ECLI:NL:RBGEL:2025:11494

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
144765
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van een 24-jarige man voor vijf straatroven in Arnhem en Westervoort met gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen een 24-jarige man, die werd beschuldigd van vijf straatroven gepleegd in Arnhem en Westervoort. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden verbonden aan het voorwaardelijke deel. De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met medeverdachten de slachtoffers heeft omsingeld en onder bedreiging van geweld heeft gedwongen tot afgifte van geld en goederen. De feiten vonden plaats op 10 en 11 mei 2025, waarbij de slachtoffers onder andere gedwongen werden om geld over te maken naar rekeningnummers van de verdachten. De rechtbank heeft de verklaringen van de slachtoffers en getuigen als betrouwbaar beoordeeld en heeft vastgesteld dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de recidive van de verdachte en de impact van de straatroven op de slachtoffers. De verdachte is veroordeeld tot schadevergoeding aan de benadeelde partijen, waaronder materiële schade en smartengeld. De rechtbank heeft bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een meldplicht en ambulante behandeling, om recidive te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-144765-25 + 05-063624-23 (tul)
Datum uitspraak : 23 december 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2001 in [geboorteplaats] , Colombia,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [P.I.] .
raadsman: mr. J.G. Roethof, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 11 mei 2025 te Westervoort tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ketting (merk Chrome Hearts), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 1] te omsingelen en/of
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Wat heb je voor ons dan" en/of "Ik zou maar gewoon iets afstaan" en/of
- die [slachtoffer 1] (daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Als je niks gaat afstaan, sla ik je gewoon op je kankergezicht" en/of
- ( toen die [slachtoffer 1] weg probeerde te lopen) die [slachtoffer 1] (bij de kraag) vast te pakken/grijpen en/of
- ( vervolgens) een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen de buik, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] te zetten en/of te drukken en/of te houden en/of
- een ketting van de hals van die [slachtoffer 1] te rukken,
althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 10 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en/of een fietssleutel en/of een geldbedrag (450 euro), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)
door
-die [slachtoffer 2] te benaderen en/of te omsingelen en/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 2] (op indringende wijze) te vragen “wat heb je bij je?” en/of toe te voegen “pak je telefoon en maak geld over”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
-die [slachtoffer 2] een of meer rekeningnummers te tonen (op naam van [naam 5] en/of [medeverdachte] ) en/of die [slachtoffer 2] op te dragen geld naar dat/die rekeningnummers over te maken en/of
-een foto te maken van het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 2] en/of
-die [slachtoffer 2] daarbij toe te voegen — zakelijk weergegeven — dat die [slachtoffer 2] verdachte en/of medeverdachte (n) niet moest snitchen omdat hij, verdachte, en/of medeverdachte(n) die [slachtoffer 2] anders zouden blazen,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;
3
hij op of omstreeks 10 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (180 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3]
en/of een derde toebehoorde(n)
door
-die [slachtoffer 3] te omsingelen en/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 3] op te dragen zijn bankrekening/bankieren-app te openen op zijn telefoon en/of
-die [slachtoffer 3] op te dragen geld (180 euro) naar een rekeningnummer over te maken en/of
-een foto te maken van het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 3] en/of
-die [slachtoffer 3] daarbij toe te voegen "jij gaat niets doen” en/of “dit had ook verkeerd af kunnen lopen”,
althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;
4
hij op of omstreeks 10 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een iPad en/of een trainingspak en/of schoenen en/of een telefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde(n)
door
-die [slachtoffer 4] te benaderen en/of te omsingelen en/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 4] de pincode van zijn telefoon te laten afstaan en/of
-die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] te zetten, althans op zeer korte afstand van die [slachtoffer 4] te houden,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een iPad en/of een trainingspak en/of schoenen en/of een telefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
-die [slachtoffer 4] te benaderen en/of te omsingelen en/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 4] de pincode van zijn telefoon te laten afstaan en/of
-die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] te zetten, althans op zeer korte afstand van die [slachtoffer 4] te houden,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;
5.
hij op of omstreeks 11 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (merk XPLCT) en/of een ID-kaart en/of een bankpas en/of documenten en/of een geldbedrag (15 euro), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 5] en/of een derde toebehoorde(n)
door
-die [slachtoffer 5] te benaderen en/of te omsingelen en/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of op zeer korte afstand van die [slachtoffer 5] te houden,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas (merk XPLCT) en/of een ID-kaart en/of een bankpas en/of documenten en/of een geldbedrag (15 euro), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
-die [slachtoffer 5] te benaderen en/of te omsingelen en/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of op zeer korte afstand van die [slachtoffer 5] te houden,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1, 2, 3, 4 primair en 5 primair.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor alle vijf de feiten. Ten aanzien van feit 1 is er onvoldoende bewijs dat er een wapen is getoond. Daarnaast was er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Er blijkt niet van een vooropgezet plan of dat verdachte een aandeel heeft gehad in het afnemen van de ketting.
Ten aanzien van de feiten 2 tot en met 5 kunnen de verklaringen van [naam 1] niet gebruikt worden voor het bewijs, omdat hij inconsistent en onduidelijk heeft verklaard. Ten aanzien van feit 2 wijst, naast de ongeloofwaardige verklaring van [naam 1] , niets in de richting van verdachte.
Ten aanzien van feit 3 voldoen de verdachten niet aan het opgegeven signalement en daarnaast ontbreekt ieder objectief bewijs dat verdachte bij dit feit is betrokken.
Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet de persoon is geweest die vast heeft gezeten in België dus dat verdachte geen pistool op het hoofd heeft gezet. Daarnaast is niet gebleken dat het aangetroffen vest van [slachtoffer 4] was.
Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de foto op de telefoon van verdachte met daarop een tasje van het merk XPLCT onvoldoende is om te stellen dat verdachte betrokken is bij deze verdenking, omdat dit merk heel populair is onder jongeren.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal, gelet op de gevoerde verweren, eerst oordelen of zij de verklaringen van medeverdachte [naam 1] betrouwbaar acht. Vervolgens zal de rechtbank per feit de relevante bewijsmiddelen opsommen. Tot slot zal zij concluderen of dit tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde kan leiden.
