzoek Parra in beslag genomen gegevensdragers en welke personen schuil gaan achter de diverse op die gegevensdragers aangetroffen accountnamen.
2.1.1
[medeverdachte 1]
In de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] in [plaats] in België (verder: de woning van [medeverdachte 1]) zijn onder meer de na te noemen gegevensdragers in beslag genomen en onderzocht.
Er is een iPhone 11 pro met'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' in beslag genomen. [2] [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de naam
[medeverdachte 1]gebruikt en
een iPhone 11 proheeft met nummer [telefoonnummer]. Van die telefoon is hij de enige gebruiker. [3]
Op de
iPhone 7is op 2 februari 2020 het
Wickr-accountmet de naam
'[accountnaam]'aangemaakt. Op 31 maart 2020 is het
Telegram-accountmet de naam
'[accountnaam]' aangemaakt. De telefoon heeft gebruik gemaakt van de chat-applicaties Wickr Me '[accountnaam]' en Telegram met de accountnaam '[accountnaam] ID [accountnaam]'. Op
7 juni 2020 is het
e-mail account '[accountnaam]@protonmail.com'aangemaakt. De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van de telefoon en de daarop aangemaakte accounts. [4] Verder is uit onderzoek aan de iPhone 7 het volgende gebleken. De accountnamen
'[accountnaam]'en
'[accountnaam]'hebben hetzelfde unieke
Telegramidentiteitsnummer. Dit heeft te maken met hoe men deze heeft genoemd in de contactenlijst van de telefoon. [medeverdachte 1] heeft dit Telegram-account opslagen in de iPhone 7 met de accountnaam '[accountnaam]' en [medeverdachte 2] heeft dit Telegram-account opgeslagen in het toestel 'Samsung S9' met de accountnaam '[accountnaam]'. Volgens de verbalisant kan uit deze bevindingen blijken dat [medeverdachte 1] gebruik gemaakt van de beide genoemde Telegram-accounts. [5]
Bij onderzoek aan de
iPhone XR ('[medeverdachte 1]')is het volgende gebleken. De iPhone '[medeverdachte 1]' maakte gebruik van één simkaart met het
telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer behoort bij het
Telegram-account '[accountnaam]ID [accountnaam]'. Volgens de verbalisant kan hieruit blijken dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van dit Telegram-account. [6] Verder is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘[medeverdachte 1]’) het volgende gebleken. Op 11 november 2019 is het
Wickr-accountmet de naam
'[accountnaam]'op deze telefoon aangemaakt. De applicatie WhatsApp Messenger is aangemaakt op 21 maart 2020. Het
WhatsApp-accountmaakt gebruik van de naam
'[accountnaam]'. Uit onderzoek aan deze telefoon is verder gebleken dat het gebruik heeft gemaakt van het
Telegram-accountmet de naam
'[accountnaam]ID [accountnaam]'. De verbalisant concludeert dat het zeer waarschijnlijk is dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van deze telefoon en de aangemaakte accounts dan wel fakenamen die zijn aangetroffen in de data van deze telefoon. [7] Voorts is bij onderzoek aan de iPhone XR (‘[medeverdachte 1]’) gebleken dat daarop meerdere foto's staan die grotendeels aantoonbaar in de woning van [medeverdachte 1] zijn gemaakt. Op foto's die zijn gemaakt in de periode van 3 februari 2020 tot en met 6 juli 2020 zijn de namen '[accountnaam]' en '[accountnaam]' te zien. [8]
Bij onderzoek aan de
iPhone 6S,met 'owner name' iPhone van [medeverdachte 1]' is het volgende gebleken. Achterop deze telefoon zat een sticker met de naam '[naam]' en telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer hoort bij het nummer van de simkaart die in deze telefoon is aangetroffen. Op 7 mei 2020 stuurt '[accountnaam]' via Telegram een foto aan het Telegram account [accountnaam] (dat is [accountnaam], en dat is, zoals hierna zal blijken, [medeverdachte 2]). Op die foto is een scherm te zien van een telefoon met daarop
'[accountnaam]'en het nummer [telefoonnummer]. Volgens de verbalisant is het zeer aannemelijk dat [medeverdachte 1] gebruik maakte van de telefoon met daarin een simkaartje met het telefoonnummer [telefoonnummer] en daarop op 25 februari 2020 de verificatiecode ontvangt voor het aanmaken het Telegram-account '[accountnaam]'', welke gekoppeld is aan het telefoonnummer [telefoonnummer]. [9]
Bij onderzoek aan de
iPhone XS,'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]' is het volgende gebleken. Op 6 juli 2020 is op deze telefoon het
Wickr-accountmet de naam
'[accountnaam]'aangemaakt. In een via Wickr gevoerde chat komt '[accountnaam]' op de lijn met '[accountnaam]'. Met de telefoon zijn foto's gemaakt in de woning van [medeverdachte 1]. Ook zijn met de telefoon videofragmenten opgenomen in de woning van [medeverdachte 1] en met de telefoon verstuurd via het Wickr-account '[accountnaam]'. De verzamelde gegevens wijzen er volgens de verbalisant op dat [medeverdachte 1] de gebruiker is van het toestel. [10]
Bij onderzoek aan de
iPhone 6S, 'owner name' 'iPhone van [medeverdachte 1]', die is aangetroffen in de slaapkamer van [medeverdachte 1], is onder meer gebleken dat zich achterop het toestel een sticker bevindt met daarop handgeschreven '
nieuwe Hotspot' en 'print'. De verbalisant heeft op grond van het onderzoek vastgesteld dat [medeverdachte 1] de eigenaar is van deze telefoon. [11]
Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres ‘[e-mailadres]’. [12]
Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de uit het verrichte onderzoek gebleken bevindingen worden aangenomen dat [medeverdachte 1] de (enige) gebruiker was van de voornoemde telefoons, alsook dat hij schuil ging achter de genoemde Wickr- en Telegram-accountnamen en achter de naam ‘[accountnaam]’. Verder kan worden aangenomen dat (onder anderen) [medeverdachte 1] gebruik maakte van het e-mailaccount '[accountnaam]@protonmail.com'. Datzelfde geldt voor het hierna nog aan bod komende e-mailaccount ‘[accountnaam]@protonmail.com’, gezien de overeenkomst van de naam ‘[accountnaam]’ met de bij [medeverdachte 1] in gebruik zijnde accountnaam ‘[accountnaam]’. Tot slot kan worden aangenomen dat hij gebruik maakte van het
e-mailaccount ‘[e-mailadres]’. De rechtbank zal daarvan in het navolgende uitgaan.
2.1.2
[verdachte]
Uit onderzoek aan een onder [verdachte] (verder te noemen: [verdachte]) in beslag genomen iPhone X is gebleken dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’. [13] Voorts is uit onderzoek gebleken dat hij gekoppeld was aan de Wickr-accounts met de namen ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’. [14] Dit laatste heeft [verdachte] ter terechtzitting van
25 september 2025 erkend. [15] Ook voor het overige heeft de verdediging de genoemde onderzoeksresultaten niet weersproken. De rechtbank zal daarom, indien de genoemde accountnamen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat [verdachte] daarachter schuil gaat.
2.1.3
[medeverdachte 2]
In de slaapkamer van [medeverdachte 2] (verder te noemen: [medeverdachte 2]) is een telefoon van het merk Samsung S9 aangetroffen. De telefoon is in beslag genomen en onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [16] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van de telefoon, alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’ en het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’. [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat de telefoon van hem was. [17]
2.1.4
[medeverdachte 3]
Onder [medeverdachte 3] is een Samsung Galaxy Note 20 in beslag genomen en onderzocht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [18] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van deze telefoon, die gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer], alsook dat hij gekoppeld was aan het Telegram-account met de naam ‘[accountnaam]’. Verder is uit verricht onderzoek gebleken dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ aan [medeverdachte 3] gekoppeld was en dat [medeverdachte 3] ook wel ‘[accountnaam]’ werd genoemd. [19] De rechtbank zal daarom, indien deze accountnaam hierna aan bod komt, ervan uitgaan dat [medeverdachte 3] daarachter schuil gaat en dat [medeverdachte 3] ook wel ‘[accountnaam]’ werd genoemd.
2.1.5
[medeverdachte 4]
Op 30 juli 2020 is onder [medeverdachte 4] een Apple iPhone 8 Plus in beslag genomen. Op basis van de resultaten van het onderzoek aan deze telefoon, zoals weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen [20] , kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat [medeverdachte 4] de gebruiker is van deze telefoon, alsook dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [medeverdachte 4]. Verder is uit onderzoek aan de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen iPhone XR (iPhone van ‘[medeverdachte 1]’) onder meer gebleken dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) aan ‘[accountnaam]’ vraagt naar zijn adres, waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt: “[adres] [plaats]”. [medeverdachte 4] is op dit adres woonachtig. [21] Op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat het Wickr-account met de naam ‘[accountnaam]’ gekoppeld was aan [medeverdachte 4]. Ook werd hij wel ‘[accountnaam]’ genoemd. ‘[accountnaam]’ antwoordt op 6 mei 2020 op de vraag van ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) of hij ‘[accountnaam]’ is met “ja”. [22] De rechtbank zal daarom, indien deze (account)namen hierna aan bod komen, ervan uitgaan dat het [medeverdachte 4] betreft.
2.2
De standpunten ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3
2.2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] zich in de ten laste gelegde periode in Nederland en België schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de productie van vals geld (feit 1) en het medeplegen van de handel in vals geld (feit 2). Wat betreft de bankbiljetten van 200 en 500 euro dient partiële vrijspraak te volgen. Verder heeft [verdachte] zich op 2 februari 2021 in [plaats] schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen die bestemd waren tot het namaken van bankbiljetten (feit 3).
2.2.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 1, nu niet is komen vast te staan dat [verdachte] zelf geld heeft nagemaakt, en voorts niet is komen vast te staan dat zijn eventuele bijdrage aan het produceren van vals geld door anderen van voldoende gewicht is geweest om hem als medepleger aan te merken. Hooguit zijn er aanwijzingen dat hij -in de laatste dagen van de ten laste gelegde periode- de intentie had om zich bezig te gaan houden met de productie van vals geld. Dat dit ook daadwerkelijk is gebeurd, ontkent hij en het volgt ook niet uit het procesdossier. In ieder geval dient vrijspraak te volgen van de pleegperiode tot 30 maart 2020 en van het vervaardigen van 200 en 500 euro biljetten.
Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behoudens de ten laste gelegde pleegperiode tot 30 maart 2020. De aanvangsdatum dient gesteld te worden op primair 30 maart 2020, dan wel subsidiair op 18 maart 2020. Ook dient partiële vrijspraak te volgen van het verkopen van 200 euro biljetten.
Ook ten aanzien van feit 3, voor zover betrekking hebbende op de in de woning van [verdachte] aangetroffen goederen, heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3
De beoordeling door de rechtbank
2.3.1
Inleidende overwegingen
Onderzoek Palestina ziet op de productie van en handel in valse euro- en dollarbiljetten. Zoals hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen zal blijken, zijn op grote schaal euro- en (Amerikaanse) dollarbiljetten nagemaakt. Ten behoeve hiervan en ten behoeve van de verkoop van de valse bankbiljetten werden goederen aangeschaft. De valse bankbiljetten en de goederen zijn bij meerdere doorzoekingen aangetroffen. Hiervóór is al gebleken dat bij die doorzoekingen bovendien een grote hoeveelheid gegevensdragers is aangetroffen. Ook op basis van het onderzoek aan die gegevensdragers zijn [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] in beeld gekomen als zijnde betrokken bij het namaken van bankbiljetten en het verkopen van die bankbiljetten. Het proces van het namaken van de bankbiljetten en de verschillende stadia van dat proces, konden in kaart worden gebracht. Daarnaast is in kaart gebracht op welke wijze de verkoop van de valse bankbiljetten plaatsvond.
Hierna zullen eerst de in het procesdossier aanwezige relevante bewijsmiddelen (niet uitputtend) worden weergegeven, te beginnen met wat is aangetroffen bij de doorzoekingen en de uitkomsten van verricht (forensisch) onderzoek aan de aangetroffen biljetten en printers, gevolgd door de onderzoeksbevindingen ten aanzien van drie stadia, te weten het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse bankbiljetten. Op basis hiervan zal de rechtbank tussentijds conclusies trekken ten aanzien van de (reeds) uit deze bewijsmiddelen naar voren komende betrokkenheid van [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] bij de drie stadia. Tot slot zal de rechtbank beoordelen of ieder van hen een rol heeft gespeeld in (de diverse stadia van) het proces van het namaken van bankbiljetten, en zo ja, welke rol, en of ingeval van een rol van betekenis wordt voldaan aan de vereisten voor een bewezenverklaring van medeplegen.
2.3.2
Doorzoekingen en onderzoek ten aanzien van de aangetroffen euro- en dollarbiljetten
2.3.2.1
[medeverdachte 1]
Op 30 juli 2020 is de woning van [medeverdachte 1] doorzocht. Daarbij zijn onder meer de volgende goederen, gerelateerd aan vals geld, aangetroffen:
20 printers van diverse merken en types, 2 Epson scanners, 3 vals geld detectoren,
3 geldtelmachines, 5 potjes inkt, inkttoners, 9 flesjes spuitverf in diverse kleuren, 13 potjes inkt met 4 flesjes UV inkt, stempelkussens, een potje UV printer inkt met opschrift “Guangzhou Firebird Printing”. [23]
Ook zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen, die te gebruiken zijn bij het produceren van vals geld: 3 perforatoren, 17 drukplaten, een drukpers, 15 vals geld detector pennen, een UV lamp en een UV pen, 2 snijmachines, ScanNCut platen, een drukpers, een handscanner, een doos met daarin veel vellen met hologrammen voor diverse bankbiljetten (1265 hologrammen voor biljetten van 100 euro, 50 euro, 20 euro en 10 euro en hologrammen voor dollarbiljetten), en verschillende soorten ‘speciaal papier’, waaronder papier met in het midden een zogenaamde veiligheidsdraad die ook in echte eurobiljetten is verwerkt. [24] Op verschillende plekken werden bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren, namelijk: een doos met daarin dollarbiljetten en eurobiljetten waarvan de meeste nog niet zijn uitgesneden, een doos met halffabricaten vals geld (onder andere biljetten van 50 dollar en biljetten van 100 euro), en een grote stapel A4 vellen, met op ieder vel een afdruk van drie biljetten van 50 euro. [25]
In België heeft echtheidsonderzoek plaatsgevonden ten aanzien van de aangetroffen biljetten. Daarbij zijn 11 biljetten van 20 dollar, 21 biljetten van 50 dollar en 3 biljetten van 100 dollar vals bevonden. Voorts zijn A4 bladen aangetroffen met daarop in totaal 282 afdrukken van (valse) biljetten van 50 dollar en 2 afdrukken van 100 dollar. Verder werden nog 524 kleefstripjes voor biljetten van 100 dollar aangetroffen. De Chinese tekst op deze bladen doet vermoeden dat deze kleefstripjes van Chinese herkomst zijn. [26] Ook zijn bij het echtheidsonderzoek 19 biljetten van 10 euro, 3 biljetten van 20 euro, 33 biljetten van
50 euro, 1 biljet van 100 euro en 14 biljetten van 500 euro vals bevonden. De 3 biljetten van 20 euro en 32 stuks van de biljetten van 50 euro waren in België in omloop sinds 9 januari 2020. Verder zijn aangetroffen vele A4 bladen met afdrukken van biljetten van 50 en 100 euro. Over 1265 aangetroffen hologrammen voor biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en
843 aangetroffen doorkijkvensters voor biljetten van 20, 50 en 100 euro wordt opgemerkt dat deze te koop worden aangeboden op diverse websites zoals ‘ALIBABA.COM’ en ‘WISH’. Ze kunnen online worden besteld en worden eenvoudigweg met de post opgestuurd. Het onderscheid tussen deze hologrammen en doorkijkvensters en echte hologrammen en doorkijkvensters is voor een leek moeilijk te herkennen. [27]
2.3.2.2
[medeverdachte 2]
Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [plaats]. [medeverdachte 2] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In en nabij de slaapkamer van [medeverdachte 2] zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen:
zes printers, waaronder een printer met in de lade een halffabricaat van een biljet van 50 euro en een printer met in de lade een halffabricaat van een dollarbiljet, een snijmachine, grote hoeveelheden hologrammen voor diverse soorten valse euro- en dollarbiljetten en vier dozen met printercartridges.
