Uitspraak
1.[gedaagde in conventie sub 1] ,
2.
[gedaagde in conventie sub 2],
1.De procedure
- de conclusie na enquête van [eiser in conventie] ;
- de conclusie na enquête van [gedaagden in conventie] .
Rechtbank Gelderland
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Gelderland, is op 5 december 2025 een vonnis uitgesproken in een huurrechtelijke kwestie. De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder, vertegenwoordigd door mr. Ö. Kenç, en twee gedaagden, die gezamenlijk optraden. De procedure volgde op een tussenvonnis van 7 maart 2025, waarin al enkele geschilpunten waren behandeld. De kantonrechter heeft in deze uitspraak vastgesteld dat de verhuurder voldoende bewijs heeft geleverd dat de huurprijs van € 1.250,- voor de woning aan de [adres 1] geliberaliseerd is. Dit betekent dat de huurprijs niet aangepast hoeft te worden. De kantonrechter heeft ook geoordeeld dat er sprake was van ernstige gebreken aan de woning, waaronder een niet-functionerende kookplaat en vocht- en stankoverlast, wat leidde tot een tijdelijke huurverlaging van 40% vanaf 16 april 2023 tot 1 juli 2024.
De kantonrechter heeft de gedaagden in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en hen veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 1.142,43. De wettelijke rente over deze kosten is eveneens toegewezen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de gedaagden direct aan de veroordeling moeten voldoen, ook al is er mogelijk hoger beroep ingesteld. De kantonrechter heeft het meer of anders gevorderde afgewezen, waarmee de uitspraak definitief is voor de betrokken partijen.