Betrouwbaarheid verklaringen [naam 1]
De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid of geloofwaardigheid van de verklaringen van [naam 1] . De verklaringen van [naam 1] worden op belangrijke punten ondersteund door ander bewijs in het dossier. Zo is bij de aanhouding op heterdaad van [verdachte] een Apple iPhone 14 Pro Max in beslag genomen. [2] Gelet op de inhoud van deze telefoon, zoals de Apple ID op naam van [e-mail 1] , stelt de rechtbank vast dat deze telefoon in gebruik was bij [verdachte] . [3] Uit de data van de telefoon blijkt dat de telefoon zich op 11 mei 20205 om 14.50 uur bij het station Westervoort bevond en op zondag 11 mei 2025 om 12.43 uur nabij de Musis garage te Arnhem. [4] Dit zijn ook twee plekken die een aangever, een melder én [naam 1] hebben genoemd. [5]
Daarnaast blijkt uit de bankgegevens van [medeverdachte] dat op 10 mei 2025 om 23:42:58 uur een bankoverschrijving van een geldbedrag van € 450,- heeft plaatsgevonden van [slachtoffer 2] bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 2] op naam van [medeverdachte] . [6] Dit is ook het tijdstip dat aangever [slachtoffer 2] in zijn aangifte noemt. [7]
Verder hebben zowel aangever [slachtoffer 2] als aangever [slachtoffer 3] verklaard dat zij geld moesten overmaken naar het rekeningnummer [rekeningnummer] . Aangever [slachtoffer 2] moest op 10 mei 2025 rond 23.40 uur € 450,- overmaken naar dit rekeningnummer. [8] Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij rond 21.00 uur € 180,- moest overmaken naar dit bankrekeningnummer. [9] . Het e-mailadres dat aan het account van deze bankrekening is gekoppeld is [e-mail 2] . [10] Dit e-mail adres (owner) werd ook in de telefoon van [verdachte] aangetroffen. Daarnaast zijn in deze telefoon e-mails aangetroffen waarbij de verzender Revolut betrof en de e-mails waren gericht aan [e-mail 2] . Een van de e-mails is op 10 mei 2025, 21:41:27 (UTC+0), feitelijke tijd 23:41.27 uur, ontvangen en daarin stond het volgende bericht: ‘
de Revolut inkomende overschrijving is mislukt. Deze overschrijving is teruggestuurd naar de verzender. Hallo [naam 2] , [slachtoffer 2] probeerde jou een overschrijving te sturen van EUR 450,00’. [11] Daarnaast heeft op 10 mei 2025 om 19:07:24 uur een bankoverschrijving plaatsgevonden van € 180,00 euro van bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 3] op naam van [slachtoffer 3] naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] . [12] Deze twee overschrijvingen komen overeen met de verklaringen van aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en met de verklaring van [naam 1] .
Verder blijkt uit het onderzoek van de telefoon van [verdachte] dat op 11 mei 2025 om 09.45.09 uur een Tikkie is gestuurd van € 65,- voor ‘Eten’ aan [medeverdachte] . [13] Die betaling is ook te zien op bankrekeningnummer [rekeningnummer] . [14] Tot slot hebben in de periode 6 mei 2025 tot en met 10 mei 2025 meerdere overschrijvingen plaatsgevonden van het rekeningnummer [rekeningnummer] naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 4] welke op naam van [naam 3] staat. [15] Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat dit zijn inmiddels ex-vriendin is. [16] Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] gebruik maakte van het rekeningnummer [rekeningnummer] . [17] Ook dit ondersteunt de verklaring van [naam 1] dat [medeverdachte] , [verdachte] en hij die twee dagen samen zijn opgetrokken.
Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat de verklaringen van [naam 1] bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank ziet daarom geen reden om de verklaring uit te sluiten van het bewijs.
Bewijsmiddelen feiten 1 tot en met 5
Feit 1
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 11 mei 2025 om ongeveer 14.55 uur op het treinstation in Westervoort was en daar op een bankje ging zitten. Ongeveer twee minuten daarna kwamen er drie jongens uit de lift. Alle drie de personen kwamen naar aangever toe. Persoon 1 kwam rechts van hem op het bankje zitten, persoon 2 ging voor hem staan en persoon 3 stond een beetje links van hem. Hierdoor was hij omsingeld. Hij hoorde persoon 1 zeggen: ‘Wat heb je voor ons dan?’. Aangever zei dat hij niks voor hem had. Daarna hoorde aangever hem zeggen: ‘Ik zou maar gewoon iets afstaan’. Hij zag dat persoon 1 zijn tasje openritste en aangever zag hier een handvat van een wapen in zitten. Aangever vertelde dat hij niks ging afstaan. Daarop zei persoon 2: ‘Als je niks gaat afstaan sla ik je gewoon op je kankergezicht’. Aangever stond op om weg te lopen en liep richting de trap. Hij werd tegengehouden door persoon 3. Persoon 3 pakte hem met zijn linkerhand bij zijn kraag. Aangever zag en voelde dat persoon 2 hem met beide handen bij zijn kraag vasthield en hij voelde ineens een puntje in zijn buik. Aangever keek naar beneden en zag dat er een mes tegen zijn buik aan zat. Het mes was 10 centimeter en het handvat ook 10 centimeter. Hij zag dat persoon 3 het mes tegen zijn buik aan hield. Persoon 2 trok de ketting van het merk Chrome Hearts van zijn nek. Daarna kon aangever wegkomen. [18]
De politie heeft de camerabeelden van de beroving gezien en daarop is te zien dat drie mannen de lift uitstappen, zich op het station begeven en uiteindelijk wegrennen. [19]
[naam 1] , [verdachte] en [medeverdachte] zijn niet veel later door de politie staande gehouden. Daarbij werd bij [naam 1] een zakmes in zijn jaszak aangetroffen. [20]
Uit het onderzoek van de telefoon van [verdachte] blijkt dat deze telefoon zich op 11 mei 20205 om 14.50 uur bij het station Westervoort bevond. [21]
[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [naam 4] en [verdachte] op het station in Westervoort was. Op de camerabeelden is te zien dat ze een beetje duwen. [naam 4] liet ook een mes aan de jongen zien. [22] Dit mes was uitgeklapt. [23] [verdachte] had die zondag een vuurwapen bij zich en had dit in zijn tasje. Dat had [verdachte] hem verteld. [24]
[naam 1] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [verdachte] en [medeverdachte] op het station in Westervoort was. Ze hebben de jongen een paar keer geduwd. Op dat moment had [naam 1] ook een mes bij zich. Het klopt dat hij een mes tegen de buik van de jongen heeft gehouden. [25] [medeverdachte] heeft de ketting van de nek van de jongen afgetrokken. [26]
