Op 18 juni 2023 vond in een uitgaansgelegenheid een incident plaats waarbij het slachtoffer gewond raakte door diverse vormen van geweld, waaronder haren trekken, krabben en slaan. Verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging tegen het slachtoffer.
De officier van justitie vorderde een taakstraf van 60 uur, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank onderzocht het bewijs, waaronder camerabeelden, getuigenverklaringen en het dossier. Hoewel verdachte aanwezig was, kon niet met redelijke twijfel worden vastgesteld dat zij een significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld had geleverd.
De beelden toonden een chaotische situatie met meerdere betrokkenen, waarbij verdachte zelf ook werd geduwd. Het geweld op de grond was niet zichtbaar op de beelden, waardoor de rol van verdachte onduidelijk bleef. De rechtbank sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was.
Daarnaast had het slachtoffer een civiele vordering tot schadevergoeding ingediend, die tijdens de zitting werd verminderd. Omdat de strafrechtelijke bewezenverklaring ontbrak, verklaarde de rechtbank de civiele vordering niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland op 6 februari 2025.