Op de slaapkamer van [medeverdachte 2] zijn 9261 bankbiljetten aangetroffen die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Het betreft biljetten van 10 euro, 20 euro, 50 euro, 20 dollar en 50 dollar. Er zat veel vals geld in een Jumbo tas, waarin ook zijn aangetroffen een poststuk van de belastingdienst en een aanmaning van Intrum/KPN, beide gericht aan [medeverdachte 4] met het adres [adres] te [plaats].
Verder is aangetroffen een doos met daarin ‘speciaal papier’, waarvan gebruik wordt gemaakt bij het vervaardigen van vals geld en waarvan ook deel uitmaakte papier met een zogenaamde veiligheidsdraad. De eigenschappen van het in de doos aangetroffen papier maken het geschikt voor het maken van waardedocumenten.
Ook zijn op de slaapkamer van [medeverdachte 2] in een kast, in een rugtas naast het bed en in een tas aangetroffen: snijafval van biljetten van 20 euro, snippers vals geld en vals geld, en vermoedelijk velletjes waarop hologrammen geplakt hebben gezeten. Voorts zat in de tas een biljet van 20 euro dat aan de zijkanten nog niet volledig was uitgesneden en waarop stond geschreven “695 goed”.
Op 31 juli 2020 heeft [medeverdachte 2] zelf nog een printer en twee tassen met ‘speciaal papier’ naar het politiebureau gebracht. [28]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten heeft uitgewezen dat de ze vals waren. [29] Forensisch onderzoek ten aanzien van een zak met 20 euro hologrammen heeft uitgewezen dat de hologrammen vals waren. [30]
Bij de doorzoeking is in de slaapkamer van [medeverdachte 2] op het bureau ook aangetroffen een doos met daarop een adressticker van Bol.com, gericht aan [medeverdachte 4], [adres], [postcode] [plaats]. In deze doos zaten diverse misafdrukken van vervalste euro- en dollarbiljetten. Op een in die doos aangetroffen A4-papier met daarop een biljet van 20 euro is een vingerafdruk van [medeverdachte 2] aangetroffen. [31]
2.3.2.3
[medeverdachte 4]
Op 30 juli 2020 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [plaats]. [medeverdachte 4] woonde toen op dit adres. Op het bureau in de slaapkamer van [medeverdachte 4] werd een printer aangetroffen en een biljet van 500 euro (in een portemonnaie op het bureau). Verder werden in de bij de woning behorende berging grote stapels biljetten aangetroffen van 20 en 50 euro en biljetten van 20 en 50 dollar die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Ook zijn in de berging aangetroffen A4 vellen met daarop afdrukken van biljetten van 20 dollar, nog niet volledig uitgesneden biljetten van 20 dollar, en een tas met daarin heel veel inktcartridges. [32]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 1103 biljetten, heeft uitgewezen dat ze vals waren. [33]
De in de woning aanwezige moeder en zus van [medeverdachte 4] hebben aangegeven dat ze niets wisten van het valse geld en nooit in de berging kwamen. [34] Op een biljet, verpakt in een zilverkleurig zakje, aangetroffen in de bij de woning behorende berging, is een vingerafdruk van [medeverdachte 4] aangetroffen. [35]
2.3.2.4
[verdachte]
Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de ouders van [verdachte] aan de [adres] in [plaats] (verder: de woning van [verdachte]). [verdachte] verbleef daar toen en is daar ook aangehouden. In de slaapkamer van [verdachte] zijn onder meer aangetroffen: 92 inktcartridges, 6 printers, meerdere soorten ‘speciaal papier’ dat kan worden gebruikt bij het vervaardigen van vals geld, een vals biljet van 20 dollar en 7 valse biljetten van 500 euro. Ook zijn 360 wenskaarten en ongeveer 1000 blanco enveloppen aangetroffen. [36]
2.3.2.5
[medeverdachte 3]
Op 2 februari 2021 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] in [plaats]. [medeverdachte 3] woont op dit adres en woonde daar ook in de hier relevante periode. In de woonkamer zijn twee papiersnijmachines aangetroffen. Verder is in de slaapkamer van [medeverdachte 3], onder het bed, een doos aangetroffen met het opschrift ‘PrintAbout.nl’ en met daarin stapeltjes euro- en dollarbiljetten die, zoals hierna zal blijken, vals waren. Op veel van de stapeltjes zaten briefjes met daarop handgeschreven getallen en teksten als: “opnieuw”, “opnieuw snijden! 265!”, “opnieuw snijden!!! 89x”, “opnieuw snijden 100x”, “21xB+ Te redden!!!”, “B+ 100x”, “200 x € 50”, “200 x 50”, “700 x“, “90 x“, “340 x”, “540 x“, “565“. Ook werd onder het bed een doos aangetroffen, waarin ‘speciaal papier’ had gezeten dat gebruikt kan worden bij het vervaardigen van vals geld. In deze doos zaten stickervelletjes hologrammen voor biljetten van 50 euro, een reepje snijafval van een biljet van 50 euro, en een pincet dat op de hologrammen lag. Onder het bed lag ook een stickervel met nog
19 hologrammen voor biljetten van 20 euro. [37]
Forensisch onderzoek ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten, in totaal 6551 biljetten van 20 en 50 dollar en 50 euro, heeft uitgewezen dat ze vals waren. [38]
2.3.3
Overeenkomsten tussen aangetroffen valse biljetten
Uit onderzoek is gebleken dat op ieder van de vijf voornoemde zoeklocaties valse euro- en dollarbiljetten zijn aangetroffen waarvan het serienummer overeenkomt met het serienummer op biljetten die op een andere zoeklocatie of meerdere andere zoeklocaties zijn aangetroffen. Zo zijn op alle locaties valse biljetten van 20 dollar met het serienummer IB22822060D aangetroffen. [39]
2.3.4
Door De Nederlandsche Bank verricht onderzoek
Een medewerker van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft onderzoek gedaan ten aanzien van de bij de doorzoekingen aangetroffen biljetten van 10, 20 en 50 euro. Het betreffen falsificaten die middels een inkjet-printer worden geproduceerd. Op de biljetten wordt een imitatie van het watermerk geprint. Bij de aangetroffen falsificaten is tevens een imitatie toegevoegd van het hologram gedeelte, waarbij een folie (sticker) op het valse bankbiljet is geplakt.
Onder
het indicatief NLB0010 K00011vallen biljetten van 10 euro met het serienummer SA6044579231, die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], en biljetten van 10 euro met het serienummer SA6057965444, die zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 10 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 4.089 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen.
Onder
het indicatief EUB0020 J00008vallen biljetten van 20 euro met meerdere serienummers. Meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 20 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 2.495 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de tweede helft van juni 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië, Spanje en Portugal. Op 13 juli 2020 is het eerste exemplaar in Nederland aangetroffen.
Onder
het indicatief EUB0050 J00008vallen biljetten van 50 euro met meerdere serienummers. Een of meerdere van deze serienummers zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. Vastgesteld is dat dit indicatief in 24 verschillende landen is aangetroffen met in totaal 12.582 exemplaren (inclusief de falsificaten die tijdens zoekingen zijn aangetroffen). In de eerste week van mei 2020 is dit indicatief voor het eerst aangetroffen in Duitsland, Italië en Oostenrijk. Op 11 mei 2020 het eerste exemplaar in België en 14 mei 2020 werden de eerste exemplaren in Nederland aangetroffen. [40]
Ook is
ten aanzien van het indicatief EUB0050 J00008onderzocht of de aangetroffen printers en inktcartridges vermoedelijk verantwoordelijk zijn voor het printen van de aangetroffen falsificaten op de PD (
rechtbank: plaats delict) en de falsificaten in circulatie. Vanuit de PD zijn er printers en inktcartridges naar DNB getransporteerd. Deze zijn allemaal geïnventariseerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de specifieke merken en types. Ook is geïnventariseerd welke inktcartridges er op moment van inbeslagname aanwezig waren in de printer. Met behulp van de datafiles verkregen van de politie is een deel van het bronbestand aangetroffen. Dit document bevat alleen de achterzijden van de biljetten. In het bronbestand bevinden zich vier verschillende serienummers, waarvan er een in Nederland is aangetroffen, namelijk BR0182924512. Het onderzoek concentreert zich op de falsificaten met dit
serienummer. Er konden twee printers goed getest worden, de CANON TS9150 en de CANON TS6250. In het onderzoek is gestart met het vergelijken van de twee verschillende type cartridges die aangetroffen zijn op de PD, namelijk de originele cartridge van Canon en de cartridges van 1,2,3 inkt. Op basis van het onderzoek zijn
de volgende conclusiesgetrokken:
Aangetroffen falsificaten PD (hypothese H1a en H1b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het veel waarschijnlijker is dat de falsificaten aangetroffen op de PD overeenkomen met de falsificaten aangetroffen in circulatie, dan dat deze afkomstig zouden zijn van een andere productielocatie.
Overeenkomst falsificaten en printers PD (hypothese H2a en H2b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de aangetroffen falsificaten op de PD geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD.
Overeenkomst falsificaten in circulatie met de printers op de PD (Hypothese H3a en H3b):
De resultaten van het onderzoek laten zien dat het zeer veel waarschijnlijk is dat de falsificaten aangetroffen in circulatie geprint zijn met de printers aangetroffen op de PD, dan dat deze geprint zijn met een printer niet aangetroffen op de PD.
Als laatste test zijn nog de falsificaten die aangetroffen zijn in [plaats] (
rechtbank: in de woning van [medeverdachte 1]) vergeleken met de falsificaten aangetroffen op de PD en in circulatie. Ook hier laten deze hetzelfde printbeeld zien en kan geconcludeerd worden dat ook deze falsificaten een link met elkaar hebben.
Verder kan aangetoond worden dat de inkt losgeweekt van de biljetten overeenkomsten laat zien met de printermix inkten aangetroffen in de in beslag genomen printers van de PD. Te zien is namelijk dat de inkten en losgeweekte inkten bij de overeenkomstige banden ook de overeenkomstige Rf (
rechtbank: retentiefactor) waarde hebben. [41]
Biljetten met het serienummer BR0182924512 zijn aangetroffen bij [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Het bronbestand is onder andere aangetroffen op de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen iPhone S6 (‘iPhone van [medeverdachte 1]’), voorzien van een sticker op de achterzijde met de tekst "Nieuwe Hotspot". [42] Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] zijn vier printers in beslag genomen van het merk Canon, type TS9150 en een printer van het merk Canon, type TS6250. [43] Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] aan de [adres] in [plaats] zijn een printer van het merk Canon, type TS9150, en twee printers van het merk Canon, type TS6250, aangetroffen. De tevens aangetroffen cartridges zijn overgedragen aan DNB voor onderzoek. [44]
2.3.5
Bewijsmiddelen met betrekking tot de verschillende stadia
Hierna volgt achtereenvolgens met betrekking tot het namaken van bankbiljetten, de aankoop van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de biljetten een (niet uitputtende) weergave van in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen.
2.3.6
Ten aanzien van het namaken van bankbiljetten
[medeverdachte 1]:
Op een video van 28 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [medeverdachte 1], zijn onder meer te zien vellen met daarop afdrukken van 50 euro die uit de verschillende printers komen. Uit vier printers rollen vellen papier met dergelijke afdrukken. Op minimaal drie printers ligt een smartphone. Uit de printer, die links op de tafel staat, komt een vel papier met daarop een afbeelding van een dollarbiljet. Het gaat zeer waarschijnlijk om een biljet van 50 dollar. Op de printer ligt een telefoon. [45]
Op een video van 29 juli 2020, die is gemaakt in de woning van [medeverdachte 1], is te zien hoe met ScanNCut printers / raammachines gaatjes worden uitgesneden in bankbiljetten van 50 euro. De gaatjes worden uitgesneden op de plek waar het hologram op deze bankbiljetten zit. Te zien is dat op twee raammachines een vel papier ligt met daarop drie afdrukken van een
50 euro. Beide vellen verdwijnen grotendeels in de raammachines. Er worden kennelijk gaten in de afdrukken van 50 euro uitgesneden. Voor een van de raammachines ligt een smartphone op het bureau waarvan het scherm oplicht. [46]
Op 29 juli 2020 wordt via Wickr een gesprek gevoerd tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ene (onbekend gebleven) [accountnaam], waarbij ook drie videobestanden en een foto zijn gedeeld. De verbalisant merkt over deze videobestanden en foto op: Op de videobestanden is de slaapkamer en overloop van de woning van [medeverdachte 1] te zien. Ook zijn te zien de printers in werking waarmee het vals geld wordt gedrukt en vellen papier met daarop 50 euro biljetten en 50 dollar biljetten, verspreid op het bed. Verder zijn te zien de ladekasten waarin onder andere de inkt ligt en een doos met afvalgeld. Het gesprek verloopt als volgt:
[accountnaam]:
“(…) Lijkt mij wel wat om te doen.”