Feit 2
Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 10 mei 2025 om 23.35 uur uit het Sonsbeekpark in Arnhem liep samen met zijn vriendin. Bij de kruising van de Apeldoornseweg met de Sonsbeekweg werd hij aangesproken door drie jongens. Hij omschrijft de jongens als volgt. Jongen 1: 18 à 20 jaar, ongeveer 175 centimeter, licht getint, dunne snor, zwarte pufferjas van het merk Fila en een capuchon op. Jongen 2: 18 à 20 jaar, ongeveer 175 centimeter, negroïde, helemaal in het zwart gekleed, grijze schoenen, zwart nektasje en een zwart skimasker op. Jongen 3: 18 à 20 jaar, ongeveer 175 centimeter, negroïde, helemaal in het zwart gekleed en een zwart skimasker op. Jongen 2 had zijn hand in zijn nektasje. Jongen 2 zei tegen aangever: ‘Wat heb je bij je?’. Zijn vriendin gaf aan dat ze moesten gaan en hierop zei jongen 2: ‘Hou je bek kankerhoer, jij hebt geluk dat je een vrouw bent’. Hierop heeft aangever meegewerkt met wat de jongens vroegen, zodat hij zo snel mogelijk uit deze onveilige situatie zou zijn. Jongen 2 zei: ‘Pak je telefoon en maak geld over’. Aangever moest van jongen 2 zijn bankierenapp laten zien en daar stond € 450,- op. Hij moest alles overmaken. Jongen 1 liet het rekeningnummer zien waar hij het geld naar moest overmaken. Het rekeningnummer was [rekeningnummer] , de naam die daarbij stond was: [naam 2] [naam 5] . Aangever heeft hier om 23.40 uur 450 euro naar overgemaakt. Jongen 2 wilde een foto hebben van het identiteitsbewijs van aangever, zodat ze wisten wie hij was. Aangever zag dat jongen 1 met zijn telefoon een foto maakte van zijn identiteitsbewijs. Jongen 2 vroeg aan jongen 3 of het geld binnen was gekomen, maar dat was nog niet het geval. Om 23.41 uur is het bedrag teruggeboekt op zijn eigen rekening. Aangever hoorde jongen 2 aan jongen 3 vragen of hij het dan met zijn eigen moest doen. Hierop noemde jongen 2 vanaf zijn telefoon een rekeningnummer waarnaar hij de € 450,- moest overmaken. Dit was het volgende rekeningnummer: [bankrekeningnummer 2] . Aangever moest de naam [medeverdachte] erbij zetten. Om 23.42 uur heeft hij het geld overgemaakt. Aangever hoorde jongen 2 tegen hem zeggen dat hij niet moest snitchen anders zou hij hem blazen. Het is aangever bekend dat 'blazen' straattaal is voor schieten. Vervolgens zei jongen 2 dat het geld binnen was en zijn ze weggelopen. Aangever was tijdens de hele overval erg in paniek en bang. Hij had het gevoel dat de jongens hem iets aan zouden doen als hij niet mee zou werken. [27]
Getuige [getuige 1] , de vriendin van aangever [slachtoffer 2] , heeft verklaard dat zij op 10 mei 2025 om ongeveer 23.00 uur het Sonsbeekpark in Arnhem verlieten. Zij werden bij het verlaten van het park aangesproken door een Nederlands sprekende jongen. Vrijwel direct kwamen er nog twee jongens die zich bij hem aansloten. Twee jongens hadden hun gezicht bedekt met een bivakmuts. De sfeer was al direct dreigend, omdat zij en haar vriend door de drie jongens werden ingesloten. De ruimte tussen hen en de jongens was op dat moment niet meer dan een halve meter. Dat twee van hen een bivakmuts op hadden maakte de situatie behoorlijk intimiderend. De jongens vroegen aan haar vriend hoeveel geld hij op zijn bankrekening had en daarna kreeg hij te horen dat hij het geld naar hun moest overschrijven. Omdat haar vriend zich bedreigd voelde, heeft hij dat gedaan. De jongens zeiden dat haar vriend zijn ID-bewijs moest laten zien en daar hebben ze een foto van gemaakt. Vervolgens zeiden ze tegen haar vriend dat als hij iets zou flikken ze hem op zouden zoeken. [28]
Uit de bankgegevens van [medeverdachte] blijkt dat op 10 mei 2025 om 23:42:58 uur een bankoverschrijving van een geldbedrag van € 450,- heeft plaatsgevonden van [slachtoffer 2] bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 2] op naam van [medeverdachte] . [29]
De telefoon van [verdachte] is onderzocht en daaruit blijkt dat op 10 mei 2025, 21:41:27 (UTC+0), feitelijke tijd 23:41.27 uur, een bericht is binnengekomen van Revolut bank. Daarin stond het volgende: ‘
de Revolut inkomende overschrijving is mislukt. Deze overschrijving is teruggestuurd naar de verzender. Hallo [naam 2] , [slachtoffer 2] probeerde jou een overschrijving te sturen van EUR 450,00’. [30]
Na de staandehouding voor feit 1 is bij [medeverdachte] een bivakmuts in zijn schouder/nektas gevonden. Bij [naam 1] is op hetzelfde moment een bivakmuts/ /op een bivakmuts gelijkend voorwerp (een balaclava) aan in zijn jaszak aangetroffen. [31]
[naam 1] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [medeverdachte] en [verdachte] de beroving heeft gepleegd. Hij heeft een foto gemaakt van het identiteitsbewijs van [slachtoffer 2] . [verdachte] was de man van het internet en de rekeningen. [verdachte] heeft het rekeningnummer aan [slachtoffer 2] laten weten. [medeverdachte] sprak de mensen aan. [32]
Feit 3
Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij op 10 mei 2025 rond 21.00 uur in het Sonsbeekpark in Arnhem op een bankje zat. Op een gegeven moment kwamen er drie gasten aanlopen. Een ging links naast hem op het bankje zitten, een rechts naast hem op het bankje en een ging voor hem staan. De persoon die links van hem ging zitten, persoon 1, had een soort bivak en capuchon op. Aangever denkt dat hij van Marokkaanse afkomst is en hij was 180 centimeter lang. Hij had donkere kleding aan. Hij had erg volle wenkbrauwen. Hij was rond de 18 à 19 jaar oud. De jongen die voor hem stond, persoon 2, was een zwarte jongen. De jongen die rechts van aangever ging zitten, persoon 3, was wat kleiner en magerder dan persoon 1. Ze hadden allemaal een capuchon op. Persoon 1 zei het meeste. De andere twee personen hebben tussendoor wat gezegd, maar niet veel. Aangever moest zijn bankrekening openen. Ze keken met hem mee om te kijken hoeveel geld hij op zijn rekening had staan. Vervolgens moest aangever € 180,- overmaken naar een rekeningnummer. Persoon 2 kwam met zijn telefoon en gaf een bankrekeningnummer. Dit was het volgende bankrekeningnummer: [rekeningnummer] . Ze hebben ook een foto van zijn ID gemaakt. Hij heeft het geld overgemaakt, omdat hij niet het gevoel had dat hij een keuze had. Ze hadden hun handen in hun zakken en deden alsof daar iets in zat. Ze zeiden ook nog iets van: ‘Dit had ook heel anders kunnen gaan.’. Persoon 1 liep als laatste weg en zei: ‘Jij gaat niets doen’. [33]
