Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 2 ongenummerde producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Gelderland op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen [eiseres] en [gedaagde]. [Eiseres] vorderde een bedrag van € 2.300,00 van [gedaagde], bestaande uit een hoofdsom van € 2.000,00 en € 300,00 aan buitengerechtelijke kosten, plus wettelijke rente vanaf 20 mei 2023. De vordering was gebaseerd op een geldleningsovereenkomst die volgens [eiseres] tot stand was gekomen toen zij op 17 december 2018 € 2.000,00 naar de rekening van [gedaagde] overmaakte. [Eiseres] stelde dat er afspraken waren gemaakt over de terugbetaling in twee termijnen, maar [gedaagde] betwistte dit en voerde aan dat het bedrag niet als lening was bedoeld.
De kantonrechter heeft de procedure beoordeeld en vastgesteld dat er onvoldoende bewijs was voor het bestaan van een geldleningsovereenkomst. De rechter oordeelde dat de omschrijving van de overboeking 'volgens afspraak' niet voldoende was om aan te nemen dat er een terugbetalingsverplichting was ontstaan. Bovendien had [gedaagde] de overeenkomst van geldlening niet ondertekend, wat een essentieel element voor de geldleningsovereenkomst was. Aangezien [eiseres] geen concrete feiten of bewijs had aangedragen om haar vordering te onderbouwen, werd de vordering afgewezen.
De kantonrechter heeft [eiseres] ook veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] op nihil zijn vastgesteld. Dit vonnis benadrukt het belang van bewijsvoering in civiele zaken, vooral bij het stellen van vorderingen op basis van overeenkomsten.