[medeverdachte 1]:
“dat kan man mag onbeperkt
en dan nog stickers plakken
en snijden tot biljet
dat is het process tot nu toe
printen is 15cent per stuk maar je ziet ze rollen er letterlijk uit, met
8-10 printers ga je hard
raampjes snijden ben ik nu testen, prijs weet ik nog nie
plakken+knippen is 0,70 per stuk
dus voor alles bij elkaar kom je op 0,85 ongv maarik heb jongens
die maken 15k stuks per week
dat tikt wel aan
(…)”[accountnaam]:
“Smart
Hoe komen we eigenlijk aan die printers?
[medeverdachte 1]:
“ik maak groep met die tv gast dan kan hij instaleren voor je
online bestellen maar die betaal ik
of bij mij halen”(…)
“en inkt ook
250 cartridge is zo op
en afval verbrand ik
(…)”[accountnaam]:
“(…)
“We houden ff contact dan kom ik bij je langs voor die printers
en dan kan je gelijk even een Real life Demotje laten zien.”
[medeverdachte 1]:
“is goed man maar denk er goed over is wel risico
enprinters moet ik bestellen
duurt paar dagen”
(…)
tv staat amper straf op
geld maken wel
het moet ook weg eh
naar stashers/ verkopers
daar ligt grootste risico in mijn ogen
(…)
ja is leuk werk
je eigen geld maken
(…)
kijk enik wissel elke maand serienummers
en je doet 2 jaar met zelfde serials
dan hebben ze daar geen bewijs voor (…)”
[accountnaam]:
“Verzin je die zelf?”
[medeverdachte 1]:
“serienummers jaman
of we pakke van echte” [47]
[medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]:
Op 29 april 2020 vindt tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Telegram de volgende chat plaats:
[medeverdachte 3]:
“Heb geen briefjes he”
[medeverdachte 1]:
“Dat regel ik nu
(…)
[accountnaam][rechtbank:[medeverdachte 2]]is ze maken nu”[medeverdachte 3]
“Gaat niet om die 500jes?
[medeverdachte 1]:
“Nee50
[medeverdachte 3]:
“Oke laats die zien als kan. Ben benieuwd. Zelfde kwali?”
[medeverdachte 1]:
“Mwoa wel goed. Niet perfect”
Op 2 mei 2020 zegt
[medeverdachte 1]tegen
[medeverdachte 3]:
We moeten meer makenbro
Deze klant komt volgende week 800 stuks halen
Ik heb veel klanten”
Waarop [medeverdachte 3] antwoordt:
“Oke ik koop printers en inkt enz”
Op 3 mei 2020 vraagt
[medeverdachte 1]aan
[medeverdachte 3]:
“Heb jij handel gekregen van [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 4]]?”
Waarop [medeverdachte 3] reageert:
“Nee niet
Moet ophale
[medeverdachte 1]:
Heb klanten bro
Kan je snel fixxe
[medeverdachte 3]:
“Ja is goed
(…)”
[medeverdachte 1]:
“Laat zo weten
Haal beste eerstdie voorraadop”
[medeverdachte 3]:
Van [accountnaam][rechtbank:[medeverdachte 2]] toch niet van [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 4]]”
[medeverdachte 1]:
“[accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 4]] volgens mij man”
[medeverdachte 3]:
“Hmm nix em gehoord man
Laat ze mij brenge dan
Kwenie waar ze zogenaamd druk mee zijn”
[medeverdachte 1]:
“Doe boys moete wel ff reagere
Denk[accountnaam][rechtbank:[medeverdachte 2]]heeft ook 50
[medeverdachte 3]:
“Oke maak groep app met hun”
[medeverdachte 1]:
“Miss hij pakt 80stuks voor 300€”
[medeverdachte 3]:
“Krijg vandaag printer enz
Geen trage dinge meer”
[medeverdachte 1]:
“Ander 50 voor 200”
[medeverdachte 3]:
“oke”
[medeverdachte 1]:
Heb al genoeg goei
Van [accountnaam][rechtbank:[medeverdachte 2]]”
[medeverdachte 3]:
“Heb opgehaald net 100 stuks”
(…)
[medeverdachte 1]:
Als [accountnaam][rechtbank:[medeverdachte 2]]snel snijdkan hij zo meer goeie krijgen
Moet hij ff wachte half uur”
[medeverdachte 3]:
“Ja nee die slechte hebbe geen goeie kleur”
[medeverdachte 1]:
[accountnaam][rechtbank:[medeverdachte 2]]is nu meer goeie maken. Snapje”
[medeverdachte 3]:
“Oke oke”
[medeverdachte 1]:
“Want hij wil er 200 of 300.” [48]
[medeverdachte 1]:
In een chat via Whatsapp tussen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) en ene ‘[accountnaam]’ (met een telefoonnummer met landcode +86, dat is China) vraagt [medeverdachte 1] op 2 mei 2020:
i need more stickersyou have stock?”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“we have stock for new 50 euro stickers, old 50 euro holograms, 10 euro holograms,20 euro holograms and 100 euro holograms all [accountnaam] time.”Waarop [medeverdachte 1] antwoordt:
“need 100000 pcswhat is price”Op 7 mei 2020 stuurt [medeverdachte 1] een foto van een biljet van 50 euro en zegt:
paper is not good, icant print scharp on itand you still see [accountnaam] line”Op 20 mei 2020 stuurt [medeverdachte 1] een foto en zegt:
how do I need to paste thisis it a sticker?”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“this is a hotstamp hologram.we have paste holograms.”Waarop [medeverdachte 1] antwoordt:
yes I need paste(XXXechtbank:‘plakken’)Waarop ‘[accountnaam]’ een foto stuurt en zegt:
“This is paste holograms”Waarop [medeverdachte 1] op 21 mei 2020 antwoordt:
“I paid 1000 today100 to test”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“10000 pieces $for 100 euro hologram?today we ship 10000 pieces to you”Waarop [medeverdachte 1] vraagt:
“is it possible to make [accountnaam] stickers 2mm longer down and 2mm upthen I buy 100.000pcsfrom 10/20/50”Waarop ‘[accountnaam]’ antwoordt:
“Yes” [49]
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3]:
Op een videobestand dat op 5 juli 2020 door ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) naar ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) is verstuurd is een hand met een grote opvallende gouden ring te zien die een hologramsticker op een biljet van 50 euro plakt. Op een op 1 maart 2020 op Facebook gepost videofragment draagt [medeverdachte 3] een soortgelijke gouden ring. De hologramsticker wordt met behulp van een pincet op het biljet van 50 euro geplakt. Dit pincet heeft diverse gaatjes in het handvat en een puntige voorkant. Dit komt overeen met het pincet dat bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] is aangetroffen, in de doos onder zijn bed. In die doos zaten ook hologramstickers en een reepje snijafval van een biljet van 50 euro. [50]
Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) vraagt:
“Moet ik sbijden rekenenhebb er pas 1500 gesnede,1500 10tjes gesneden. [medeverdachte 1] antwoordt:
“9625 van mij inkoop
2565 helft winst
12190 totaal
600 printen
11.590 krijg ik dan” [51]
Uit een afbeelding van 22 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Wickr het volgende zegt tegen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]):
2500 50jes geprint [52]
Op 24 juli 2020 start via Wickr een chat tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) die eindigt op 29 juli 2020. De chat verloopt (deels) als volgt (waarbij de verbalisant opmerkt dat het eerste gedeelte een eenzijdig gesprek is, waarin alleen ‘[accountnaam]’ berichten stuurt, omdat zeer waarschijnlijk de inhoud van de berichten die zijn gestuurd door ‘[accountnaam]’ door Wickr-Me automatisch zijn verwijderd):
24 juli 2020:
[medeverdachte 1]:
“Broik heb nieuwe serienummers om te printenwaar kan ik die heen mailen?
(…)
Ik bedoel stuur eerst 1 foto dan zeg ik of goed is.
Sws per stuk.
(…)
Nieuwe serials gemaild
Ff testen
Of voor en achter goed is
En kleuren
Dan alleen nog die makenai
Elke maand gaan we serials wisselen
Is beter”
Op 25 juli 2020 wordt het gesprek vervolgd (waarbij een afbeelding van een biljet van
50 euro wordt meegezonden waarvan de voor- en achterkant niet juist geprint is):
[medeverdachte 3]:
“Links is oude
Alleen achterkant is nieuw toch
Hebje ook nieuwe voorkant anders krijg je dit
[medeverdachte 1] reageert:
“Ik ga checken
Kweetnie man
Ik ga kijke voor je
Ik heb je een andere 50 voorkant gemaild
Check is of die wel goed is
Krijg nie op die foto
Nu wel
Knip em is
Hij lijkt goed toch
Is wel oke toch
(…)
Heb jij veel vellen? Voor andere snijder? Of alles zelf nodig?
Bijv 10tjes
26 juli 2020:
[medeverdachte 1]:
“Oke hoeveel?
Oke ik heb iemand die ze kan snijden en plakken. Binne paar dage zijn ook bijna op 10tjes.”
Op 29 juli 2020 stuurt [medeverdachte 3] het volgende bericht:
“Heb geregeld betaal ik de helft van ze huur krijg ik sleutel
Kan ik ook gwn gaan controleren enz weje
Gaan we pompe
En heb 2000 50jes
Geprint
Die gaan we stickeren en snijden zodra we in pand zitte”
[medeverdachte 1] reageert:
“Oke.(…) (rechtbank: er worden twee videofragmenten gestuurd door [medeverdachte 1])
En ben nu zelf printen man
t/m dinsdagff volgas
jullie langzaam
ik maak in die paar dagen meer als jullie per maand
[medeverdachte 3] reageert:
“(…)
Zit daar nu gat in
?”
[medeverdachte 1] reageert:
“Jaman
Raamje[de rechtbank leest: raampje]heb je dan
Als je plakt [53]
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]:
Op 24 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]):
“broik heb nieuwe serienummers on te printenwaar kan ik die heen mailen?”Op 25 juli 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2]:
“ik heb je 3 mails gestuurd met
nieuwe 20 achterkant nieuwe serials
we gaan elke maand de serienummers verranderen dat is beter
test of de positie enzo klopten laat me weten ai
(…)
heb jij veel vellen? voor andere snijder? of alles zelf nodig? [54]
In de Samsung S9 van
[medeverdachte 2]is een notitie aangetroffen met de volgende inhoud:
“(…)
Gekregen van blacka716 x 50jes > 664 goed445 x 20jes > 340 goed
Blacka krijgt €700 voor zijn werk
Gegeven/Gekregen [accountnaam] [rechtbank:[verdachte]]
Gegeven 664 x 50jes
Gekregen €700 euro voor blacka
(…)
Thuis voorraad 340 x 20jes 100X 50jes
Zelf gewekt[de rechtbank leest: gewerkt]
100 x 50jes geknipt
310 x 20jes dollars geprint
200 x 50jes geprint
Kosten gemaakt 85 euro.” [55]
[medeverdachte 1] en [verdachte]:
Uit een afbeelding van 9 april 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr een foto van biljetten van 20 dollar stuurt aan ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]) en zegt:
“bro jw hoeft ze nie allemaal te meten gewoon ff snel tellen de goeie”, waarop [verdachte] antwoordt:
“Heb ze al gemeten allemaal
52 perfect
En 71 stuks zijkant tussen de 4 en 6 mm (…) Ja zijn allemaal goed”.
Op 25 april 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte]:
“oke dus zijn 4 mm recht strak gewoon top allemaal”, waarop [verdachte] antwoordt:
“Ja zijn allemaal goed”. [medeverdachte 1]:
“top hoeveel stuks”.[verdachte]:
“860”.
Op 1 mei 2020 laat [verdachte] aan [medeverdachte 1] weten: “
123 x50 perfect 1 slecht geplakt”.
Op 3 mei 2020 zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte]:
“(…)
ik moet gewoon 1 duidelijk overzicht hebben bijv:
500x50 gehad, 485 zijn netjes
150x20 gehad 144 zijn netjes
ik doe dit 20 keer per dag oh ik kan niet alles bijhouden anders”
[verdachte]:
Is goed man
Ben ze al aan het tellen
Bro 133 x20
En 201x50 zijn perfect
8 x50 slecht”
Op 26 mei 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte]:
“dhl gelukt bro”, waarop [verdachte] antwoordt:
“Ja man
Ik heb wat meer vooraad nodig man
50 € heb ik nog 160 van
20 € heb ik nog 400 van
20 $ heb ik nog 70 van
50 $ heb ik nog 300 van”
Op 2 juli 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte]:
“hoeveel ontvangen en hoeveel goeie”, waarop [verdachte] antwoordt:
“50 usd: 919
50 usd goed: 157
50 usd goed B+: 185
Slecht: 577
20 euro goed : 120
50 euro goed : 2768
50 euro slecht: 221
Bro van die 2768 zittenook die biljetten van [accountnaam][rechtbank:[medeverdachte 2]]erin
Op 6 juli 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [verdachte]:
“heb je hem goeie of slechte gegeven (…)”, waarop [verdachte] antwoordt:
“Bro voorkant van die biljetten waren allemaal goed
Achterkant sommige waren verkeerd gesneden”. [56]
Uit afbeeldingen die zijn gemaakt op 22 en 23 juli 2020 blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]) via Wickr gevoerde gesprek:
22 juli 2020:
[verdachte]:
“Isveel werkman
Is niet 1 2 gedaan”
[medeverdachte 1]:
“hoelang bij je bezig geweest dan bro”
[verdachte]:
3 uurtjes gezeten gisteren
Zelfde dag daarvoor
[medeverdachte 1]:
“6 uur al?
bro net als die dozen sealen totdat ik je uitlegde”
23 juli 2020:
[verdachte]:
Om 02.35:“Twello heeft2953 goeie biljetten geleverd
Heb ze nu af
Om 11.11:Goeie morgen Niffo
Hoe is het
Ik heb 20jes nodig man”
[medeverdachte 1]:
“en hoeveel slechte
enhoeveel 20 heb je nog
[verdachte]:
“Weinig
Minder dan 100 heb ik
Tussen 180 en 200 slechte
En een stapel vellen
[medeverdachte 1]:
“oke” [57]
Op 24 juli 2020 wordt via Wickr het volgende gesprek gevoerd tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]):
[medeverdachte 1]:
“(…) Kun je vanav ook naar mij
met spullen van [accountnaam] en [accountnaam] [rechtbank: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]]
en ik kan eventueel 500 stashe als nodig is”
[verdachte]:
“Ja ik kan komen man”
[medeverdachte 1]:
“neem je mij cash mee
en inkt
en van [accountnaam][rechtbank: [medeverdachte 3]]
inkt fan [accountnaam][rechtbank: [medeverdachte 2]]
(…)
neem ook 3 pak duur papier mee
ik ga printen en knippen ook
(…)
met streep
3 pakken
jullie langzaam[verdachte]:
“Ja man3 minuten
(…)
Ben ik er [58]
[medeverdachte 1]:
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij biljetten heeft gemaakt door deze te printen met de juiste inkt. Via een gsm kon hij via wifi biljetten afdrukken. Hij heeft biljetten van
20 en 50 euro volledig klaar gemaakt. Biljetten van 20 en 50 dollar heeft hij op vellen gedrukt. Hij heeft ook stickers op biljetten geplakt en biljetten gesneden. [59]
2.3.7
Tussenconclusie met betrekking tot het namaken van bankbiljetten
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, het volgende.