Ook hier geldt dat bij [medeverdachte] en [naam 1] bivakmutsen/baclava zijn aangetroffen. [34]
Zoals hiervoor al vastgesteld was rekeningnummer [rekeningnummer] in gebruik bij [verdachte] . Uit de gevorderde bankgegevens blijkt dat op 10 mei 2025 om 19:07:24 uur een bankoverschrijving heeft plaatsgevonden van € 180,00 euro van bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 3] op naam van [slachtoffer 3] naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] . [35]
[naam 1] heeft bij de politie verklaard dat hij bij het bovenstaande incident aanwezig was. [verdachte] ging naast de jongen zitten en [naam 1] stond schuin tegenover hem. [medeverdachte] en [verdachte] probeerden het kleine beetje geld wat hij had te krijgen. [naam 1] is waarschijnlijk de persoon met de volle wenkbrauwen. [36]
Feit 4
Op 10 mei 2025 omstreeks 19.00 uur hoorden verbalisanten het verhaal van [slachtoffer 4] aan. Hij vertelde dat hij zojuist op het station in Velperpoort was beroofd van zijn spullen. Hij moest zijn telefooncode geven en zijn pinpas. Hij was beroofd door middel van een vuurwapen op zijn hoofd. Hij moest zijn groene Plus tas afgeven. Hierin zaten een iPad, zwart Under Armour trainingspak, New Balance schoenen met serienummer 1000 en grijs/zwart van kleur en zijn telefoon van het merk Samsung S10+. [slachtoffer 4] verklaarde dat hij een verleden heeft met twee van de drie betrokken personen. Het waren de volgende drie jongens. Persoon 1: 18 à 20 jaar, donkergetinte huidskleur, capuchon op, Cartier bril, sikje/baardje, donkere boven- en onderkleding, zwart heuptasje. Deze persoon richtte het vuurwapen op zijn hoofd. Persoon 2: dit is een bekende van hem, 18 à 20 jaar, witte polo, zwarte spijkerbroek met verfvlekken, licht getinte huidskleur en baard/sikje. Persoon 3: dit is een bekende van hem, 18 à 20 jaar, rode Nike Tech trainingspak, zwarte bodywarmer, zwart petje, sikje/baardje en licht getinte huidskleur. [slachtoffer 4] kent één van de twee bekenden van school in Doetinchem. Deze jongen zat tot voor kort vast in België en kwam recent vrij. [37]
Op 26 augustus 2025 brachten verbalisanten [medeverdachte] naar het hoofdbureau in Arnhem. Nadat de cautie was medegedeeld vroeg verbalisant aan [medeverdachte] of hij het nog een beetje vol hield in de P.I. [medeverdachte] vertelde dat hij in België in twee verschillende P.I.’s had gezeten en dat de situatie daar hem beter beviel dan in Nederland. [38]
Op 11 mei 2025 om ongeveer 15.15 uur kregen verbalisanten een melding van een mogelijke straatroof in Westervoort. Verbalisanten hoorden dat er drie mogelijke verdachten staande waren gehouden die overeenkwamen met het signalement. Kort daarna hoorden ze dat een van de drie mogelijke verdachten was weggerend. Deze was via de Liemersallee weggerend in de richting van de Vos de Waelstraat en vervolgens in de richting van de Costverloren. Vervolgens was verdachte een pad in gegaan tussen de woningen aan de Costverloren en er aan de Liemersallee weer uitgekomen tussen Liemersallee 32 en 34. Verbalisanten zijn daar vervolgens naar toe gegaan en daar zag verbalisant komend vanaf het pad gelegen tussen nummer 32 en 34 aan de overzijde van de weg in de bosjes naast de Liemersallee een zwart Under Armour vest liggen. [39]
[naam 1] heeft bij de politie verklaard dat hij in Doetinchem naar school is gegaan en dat hij daar [slachtoffer 4] van kent. [naam 1] wilde de tas van [slachtoffer 4] overnemen, een groene Plus tas. [slachtoffer 4] wilde die niet geven. [naam 1] trok toen aan de tas en [verdachte] gaf een duw. Hij had toen de tas. Ze zijn toen met zijn vieren de woonwijk ingelopen. Bij de Albert Heijn hebben ze de spullen verdeeld. [medeverdachte] wilde op de rekening kijken of er wat op stond. [medeverdachte] had de telefoon van [slachtoffer 4] ook afgepakt en [medeverdachte] ging toen kijken voor internetbankieren. Dit had [slachtoffer 4] niet. Zijn telefoon is door [medeverdachte] dezelfde dag nog weggegooid. De tas met kleding heeft [naam 1] meegenomen naar huis. [40]
Feit 5
Op 27 mei 2025 heeft de politie contact opgenomen met [slachtoffer 5] . [slachtoffer 5] verklaarde dat hij op Moederdag (zondag 11 mei) tussen 12.00 uur en 16.00 uur in de binnenstad van Arnhem liep ter hoogte van de Musis garage. Er liepen drie gasten achter hem aan en hij kende deze niet. Een van de gasten liet een vuurwapen zien en [slachtoffer 5] moest een zwart schoudertasje van het merk XPLCT afgeven met daarin € 15,- aan contant geld, zijn ID kaart, zijn bankpas en zijn ontslagpapieren van zijn detentie. [41]
Op 11 mei 2025 is [medeverdachte] staande gehouden door de politie en is hij onderworpen aan een veiligheidsfouillering. Bij [medeverdachte] trof verbalisant in zijn schouder/nektas meerdere passen aan, waaronder een identiteitskaart op naam van [slachtoffer 5] en een bankpas op diezelfde naam. [42]
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 11 mei 2025 om ongeveer 15.30 uur haar achtertuin aan de [adres] in Westervoort inliep. Ze zag dat er een onbekende jongen bij haar containers stond. Deze jongen was tussen de 20 en 30 jaar oud, licht getint, had donker kort krullend haar en een shirt en korte broek aan. Ze zag dat de jongen zijn wijsvinger naar zijn mond deed en een sussend geluid maakte alsof ze stil moest zijn. Getuige zei tegen de jongen dat ze 112 ging bellen. Daarna zei de jongen dat hij gezocht werd. Getuige is vervolgens terug naar haar woning gegaan en heeft 112 gebeld. Samen met de politie is zij naar haar achtertuin gegaan. Ze zag dat daar een tasje, bruin van kleur, lag en twee telefoons. Deze waren niet van haar. [43] De politie zag dat het een Louis Vuitton tas was en trof hierin een ABN AMRO bankpas aan op naam van [verdachte] . [44]
Een van de telefoons was een iPhone 8 en deze is in beslag genomen. [45] Deze telefoon is vervolgens onderzocht door de politie. In de telefoon werd onder andere een SMS aangetroffen die was gericht aan [slachtoffer 5] . Daarnaast is een veelvoorkomende locatie van de telefoon het dorp Leuth en het centrum van Nijmegen. Leuth behoort tot de gemeente Berg en Dal. [slachtoffer 5] is in Nijmegen woonachtig of geweest. [46] Gelet op de aangetroffen informatie concludeert de rechtbank dat [slachtoffer 5] de gebruiker van de telefoon is geweest.
