In deze civiele procedure vordert eiser betaling van het saldo van zijn kapitaalrekening na beëindiging van de vennootschap onder firma (vof). De rechtbank heeft een deskundigenbericht bevolen, waarbij de deskundige het saldo per 31 december 2022 berekende, ondanks het ontbreken van medewerking van gedaagde. De deskundige baseerde zich op processtukken en door eiser verstrekte gegevens.
De rechtbank volgt de berekening van de deskundige, die ook omzet en arbeidsbeloning heeft meegenomen. Het saldo van de kapitaalrekening per 31 december 2022 wordt vastgesteld op €69.187, vermeerderd met contractuele rente vanaf 1 januari 2023. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag van €43.683 ter zake van een schuld aan ING Bank, en tot vergoeding van beslag- en proceskosten.
De rechtbank verklaart diverse feiten voor recht, waaronder de voortzetting van het vof-contract tot 31 december 2022 en het recht van eiser op een jaarlijkse arbeidsbeloning tot die datum. Vorderingen die reeds in het kapitaalrekening-saldo zijn verwerkt, worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.