[medeverdachte 1] heeft in zijn woning biljetten van 10, 20, 50 en 100 euro en biljetten van 20 en 50 dollar nagemaakt. Hij maakte hierbij gebruik van inkjetprinters en smartphones met daarop bronbestanden van de diverse biljetten. Hij sneed de afdrukken van de valse biljetten uit de A4 vellen met behulp van snij- en raammachines en ScanNCut platen, waarna hij op de biljetten valse hologrammen plakte. Alle voor het namaken van valse biljetten benodigde goederen zijn op 30 juli 2020 in de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen. Op 30 juli 2020 had [medeverdachte 1] valse biljetten van 20 en 50 euro in zijn bezit ten aanzien waarvan aan de hand van de serienummers en de vervalsingsklasse is vastgesteld dat deze sinds 9 januari 2020 in België in omloop waren. Gelet hierop, heeft [medeverdachte 1] (in ieder geval) vanaf 1 januari 2020 biljetten nagemaakt.
Aan de verdediging kan worden toegegeven dat [verdachte] geen biljetten heeft geprint. De intentie was er wel, zo blijkt uit een op 29 juli 2020 door [verdachte] en [medeverdachte 1] via Wickr gevoerd gesprek (PALESTINA DIGI, p. 00261 e.v.), maar tot uitvoering van het plan lijkt het niet te zijn gekomen, waarschijnlijk omdat [verdachte] op dat moment nog niet beschikte over een Canon printer. Toch heeft ook [verdachte] biljetten nagemaakt. Uit de chats tussen hem en [medeverdachte 1] van 22 en 23 juli 2020 kan naar het oordeel van de rechtbank namelijk worden opgemaakt dat [verdachte] van 20 tot en met 23 juli 2020 werkzaamheden heeft verricht (in ieder geval) ten aanzien van aan hem vanuit Twello geleverde valse bankbiljetten
(“Is veel werk man”, “Twello heeft 2953 goeie biljetten geleverd”, “Heb ze nu af”). Hoewel uit de chats niet blijkt wat de werkzaamheden precies hebben ingehouden, kan het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat hij de vanuit Twello geleverde bankbiljetten heeft gecontroleerd op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten. Deze werkzaamheden heeft [verdachte] namelijk ook eerder al verricht. Dat blijkt uit de hiervóór weergegeven chat met [medeverdachte 1] van 9 april 2020 en de daaropvolgende chats tussen hem en [medeverdachte 1], ook in mei en juli 2020. Het gaat om biljetten van 20 en 50 euro en 20 en 50 dollar.
Ook [medeverdachte 2] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken. Gelet op de chat tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] van
29 april 2020, kan worden aangenomen dat [medeverdachte 2] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10, 20 en/of 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar.
[medeverdachte 3] heeft biljetten nagemaakt door afdrukken van biljetten te printen, door biljetten te snijden uit (door hemzelf geprinte dan wel aan hem afgegeven) A4 vellen met afdrukken, en door hologrammen op biljetten te plakken. Op 3 mei 2020 zegt [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 1] dat hij die dag een printer krijgt,
‘geen trage dingen meer’. Gelet hierop, kan worden aangenomen dat [medeverdachte 3] (in ieder geval) vanaf die datum biljetten heeft nagemaakt. Het gaat om biljetten van 10 en 50 euro en/of biljetten van 20 en/of 50 dollar.
De rechtbank merkt in dit verband nog op dat (ook) het snijden van biljetten uit
A4 vellen met afdrukken, het plakken van hologrammen op biljetten, en het controleren van de biljetten op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten essentiële stappen zijn om tot een voor uitgifte geschikt (vals) bankbiljet te komen. Ook deze handelingen kunnen daarom worden beschouwd als (een onderdeel van) het ‘namaken’ van biljetten.
Uit het onderzoek ten aanzien van de bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] aangetroffen biljetten van 500 euro is gebleken dat deze zijn gemaakt volgens de zogenoemde ‘offset’-methode (PALESTINA AD, pagina 00662). Dat is niet de methode die [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben gebruikt bij het namaken van bankbiljetten. Zoals hiervóór is overwogen, hebben zij biljetten gedrukt met inkjetprinters. Ook anderszins blijkt uit het procesdossier niet dat biljetten van 500 euro zijn nagemaakt. Het namaken van biljetten van 500 euro kan daarom niet bewezen worden. Hetzelfde geldt voor de ten laste gelegde biljetten van 200 euro. Valse biljetten van 200 euro zijn niet aangetroffen bij de doorzoekingen, terwijl uit het procesdossier ook overigens niet blijkt dat ze zijn nagemaakt.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het procesdossier onvoldoende dat [medeverdachte 4] biljetten heeft nagemaakt door deze te printen en/of uit te snijden en/of daarop hologrammen te plakken en/of deze te controleren op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten.
2.3.8
Ten aanzien van de aankoop van benodigdheden
In de periode van 21 maart 2020 tot en met 28 juli 2020 voerde ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Whatsapp gesprekken met gebruikers van verschillende Chinese telefoonnummers. De chats gingen over de aankoop van grote hoeveelheden hologram stickers, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, verschillende kleuren inkt en snijmachines. [medeverdachte 1] bestelde bij meerdere leveranciers hologram stickers voor “10/20/50/100”, verschillende soorten katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse kleuren inkt die overeen moeten komen met foto’s van eurobiljetten en dollarbiljetten die hij stuurde. In meerdere chats gaf [medeverdachte 1] aan dat indien de producten goed zijn, hij grote orders zou gaan bestellen. Uit meerdere chats bleek dat [medeverdachte 1] aangaf dat de orders vanuit China naar het adres “[medeverdachte 2] [adres], [postcode], [plaats] [accountnaam] Netherlands”, moesten worden gestuurd. In meerdere chatgesprekken gaf [medeverdachte 1] aan dat de goederen zijn ontvangen. Vervolgens deed [medeverdachte 1] bij meerdere leveranciers grotere bestellingen van hologram stickers, katoenpapier, watermerk inkt, optically variable ink en diverse andere kleuren inkt. Het ging hierbij om bestellingen van tienduizenden stuks. [60] [medeverdachte 1] chat onder anderen met de hiervóór al genoemde ‘[accountnaam]’ in China. Uit de chat blijkt dat orders die zien op onder meer hologram stickers en papier vanuit China naar het adres “[medeverdachte 2] [adres] [postcode] [plaats] [accountnaam] Netherlands”, worden gestuurd. Bij het doorgeven van dit adres aan ‘[accountnaam]’ geeft [medeverdachte 1] ook aan:
“use my phonenumber”, zijnde het nummer [telefoonnummer]. Ook stuurt [medeverdachte 1] in deze chat meerdere malen foto’s naar ‘[accountnaam]’ van bewijzen van betaling middels Western Union bij Primera [plaats], onder andere betalingen op 6, 7, 8, 11 en 20 mei 2020. Op de foto van laatstgenoemde betaling is de naam van de afzender,
[verdachte], te zien. Vanaf een bankrekening op naam van [verdachte] zijn meerdere pinbetalingen gedaan bij Primera [plaats], waaronder op 6, 7, 8 en 11 mei 2020. [accountnaam] ([medeverdachte 1]) heeft [accountnaam] ([verdachte]) verzocht om een Western Union betaling te doen van 710 dollar
(“710 dollar moet ze krijgen is inkt niks geks”). De afbeelding van het betreffende Wickr-gesprek is gemaakt op 1 mei 2020, de datum waarop [medeverdachte 1] de bestelling bij ‘[accountnaam]’ deed. Dezelfde dag stuurde [medeverdachte 1] een afbeelding van een betaalbewijs van 711,35 naar ‘[accountnaam]’. Op de afbeelding was een gedeelte van een betaalbewijs te zien, waarop is te zien dat er betaald is via Western Union bij Primera [plaats]. [61] Ook op 22 mei 2020 is een betaling gedaan middels Western Union bij Primera [plaats]. Op een foto daarvan is de naam van de afzender [verdachte] te zien. [62]
Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]zijn afbeeldingen van betaalbewijzen gevonden, daterend van 28 en 29 mei 2020 waarop de naam [medeverdachte 2] als afzender stond. Op deze betaalbewijzen stond dat op beide data een bedrag van 500 euro werd overgemaakt naar [naam]. [63]
In een bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] aangetroffen verpakking, met daarin hologrammen, zat een factuur met de tekst:
“Company: [bedrijf]
LTD, Contact: MRPAN, Phone: [telefoonnummer].
To: [medeverdachte 2] , [adres], [postcode] [plaats]
[accountnaam] Netherlands
Phone: [telefoonnummer]”
Dit telefoonnummer was in gebruik bij
[medeverdachte 1]. [64]
Bij de doorzoeking is ook aangetroffen een factuur waaruit blijkt dat er in totaal
0,6 kilogram “optical variable ink” en 15 pakken katoen en linnen papier zijn besteld bij een webwinkel in China. Het opgegeven e-mailadres is [e-mailadres], waarvan is gebleken dat dit is gebruikt door [medeverdachte 1]. Het vermelde telefoonnummer was opnieuw [telefoonnummer]. Het adres waar de bestelling naartoe gestuurd wordt, is [adres] [postcode] [plaats].
Ook is aangetroffen een factuur van Goedkooprinten, met als factuuradres het adres van [medeverdachte 2], waaruit blijkt dat op 18 mei 2020 85 Canon XXL verpakkingen à 5 cartridges, dat zijn 425 cartridges, zijn besteld, ter waarde van € 3.594,61. Op de factuur staat voornoemd
e-mailadres [e-mailadres] vermeld. [65]
Tussen 20 maart 2019 en 29 juli 2020 zijn bij Bol.com 470 goederen besteld voor een totaalbedrag van € 49.815,-. De goederen zijn onder meer besteld op naam van [medeverdachte 1] (
[medeverdachte 1]) [adres] [plaats], [medeverdachte 4] (
rechtbank:[medeverdachte 4]) [adres] [plaats], met het e-mailadres [e-mailadres], [medeverdachte 3] [adres] [plaats], met e-mailadres ‘[accountnaam]@protonmail.com’. De goederen die zijn besteld via de genoemde aan [medeverdachte 1] toe te rekenen e-mailadressen zijn onder meer verzonden naar:
- [medeverdachte 1] [adres] [plaats]
Dit betroffen na 15 februari 2020 onder meer een vals geld detectiepen, tekenhaken, snijliniaal, scanners, printers, papiersnijmachines, inktcartidges, stempelkussens, wenskaarten en vals geld scanners.
- [medeverdachte 4] (
rechtbank:[medeverdachte 4]) [adres] [plaats]
Dit betrof tussen 5 april 2020 en 21 mei 2020 voor € 11.573,00 aan snijmachines, scharen, inktcartidges, latex handschoenen, wenskaarten en een vals geld detector.
- [medeverdachte 2] [adres] [plaats]
Dit betrof op 10 mei 2020 en 13 mei 2020 voor € 4.840,00 aan inktcartridges en printpapier.
- A.
[medeverdachte 3][adres] [plaats]
Dit betrof op 08 juni 2020 voor € 240,00 aan A4 papier en op 30 juni 2020 € 712,00 voor twee snijmachines. [66]
Op de doos van Printabout.nl met daarin het valse geld, die bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] in [plaats] is aangetroffen onder het bed van
[medeverdachte 3], was een track&trace barcode en een gedeelte van de adressticker te lezen. Uit gevorderde gegevens bij het bedrijf PrintAbout.nl is gebleken dat deze doos op 8 juli 2020 geadresseerd en verzonden is aan: “[naam] [
rechtbank:[verdachte]], [adres] te [plaats]”. Het betrof een bestelling van € 1.519,70. [67]
PrintAbout N.V. betreft een bedrijf gespecialiseerd in de verkoop van printers, toners en cartridges. Naast bestellingen van inktcartridges op naam van [medeverdachte 1] (
[medeverdachte 1]) met het adres [adres] in [plaats] (België) hebben op 16, 22 en 28 april 2020 en op
1 mei 2020 bestellingen van cartridges plaatsgevonden op naam van “[medeverdachte 4] [
rechtbank:[medeverdachte 4]], [adres] [postcode] [plaats]”. Op 4 juni 2020 is een bestelling op naam van [medeverdachte 4] veranderd in een bestelling op naam van
[medeverdachte 2]. [68]
Uit een afbeelding van 18 april 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4] om een lijst van leveringen, waarop [medeverdachte 4] antwoordt:
“Joo broer lijste maa k ik zo tracks heb ik ook (…) 10 canon inkt 5 dozen yellow papier 3 snijmachines”. [69]
Op 2 mei 2020 voeren ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Telegram het volgende gesprek:
[medeverdachte 1]:
“Winst 350 net
Delen we door twee
Ik helft jij helft
We moeten meer maken bro
Deze klant komt volgende week 800 stuks halen
Ik heb veel klanten”
[medeverdachte 3]:
Oke ik koop printers en inkt enz
Ja met die geld
Goed
(…)
Ik heb net die briefjes verkocht.