De telefoon van [verdachte] bevond zich op zondag 11 mei 2025 om 12.43 uur nabij de Musis garage te Arnhem. Daarnaast stond in deze telefoon een foto die op 11 mei 2025 om 14.45.33 uur is gemaakt. Deze foto betrof een afbeelding van een tasje van het merk XPLCT, een witte Apple iPhone en een zwarte telefoon. [47]
[naam 1] heeft verklaard dat hij van de buit weet en dat hij er op een afstand bij stond. [48]
Hotelovernachting en vuurwapen
De telefoon van [naam 1] is onderzocht en hierop zijn een drietal foto’s aangetroffen waarop een vuurwapen of een deel van een vuurwapen zichtbaar is. Deze foto’s zijn gemaakt op 10 mei 2025, omstreeks 16:26:20, 16:32:11 en 16:30.20 uur. Verder staat er in de telefoon een foto die is gemaakt op 10 mei 2025 om 22:21:39, feitelijke tijd 00:21:39 uur, waarop een tweetal lachgas tanks met een zakje ballonnen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zijn te zien. [49] De telefoon van [verdachte] is onderzocht en hierop is een foto aangetroffen, gemaakt op 11 mei om 00:21 uur, waarop onder andere een vuurwapen, een tweetal lachgas tanks en een zakje ballonnen met op de zijn te zien. [50]
[naam 1] heeft bij de politie verklaard dat het vuurwapen bij het Sonsbeek aanwezig was en er ook een vuurwapen in het hotel was. [51] [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat, zoals iedereen al weet, [verdachte] een vuurwapen bij zich had. Dit had hij ook die zondag bij zich en dat zat in zijn tasje. [52]
Uit de bankgegevens van [medeverdachte] blijkt dat op 10 mei 2025 omstreeks 23:53:38 uur van de bankrekening van [medeverdachte] een overschrijving plaats van € 99,00 euro naar Booking.com voor een hotel overnachting. [53] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij die nacht met zijn drieën, te weten [verdachte] , [naam 1] en [medeverdachte] , in het hotel hebben overnacht. [54]
Conclusie
Op grond van de bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] , [medeverdachte] en [naam 1] op zaterdag 10 mei 2025 vanaf een uur of 7 ‘s avonds tot hun aanhouding op 11 mei 2025 omstreeks kwart over 3 ’s middags samen zijn geweest. Vijf personen hebben verklaard dat zij in deze periode zijn beroofd van hun geld en/of spullen, al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen en een mes.
Gelet op de bovengenoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat deze berovingen zijn gepleegd door [verdachte] , [medeverdachte] en [naam 1] . De rechtbank acht daarbij ook bewezen dat bij de berovingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] een vuurwapen is gebruikt en dat bij de berovingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een of meerdere personen een bivakmuts droegen. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat bij de beroving van [slachtoffer 1] ook een uitgeklapt mes is gebruikt. Verder volgt uit de bovengenoemde bewijsmiddelen dat alle drie hebben deelgenomen aan de tenlastegelegde (gewelds)handelingen en dat deze dienstbaar zijn geweest aan deze berovingen. Daarmee heeft verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan de berovingen. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte] en [naam 1] die als gezamenlijke groep hebben geopereerd en dat zij inwisselbare rollen hebben vervuld.
