Uitspraak
1.[gedaagde in conventie sub 1] ,
2.
[gedaagde in conventie sub 2],
1.De procedure
- de conclusie na enquête van [eiser in conventie] ;
- de conclusie na enquête van [gedaagden in conventie] .
Rechtbank Gelderland
In deze civiele zaak over huurrecht bevestigt de kantonrechter het tussenvonnis van maart 2025 en beoordeelt de bewijslevering van de verhuurder over renovatiewerkzaamheden aan de voorzijde van het gehuurde pand. Uit verklaringen van de verhuurder en aannemer blijkt dat de facturen van bijna €49.000 uitsluitend betrekking hebben op de voorzijde, wat leidt tot de conclusie dat de woning boven de liberalisatiegrens valt. Hierdoor behoeft de aanvangshuurprijs van €1.250,- geen aanpassing.
Daarnaast is vastgesteld dat er ernstige gebreken waren, waaronder een niet-functionerende kookplaat en vocht- en stankoverlast, die een huurkorting van 40% rechtvaardigen vanaf 16 april 2023 tot 1 juli 2024. De gebreken zijn in mei en juni 2024 verholpen, en latere klachten zijn onvoldoende onderbouwd. Andere door de huurders genoemde gebreken, zoals het ontbreken van een trapleuning, zijn niet aannemelijk gemaakt als huurprijsverlagend.
De kantonrechter veroordeelt de huurders hoofdelijk in de proceskosten van €1.142,43 en wijst alle overige vorderingen af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 5 december 2025 uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: De huurprijs van €1.250,- wordt bevestigd en een huurkorting van 40% toegekend voor de periode van april 2023 tot juli 2024 wegens ernstige gebreken.