Voor 750
Ik koop daarmee die nieuwe printers inkt en papier
Ik gooi bij me chik op der bank dan kan je bestelle wat je wil
(…)
Oke papier hoeveel pakken”
[medeverdachte 1]:
“10 pakke ofzo”
[medeverdachte 3]:
“Oke
183 nog wat
2 printers ga nu inkt en papier doen
Schrijf alles op oke” [70]
Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] in [plaats] zijn op de slaapkamer van
[medeverdachte 3]kassabonnen aangetroffen van de Mediamarkt. Daaruit blijkt onder andere dat op 1 mei 2020 12 Canon printerinkt verpakkingen, met in elke verpakking 5 cartridges, zijn gekocht ter waarde van € 734,88. Dit bedrag is contant voldaan. Ook op 5 mei 2020 is een Canon printerinkt verpakking gekocht, met daarin 5 cartridges, ter waarde van € 61,99. [71]
Uit een afbeelding van 4 mei 2020 blijkt van een gesprek via Wickr tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]). [medeverdachte 1] vraagt in dit gesprek of de stickers geteld zijn, waarop [medeverdachte 2] zegt dat hij even gaat kijken en daarna aangeeft dat er 903 van 50jes zijn, 2800 van 20jes en 350 vellen. Vervolgens vraagt [medeverdachte 1] of het ook vellen van 50 euro zijn. [72]
Uit een afbeelding van 14 mei 2020 blijkt van het volgende door ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) gestuurde overzicht:
“Stickers
3600 X 50jes
4200 X 20jes
1000 X 50jes oud
5012 X 10jes
(…)
Gegeven/Gekregen [accountnaam] [rechtbank:[medeverdachte 3]]
Totaal8 X inkt connongegeven
5 paken papier [73]
Op een van de dozen met ‘speciaal papier’ (merk Navigator, 5 pakken met ieder 500 vellen), die is aangetroffen in de woning van
[verdachte]in zijn slaapkamer, zat een verzendsticker met de tekst “Geadresseerde: [naam], [adres] [postcode] [plaats] Belgium”, zijnde het toenmalige woonadres van [medeverdachte 1]. [74]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij alle benodigdheden heeft aangekocht. Hij heeft papier, printers en inkt gekocht bij onder meer Bol.com. Bij Printabout heeft hij inkt besteld. Hij heeft de goederen besteld onder de naam [medeverdachte 1] . [75]
[verdachte] heeft verklaard dat hij de bij hem aangetroffen vier printers van het merk Canon, een printer van het merk HP en het ‘speciaal papier’ heeft gekregen van [medeverdachte 1]. [76] Ook heeft hij verklaard dat de goederen die bij de doorzoeking op 2 februari 2021 zijn aangetroffen bedoeld waren voor het namaken van valse biljetten. Het was de bedoeling die zelf te gaan maken, maar zover is het niet gekomen. [77]
2.3.9
Tussenconclusie met betrekking tot de aankoop van benodigdheden
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen (waaronder deels ook de bewijsmiddelen die zijn vermeld ten aanzien van het namaken van bankbiljetten) het volgende worden opgemaakt.
[medeverdachte 1] bestelde de voor het namaken van biljetten benodigde goederen online bij Chinese en Nederlandse bedrijven, onder vermelding van zijn telefoonnummer en/of e-mailadres, en liet deze op zijn eigen adres bezorgen of op de adressen van [medeverdachte 2], [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [verdachte]. Bij hem bezorgde goederen konden door anderen ook bij hem in België worden opgehaald. [medeverdachte 1] betaalde de goederen zelf of hij liet betalingen verrichten door [medeverdachte 2] en [verdachte]. Ook [medeverdachte 3] kocht goederen waarmee biljetten kunnen worden nagemaakt. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] deelden op verzoek van [medeverdachte 1] informatie over de goederenvoorraad. Er vond ook (her)verdeling plaats van in Nederland geleverde goederen. De in de woning van [medeverdachte 2] aangetroffen goederen, met een link naar [medeverdachte 4], wijzen daar bijvoorbeeld op. [verdachte] bracht goederen naar [medeverdachte 1] in België, namelijk inkt van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en “pakken duur papier met streep”, welke goederen hij kennelijk bij hen ophaalde. Voorts zijn door PrintAbout aan [verdachte] geleverde goederen in de woning van [medeverdachte 3] terecht gekomen. [medeverdachte 2] gaf goederen aan [medeverdachte 3], namelijk inkt en pakken papier. Kennelijk heeft óf [medeverdachte 2] deze goederen afgegeven bij [medeverdachte 3] óf [medeverdachte 3] heeft ze bij [medeverdachte 2] opgehaald. Van de aanschafkosten (en ook overigens ook van het verrichte ‘werk’) werden lijstjes bijgehouden, zodat verrekening kon plaatsvinden met de te verdelen winst.
Hieruit blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming vergde. Bovendien is duidelijk dat [medeverdachte 1], ook al werden de goederen (deels) niet aan hem maar aan [medeverdachte 2], [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [verdachte] geleverd, zeggenschap had ten aanzien van die goederen. Hij bekostigde deze namelijk, direct dan wel via verrekening met de te verdelen winst. Dit alles is van belang voor het in feit 3 ten laste gelegde medeplegen, waarover hierna meer.
2.3.10
Ten aanzien van de verkoop van valse bankbiljetten
Uit het onderzoek is gebleken dat het aanbieden van vals geld via meerdere apps en platformen heeft plaatsgevonden. Zo werd vals geld aangeboden via de apps Telegram en Wickr. Ook werd geadverteerd op diverse sites op het darkweb. Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]zijn diverse foto’s aangetroffen, gemaakt op 3 februari 2020, 1 maart 2020 en 7 mei 2020, die gerelateerd kunnen worden aan de handel in vals geld. Op de foto’s zijn tevens de meest gebruikte zogenaamde vendor-namen zichtbaar, te weten ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’. Onder deze namen werd het valse geld aangeboden op diverse platformen. [78]
Op een op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]aangetroffen afbeelding van een scherm van een MacBook, gedateerd 2 februari 2020, zijn inlognamen zichtbaar van het Darknet, met
daarop de inlog van protonmail:
[accountnaam]@protonmail.com Moeder
Ook zijn te zien Marketplaces met inloggegevens:
- ‘Empire’ met de accountnaam ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’, ‘[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’;
- ‘Whitehouse Market’ met de accountnaam ’[accountnaam]’ en ‘[accountnaam]’
‘Darkmarket’ met de accountnaam ‘[accountnaam]’. [79]
Op de iPhone 7 van
[medeverdachte 1]is een afbeelding van 28 februari 2020 aangetroffen waarop het scherm van een MacBook Pro te zien is. Op dit scherm is te zien dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) is ingelogd op de ‘Empire Market - Fake Money’. Klanten kunnen via Wickr contact opnemen met ‘[accountnaam]’. Er heeft sinds 4 februari 2020 33 keer een transactie plaatsgevonden met betrekking tot ‘fake money’. Ook de advertentietekst met betrekking tot ‘fake money’ is te zien. [80]
De autoriteiten in Oostenrijk hebben medio mei 2020 een pseudo order geplaatst bij de verkoper ‘[accountnaam]’ via ‘White House Market’. Er werd een biljet van 20 euro en een biljet van 50 euro besteld. De bestelling kwam aan in mei 2020. De naam van de ontvanger was handgeschreven aangebracht op de enveloppe en de Belgische postzegel was gestempeld in Antwerpen. In de enveloppe zat een greeting card van het bedrijf ‘Marant Cards’ met daarin een bankbiljet van 20 euro met serienummer UE0030543232 en een bankbiljet van
50 euro met serienummer RC4990890343. Zowel op de greeting card als op het biljet van
50 euro is een vingerafdruk van
[medeverdachte 1]aangetroffen.
Bij de doorzoeking in de woning van
[medeverdachte 2]aan de [adres] in [plaats] zijn
18 valse bankbiljetten van 20 euro met voormeld serienummer aangetroffen, alsook 21 valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer. Valse bankbiljetten van 50 euro met voormeld serienummer zijn ook aangetroffen in de woning van [medeverdachte 1]. [81]
Bij de doorzoeking van de woning van
[medeverdachte 1]zijn twee wenskaarten aangetroffen. Deze kaarten zijn opvallend door hun ovale gekartelde vorm, een goudkleurig veiligheidsspeldje en een rode enveloppe. In de woning van
[verdachte]zijn in zijn slaapkamer (onder andere) zes wenskaarten met dezelfde uiterlijke kenmerken in beslag genomen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij enveloppen met door hem gemaakte biljetten van 20 en 50 euro via de post heeft verstuurd naar klanten in het buitenland. Dat waren mensen in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Spanje. Hij schreef de adressen met de hand op de enveloppes. Hij stak de valse biljetten in een enveloppe met een wenskaart. [82]
Uit een afbeelding van 29 februari 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]) via Wickr een foto van twee biljetten van 500 euro stuurt aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en op de vraag van [medeverdachte 1]
“welke is echt”antwoordt [verdachte]
“Boven”. [83]
Op 18 maart 2020 maakt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) de Telegram groep “[telegramgroep]”, met twee andere deelnemers: [accountnaam] (
[verdachte]) en ene (onbekend gebleven) ‘[accountnaam]’. Er volgt een chat die (deels) verloopt als volgt:
18 maart 2020:
[medeverdachte 1]:
[verdachte]
kan je morgen 010”
[verdachte]:
“Ja tuurlijk
Ik laat je morgen weten hoelaat”
20 maart 2020:
[verdachte]:
“Jo maatje 7 uur bij jou ??”
[medeverdachte 1]:
“geef hem een paarse gratis mootje”
[accountnaam]:
“Jaa broer
Bospolderplein
7uur baba”
[verdachte]:
“Is goed man”
[medeverdachte 1]:
“geef hem ook een 20
mis hij kan er iets mee”[accountnaam]:
“Breng sws die 500
Die is belangrijker
20 niet belangrijk”
[verdachte]:
“Is goed man”. [84]
Uit meerdere afbeeldingen van 30 maart 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]) aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr foto’s van enveloppen heeft gestuurd. Op de enveloppen zijn handgeschreven adressen te lezen, onder andere in Germany (
rechtbank: Duitsland) en ‘Austria’ (
rechtbank: Oostenrijk). [85]
Op 30 april 2020 heeft ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) de Telegram groep ‘[telegramgroep]’ gemaakt, waaraan ook deelnemen ene (onbekend gebleven) [accountnaam] en [accountnaam] (
[verdachte]). [medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte]:
kan jij [accountnaam] in denbosch 25x500 brengen
klant komt 17:30 dus wel optijd bro als kan
[accountnaam] hoeft niks te betalen hij werkt met ons”
[verdachte] antwoordt:
“Top”
[accountnaam]:
“Hoelaat kn je brenge bro (…)”
[medeverdachte 1]:
“lig je op schema mo”
[accountnaam]:
“Karel doormanstraat
Hoever ben je”
[medeverdachte 1]:
“Alskan
2x50
Mooie
geef hen
hem” [86]
Op de iPhone ‘[medeverdachte 1]’ van
[medeverdachte 1]is onder andere een foto aangetroffen, met als datum “Created” (
rechtbank: gemaakt) 28 mei 2020, waarop te zien is dat er op een tafeltje heel veel bankbiljetten liggen; 12 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van
20 euro en 8 in doorzichtig plastic verpakte stapeltjes van biljetten van 50 euro. Daarnaast liggen er nog diverse losse biljetten van 20 en 50 euro op het tafeltje. Verder liggen er een rol huishoudfolie, een schaar, een stapel langwerpige witte enveloppen en postzegels. Op een andere foto, ‘Created’ 29 mei 2020, is te zien dat op een tafeltje vele stapels bankbiljetten liggen, al dan niet in doorzichtig plastic ingepakt. Het gaat om stapels van biljetten van
10 euro, 20 euro, 50 euro, 500 euro, 20 dollar en 50 dollar. Op de stapels liggen 2 witte vierkante notitieblaadjes. Op het linker notitieblaadje staat: “[accountnaam] € $”. Op het rechter notitieblaadje staat: “[accountnaam] ”. De foto’s zijn kennelijk gemaakt op de slaapkamer van
[verdachte]. [87]
Op 1 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Telegram aan ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]) om een filmpje. Op 1 en 12 juli 2020 verstuurt [verdachte] in totaal drie filmpjes aan [medeverdachte 1] van stapels euro- en dollarbiljetten met daartussen briefjes met de tekst ‘[accountnaam]’, ‘Dream Market’ en ‘Monkey Market’. [88]
Uit een afbeelding van 28 juli 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[verdachte]):
[medeverdachte 1]:
“(vraagt 10€ gratis erbij) moet je ook met mij overleggen voordat je het in orders zet”
[verdachte]:
“[medeverdachte 1] moet ik m nou niet geven gewoon”
[medeverdachte 1]:
“doe maar wel”
(…)
[verdachte]:
“Nummer 19 is reship maar geen huis nummer”
[medeverdachte 1]:
“sommige hebben geen huisnummer bro”
[verdachte]:
“Bedoel dat is een reship
Gaat niet zomaar mis almaar als hij geen huis nummer heeft oké”
[medeverdachte 1]:
“bijna iedereen heeft huisnummer beter dubbelchecken man
hijs nie voor niks reship vaak” [89]
[verdachte] heeft verklaard dat hij valse biljetten heeft verstuurd in een wenskaart. Hij kreeg die biljetten geleverd, waarbij werd afgesproken op een tankstation of een parkeerplaats in Deventer. Alle gesprekken gingen via Wickr. Ook heeft hij een aantal jaren geleden in zijn woning video’s gemaakt van vals geld en verstuurd via Wickr. [90]
Onder de usernamen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) zijn in april en mei 2020 advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld gepost in meerdere Telegramgroepen, waaronder ‘[telegramgroep]’, ‘[telegramgroep]’, ‘[telegramgroep]’ en [telegramgroep]. [91]
Op 7 mei 2020 bericht ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Telegram onder meer aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2])
“via hier ga ik verkopen”en
“ik ga je groepen sturen”en:
“Maak een tekst zoals deze maar niet preciez zelfde en stuur me
—Nep Geld te koop—
20€ / 50€ / 500€
20/50usd
afhalen kan in denbosch en [plaats]
versturen kan ook
grote voorraad
sws de beste kwaliteit van telegram
wij verkopen top kwaliteit voor dezelfde prijs als alle andere die troep verkopen.
vraag voorfotos in persoonlijk bericht
— Nep Geld te koop —“
[medeverdachte 2] stuurt vervolgens een voorbeeld van een advertentietekst door, waarop [medeverdachte 1] reageert met de opmerking dat hij de USD weg moet laten omdat het anders te veel is. [medeverdachte 2] stuurt vervolgens een nieuw bericht met een aangepaste advertentietekst.
[medeverdachte 1] stuurt ook een prijslijst aan [medeverdachte 2].
[medeverdachte 2] vraagt:
“Moet ik dit allemaal in de groep gooien ?”
Waarop [medeverdachte 1] antwoordt:
“nee mensen gaan je vragen” (…) “stuur foto”, “stuur prijs” (…) “alleen die tekstje gooi je” (…) “en soms gooi ik kort filmpje”.
Op 8 en 9 mei 2020 plaatst ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]), na in opdracht van ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) lid te zijn geworden van een Telegram groep, een advertentie in die groep, waarin 31 contactpersonen zitten, onder wie ‘[accountnaam] ’ ([medeverdachte 1]). De advertentie luidt:
“€€€
Nep geld te koop!!!