De rechtbank acht dan ook feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 primair en feit 5 primair wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal ten aanzien van de feiten 4 en 5 verdachte vrijspreken van het gedachtestreepje dat ziet op het dragen van een bivakmuts dan wel gezicht bedekkende kleding, omdat dit niet volgt uit de meldingen die door [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] zijn gedaan. Verder blijkt uit de aangifte van [slachtoffer 2] dat enkel een geldbedrag van € 450,- is overgemaakt. Er is niet gebleken dat er een telefoon of fietssleutel is afgegeven. De rechtbank zal verdachte daar dan ook van vrijspreken.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1
hij op
of omstreeks11 mei 2025 te Westervoort tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,een ketting (merk Chrome Hearts),
in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 1] te omsingelen en
/of
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Wat heb je voor ons dan" en
/of"Ik zou maar gewoon iets afstaan" en
/of
- die [slachtoffer 1] (daarbij) een vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,te tonen en
/of
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Als je niks gaat afstaan, sla ik je gewoon op je kankergezicht" en
/of
- ( toen die [slachtoffer 1] weg probeerde te lopen) die [slachtoffer 1] (bij de kraag) vast te pakken/grijpen en
/of
- ( vervolgens) een mes,
althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen de buik,
althans het bovenlichaamvan die [slachtoffer 1] te zetten en/of te drukken en/of te houden en
/of
- een ketting van de hals van die [slachtoffer 1] te rukken,

althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

2
hij op
of omstreeks10 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en
/ofeen ander wederrechtelijk te bevoordelen
door
geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van
een telefoon en/of een fietssleutel en/ofeen geldbedrag (450 euro),
in elk geval enig(e) goed(eren),dat
/diegeheel of ten dele aan die [slachtoffer 2]
en/of een derdetoebehoorde
(n)
door
-die [slachtoffer 2] te benaderen en
/ofte omsingelen en
/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en
/of
-die [slachtoffer 2] (op indringende wijze) te vragen “wat heb je bij je?” en
/oftoe te voegen “pak je telefoon en maak geld over”,
althans woorden van gelijke aard en/of strekkingen
/of
-die [slachtoffer 2] een of meer rekeningnummers te tonen (op naam van [naam 5] en
/of[medeverdachte] ) en
/ofdie [slachtoffer 2] op te dragen geld naar
dat/die rekeningnummers over te maken en
/of
-een foto te maken van het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 2] en
/of
-die [slachtoffer 2] daarbij toe te voegen — zakelijk weergegeven — dat die [slachtoffer 2] verdachte en
/ofmedeverdachte
(n
)niet moest snitchen omdat hij, verdachte, en
/ofmedeverdachte
(n
)die [slachtoffer 2] anders zouden blazen,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;
3
hij op
of omstreeks10 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en
/ofeen ander wederrechtelijk te bevoordelen
door
geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (180 euro),
in elk geval enig goed,dat
/diegeheel of ten dele aan die [slachtoffer 3]
en/of een derdetoebehoorde
(n)
door
-die [slachtoffer 3] te omsingelen en
/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en
/of
-die [slachtoffer 3] op te dragen zijn bankrekening/bankieren-app te openen op zijn telefoon en
/of
-die [slachtoffer 3] op te dragen geld (180 euro) naar een rekeningnummer over te maken en
/of
-een foto te maken van het identiteitsbewijs van die [slachtoffer 3] en
/of
-die [slachtoffer 3] daarbij toe te voegen "jij gaat niets doen” en
/of“dit had ook verkeerd af kunnen lopen”,
althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;
4, primair
hij op
of omstreeks10 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en
/ofeen ander wederrechtelijk te bevoordelen
door
geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een iPad en
/ofeen trainingspak en
/ofschoenen en
/ofeen telefoon,
in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde
(n
)
door
-die [slachtoffer 4] te benaderen en
/ofte omsingelen en/
of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 4] de pincode van zijn telefoon te laten afstaan en
/of
-die [slachtoffer 4] een vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,te tonen en
/ofop/tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] te zetten,
althans op zeer korte afstand van die [slachtoffer 4] te houden,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;
5, primair
hij
op of omstreeks11 mei 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en
/ofeen ander wederrechtelijk te bevoordelen
door
geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (merk XPLCT) en
/ofeen ID-kaart en
/ofeen bankpas en
/ofdocumenten en
/ofeen geldbedrag (15 euro),
in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 5]
en/of een derdetoebehoorde
(n
)
door
-die [slachtoffer 5] te benaderen en
/ofte omsingelen en
/of
- daarbij een bivakmuts, althans gezichtsbedekkende kleding, te dragen en/of
-die [slachtoffer 5] een vuurwapen,
althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en
/ofop zeer korte afstand van die [slachtoffer 5] te houden,
althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
feit 2, feit 3, feit 4 primair, feit 5 primair, telkens:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 3 jaar en daarbij bijzondere voorwaarden, zoals een meldplicht. De officier van justitie heeft verder gevorderd om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.
De raadsman heeft verder primair bepleit om de zaak aan te houden, ingevolge het reclasseringsadvies, en dit middels een tussenuitspraak te beslissen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om een straf op te leggen conform het voorarrest en elke hogere straf als voorwaardelijk strafdeel op te leggen, met de bijzondere voorwaarden zoals gerapporteerd in het NIFP rapport.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met de twee medeverdachten schuldig gemaakt aan vijf straatroven. Hierbij hebben zij elke keer de slachtoffers omsingeld en, al dan niet met een vuurwapen en/of met een mes, gedwongen om hun spullen af te geven en/of geld over te maken naar de rekeningnummers van één van de verdachten. Straatroven zoals deze maken een ernstige inbreuk op de rechtsorde en veroorzaken gevoelens van onrust, angst en onveiligheid in de samenleving en in het bijzonder bij de directe slachtoffers. Een van de slachtoffers heeft ter terechtzitting op indrukwekkende wijze zijn slachtofferverklaring voorgelezen en daaruit blijkt ook de enorme impact die deze straatroof op hem en zijn gevoel van veiligheid heeft gehad. Verdachte heeft met het plegen van deze straatroven alleen gedacht aan zijn eigen voordeel. De rechtbank rekent het verdachte daarbij aan dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Zijn houding ter zitting was, ook in de richting van het aanwezige slachtoffer, onverschillig en laconiek te noemen.
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 3 juli 2025 blijkt dat verdachte op 16 maart 2023 door de politierechter is veroordeeld voor vier feiten, waaronder een poging tot diefstal. De politierechter heeft hiervoor 2 weken jeugddetentie, een gevangenisstraf van 120 dagen waarvan 86 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 100 uur opgelegd. Op 18 november 2021 is verdachte door de meervoudige kamer veroordeeld voor onder andere een woningoverval en is hem een jeugddetentie van 152 dagen opgelegd waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan het voorwaardelijk deel waren bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast is hem een leerstraf van 50 uur opgelegd.
Toerekenbaarheid
Ter beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de psycholoog van 4 december 2025.
Uit dit rapport blijkt dat bij verdachte sprake is van een ontwikkelingsgerelateerde stoornis in de vorm van een licht verstandelijke beperking (LVB), antisociale persoonlijkheidskenmerken en een stoornis in het gebruik van cannabis. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Vanuit de duurzame en onveranderbare aard van zijn LVB kan ervanuit worden gegaan dat deze stoornis volhardt in alle deelaspecten van zijn leven. Dat maakt een doorwerking ten tijde van het tenlastegelegde volgens de psycholoog ook aannemelijk. Indien voorafgaand aan zijn gedragskeuzes enige overdenking heeft plaatsgevonden dan is zijn oordeelsvermogen en besluitvorming zeer waarschijnlijk alsnog gekleurd geweest door zijn LVB. Antisociale kenmerken die niet uitsluitend kunnen worden verklaard door zijn LVB, zoals opportunisme en agressie, lijken daarmee te hebben gefungeerd als middel om financieel gewin te behalen. De psycholoog adviseert om het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen aan verdachte.
De rechtbank is, gelet op het advies van de rapporterende deskundige, van oordeel dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.
Interventies
Uit het rapport van de psycholoog blijkt verder dat indien verdachte zonder sterk gestructureerd vangnet en intensieve ondersteuning op alle leefgebieden terugkeert in de maatschappij het risico op recidive binnen afzienbare tijd als zeer hoog wordt ingeschat. Vanwege de tekortkomingen voortkomend uit zijn stoornissen en bij gebrek aan beschermende factoren is verdachte niet in staat om eigenhandig richting te geven aan een sociaal-maatschappelijk geaccepteerd bestaan. Om de recidiverisico’s terug te dringen is er een hoge mate van externe structurering, intensieve ondersteuning en aanhoudende begeleiding nodig. De psycholoog adviseert om een stevige omgevingsprothese op te zetten binnen een gedwongen ambulant kader in de forensische geestelijke gezondheidszorg, met daarbij aandacht voor praktische ondersteuning, vaste woonbegeleiders, een zinvolle daginvulling, het opdoen van positieve sociale contacten, ambulante forensische zorg en een stringent reclasseringstoezicht. Gezien de intensieve en langdurige ondersteuningsbehoefte in combinatie met zijn (hang naar) criminele betrekkingen, acht de psycholoog het noodzakelijk dat de forensische stok achter de deur zo lang mogelijk actief blijft. Daarom adviseert zij ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) op te leggen aan verdachte.
In het reclasseringsadvies van 9 december 2025 staat beschreven dat er sprake is van een aanhoudend en zorgwekkend delictpatroon dat niet lijkt te stagneren, ondanks eerder ingezette hulpverleningstrajecten en begeleiding vanuit de (jeugd)reclassering. Verdachte woonde middels een WLZ-indicatie op een kamer onder de ambulante begeleiding van [begeleiding] in Arnhem. Vanwege zijn contacten/activiteiten in het criminele circuit zijn er twee vuurwerkbomaanslagen gepleegd op dit adres en is uiteindelijk deze begeleiding stopgezet. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog. Er zijn aanwijzingen dat verdachte risico’s blijft opzoeken en zichzelf en anderen hiermee in gevaar brengt. De reclassering sluit zich aan bij het advies gegeven door het NIFP; een reclasseringstoezicht met als bijzondere voorwaarden een plaatsing in een forensische woonvoorziening met een stevig kader en daarbij een GVM om de reclassering de mogelijkheid te geven om hem na afloop van zijn traject alsnog aan eventuele noodzakelijk geachte voorwaarden te houden. Aangezien er op dit moment nog geen geschikte woonplek voor verdachte is en er ook geen ander alternatief is, heeft de reclassering verzocht om de zitting aan te houden.
Gelet op de voorgaande adviezen is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijk strafdeel passend is en dat hier bijzondere voorwaarden aan verbonden moeten worden.
Gevangenisstraf
Het uitgangspunt voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging is, wat de rechtbank betreft voor een meerderjarige enkel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een andere strafmodaliteit zou geen recht doen aan de ernst van dat feit en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. In casu is bij drie van de vijf straatroven een vuurwapen getoond. Dit werkt strafverzwarend. Daarnaast is er sprake van recidive. Ook dat werkt strafverhogend. Tot slot acht de rechtbank van belang dat aan verdachte een voorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd om verdachte te verplichten behandeling te ondergaan. Op die manier wordt geprobeerd te voorkomen dat dit soort feiten in de toekomst opnieuw plaatsvinden.
Alles afwegend acht de rechtbank een straf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank de volgende bijzondere voorwaarden verbinden: meldplicht, ambulante behandeling, beschermd wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en een contactverbod met de aangevers. De rechtbank ziet, vanwege de hoogte van de op te leggen straf, geen reden om de zitting aan te houden om een woonplek te vinden. Deze woonplek kan worden gezocht gedurende zijn detentie.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
De officier heeft gevorderd dat de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr wordt opgelegd.
De rechtbank overweegt dat op dit moment voorwaarden geformuleerd kunnen worden die tijdens de proeftijd gelden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om daarnaast een maatregel ex artikel 38z Sr op te leggen.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

Benadeelde partij [slachtoffer 1]
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 500,- aan materiële schade en € 1.000 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering vanwege de bepleitte vrijspraak. Subsidiair dient de vordering te worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De materiële schade is niet onderbouwd met een bon. Voor de immateriële schade ontbreekt een diagnose van een behandelend deskundige, waardoor deze onvoldoende is onderbouwd.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost die ziet op de ketting onvoldoende gemotiveerd is betwist. Deze schadepost is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en komt ook redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De rechtbank zal de vordering voor wat betreft de ketting tot een hoogte van € 500,- daarom toewijzen.
Smartengeld
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden doordat zij op andere wijze in de persoon is aangetast. Dergelijke schade is toewijsbaar op grond van artikel 6:106 BW. De aard en ernst van de normschending brengen in dit geval met zich dat de gestelde nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat de benadeelde immateriële schade heeft geleden die het rechtstreekse gevolg is van het door verdachte gepleegde feit. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.000,- vaststellen.
Verdachte is vanaf 11 mei 2025 wettelijke rente over de beide toegewezen bedragen verschuldigd.
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachten de schade hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 818,69 aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering vanwege de bepleitte vrijspraak. Subsidiair dient de vordering te worden gematigd, omdat voor de zorgkosten onduidelijk is of deze te relateren zijn aan het strafbare feit, gezien de voorgeschiedenis van de psychische hulpverlening van de benadeelde.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het door afpersing overgemaakte bedrag ad € 450,- kan worden toegewezen.
Uit de brief van HSK van 7 augustus 2025 blijkt dat benadeelde zich heeft gemeld met klachten die zijn ontstaan op reactie van een beroving op 10 mei 2025. Zo had hij last van constante alertheid (met name in de avond), paniek/angstaanvallen, was hij sneller agressief naar vreemden en had hij herbelevingen. De hulpvraag zag onder andere erop om de beroving te verwerken. Verder is hij gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Volgens de brief van 4 november 2025 heeft benadeelde hier acht behandelsessies voor gehad. Uit deze brieven blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van de beroving. Daarnaast is onderbouwd dat benadeelde eigen risico heeft betaald voor deze behandelingen ter hoogte van € 368,69. De rechtbank zal daarom dit bedrag toewijzen.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Dit betekent dat de vordering voor wat betreft het overgemaakte geldbedrag en het eigen risico (tezamen een bedrag van € 818,69) kan worden toegewezen.