20€ / 50€ / 500€
afhalen kan indenbosch en[plaats]
versturen kanook
grote voorraad
Beste kwaliteit van telegram
Professioneel gemaakt
Wij verkopen perfecte kwaliteit voor goeie prijs serieuze kopers laat weten
vraag voor fotos in persoonlijk bericht
€€€ Nep Geld te koop!!!”
In dezelfde Telegram groep plaatst [medeverdachte 2] op 3 en 4 juli 2020 een advertentie die luidt:
“€€€€€€ Mensen ik heb nieuwe aanbieding
Nepe 10jeswatermerk zit erin. streep in de midden zit er in. kleuren komen over heen met
de echt voor meer info stuur me privé bricht €€€€€€”.
[medeverdachte 2]ontvangt op 7 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘[accountnaam]’ over het kopen van vals geld. [medeverdachte 2] geeft hier nadere informatie over en stuurt foto’s. Hij laat hem weten:
“kleur is beste van telegram
En beste wat verkocht woord zijn deze
(stuurt foto’s)
Het gaat door geld machine heen
Laat maar weten als je geïnteresseerd bent”.
[medeverdachte 2] ontvangt op 8 mei 2020 een privé Telegram bericht van ‘[accountnaam]’ over het kopen van vals geld. [medeverdachte 2] geeft nadere informatie over de prijzen en stuurt foto's en een
video.
In de periode van 3 tot en met 29 juli 2020 krijgt [medeverdachte 2] in totaal 91 privé Telegram berichten over het kopen van vals geld. [medeverdachte 2] reageert op al deze berichten en beantwoordt de vragen over prijzen, echtheid en stuurt daarnaast foto’s en video’s van het valse geld. [92]
[medeverdachte 2]heeft advertenties met betrekking tot de verkoop van vals geld in mei en juli 2020 in vijf Telegram groepen gepost, waaronder ‘[telegramgroep]’ en ‘[telegramgroep]’. [93]
Uit een afbeelding van 13 mei 2020 blijkt van het volgende via Wickr gevoerde gesprek tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 2]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]):
[medeverdachte 2]:
Het is verzonden
Deze is zonder track
Moest aleen post zegel op”
[medeverdachte 1]:
“bro
moest met track en trace man
en Excel
en wat heb je van neger”
[medeverdachte 2]:
“450 van 20jes
En 600 van 50jes
En die man zij tegen mij dit woord niey
verzonden met track en trace” [94]
Op 26 april 2020 deelt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) met ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 4]) een lijst met daarop prijzen van valse biljetten. Ook deelt [medeverdachte 1] onder meer videofragmenten die zijn opgenomen in zijn woning. Het zijn promotievideo’s waarop onder meer biljetten van 20 en 500 euro te zien zijn, met de handelsnaam ‘[accountnaam]’. Na het delen van de juiste prijslijst vraagt [medeverdachte 4]
: “Kan je mij in de groepen gooien dn”en
“wanneer ga je gooien bro”.Op 6 mei 2020 bericht [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1]:
“Ik sprak iemandhij zegt ik ben ook klant van [accountnaam] ofs ma ik wil weten of zo is kan ook bullshit zijn”.[medeverdachte 1] antwoordt:
“Kweetnie man ff kijke (…) je kan gwn zeggenwe werken samen toch(…) [telegramgroep]”.[medeverdachte 4] antwoordt:
“dat heb ik gedaan”. [medeverdachte 1]:
”Darkweb.nl, Telemarktxxl, [telegramgroep], Handelzaken.nl”.
De verbalisant merkt op dat uit onderzoek van de Apple iPhone 8 Plus van [medeverdachte 4] uit meerdere telegramgroepen blijkt dat '[accountnaam] ID [accountnaam]’ de volgende
verkoopadvertentie met betrekking tot het valse geld gepost heeft:
Neppe biljetten in de aanbieding
500€. (Gaat door machine)
50€. Super kwaliteit
€20.
Voor prijzen en meer info pb
Afhaal 
Opsturen ”
In een Telegram groep die opgeslagen is in de iPhone 7 van [medeverdachte 1] is deze door [medeverdachte 4] geposte advertentie te zien.
[medeverdachte 4] heeft deze advertentie op 10 mei 2020 gepost in de Telegramgroepen ‘[telegramgroep]’ en ‘[telegramgroep]’. [95]
Bij de doorzoeking zijn op diverse plaatsen in de woning van
[medeverdachte 4]en in de berging bij die woning in totaal vijftien bewijzen van aangetekende verzending via PostNL aangetroffen. Op die verzendbewijzen staan het gewicht van het poststuk, de postcode, het land van bestemming, de datum en tijd van verzending en het tarief. Het gaat om de landen Frankrijk, Duitsland, Zweden, Australië, Verenigde Staten en Malediven. De verzendbewijzen beslaan een periode van 27 februari 2020 tot en met 6 juni 2020.
Ook zijn 21 Western Union ontvangstbewijzen aangetroffen die een periode beslaan van
3 februari 2020 tot en met 2 juni 2020. Als ontvanger staat steeds [medeverdachte 4] vermeld en de afzenders zijn allen woonachtig in de Verenigde Staten. De betaalde bedragen liggen tussen de 100 en 240 dollar.
Verder zijn er twee ‘formulieren van ontvangst’ van ‘MoneyGram’ in beslag genomen. [medeverdachte 4] is de ontvanger, op 11 februari 2020, van twee betalingen van € 110,73 vanuit de Verenigde Staten.
In de berging zijn in een tas onder andere vals geld, een dubbele wenskaart en enveloppen aangetroffen. Sommige enveloppen waren voorzien van een naam en een adres en een handgeschreven notitie. De adressen waren onder andere in België en Italië. [96]
Uit een gemaakte afbeelding blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Wickr gevoerde gesprek:
[medeverdachte 1]:
“Jamorgen. Mag je helpen verkopen of nu in telegram groepen
[medeverdachte 3]:
“Wat jij wil bro.Ik sta klaar man.”
[medeverdachte 1]:
“Is gewoon copy paste.”
[medeverdachte 3]:
“Waar je nodig heb”
[medeverdachte 1]:
(stuurt een advertentietekst)
Dit doe ik de hele dag.Maar ik weinig tijd. Maar vertel niemand over die groepen ai.
https://t.me/markthand3”
[medeverdachte 3]:
“(…) Ma bro om de hoeveel uur doeje plakke”
[medeverdachte 1]:
“Ligt eraan.
https://t.me/[telegramgroep]
kwartier
half uur
soms hele dag niet.
Hoe meer je doet hoe meer mensen je vrage.
Maar als je elke minuut doet blokken ze je
Maar bro overleg met me”
[medeverdachte 3]:
Kzal wel regelmatig je post in die groeps appe gooie
(…)
Ja zal wel kopierenen plakke x per dag fzo of 2x per dag”
[medeverdachte 1]:
30 april 2020:
“ai ik zal vaker doen”
[medeverdachte 1] deelt een videofragment met [medeverdachte 3], waarop een biljet van 50 dollar te zien is met het serienummer MF60511758B. Een hoeveelheid biljetten van 50 dollar met dit serienummer is aangetroffen bij de doorzoekingen in de woningen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]. [97]
Op de Samsung Galaxy Note 20 van
[medeverdachte 3]zijn screenshots van advertentieteksten aangetroffen. De tekst luidt:
nepgeld te kooptwee verschillende kwaliteiten.
20/50/500euro
afhaaldenbosch of[plaats]
altijd grote voorraad
geen minimale afname
vraag foto/video
pb me”
Ook is een screenshot van een lijst met prijzen van valse biljetten aangetroffen.
‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 3]) heeft de advertentie/prijslijst op 1, 2 en 3 mei 2020 gepost op de Telegram groep
[telegramgroep]. Op de meegestuurde videofragmenten is het handelsmerk ‘[accountnaam]’ zichtbaar tussen biljetten van 500 euro. De videofragmenten zijn opgenomen in de woning van [medeverdachte 1]. Een soortgelijk videofragment is aangetroffen in de iPhone 7 van [medeverdachte 1], gemaakt op 28 april 2020 met dezelfde muziek “Money, Money”. [98]
Zoals hiervóór al is vermeld voeren ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) op
2 mei 2020 via Telegram een gesprek waarin [medeverdachte 3] zegt:
Ik heb net die briefjes verkocht
Voor 750”. [99]
Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt van het volgende tussen ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) en ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Wickr gevoerde gesprek:
[medeverdachte 1]:
Miss hij pakt 80stuks voor 300€
(…)
[medeverdachte 3]:
“Heb opgehaald net 100 stuks”
[medeverdachte 1]:
“Oke dus 150 heb je
4 per stuk kost”
[medeverdachte 3]:
“Kost ons 4 euro
Net zei je 2”
[medeverdachte 1]:
“Nee hem kost 4 ps
(…)
Die goekope kan voor 3.25”
[medeverdachte 3]:
“Hoeveel zijn die lelijke”
[medeverdachte 1]:
“Die lelijke laat hem maar kiezen
(…)
Want hij wil er 200 of 300”
(…)
[medeverdachte 3]:
“Hij wil 50 en miss
30 nog van die minder goeie”
[medeverdachte 1]:
“Klopt of 80 goeie.Laat hem maar kieze. Goeie is gewoon 4
[medeverdachte 3]:
“Ja kgeef mee aan b100”
[medeverdachte 1]:
“Mindere 3.25.Hou ook ff lijstje bij van verkoop
Dan kunnen we ffuitrekenen wat ik van jou krijg of jij van mij
[medeverdachte 3]:
“Oke oke.
Ikga vanmaf dese verkoop bij houde [100]
Uit een afbeelding van 3 mei 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) via Wickr aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) vraagt:
hoeveel heeft die gast er gekocht. Waarop [medeverdachte 3] antwoordt:
“80 voor 300
En kheb er 20 verkocht voor 90
Is normale prijs?”
[medeverdachte 1]:
“jaman” [101]
Uit een afbeelding van 6 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) bericht:
“Die kwaliteit vandie 50jeswas drama man
Echt drama
Scheef gesneden niet recht alles
Waden echt veel.slecht
Ik zij tege die gozer doe ma weg voor 3,50
Want ze woude niet”
Hierop vraagt [medeverdachte 1]:
“huh heb je verkocht voor 3.5?” [102]
Uit een afbeelding van 24 juli 2020 blijkt dat ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Wickr (‘[accountnaam]@protonmail.com’) aan ene (onbekend gebleven) ‘[accountnaam]’ laat weten: “100/200 We dont have yet” en “I can suply you with 20 50 500”. [accountnaam] wil
“100x20” en “100x50”, waarop [medeverdachte 3] vraagt:
“Dont you want [accountnaam] 500”. [accountnaam] laat weten:
“Okay i driving morning 13uhr to [plaats]”en later:
“Im here bro, Beginn with K, German car, BMW”. Ook ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) neemt deel aan dit gesprek.
Op 25 juli 2020 vraagt ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 1]) aan ‘[accountnaam]’ (
[medeverdachte 3]) via Wickr (‘[accountnaam]@protonmail.com’):
“hi [accountnaam]
this client (rechtbank: [accountnaam]) want to order 14x500
2310 euro
can you make a appointment with him”
[medeverdachte 3]:
“Yes” [103]
2.3.11
Tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voormelde bewijsmiddelen het volgende worden opgemaakt.
[medeverdachte 1] heeft (in ieder geval) op 2 februari 2020 een aanvang gemaakt met de verkoop van vóór die datum al nagemaakte biljetten. Vanaf 4 februari 2020 heeft hij valse biljetten verkocht via (in ieder geval) ‘Empire Market’. Gaandeweg heeft hij [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] ingeschakeld bij het aanbieden, versturen of in persoon afleveren van valse biljetten.
[verdachte] heeft valse biljetten in wenskaarten verstuurd, ook naar het buitenland, en heeft in Nederland valse biljetten aan derden afgegeven, onder meer 25 valse biljetten van 500 euro op 30 april 2020. Eerder al, op 29 februari 2020, beschikte hij over een vals biljet van 500 euro. Hij verkreeg de valse biljetten van anderen, onder wie [medeverdachte 2]. Hij telde de biljetten en, zoals hiervóór al is vastgesteld, controleerde hij ze op juiste afmetingen en kwaliteit. Met [medeverdachte 1] vond hierover nauw overleg plaats. Voor het in orders opnemen van gratis biljetten had [verdachte] de instemming van [medeverdachte 1] nodig. Voorts heeft [verdachte] promotiefilmpjes van vals geld gemaakt in zijn woning en aan [medeverdachte 1] verzonden.
[medeverdachte 2] heeft op 13 mei 2020 een poststuk verzonden, bevattende valse biljetten, zo kan genoegzaam uit de context van de chat van die datum worden afgeleid. [medeverdachte 1] heeft hem terecht gewezen, omdat [medeverdachte 2] heeft verzuimd de biljetten met ‘track & trace’ te verzenden.
[medeverdachte 4] heeft vanaf 3 februari 2020 valse biljetten naar het buitenland verstuurd. Naar het oordeel van de rechtbank kan worden aangenomen dat personen in de Verenigde Staten via Western Union betalingen hebben verricht voor ontvangen valse biljetten.
[medeverdachte 3] heeft (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 valse biljetten (“50jes”) verkocht en heeft over aantallen en prijzen nauw contact gehouden met [medeverdachte 1]. Hij geeft voorts aan [medeverdachte 1] te kennen dat hij vanaf deze datum de verkoop gaat bijhouden. [medeverdachte 3] beschikte dus (in ieder geval) vanaf 2 mei 2020 over valse biljetten.
In april 2020 is [medeverdachte 1] gestart met het aanbieden van valse biljetten in diverse Telegram groepen. Ook [medeverdachte 2] is hiermee gestart vanaf 7 mei 2020. Die maand al, maar vooral in juli 2020, heeft hij in reactie op door hem geplaatste advertenties vragen ontvangen over de valse biljetten en deze beantwoord. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] hebben in mei 2020 gelijksoortige advertenties geplaatst. [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zijn op aangeven van [medeverdachte 1] gestart met het plaatsen van de advertenties; [medeverdachte 1]
“deed dit de hele dag, maar had weinig tijd”en had daarom hulp nodig van [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3]. Hij heeft de advertentieteksten en foto’s en video’s van valse biljetten aangeleverd en verteld op welke Telegramgroepen en hoe vaak de advertenties geplaatst (“gegooid”) moesten worden. [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] hebben vervolgens de advertenties geplaatst op Telegramgroepen waarin [medeverdachte 1] ook zelf advertenties plaatste. Aangenomen mag worden dat deze advertenties tot daadwerkelijke verkoop van valse biljetten hebben geleid. Dat past ook onder meer bij wat [medeverdachte 1] op 2 mei 2020 aan [medeverdachte 3] laat weten:
“We moeten meer maken bro (…) ik heb veel klanten”. En op 29 juli 2020 wil [medeverdachte 1]
“volgas”gaan.