Smartengeld
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden doordat zij op andere wijze in de persoon is aangetast. Dergelijke schade is toewijsbaar op grond van artikel 6:106 BW. Uit de hiervoor aangehaalde brieven blijkt dat benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen door de beroving. De verdediging stelt zich op het standpunt dat benadeelde al psychische klachten had. Uitgangspunt is dat de veroorzaker het slachtoffer moet nemen zoals deze is. Volgens vaste rechtspraak moet de reactie op een gebeurtenis die wordt teweeggebracht door de persoonlijke predispositie van het slachtoffer niet voor zijn rekening worden gelaten, maar aan de veroorzaker van de gebeurtenis worden toegerekend, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is in onderhavig geval niet gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de immateriële schade door verdachte moet worden vergoed. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit, de gevolgen voor benadeelde en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.500,- vaststellen.
Verdachte is vanaf 10 mei 2025 wettelijke rente over de toegewezen bedragen aan materiële schade en smartengeld verschuldigd.
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachten de schade hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.550,- aan materiële schade en € 2.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Verder is nog € 369,34 aan proceskosten gevorderd.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de € 180,- kan worden toegewezen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat dit onvoldoende is onderbouwd. De officier van justitie verzoekt om de wettelijke rente toe te kennen en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering vanwege de bepleitte vrijspraak. Subsidiair dient de vordering te worden afgewezen voor wat betreft de tandartskosten. Er is geen causaal verband aangetoond tussen beide. Dit geldt ook voor de studievertraging. De immateriële schade komt bovenmatig voor en dient te worden gematigd.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost die ziet op het afgenomen geldbedrag, te weten €180,-, voldoende is onderbouwd en voor vergoeding in aanmerking komt. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De overige schadeposten, te weten de tandartskosten en de kosten voor de studievertraging, zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Smartengeld
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden doordat zij op andere wijze in de persoon is aangetast. Dergelijke schade is toewijsbaar op grond van artikel 6:106 BW. De aard en ernst van de normschending brengen in dit geval met zich dat de gestelde nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat de benadeelde immateriële schade heeft geleden die het rechtstreekse gevolg is van het door de verdachte gepleegde feit. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.000,- vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Verdachte is vanaf 10 mei 2025 wettelijke rente over de toegewezen bedragen aan materiële schade en smartengeld verschuldigd.
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachten de schade hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-063624-23)

De politierechter heeft verdachte op 16 maart 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 86 dagen.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsman heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen, omdat het zwaartepunt ligt bij de hulpverlening. Indien de rechtbank de vordering niet afwijst dan verzoekt de raadsman om de proeftijd te verlengen.
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten ziet de rechtbank geen aanleiding om de proeftijd te verlengen.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
  • veroordeelt verdachte tot een
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat:
  • verdachte zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij reclassering Leger des Heils op het adres Van Pallandtstraat 11, 6814 GM Arnhem. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
  • verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door een nog te bepalen zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling.;
  • verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een nog nader te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
  • verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
  • verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2004, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 en [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2002, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hiervoor genoemde volgende voorwaarden.
 hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

beveeltde
tenuitvoerleggingvan de op 16 maart 2023 door de politierechter
voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 86 dagen (parketnummer 05-063624-23);
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 500,- aan materiële schade en € 1.000,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 500,- aan materiële schade en € 1.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 818,69 aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald);
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 818,69 aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 33 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van € 180,- aan materiële schade en € 1.000,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 3] , een bedrag te betalen van € 180,- aan materiële schade en € 1.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 21 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachten (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen (voorzitter), mr. A.M.P.T. Blokhuis en mr. R.M.H. Pennings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 december 2025.
Mr. Blokhuis en mr. Pennings zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 25BT6 / ON4R025049, gesloten op 17 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 423.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 368.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 320, 321 en 379.
5.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 188 en 189 en Proces-verbaal van bevindingen, p. 243.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 347 en 348.
7.Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 192 en 193.
8.Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 192 en 193.
9.Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 197 en 199.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 350 en 351.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 383 t/m 385.
12.Proces-verbaal van bevindingen, p. 350 en 351.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 382 en 383.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 352.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 351.
16.De verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 11 december 2025.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 352.
18.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 188 en 189.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 273.
20.Proces-verbaal van bevindingen, p. 254.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 320 en 321.
22.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 64 t/m 66.
23.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 74.
24.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 67.
25.Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] , p. 162 t/m 166.
26.Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] , p. 173 en 174.
27.Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 192 en 193.
28.Proces-verbaal van bevindingen, p. 216 en 217.
29.Proces-verbaal van bevindingen, p. 347 en 348.
30.Proces-verbaal van bevindingen, p. 385.
31.Proces-verbaal van bevindingen, p. 254.
32.Proces-verbaal van verhoor [naam 1] , p. 175.
33.Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 197 t/m 199.
34.Proces-verbaal van bevindingen, p. 253 en 254.
35.Proces-verbaal van bevindingen, p. 350 en 351.
36.Proces-verbaal van verhoor [naam 1] , p. 177 en 178.
37.Proces-verbaal van bevindingen, p. 238 en 239.
38.Proces-verbaal van bevindingen, p. 389.
39.Proces-verbaal van bevindingen, p. 298.
40.Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] , p. 178 en 179.
41.Proces-verbaal van bevindingen, p. 243.
42.Proces-verbaal van bevindingen, p. 254.
43.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 203 en 204.
44.Proces-verbaal van bevindingen, p. 257 en 258.
45.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 419.
46.Proces-verbaal van bevindingen, p. 341 t/m 345.
47.Proces-verbaal van bevindingen, p. 379, 381 en 382.
48.Proces-verbaal van verhoor [naam 1] , p. 180.
49.Proces-verbaal van bevindingen, p. 357 t/m 359.
50.Proces-verbaal van bevindingen, p. 371 en 372.
51.Proces-verbaal van verhoor [naam 1] , p. 182 en 183.
52.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , p. 67.
53.Proces-verbaal van bevindingen, p. 348.
54.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 december 2025.