2.3.12
Conclusie
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande als volgt.
Feit 1
Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] in de periode van 9 april 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 20 en 50 euro en 20 en 50 dollar heeft nagemaakt, met het oogmerk om die biljetten als echt en onvervalst te doen uitgeven. Wat betreft het oogmerk verwijst de rechtbank naar wat zij hiervóór heeft overwogen in de tussenconclusie met betrekking tot de verkoop van valse bankbiljetten. [verdachte] heeft zich niet alleen bezig gehouden met het namaken van bankbiljetten, maar daarvóór ook met het versturen en afleveren van door anderen nagemaakte bankbiljetten. Reeds daaruit blijkt onmiskenbaar dat het zijn bedoeling was ook de vanaf 9 april 2020 door hem nagemaakte bankbiljetten in omloop te brengen.
Feit 2
Wettig en overtuigend kan worden bewezen worden dat [verdachte] in of omstreeks de periode van 29 februari 2020 tot en met 30 juli 2020 opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten van 500 euro en/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 dollar en/of 50 dollar zich heeft verschaft en in voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd en/of uitgevoerd. Wat betreft het oogmerk geldt onverkort wat hiervóór is opgemerkt ten aanzien van feit 1. Het was onmiskenbaar de bedoeling van [verdachte] om de valse bankbiljetten in omloop te brengen.
De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van het ten laste gelegde invoeren en doorvoeren, aangezien uit de bewijsmiddelen onvoldoende blijkt dat hij zich daaraan schuldig heeft gemaakt, ook niet samen met een ander of anderen.
Feit 3
Wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] op 2 februari 2020 opzettelijk de ten laste gelegde goederen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het namaken van bankbiljetten. De rechtbank zal [verdachte] partieel vrijspreken van de ten laste gelegde rollen folie, nu uit het procesdossier niet blijkt waar deze zijn aangetroffen en niet duidelijk is dat deze verband houden met het namaken van bankbiljetten.
Het medeplegen
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de weergegeven bewijsmiddelen en de daaruit door de rechtbank getrokken tussenconclusies van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en in ieder geval [medeverdachte 1] bij het namaken van bankbiljetten (feit 1), alsook bij de in de feiten 2 en 3 ten laste gelegde handelingen. [verdachte] heeft een significante bijdrage geleverd aan het gehele proces van het namaken van bankbiljetten, de aanschaf van de daarvoor benodigde goederen en de verkoop van de valse bankbiljetten. Het medeplegen kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden.
Ook het in feit 2 ten laste gelegde onderdeel, betrekking hebbende op het namaken van de bankbiljetten en de bekendheid met de valsheid daarvan ten tijde van de ontvangst, kan wettig en overtuigend bewezen worden. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [verdachte], en mogelijk ook [medeverdachte 3], hebben de bankbiljetten die [verdachte] in zijn bezit heeft gehad zelf nagemaakt en waren ten tijde van de verkrijging van die bankbiljetten bekend met de valsheid
daarvan.
Waar het gaat om de in feit 3 ten laste goederen, die [verdachte] op 2 februari 2021 in zijn bezit had, acht de rechtbank het aannemelijk dat hij deze, zoals [verdachte] heeft verklaard, had gekregen van [medeverdachte 1], omdat het de bedoeling was dat [verdachte] zelf bankbiljetten zou gaan namaken. Het gaat dan, zo begrijpt de rechtbank, om het zelf afdrukken van biljetten. Dat [verdachte] dit wilde gaan doen, blijkt inderdaad uit het hiervóór al genoemde gesprek tussen hem en [medeverdachte 1] van 29 juli 2020. Dat maakt dat [medeverdachte 1] zeggenschap had over de met dat doel aangeschafte goederen. Tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] was in dit opzicht sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en daarmee van medeplegen.
Verder acht de rechtbank in dit verband nog het volgende van belang.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verricht werk en gemaakte kosten nauwgezet werden bijgehouden. De rechtbank wijst op de in de Samsung S9 van [medeverdachte 2] aangetroffen notitie (“
Zelf gewerkt, 100 x 50jes geknipt, 310 x 20jes dollars geprint, 200 x 50jes geprint, Kosten gemaakt 85 euro”), kennelijk gemaakt om deze informatie met [medeverdachte 1] te delen. Op 3 mei 2020 laat [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] weten dat hij vanaf dan “de verkoop” gaat bijhouden, en op
6 juli 2020 vraagt hij aan [medeverdachte 1] “of hij snijden moet rekenen”, waarop [medeverdachte 1] hem een berekening stuurt, waarin een bedrag van € 9.625,00 wordt genoemd aan voor rekening van [medeverdachte 1] komende inkoopkosten en een vergoeding voor [medeverdachte 3] van € 600,00 voor het printen van valse bankbiljetten. Dit komt overeen met wat in de chat tussen [medeverdachte 1] en ‘[accountnaam]’ wordt gewisseld, erop neerkomende dat [medeverdachte 1] de kosten dekte en dat tegenover ‘werk’ een vergoeding stond, namelijk 0,15 eurocent per geprint A4 vel met afdrukken van valse biljetten en 0,70 eurocent per uitgesneden biljet met een daarop geplakt hologram. Voorts spreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 2 mei en 6 juli 2020 over de verdeling van de winst.
Verder valt op een afbeelding van 20 mei 2020, waaruit blijkt dat ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 1]) via Wickr tegen ‘[accountnaam]’ ([medeverdachte 3]) zegt:
“bro [accountnaam] (rechtbank: [medeverdachte 2]) zegt dat jij zegt dat er een onderzoek naarons nepgeldis gestart.” [104] Ook valt op het via Telegram op
26 april 2020 gevoerde gesprek, waarin [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4] zegt dat hij kan zeggen “
we werken samen toch”.
Bovendien heeft de rechtbank hiervóór al overwogen, ten aanzien van de aankoop van benodigdheden, dat uit de bewijsmiddelen blijkt van een gang van zaken die een grote mate van onderlinge afstemming tussen [medeverdachte 1] en de vier anderen vergde. Dat geldt (wat betreft [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [verdachte]) ook voor het namaken van de valse bankbiljetten en (wat betreft allen) voor de verkoop daarvan.
Hier wordt bovendien herhaald dat op alle zoeklocaties valse biljetten zijn aangetroffen met overeenkomende serienummers. Het behoeft geen betoog dat dat zich alleen laat verklaren doordat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [verdachte] (waarschijnlijk in wisselende samenstellingen) hebben samengewerkt.
[medeverdachte 1] onderhield contact met alle anderen en het beeld dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt laat er tot slot geen twijfel over bestaan dat hij een leidende en aansturende rol vervulde.
De rechtbank concludeert dat het in de feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen kan worden.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van
9 april2020 tot en met 30 juli 2020
te [plaats] en/ofte [plaats] en/of elders in Nederland en
/ofte [plaats]
, althansin België, samen met een ander
of anderen en/of alleen, opzettelijk
(een
) (grote
)hoeveelhe
(i
)d
(en)bankbiljetten van
500 euro en/of 200 euro en/of 100 euro en/of50 euro en
/of20 euro
en/of 10 euroen
/ofbankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en
/of50 (Amerikaanse)
dollar, heeft nagemaakt
/ vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven;
2.
hij in of omstreeks de periode van
29 februari2020 tot en met 30 juli 2020
te [plaats] en/ofte [plaats] en/of elders in Nederland en/of te [plaats],
althansin België samen met een ander of anderen
en/of alleen, opzettelijk
(een
) (grote
)hoeveelhe
(i
)d
(en)bankbiljetten van 500 euro
en/of 200 euroen/of 100 euro en/of 50 euro en/of 20 euro en/of 10 euro en/of bankbiljetten van 20 (Amerikaanse) dollar en/of 50 (Amerikaanse) dollar, die verdachte en
/ofzijn mededaders zelf hebben nagemaakt
/ vervalstof waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en
/ofzijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven, zich heeft verschaft en
/ofin voorraad heeft gehad en/of heeft vervoerd
, ingevoerd, doorgevoerden/of uitgevoerd;
3.
hij op
of omstreeks02 februari 2021 te [plaats] (in een woning aan de [adres]),
althans in Nederland,samen met een ander
of anderen,
althans alleen,opzettelijk (onder meer)
een of meerprinter
(s
)en
/ofeen (grote) hoeveelheid inktcartridges en
/of een of meer rollen zwarte folieen
/ofeen hoeveelheid (speciaal) printpapier,
heeft vervaardigd, ontvangen en/of zich heeft verschaft en/ofvoorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat deze bestemd
was /waren tot het namaken
/ vervalsenvan bankbiljetten.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Het medeplegen van het namaken van bankbiljetten met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te (doen) geven.
feit 2:
Het medeplegen van het opzettelijk bankbiljetten, die verdachte en zijn mededaders zelf hebben nagemaakt of waarvan de valsheid verdachte en zijn mededaders, toen hij / zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, zich verschaffen, in voorraad hebben, vervoeren en uitvoeren.
feit 3:
Het medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het namaken van bankbiljetten.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit en daartoe, kort weergegeven, het volgende aangevoerd. [verdachte] heeft gedurende een beperkte periode van een aantal maanden een beperkte, ondersteunende en inwisselbare rol vervuld in het geheel. Er zijn geen aanwijzingen dat hij inzicht had in de totale omvang van het productie- en verkoopproces en dat hij zelf grote geldbedragen heeft verdiend. Er is ook maar een beperkt aantal valse bankbiljetten bij hem aangetroffen. Verder heeft [verdachte] verantwoordelijkheid genomen door het afleggen van een verklaring. De redelijke termijn is met ruim 2,5 jaar overschreden en inmiddels heeft [verdachte] een ander leven opgebouwd. Hij werkt als ZZP’er (elektricien), is getrouwd, heeft twee jonge kinderen en zijn vrouw is zwanger van een derde kind. Hij heeft een blanco strafblad.
7.3
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van [verdachte]. Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.
In januari 2020 is [medeverdachte 1] begonnen met het op grote schaal en op professionele wijze namaken van euro- en dollarbiljetten van diverse coupures. Daarbij was alles erop gericht de bankbiljetten zoveel mogelijk op echte bankbiljetten te laten lijken. Er werd gebruik gemaakt van inkjetprinters en onder meer ‘speciaal papier’ met veiligheidsdraad en hologrammen. [medeverdachte 1], en later ook [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], zijn er kennelijk ook in geslaagd bankbiljetten af te drukken (en uit te snijden) die moeilijk van echte bankbiljetten te onderscheiden waren. De valse bankbiljetten zijn immers voor het eerst op 9 januari 2020 in het betalingsverkeer terecht gekomen en vonden ook daarna gretig aftrek bij kopers in binnen- en buitenland.
[medeverdachte 1], maar ook [verdachte], hebben ook valse bankbiljetten van 500 euro verkregen en vervolgens verkocht. Ten aanzien van deze bankbiljetten is bij onderzoek in België gebleken dat het een extreem verontrustend vervalsingstype betreft, omdat de bankbiljetten een zeer sterke gelijkenis vertonen met echte bankbiljetten en door ingrepen die zijn toegepast bij de productie daarvan zelfs bepaalde automatische detectiesystemen om de tuin kunnen worden geleid. Wat in dit verband opvalt is dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hierop ook hebben gewezen in de advertenties die zij hebben geplaatst (
“gaat door geldmachine heen”).
[verdachte] heeft een grotere rol gespeeld in het geheel dan hij heeft willen doen voorkomen. Anders dan hij heeft verklaard, heeft hij niet enkel valse bankbiljetten verstuurd en afgegeven, wat op zichzelf al een ernstig strafbaar feit oplevert, maar heeft hij ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het productieproces. In ieder geval vanaf 9 april 2020 heeft hij van anderen verkregen bankbiljetten opgehaald en die bankbiljetten, in overleg met [medeverdachte 1], gecontroleerd op juiste afmetingen en verdere kwaliteitsaspecten. Dat [verdachte] niet ook zelf bankbiljetten is gaan afdrukken, is enkel voorkomen doordat op 30 juli 2020 is overgegaan tot aanhoudingen. [verdachte] was kort daarvoor in overleg met [medeverdachte 1] over de aanschaf van de benodigde goederen en had deze (deels) op 2 februari 2021 ook in huis. Ook heeft [verdachte] als koerier gefungeerd door op verzoek van [medeverdachte 1] goederen naar België te brengen, waarvan hij wist dat [medeverdachte 1] die goederen vervolgens gebruikte bij het namaken van bankbiljetten.
Naar het oordeel van de rechtbank is duidelijk dat [verdachte] gedurende vijf maanden onderdeel heeft uitgemaakt van een groep die zich bezig hield met de productie en verkoop van valse bankbiljetten en daarmee ook winst heeft behaald. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Men moet vertrouwen kunnen hebben in de echtheid en waarde van bankbiljetten. Dit is een essentiële voorwaarde voor het goed functioneren van het economische en financiële verkeer. Door het in omloop brengen van valse bankbiljetten wordt ernstig inbreuk gemaakt op dit vertrouwen. Daarnaast wordt de ontvanger van de valse bankbiljetten in zijn vermogen getroffen, zeker als wordt ‘betaald’ met valse bankbiljetten van 100 of 500 euro. De ontvanger levert feitelijk immers ‘om niet’ goederen of diensten. Zoals De Nederlandsche Bank heeft berekend, is de daadwerkelijke en potentiële schade van de bij de doorzoekingen aangetroffen valse bankbiljetten en hologrammen groot. Er zijn 6.140 valse bankbiljetten in omloop aangetroffen die een schade hebben veroorzaakt van € 253.840,00. Vóór circulatie zijn 13.133 valse bankbiljetten aangetroffen, met een geschatte potentiële schade van € 479.280,00. Er is voor een totaalbedrag van $ 110.960,00 aan valse dollarbiljetten aangetroffen. De potentiële schade van de aangetroffen hologrammen is tot slot begroot op een bedrag van € 2.281.750,00. De bewezenverklaarde strafbare feiten zijn dan ook zeer ernstig.
[verdachte] heeft zich van de gevolgen van zijn handelen niets aangetrokken en heeft kennelijk alleen oog gehad voor het geld dat hij met de criminele praktijken kon verdienen. En weliswaar heeft hij een verklaring afgelegd over zijn handelen, maar van het nemen van volledige verantwoordelijkheid is geen sprake. Dat spreekt niet in zijn voordeel.
Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten (die, waar het gaat om de feiten 1 en 2, uitgaande van ‘plegen’, worden bedreigd met een maximale gevangenisstraf van negen jaren) en de omstandigheden waaronder [verdachte] deze feiten samen met anderen heeft gepleegd, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Naar het oordeel van de rechtbank zouden de bewezenverklaarde feiten zonder meer de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden rechtvaardigen. De rechtbank beseft dat het ondergaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur een ontwrichtend effect zal hebben op het leven van [verdachte] die een gezin heeft met twee jonge kinderen (en een kind op komst), alsook werk, een huurwoning en forse schulden waarop wordt afgelost. Van zodanig klemmende omstandigheden dat van de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden afgezien, is de rechtbank echter niet gebleken. Het door de raadsman geopperde alternatief van een taakstraf zou volstrekt onvoldoende recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de rol die [verdachte] daarin heeft vervuld.
Over de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] merkt de rechtbank nog op dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Op het strafblad staat enkel een eerdere veroordeling voor een overtreding van de Wegenverkeerswet. Het strafblad werkt dus niet strafverhogend. Verder is artikel 63 Sr Pro van toepassing, gelet op de strafbeschikking van 23 oktober 2025 voor een snelheidsovertreding.
In strafmatigende zin zal de rechtbank rekening houden met het feit dat [verdachte] zijn leven een positieve wending heeft weten te geven en met het ontwrichtende effect van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voorts hecht de rechtbank belang aan de volgende omstandigheden.
Zoals de rechtbank hiervóór al heeft overwogen, is duidelijk dat [medeverdachte 1] een leidende en aansturende rol heeft vervuld in het geheel. Niet kan worden uitgesloten dat sprake was van een ongelijkwaardige relatie tussen [medeverdachte 1] en [verdachte], in die zin dat [medeverdachte 1], gezien zijn (gebleken) veel verdergaande criminele activiteiten, een zeker overwicht had op (de nog jonge) [verdachte] en hem, zoals [verdachte] heeft verklaard, heeft verleid tot het plegen van criminele activiteiten, naar mag worden aangenomen omdat er een financiële vergoeding tegenover stond. De rechtbank wijst in dit verband op de chat tussen [medeverdachte 1] en ene ‘[accountnaam]’, die duidelijk maakt hoe [medeverdachte 1] het namaken van valse bankbiljetten aanprees als zijnde
“leuk werk”waarmee gemakkelijk geld kon worden verdiend (
“je ziet ze rollen er letterlijk uit”). Ook zegt hij:
Ik heb jongensdie 15k per week maken, dat tikt wel aan.”Maar
“het grootste risico”lag bij
“de stashers/verkopers”. [verdachte] was een van de “jongens” die (onder meer) valse bankbiljetten onder zich had (“stahste”), en afleverde en verstuurde. Aanwijzingen dat [medeverdachte 1] hem hiervóór ruim beloond heeft, ontbreken. In die zin heeft [medeverdachte 1] misbruik gemaakt van [verdachte] voor het meest risicovolle deel van het proces, waarbij [medeverdachte 1] naar alle waarschijnlijkheid zelf het meest heeft geprofiteerd van de criminele opbrengst. Verder is de pleegperiode beperkt tot vijf maanden.
Verder dient nog rekening te worden gehouden met het feit dat de redelijke termijn is overschreden. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.
De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn. Ingeval van overschrijding van de redelijke termijn is vermindering van de op te leggen straf de aangewezen sanctie. De duur van de redelijke termijn is blijkens vaste jurisprudentie mede afhankelijk van de ingewikkeldheid van de zaak, waaronder begrepen de gelijktijdige berechting van meerdere zaken tegen een verdachte. Ook andere omstandigheden kunnen verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van in beginsel twee jaren is aangevangen op
2 februari 2021, de datum waarop verdachte in verzekering is gesteld en voor de eerste maal is verhoord over de verdenking. Vanaf die datum kon verdachte er rekening mee houden dat hij zou worden vervolgd. Tussen die datum en de datum van dit eindvonnis ligt een periode van vier jaren en ruim tien maanden.
Onderzoek Parra betreft een heel groot onderzoek, dat vijf deelonderzoeken omvat. Er is uitgebreid onderzoek verricht naar meerdere personen, onder wie [verdachte], en het einddossier is, na onder meer nog een aantal verhoren van [verdachte] in juni 2022, gereed gekomen op
31 oktober 2022. Hierna is sprake geweest van een omvangrijke regiefase, die is aangevangen in september 2024 en is afgerond in augustus van dit jaar. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank dat voor de redelijke termijn een langere termijn dan twee jaren in acht wordt genomen. Maar ook dan is de redelijke termijn fors overschreden, dit door omstandigheden waar de verdediging geen invloed op heeft gehad. Zo heeft het na het gereed komen van het einddossier nog bijna twee jaren geduurd voordat het Openbaar Ministerie (met de dagvaarding van 9 augustus 2024) de vervolgingsbeslissing heeft genomen en de regiefase kon aanvangen. Ook het rooster van de rechtbank heeft hierbij een vertragende rol gespeeld. Van bijzondere omstandigheden die het forse tijdsverloop rechtvaardigen is niet gebleken. Daarbij verdient opmerking dat het, ook al is [verdachte] alleen vervolgd in deelonderzoek Palestina, gezien de onderlinge verwevenheid van de strafzaak van [verdachte] met die van de medeverdachten (waarvan een aantal medeverdachten ook betrokken is in de andere deelonderzoeken), niet mogelijk was om tot een afzonderlijke (eerdere) afdoening te komen.
De rechtbank zal, gelet op de omvang van onderzoek Parra en de andere hiervóór genoemde omstandigheden, uitgaan van een redelijke termijn van drie jaren. Daarmee is in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van een jaar en ruim tien maanden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdediging, dient dit gecompenseerd te worden door verkorting van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
In de voornoemde (persoonlijke) omstandigheden van [verdachte] en in de overschrijding van de redelijke termijn ziet de rechtbank aanleiding de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te verkorten en voorts een deel daarvan in voorwaardelijke vorm op te leggen. De voorwaardelijke straf dient als zogenoemde ‘stok achter de deur’ om zoveel als mogelijk te waarborgen dat [verdachte] niet opnieuw strafbare feiten zal plegen.
Alles afwegende, acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf van negen maanden, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht (vijf dagen), waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Deze straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. De reden daarvan is gelegen in het feit dat de rechtbank, meer dan de officier van justitie heeft gedaan, in strafmatigende zin rekening houdt met de (persoonlijke) omstandigheden van [verdachte] en de overschrijding van de redelijke termijn.

8.De beoordeling van het beslag

De volgende goederen zijn in beslag genomen:
Voorwerpnummer
Voorwerp
1
1000 EUR ibn: 2-2-2021
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641930)
2
1117,86 EUR ibn: 2-2-2024
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641930)
3
1 STK Verpakkingsmateriaal
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_646041 verpakkingsmateriaal: van de 5000 euro)
4
1 DS Doos
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641948 1 lege doos Oral B elektrische tandenborst, Oral B)
5
2 STK Folie
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641940, Zwart)
6
1 STK Tas
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641937 Postkaarten in Albert Heijn tas)
7
1 DS Doos
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641925 Doos met postkaarten)
8
2 STK Papier
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641923 Speciaal papier)
9
1 STK Zak
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641921 Kaarten en enveloppen in papieren zak)
10
6 STK Administratie
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641920 6 losse A5 blaadjes met kasboek notities)
11
1 STK Inktpatroon
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641918 diverse Inkt cartidges in papieren zak)
12
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641945, Canon)
13
1 STK Papier
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641942 Speciaal printpapier)
14
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641939, HP)
15
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641938 printer in doos, Canon)
16
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_666139, HP)
17
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_666138 nieuw in doos, Canon)
18
1 STK Videoapparatuur
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641941 Drone in doos, Mavic)
19
1 STK Tandenborstel
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641936 doos met electrische tandenborstel, Oral B)
20
1 STK Schrift
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641924 harde kaft, Licht roze)
21
1 STK Printer
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641917, Canon)
22
1 STK Schrift
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641916 Harde kaft, Roze)
23
1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641915, Wit / goud, merk: Apple)
24
1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641914 met sterretjes beschermhoes, Apple)
25
1 STK Telefoontoestel
(Omschrijving: PL0600-ONRAB20013_641913, Zwart, merk: Apple)
8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van alle in beslag genomen goederen gevorderd met uitzondering van de goederen op de beslaglijst met nummers 2 en 18. De officier van justitie heeft gevorderd deze goederen op de beslaglijst terug te geven.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de goederen op de beslaglijst met de nummers 1, 2, 18 en 25 terug dienen te worden gegeven.
8.3
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de goederen op de beslaglijst met de nummers 3, 5-15, 20 en 22 tot en met 25 behulp waarvan de feiten zijn begaan of voorbereid of tot het begaan van het misdrijf is vervaardigd of bestemd verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Over de telefoon genoemd onder beslagnummer 25 overweegt de rechtbank dat deze telefoon onder andere is gebruikt om via Telegram en Wickr te communiceren met medeverdachten met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten.
De rechtbank zal de teruggave van de goederen op de beslaglijst met het nummer 1, 2, 4, 14, 16, 17, 18, 19, 21 aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. Dat het geldbedrag genoemd onder nummer 1 afkomstig is uit de bewezen verklaarde feiten volgt niet uit het dossier.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 63, 208, 209 en 214 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;
 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 verklaart verbeurd de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 3, 5-15, 20 en 22;
 gelast de teruggave van de voorwerpen op de beslaglijst met de nummers 1, 2, 4, 14, 16, 17, 18, 19, 21 de rechthebbende.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. M.J. Wasmann en mr. R.P.W. van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.
Mr. R.P.W. van de Meerakker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, opsporingsonderzoek Parra, dossiernummer ON3R018117, gesloten op 31 oktober 2022, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden (inclusief die van de bij het onderzoek Parra behorende deelonderzoeken Palestina en Marker), tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI, p. 00574.
3.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , PARRA PD01, p. 63-64.
4.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00582-00616.
5.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00490-00496.
6.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00482-00485.
7.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00031-00034, p. 00067, p. 00070, p. 00078-00079.
8.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00617-00619.
9.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00486-00489.
10.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00213-00215, p. 00238-00240, p. 00243.
11.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00406-00407, p. 00431-00432.
12.Processen-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD02, p. 00129-00145; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD02, p. 00215-00218; Proces-verbaal van bevindingen, MARKER DIGI,
13.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00822.
14.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00866; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00868; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 01164.
15.Verklaring van [verdachte], afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2025.
16.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00714
17.Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , PALESTINA ZD01, p. 01080.
18.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00873.
19.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00892.
20.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD03, p. 170.
21.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD03, p. 178.
22.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00670-00671.
23.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00257-00262.
24.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00263-00265.
25.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00266.
26.Proces-verbaal, PALESTINA ZD01, p. 00813-00819.
27.Proces-verbaal, PALESTINA ZD01, p. 00820-00829.
28.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 280-299; Proces-verbaal documentonderzoek aan papier, PALESTINA AD, p. 543.
29.Processen-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 468-472,
30.Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek valse hologrammen, PALESTINA AD, p. 545.
31.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00311; Proces-verbaal forensisch onderzoek sporen, PALESTINA ZD01, p. 315; Proces-verbaal dactyloscopisch vooronderzoek, PALESTINA ZD01, p. 320; Rapport dactyloscopisch onderzoek, PALESTINA ZD01, p. 328.
32.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 400-406; Proces-verbaal van bevindingen met Bijlage in beslag genomen goederen, p. 00398.
33.Processen-verbaal van forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD,
34.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 397.
35.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00836; Proces-verbaal dactyloscopisch vooronderzoek, PALESTINA AD, p. 00440; Rapport dactyloscopisch onderzoek, PALESTINA ZD01,
36.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00457-461; Processen-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 00745 en p. 00746; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00489.
37.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 513-517.
38.Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, PALESTINA AD, p. 00678.
39.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00731, met Bijlage.
40.Falsificaat-informatie d.d. 1 maart 2022, De Nederlandsche Bank, Nationaal Analyse Centrum, PALESTINA ZD01, p. 00750-00781; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, 00738-00744.
41.Technisch onderzoek, NAC Team, De Nederlandsche Bank, PALESTINA ZD01, p. 00792-00810.
42.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00748.
43.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00259.
44.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00282 en p. 00288.
45.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00610-00611.
46.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00613-00615.
47.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00223-227.
48.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00628-00631.
49.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, po. 00085, p. 00090-00091 en p. 00095-00096.
50.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00631-00634.
51.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00897.
52.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00609.
53.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00227-00233; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00607-00610.
54.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00245 en p. 00247.
55.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00626.
56.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD05, p. 00131-00132, p. 00134-00135 en p. 00137-00138.
57.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00271-00272.
58.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00252-00254.
59.Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1] , PALESTINA ZD01, p. 01007.
60.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00531.
61.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00085-00097; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00539-00541.
62.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00900.
63.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00541.
64.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00286-00287.
65.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00292 en p. 00295.
66.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00550-00551.
67.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00515; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00525.
68.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00524-00525.
69.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00534.
70.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00532-00534.
71.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 518-519.
72.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00535-00536.
73.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00537.
74.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00460.
75.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , PARRA PD01, p. 71-72.
76.Processen-verbaal van verhoor [verdachte], PALESTINA ZD01, p. 01160 en p. 01162.
77.Verklaring van [verdachte], afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2025.
78.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00657-00660.
79.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00198.
80.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00684.
81.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00839.
82.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00491 en p. 00494; Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1] , PALESTINA ZD01, p. 01006-01007.
83.Proces-verbaal van bevindingen, PARRA PD05, p. 00129-00130.
84.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00828 en p. 00840-00843.
85.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00727-00728.
86.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00707.
87.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00496-00508.
88.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00828-00830 en p. 00844-00846.
89.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00729.
90.Verklaring van [verdachte], afgelegd ter terechtzitting van 25 september 2025.
91.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI. p. 00678-00680 en p. 00689-00695
92.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00727-00765; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00766-00808.
93.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00677 en p. 00686-00688.
94.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00688.
95.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00668-00671; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00681-00682 en p. 00702.
96.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00406-00409 en p. 00412-00413.
97.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00678-00681.
98.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00674-00676; Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00685 en p. 00696-00701.
99.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00532.
100.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD01, p. 00630-00631.
101.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00894.
102.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00896.
103.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA DIGI, p. 00900-00905.
104.Proces-verbaal van bevindingen, PALESTINA ZD-1, p. 00636.